|
ARTIKEL:
RUIMTEAVONTUREN VANUIT DE HOLLANDSE HUISKAMER
Negentien jaar geleden, nog voor de eerste ‘kunstmaan’, de Russische
Spoetnik-l, zijn pieptonen naar de aarde zond, beleefden de Nederlandse
radioluisteraars de meest fantastische ruimteavonturen. Knus gezeten
tussen theelichtje en radiomeubel volgden ze zo vanuit de veilige
bescherming van de huiskamer het KRO-hoorspel ‘Sprong in het heelal’,
spelend omstreeks 1972. Daarin werd de avontuurlijke eerste reis naar de
maan beschreven, en in een latere serie een expeditie naar Mars. Die
serie, ‘Het Marsmysterie’ wordt dit najaar herhaald. Vrijdag wordt deel
5 uitgezonden (Hilv. 1, 19.30 uur). Er is intussen zoveel op
ruimtevaartgebied gebeurd dat men nauwelijks meer opkijkt van een
rechtstreekse reportage van een echte lancering, ruimtekoppeling of
maanlanding. K. Schippers zet uiteen waarom men toch maar (weer} naar
‘Sprong in het heelal’ moet luisteren.
.gif)
Tot de waarlijk grote ontdekkingen van de jaren zestig en de
geschiedenis over die tijd in Nederland (A-dynamiek, Provo, Hitweek, De
Nieuwe Stijl, Hoepla, Haagse Post-journalistiek etc.) moet nu maar eens
snel geschreven worden - behoort het Jeugdsentiment, een uitvinding van
Wim Noordhoek en de zijnen, die in 1966 zelfs een stichting van die naam
oprichtten. Het sentiment ging vooral uit naar de jaren vijftig. De
periode van blokken op de fietstrappers, de nieuwe welvaart (ijskast,
televisie, wasmachine), de plusfour en de petticoat, maar ook van de
hete en koude oorlog (Korea, Suez, Hongarije). Maar het aardigste was
dat de Stichting Jeugdsentiment
onnadrukkelijk, maar precies een nieuwe vorm van geschiedschrijving had
uitgevonden. Niet de bekende grote gebeurtenissen, maar aandacht voor
,die dingen uit de jaren ‘50 waaraan wij een emotionele betekenis
toekennen (Noordhoek). Die aandacht zou, indien gericht op andere
decennia, ook een fraai tegenwicht voor de officiële historie kunnen
vormen: het jeugdsentiment als techniek om schijnbaar onbelangrijke
gebeurtenissen, situaties en voorwerpen voor het nageslacht te bewaren.
De radio was voor velen in de jaren vijftig de voornaamste bron van -
cultuur. Er waren huizen, waar hij met de nieuwsberichten van acht uur
werd aangezet om pas bij het Wilhelmus van 12 uur ‘s-nachts weer te
zwijgen. En nadat de Stichting Jeugdsentiment zich zelf bij de
verschijning van het "Groot gedenkboek van de jaren vijftig" (Thomas
Rap, Amsterdam - 1968) had opgeheven, was het nauwelijks een wonder, dat
de Hilversumse programmamakers het idee van Noordhoek c.s. gingen
gebruiken om bewaard gebleven muziekjes en stemmen uit de archieven te
plukken. De familie Doorsnee, Pete Felleman, Mimoza, Willem Parel, de
Showboat, Het Hangt aan de Muur en het Tikt - soms leek het wel of het
geen herhaling was, maar of de jaren vijftig zélf weer bezit hadden
genomen van wat steeds meer discjockeys "die goeie ouwe stoomradio"
gingen noemen. Als Wim Noordhoek een copyright op het nieuw gevonden
woord had kunnen krijgen, was hij er rijk aan geworden. De herhaling van
de hoorspelserie "Sprong in het heelal" kan men ook als een uitloper van
het in 1966 genomen initiatief zien. Daar zijn ze weer, de stemmen, die
zo vertrouwd waren, dat ze zelfs in de meest
hachelijke situaties toch knus en gezellig bleven. Je rook even aan het
gevaar, het avontuur, maar het paste op de een of andere manier bij het
dressoir en de crapauds; na de afkondiging van de al even vertrouwde
omroepstem was alles immers weer veilig. De serie was overigens niet van
Nederlands fabrikaat. Hij werd geschreven door Charles Chilton. In 1955
was het onderwerp een ruimtevlucht naar de maan (inmiddels
gerealiseerd), in 1956 ging hetzelfde ploegje astronauten op weg naar
Mars (nog steeds toekomstmuziek). Citaat uit de Katholieke Radio Gids
van 23 september 1956: "Het boeiende van dit verhaal is, dat de fantasie
steeds wortelt in wetenschappelijke feiten en theorieën, waardoor alle
gebeurtenissen voor ons gevoel binnen de sfeer van het mogelijke liggen,
al lijken zij vaak ongerijmd en nog zo gedurfd.- De luisteraars waren in
die "wetenschappelijke feiten" niet zo geïnteresseerd. Het ging juist om
een combinatie van spanning en de gedachte, dat zoiets toch niet echt
zou kunnen. Wie gingen er de lucht in? Het waren hoofdingenieur Steve
Mitchell (Jan van Ees), ruimtevaartmedicus dr. Matthews (Adolf
Bouwmeester), piloot Frank Rogers (Paul van der Lek), gezagvoerder Jeff
Morgan (John de Freese), radiotelegrafist Jimmy Barnet (Jan Borkus), die
onder regie van Léon Povel twintig zondagavonden achter elkaar moesten
concurreren met de waanzinnig populaire speurhoorspelen van Paul
Vlaanderen, waarin Jan van Ees ook al een hoofdrol vervulde. Het is
merkwaardig dat het radiohoorspel bijna geen echt klassieke werkstukken
heeft opgeleverd. Herhalingen moeten het bijna altijd hebben van het
nostalgische gevoel van de luisteraar; het gevoel van: dus daar hebben
we zo’n twintig jaar geleden met z’n allen naar geluisterd... En tijdens
het luisteren dwalen we af naar familie en bekenden, huiskamers of
slaapkamers (kleine radio onder de deken), die we zo vanzelfsprekend met
het hoorspel associëren. Toch is het hoorspel als uitdrukkingsmiddel
geen
minderwaardige vorm. Beckett en Ionesco hebben verschillende
luisterspelen geschreven. Maar Nederlandse schrijvers hebben zelden iets
voor de radio kunnen maken waarover je nu nog denkt: dat zou ik nog wel
eens willen horen. Niet voor niets werden populaire series als Paul
Vlaanderen en De sprong in het heelal door buitenlanders geschreven. Het
zou interessant zijn om te weten hoe "De sprong in het heelal" vooral
bij jongens van acht tot vijftien overkomt. Zouden al die maanreizen,
die ,in het echt’ nu al zo vaak op de televisie zijn geweest, de
illusie, die in de jaren vijftig toch het grootste bestanddeel van de
serie was, grondig verstoren? Of zou de spanning
zelf groot genoeg zijn en vergeet je dat wat toen droom was intussen
dubbel en dwars werkelijkheid is geworden? En hou je het nog vol -
twintig weken naar één verhaal luisteren? Voor de ouderen kan deze
confrontatie een ander spel opleveren. Bladeren in een boek met foto’s
over de verschillende maanlandingen zou een beeld kunnen opleveren, dat
een aardig kontrast vormt met de toen nog fictieve reis. Een oom of
tante opzoeken bij wie het interieur uit de jaren vijftig nog intact is
gebleven - dat zou een passend décor voor de serie kunnen opleveren,
waarbij vanzelf de gedachtestroom feiten en herinneringen oplevert, die
verloren leken te zijn gegaan. Goedkoper dan de psychiater. En dan die
stemmen! De prachtige chic van Jan van Ees, die zelfs in een deftige
lettergreep nog een stijlvolle dreiging wist te leggen. Jan Borkus, John
de Freese en Paul van der Lek - herkent u ze nog? Misschien dat "Sprong
in het heelal" voornamelijk een hernieuwde kennismaking met bevriende
stemmen betekent. We hebben ze zo vaak gehoord en we konden nooit iets
terug zeggen. Ze waren in de kamer en tegelijkertijd ook niet.
Onverwoestbaar radiomeubilair - laten we nog eens gaan zitten.
.gif) |