|
TESTBEMANNING DEEL 1: EEN ZIENER Carl Lans (1913) ([1]) uitzending: KRO, zondag 01/10/1961 (herhaling: woensdag 19/04/1989) regie: Léon Povel ([2]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - Joost Ros, Captain van de Gamma-bemanning: Johan Walhain ([3]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([4]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([5]) - Huub, navigator: Frans Somers ([6]) - Robo-speaker: Harry Bronk ([7]) - bewakingsautomaat: Dick Scheffer ([8]) - verslaggever: Johan Wolder ([9]) - coördinator: Jo Nobel ([10]) - Van Meeteren, hoofdingenieur: Rob Geraerds ([11]) - Els, diens dochter: Nora Boerman ([12]) - wegpolitie: Dries Krijn ([13]) - tijdklok: Han König ([14]) technische gegevens: 35'22" - 24,3 MB - mp3
Joost: Stil stil stil, niet te veel lawaai mannen! Dirk: Ja (lachje), ze kunnen ons moeilijk verbieden naar de basis terug te gaan! Jaap: Nee, niet verbieden, Dirk, wel bemoeilijken. Joost: Ja, Jaap heeft gelijk. Als we nog bij die start willen zijn, dan kunnen we ‘t er niet op laten aankomen. Ja, maar waar vinden we onze turbo[15] in dit pikkedonker? Huub: Meest waarschijnlijk die kant op, Joost. Jaap: Ha, Huub met z’n nachtogen! Andere kant natuurlijk. Dirk: Geen van beiden, Joost! Ze hebben die ploffer in een hangar gereden, recht tegenover. Joost: Ploffer, ja, da’s wel het juiste woord. Ik vraag me af of de turbokopter zo’n goed idee is. Jaap: Hoe bedoel je? Joost: Nou, die dingen zijn wel snel, maar ze maken een hels kabaal. Dirk: Zouden ze dan soms nog het lef hebben ons hier te houden? Joost: Ja, ‘t ziet er wel naar uit, Dirk. Huub: De logica spreekt voor zichzelf: die hele medische check-up hier was een voorwendsel. Ergo, ze hebben ons van de basis Oostschiermonnikoog naar Ypenburg geloodst om ons kwijt te zijn. Joost: Zeg, ik zag hier vanmiddag een ouwe heli, verderop. Jaap: Ja, ik ook Joost. M’n handen jeukten om dat ouwe ding onder te spitten. Nou, dat… dat moet er minstens al een jaar of tien gestaan hebben. Weet je, toen ze dit terrein als helihaven afdankten? Dirk: Was het daarvoor niet een militair vliegveld? Joost: Vliegveld Ypenburg, in de zestiger jaren. Nou, goed… Hoe komen we nu terug? Jaap: Ja, de raket start even voor middernacht, hè? Joost: Tja, dan moeten we de robo[16] van de medico[17] maar lenen. Jaap: Wat? Zeg! Dan heeft hij vast onze turbo laten opbergen! Jongens, heb je die gezien vanochtend, hoe die grijnsde! Dat was flauwekul, hoor, dat hele onderzoek. En… en hij wist het. Hij wist het! Huub: Alleen, Joost, alleen… Tenslotte is het illegaal om er met die robo-auto vandoor te gaan, hè? Joost: Volkomen illegaal, maar ze zullen ons niks maken. Huub: Hoezo dan? Joost: Ja, maar luister nou toch, jongens: vannacht start de eerste bemande raket in de historie van de basis Oostschiermonnikoog. Nou, er zijn drie bemanningen: de Alpha-bemanning is operationeel, de Beta-bemanning stand-by en ons, de derde bemanning, de Gamma-bemanning, willen ze weg hebben. Jaap: Nou nou, en hoezo? Joost: Nou ja, het moet toevallig lijken! Dus sturen ze ons met de turbokopter naar Ypenburg, naar het medicocenter voor een overbodige check-up! Geruisloos... Ze zullen dus heus wel heilig oppassen lawaai te maken over een robo die we nu meepikken. Begrijpen jullie dat dan niet? Dan komen er vragen, veel te veel vragen, geloof me. (gemompel) Nou, kom mee, jongens… (ze gaan naar de robo) Zo. Hier is die kar. Automatisch en manuaal, video en de rest. Nou, instappen, lui. Jaap achter het dashboard. Jaap: Aha! Aha, modern! Road highspeed: net wat voor Japie. Jongens, waar zit de startknop? Dirk: Nee nee! Vingerslot! Die knop, die knop indrukken. Jaap: Eh… da’s lelijker. Benieuwd wat er eh… wat er nou gebeurt. robo-speaker: Niet-geautoriseerde start, dame of heer. Niet-geautoriseerde start, dame of heer. Jaap: De starter hebben ze d’r ook nog ingebouwd. Joost: Ja, dat was te verwachten. Kom, Dirk. Dirk: Ja? Joost: Laat jij ‘ns zien wat je als elektronicus waard bent. Dirk: Ja, ga ‘ns even uit de weg dan. Zo. Eerst licht… Ja, dat zit daar. Ja, mooi, ja… Jaap: De microkit is hier. Dirk: Hè? Jaap: Ik zeg: de microkit is hier. Alsjeblieft. Dirk: O! O, ja, da’s handig gereedschap. Geef… geef nou ‘ns even… Geef nou. robo-speaker: Niet-geautoriseerde start, dame of heer. Niet-geautoriseerde start, dame of heer. Dirk: Joost, hou ‘ns dat kussen tegen de speaker. Toe nou! Toe nou! Vooruit nou. Joost: Ja ja ja ja... Jaap: Hè, jammer van Dirk, hè? De inwendige rust mankeert ‘m. Dirk: Ach, stik jij. Wacht nou, wacht nou maar even. Achter dat paneel…, het alarmcircuit. Knip! Ja! Jaap: (lacht) Hij heb z’n geweten doorgeknipt. Dirk: Ja. Nou, jongens: starten. Jaap: Mooi zo, Dirkie. (kucht) Nou... Zeg, Joost, hoe gaan we?[18] Joost: Automatisch maar. Eerst ponsen: terrein af (klik). Richting Den Haag (klik). Na 800 meter rechtsaf (klik). Tot circuit (klik). En dan... Huub: Richting Amsterdam. Logisch. Joost: Te logisch, Huub. Huub: ‘t Is toch de kortste weg? Ouwe IJtunnel - vijfbaansweg tot Wieringermeer - Afsluitdijk. Joost: Precies wat die pil ook denkt als ie z’n robo mist. Dus gaan we over Utrecht (klik). Tijd genoeg. Jaap: Nou, ‘t scheelt nog niet zo heel veel, Utrecht-Amersfoort is een beroerd stuk, (klik) maar dan verder tot Zwolle, de vierbaans (klik), de tunnel, hè, (klik), en dan de zesbaans tot de Groninger zeedijken (klik). Joost: Zo. De koers staat (klik) op de rolkaart. Jaap, zachtjes d’r tussenuit. Pons: 5 km per uur (klik), en klein licht. Jaap: Ayay. (ze rijden) Hé, zeg, Joost! Joost, die dokter is misschien een sportief persoon, hoor, maar zouden we het dak niet een beetje dichtmaken? Dirk: Nee, ‘t werkt niet. ‘k Heb het al geprobeerd. Jaap: O, ‘t is hartje december. Joost: Nou, dan de kappen van onze koverals maar over het hoofd. Jaap: Kunnen we gelijk onze borst natmaken. (lachje) We moeten direct door de bewaking. Huub: Wat valt hier nog te bewaken? Ypenburg is al dertig jaar geen militair terrein meer. Joost: Het is en blijft een medisch centrum. Nou, daar heb je ‘t al: het valhek is neer. (ze stoppen) Huub: Wat vertellen we nou die bewaker? Jaap: Niks, want die is er niet: een automaat. bewakingsautomaat: Identificatie - identificatie - identificatie, dames of heren. Gelieve uw bezoekkaarten te schuiven in de gleuf gemerkt AG. Joost: Nou, Jaap, dat wordt een job voor jou: cybernetica, robotmachinerie. bewakingsautomaat: (lacht) Robotje flessen! (stapt uit) Nou, ‘t is wat moois hoor: eerst geen turbo, dan een kouwe rug en nou dit. (klopt op de automaat) Hé, da’s niet lang geleden geïnstalleerd. bewakingsautomaat: Pogingen tot verbreking worden gerapporteerd. Jaap: Ja ja! bewakingsautomaat: Herhaal: pogingen tot verbreking worden gerapporteerd. Jaap: Ja ja, zoet, knaapje, stil maar, stil maar. Wie zou jou nou willen verbreken, hè? (klopt weer op de automaat) Dirk: Nou, ‘t klinkt nogal hol, hè? Jaap: Ja, voor zo’n grote identificator moet ie dus erg compact zijn. Dirk: Ja. Jaap: Zeg, maar ze hebben dat snuffelaartje is vol neo-technetrons gestopt, zeg. Dirk: Nee. Nee nee, hij is te gevoelig, daar kom je niet omheen, hè. Die dingen kunnen bijna denken. Jaap: Bijna, ja. Daar zit 'em nou de kneep. Hun synapsen zijn zo van streek. Joost: Kun je d’r wat aan doen, Jaap? Jaap: O jawel, jazeker, laat Ome Jaap maar ‘ns even met ‘m praten. Mm! Ha, geen kaarten, nou dan, de knop van “mondeling”. (zachter) Jongens, kom d’r ‘ns effe bij, kom d’r ‘ns effe bij! (dat doen ze) bewakingsautomaat: Medicocenter. Mondelinge identificatie alstublieft! Mondelinge identificatie voor vier personen in robo, alsmede bestemming. Vingerafdrukken en netvliespatroon alstublieft. Gelieve u op te stellen op dertig centimeter van mijn sensorisch venster. Jaap: Hè hè, nou zullen we zien of het lukt jongens. Allemaal nog een beetje dichterbij! Kom, kom, anders ruikt ie lont. En netvliezen, vingers, namen, alles gooien we door mekaar, hè? En dan praat ik ‘m in slaap. Klaar? Vooruit, beginnen we nou… Naam? Joost Ros. Netvliespatroon. (zachter) Huub! kom, kom! Vingerprint. (zachter) Dirk, schiet op. Bestemming: naar buiten noch naar binnen, voor- en achterwaarts in dubbele richting. bewakingsautomaat: Geen informatie! Geen informatie! Repeteren alstublieft. Jaap: Naam: Joost Ros. Retinapatroon. (zachter) Dirk, dichterbij! Vingerprint (zachter) Goed zo, Huub! Huub: Hij begrijpt er niks van. Jaap: Retina per turbokopter, vingerprint per robo, bestemming zijwaarts, buiten-, achter-, voorwaarts. Retina per turbokopter, vingerprint per robo, bestemming zijwaarts, buiten-, achter-, voorwaarts. Kijk kijk kijk kijk, het ding raakt al in de war! Nou moet ik doordouwen jongens! Naam Joost Ros. Retina patroon (ikzelf), vingerprint (Joost? Goed zo, goed zo!) Bestemming per robo-heleoto-turbokopter naar van over-, buiten-, binnenwaarts, achter-, zij-, voor-, heletriensis transistorius sardonicus. Iets achteruit. (zachter) Jongens, iets achteruit. Kijk! Kijk! Ja, hij weet niet meer wat ie doen moet, en nou probeert ie alles tegelijk. (hek gaat omhoog) Joost: ‘t Hek gaat op... Nee, het komt weer naar beneden. Jaap: De tegenstrijdige gegevens hebben zijn synapsen ontregeld, snap je? (hek gaat omhoog) Dirk: Ja, ja, ja, daar gaat ie weer omhoog! bewakingsautomaat: Geen identi-formatie-mondelingen-kaarten-alstublief-30 centimeter knop... Joost: Mannen, als de donder in de robo, vooruit, voor die ophoudt! Jaap: O, maar dat duurt anders nogal even, hoor. Joost: Nou, even goed mikken, hè, dat we heelhuids onder dat geschifte hek door komen. Als we halverwege worden gespietst, zijn we nog niet gelukkig. (ze stappen in en vertrekken) allen: (lachen) Joost: Ik wist… ik wist niet dat je die dingen kon ompraten! Jaap: Als je maar weet hoe. Ha ha. ‘t Is eigenlijk hetzelfde als ze vroeger zo’n… zo’n mechanisch slot beduvelden, weet je wel, met een loper… Zeg, nou eh… gaan we automatisch? Hè? Tot 100, is dat genoeg? Joost: O, zat. We rijden het in twee uur. ‘n Vol uur reserve. We moeten toch afscheid van Gijsbers en z’n ploeg kunnen nemen. Jaap: Nou ja, goed goed goed… Zeg, hoe zitten jullie achterin jongens? Huub: Prima, zou ik zeggen. Dirk: Prima? ‘k Waai zowaar uit m’n koveral. Die ellendige open kap! Jaap: Hè. Zo. De weg naar Utrecht. Maar eh… met rijden heeft dat niks te maken, hoor. Die automaat berekent tegenliggers op Dopplersysteem. Dat ding doet alles zelf. Joost: Ik hoop dat de raket straks ook alles zelf doet. Jaap: Mm… Doet die video het, Joost? Probeer het ‘ns? Joost: Idee, ja. (klik) Ja, daar komt ie. verslaggever: Maar het enige dat we nu feitelijk van de reuzeraket zien, kijkers, is de dubbele starttoren. Een legertje experts, van hieruit niet groter dan muizen, is bezig de drie trappen voor het laatst te controleren. Het laden uit de ondergrondse tanks van de hyperbrandstof - vloeibare ozon en beryllium - is nog lang niet aan de beurt. Het is van het hoogste belang dat… Joost: (schakelt uit) Niks van belang nu. Ze praten de tijd vol. Jaap: (fluit bewonderend) Vloeibare ozon met beryllium. Dirk: Nou, ik hoop er het beste van. Huub: Ben je d’r nou al achter, Joost, wat ze in die ringen van Saturnus gaan doen? Joost: Nee, Huub, maar als wij met de Gamma aan de beurt zijn, dan weten we meer, hoop ik. Dirk: Ach, die ellendige geheimdoenerij. ‘t Is altijd zo geweest. Joost: (lachje) Dirk: Ja, eerst was er een doofpot. Toen kwamen de Verenigde Staten met hun bemande satelliet om de aarde en toen de Russen. ‘t Heeft miljarden gekost. Daarna verdwenen ze, door radio bestuurde projectielen natuurlijk. Niemand hoorde wat, niemand wist wat… De doofpot. Huub: Logisch, Dirk, anders hadden ze van de kouwe oorlog een hete moeten maken. Dirk: Ja ja ja, maar ‘t is nou nog gekker. In een maand of acht een project en nog wel in Nederland. ‘t Is toch crazy? Een expeditie naar Saturnus! Propaganda en al, open en bloot: formules, patenten, constructies… Breeduit. (Huub lacht) Zo breeduit dat niemand zich afvraagt wat er nou eigenlijk achter zit. Joost: Ja, Dirk, dat horen we vanzelf wel als de Gammaraket klaar is. Dirk: Ja, als ie eindelijk klaar is. Zelfs de boostertrap is niet afgebouwd. Gisteren kwamen twee Sirorksy-heffers aanslepen met het karkas van de middelste. Van de eindtrap nog geen spoor.
verslaggever: En dat, rechts, is de installatie waar het vliegverkeer wordt binnengebracht. Maar meer zal u dit grotere apparaat interesseren, bijgenaamd Betje, omdat ze alles beter weet. Namelijk de grote rekenmachine van de basis Oostschiermonnikoog, die de raket precies zal vertellen of ie bij de opstijging in z’n baan blijft... coördinator: (gaat naar een toestel en schakelt dit in) Post Utrecht gaarne. Henkelaar: O, eh… ik zie: u bent het zelf. coördinator: Wat is er aan de hand? Henkelaar: De Gamma-bemanning van Joost Ros is op terugweg naar u toe, naar de basis. coördinator: Ja, dat weet ik. Henkelaar: Hoe kunt u dat weten? coördinator: Niet ter zake, Henkelaar. Henkelaar: Maar wat wilt u dat ik doe? Ze laten arresteren? coördinator: Arresteren zou me niet schikken, Henkelaar. Iets eenvoudigers. Gaat u halverwege dat plaatsje, Amersfoort... Daar vind u...
Jaap: Het zal mij toch benieuwen hoe die multigromatische buitenwand zich houdt in de ruimte: hitte, kosmische straling, meteorieten… Dirk: Nou, wacht maar eerst tot ze boven zijn. Gijsbers zit op een bom. Wie heeft die brandstof eigenlijk getemd, Joost? Joost: Een zekere Albakirk, van De Havilland of zo, per vergissing. Hij werd ontslagen. Net als die metallurg die in 1971 de coating uitvond. Dirk: Ja, dat spul is volgens mij levensgevaarlijk. Huub: Mogelijk, maar met vloeibare ozon en beryllium bereik je de hoogste uitstroomsnelheid: 7,35 km per seconde. En om dit op te voeren tot 11,2 heeft men de beryllium geforceerd tot een kunstmatige atoomverbinding. Die energie komt er bij de start molecuulsgewijze weer uit. Vandaar. Het nadeel is: die stuwstof is gevaarlijk onstabiel. Joost: Nou, dat valt wel mee, Huub. Bij lage temperatuur is ze toch wel handelbaar. Joost: Nou, ‘k hoop het. Jaap: Joost? Utrecht-Amersfoort heb ik in de stuurrol. Pas op: de bocht… Ja, en eh… vergeet de dampen dan niet, Joost. Voor ik met geneeskunde afnokte, heb ik ‘ns zo’n geval gezien van berylliumvergiftiging. ‘t Werkt accumulatief. Joost: Daarom is de boostertrap dan ook klassiek uitgevoerd. Boven de stratopauze beginnen ze pas met… Zeg? Jaap: Mm? Joost: Wat is dat daar voor ons uit, in dat pikkedonker? Jaap: Verkeersfile, geloof ik. (lachje) De infrataster heeft het al lang gezien. (robo vertraagt) Joost: ‘t Is een rood stoplicht. Jaap, neem de robo op manuaal. Jaap: Hoezo? Joost: Anders gaat ie een meter boven op z’n voorligger staan en dan… en dan worden we vanachter netjes ingesloten. Jaap: Okay, okay… Dirk: Hé, het tegenliggend verkeer is vrij! (stapt uit) O, ik zie het al. Zeg, onze weghelft is opgebroken. We moeten op de andere rijbaan. (stapt weer in) Joost: Nou, dan maar even wachten tot het licht groen wordt. Even luisteren naar de video. verslaggever: En nu is het afwachten kijkers. Zojuist zag u een glimp van Captain Gijsbers, die min of meer gehaast door deze controlebunker langs kwam. Hij begeeft zich nu naar het lanceerplatform. En in afwachting van de verbinding met onze cameraman aldaar, hoort u nu voor de eerste maal de Nederlandse Ruimtemars van Jan Bergersveld. Dirk: Hè toe, zet ‘m af Joost, die vent maakt me misselijk. Joost: (zet af) Mm, Ruimtemars. ‘t Laatste wat we nodig hebben. Dirk: Die tamtam. Ja, ‘t lijkt allemaal echt, hè, maar toch, ik voel het, hè: de mensen worden beduveld. Beduveld worden ze, zeg ik je! Huub: Dirk, je bent nerveus. Dirk: Nou ja… (gromt geërgerd). Joost: Hè, dat groene licht blijft wel erg lang weg. (getoeter) En nog maar steeds geen tegenliggers. (getoeter) Hier, d’r protesteren d’r nog meer. Dirk: Zeg, het licht zit natuurlijk vast! Laten we d’r in rijden, voor er weer wat komt. Jaap: Jazeker, je tante! Wie weet hoe ver die baanversmalling doorloopt. Joost: Jaap, keren. Het kan als je vlug bent. Jaap: Hé, ‘k had wel een voorgevoel, hè. (getoeter) Goed, goed, een beetje achteruit dan. Ja rustig jij, rustig jij... Even kijken. Ja, het kan nog net. Joost: Voorzichtig, voorzichtig, Jaap. Jaap: Ja... Allez, anders staan we over een uur hier nog. Dirk: Joh, het gaat niet meer! Jaap: Ja, koest nou toch. Japie moet effe wurmen Joost: Tegenliggers, Jaap Huub: Twee transporteurs. Dirk: Kijk uit, Jaap! We gaan d’r aan! Grote Kijenkivics! (ze rijden weer) Joost: Nou nou… Even voorbij Huis ter Heide daar, daar is een zijweg die niet verhard is. Daarin. Huub: Onze paradoxale dood zou het moreel van de ploeg Gijsbers geen goed hebben gedaan. Joost: Dat geeft niet. Hun start wordt elektronisch bestuurd. Ze hoeven alleen op het afwerpen van de trappen te letten. Dirk: Ja, daar kan ‘t tenminste niet missen. Ze zitten met explosieve bouten vast. Eén druk op de knop en je weet het wel.
Van Meeteren: (neemt de hoorn van de telefoon op) Controlebunker, Van Meeteren… Goed. Vak 9 vrijmaken. Mooi. (legt weer neer) Wel, Zero over twee uur precies. coördinator: Uw ingenieur Meijering leidt de start? Van Meeteren: Mm. Dat is de bedoeling, ja. coördinator: Dus… u kunt tijdig van de basis weg zijn. Van Meeteren: (lachje) U bent toch ook onverbeterlijk. Hoe kan ik als hoofdingenieur van het project weg op dit moment? coördinator: Ik heb u gewaarschuwd. Meer kan ik niet voor u doen. Goedenavond, ingenieur Van Meeteren. (verlaat het lokaal) Els: O, daar bent u vadertje. O, het is hier allemaal zo verschrikkelijk opwindend. Ze willen u hiernaast voor een interview. Van Meeteren: Zijn ze gek!? Twee uur voor de start? Els: Maar vadertje, d’r is echt niks meer te doen. We moeten nu toch allemaal zitten wachten. Van Meeteren: Ach. Maar zie je dan niet dat ik niet in de stemming ben om… Nou ja, eh… goed dan. Els: Ja, ik heb me natuurlijk al laten interviewen. Van Meeteren: Wat? Jij brutaal nest! Zeventien jaar! Ja, wat heb je hier eigenlijk te maken? Jij zorgt dat je wegkomt. Vóór de start, versta je? Vóór de start!
Joost: Nah, we zijn wel van de regen in de drup, Jaap. Jaap: Ja. Joost: En nou nog bospaden ook. Dirk: Hè, waar zijn we eigenlijk? Waar zijn we nou toch? ‘t Hotst hier ellendig. Jaap: De rand van de Leusderhei, weet ik veel. Dirk: De Leusderhei, de Leusderhei… We… we hebben nog anderhalf uur. Jaap: Ja, dat moet je mij vertellen. Maar wat wil je nou jongen? De ene groep mensen maakt de robo’s, de andere de wegen. Dirk: Ja! Huub: Wat is dat neon daar? Jaap: Hè? Ah, eindelijk! Daar heb je de hoofdweg. Dirk: Drie kwartier kwijt! Joost:Ah, gelukkig. Dirk: Drie kwartier kwijt! Jaap: Dirkie, nou moet je me niet zenuwachtiger zitten te maken, want als ik weer de verkeerde weg indraai, dan is het jouw fout.
Els: Vader is zo zenuwachtig en… ongerust! coördinator: Inderdaad. En hij kan u daar niet nog bij hebben, juffrouw Els. Het is daarom het beste dat u met mij meegaat. Els: Blijft u dan niet? coördinator: Stellig niet. Els: U… u zegt het of… coördinator: Ik pleeg mij exact uit te drukken. Ik kan hier namelijk niets meer doen, juffrouw, en u evenmin. Ik zal u dus naar een passender plaats brengen. Els: Wat spreekt u toch altijd deftig! coördinator: Ik ben mij niet van zoiets bewust. Een ogenblik, ik heb nog enige schikkingen te treffen.
Joost: Ja, we schieten flink op, mensen: twintig kilometer van de Zwolse tunnel. Dirk: Ja, van één ding hebben we tenminste geen last, hè: onze opa’s stonden soms een half uur te wachten voor spoorbomen. Huub: Ja ja, er werd een enorm landbouwareaal opgeslokt door duizenden kilometer spoorlijn. De treinen rijden nu gelukkig ondergronds. Joost: (lachje) Het beperkt tenminste de mogelijkheid van verder oponthoud. Dirk: Ja ja ja ja, maar ik heb toch het gevoel dat we ’t laatste nog niet gehad hebben. Jaap: Ha ha, die Dirk met z’n gevoel! Windt zich altijd op, voor niks. Dirk: Ja. Nou, goed, geef me dan ‘ns antwoord hierop: waarom zijn we met een smoes naar Ypenburg gezonden? Waarom is de turbokopter opgeborgen en staat er een robo voor het meenemen? Iemand wilde ons van de basis weghouden. Maar waarom? Joost: Nee nee nee, Dirk, ‘t kan ook een samenloop van omstandigheden zijn. Dirk: Ja ja... En dat stoplicht, hè, was dat dan ook toevallig? Huub: Zeg, over een licht gesproken: kijk ‘ns boven ons, Joost. Joost: Hm. Warempel! Een polikopter... Dirk: Hij komt naar beneden. Jaap: Ja, z’n zoeklicht op ons. Nou, jongens, we zijn erbij hoor. Dirk: Ja... ja... wegpolitie: Wegpolitie - Wegpolitie. Wilt u stoppen, alstublieft? Stoppen, alstublieft! Dirk: De zeurpolitie.... Jaap: IJzeren hand in fluwelen handschoenen. Jongens, dan stoppen we maar. En op de parkeerbaan. Joost: (zucht) Ook dat nog! wegpolitie: Goedenavond heren! Weginspecteur Rilland tot uw dienst, heer Ros. Joost: U weet wie we zijn, weginspecteur? En wat we hier hebben? wegpolitie: Natuurlijk. Wij hebben de directeur van het medicocenter Ypenburg reeds opgebeld. Joost: Dus worden we nu gearresteerd wegens ‘t gebruik van zijn robo? wegpolitie: Integendeel! De directeur had begrip voor uw moeilijke positie. De nood drong. Hij begreep dat u niet anders kon. Hij laat u groeten en hoopt dat u geen verkoudheid opdoet wegens de defecte kap. Joost: Dank u. Dan neemt u ons niet kwalijk, weginspecteur, als we nu doorrijden? wegpolitie: Volstrekt niet, alleen verzoek ik u nog even daarmee te wachten. U moet mij toch in de gelegenheid stellen mijn educatieve taak te vervullen. Want, ziet u, desondanks gaat het hier om wederrechtelijk gebruik, althans om uw intentie daartoe. Vroeger was het helaas gewoonte weggebruikers bars in hun kraag te grijpen. Maar was dit psychologisch en sociaal verantwoord? Neen!! Men betaalde boete en vergat de zaak. Het systeem is gelukkig al tientallen jaren verouderd. Sinds de invoering van de sociaaleducatieve methode… Jaap: O, lieve mensen, daar gaan we weer... Dirk: Wat zei ik je? De tijd, de tijd... wegpolitie: Ik zei u heren: de sociaaleducatieve methode. Wij houden de weggebruikers rustig-bedaard voor wat de gevolgen van hun fouten waren-zijn-kunnen zijn. U bijvoorbeeld, heren, bestuurt een voertuig dat het uwe niet is, dat u niet kent, niet wezenlijk kent. Bij het in noodgevallen plotseling overgaan op manuale besturing… Wat kan er dan al niet gebeuren?? U zwijgt heren! Jaap: Lieve man, in noodgevallen is er geen kip die op een manuaal zal overschakelen. Joost: Kop dicht! Anders stuurt ie ons nog een sociale werker achterna. wegpolitie: U ziet het dus in. Maar ach, er zijn al zoveel wijder aspecten, zoals het slechte voorbeeld dat u geeft. U hebt natuurlijk de neiging uw intieme vrienden dit alles te vertellen en deze vertellen het weer verder. Dat men namelijk zomaar een robo kan nemen. Nietwaar, vrienden? Heren, bedoel ik. Het ondermijnt het moreel...
coördinator: Zo. In alles is nu wel voorzien. Els: Kijkt u altijd zo strak? coördinator: Dit is mijn gelaatsuitdrukking, van nature. Els: (lachje) U bent me d’r ook een! (ze gaan buiten) Dat is uw robo toch, hè? coördinator: Ja. Stapt u maar in. Els: Dank u. (stapt in) Zo. Even... O, die zit heerlijk! Een super? coördinator: Ja. (start de robo) Els: U weet zeker veel van raketten af, hè? Ik… ik heb u wel ‘ns met vader gezien. Maar eh… wat doet u nou eigenlijk precies? coördinator: Ik moet zorgen voor bepaalde dingen. Els: Hemeltje, ik heb nog nooit zo in spanning gezeten. En ik vind het flauw dat ik er niet bij mag. ‘k Loop toch niemand in de weg? (zucht) Om te zien, die start van dichtbij. Maar… dat lawaai zou me misschien m’n oren kosten. coördinator: Minstens. Els: ‘k Zou ‘t er toch voor over hebben. En… en om mee te kunnen gaan, dat… dat zou iets prachtigs zijn. De… de hele aarde te kunnen zien als...
Joost: Eindelijk zijn we ’m kwijt. Een half uur lang opvoedend gemeier. Nou, vooruit, Jaap! Jaap: Mm. Huub: We hebben nog een uur minus twee minuten. Dirk: We halen het niet! We halen het niet. Ik had het je kunnen voorspellen. Jaap: We hadden toch beter via de Afsluitdijk kunnen gaan. Van Zurich één rechte baan tot aan de Lauwers Zeepolder toe. Maar o, we halen het nog wel, o ja, want Japie gaat ‘ns zelf achter het wieletje zitten. Zo, op manuaal. Hou jullie vast... robo-speaker: Dame of heer, u overschrijdt de aangegeven verzekerde snelheid. Het branden van het rode licht betekent dat u onverzekerd, dus geheel op eigen risico rijdt. Jaap: (klopt op de automaat) Hou je mond, ding! robo-speaker: Ik herhaal... Jaap: Verzekering, mijn tante. Dirk: Net wat voor ons, of voor Gijsbers, en voor de Beta-bemanning. Jaap: Op uw polis een gratis reisje naar Saturnus. Automatisch, dame of heer. Huub: Ik bereken dat, als we ‘t nu kunnen volhouden, 180… Dirk: Een voorligger, Jaap! Jaap: Maar we houden dit tempo! En nu moet Japie daar even (gierende banden) omheen, want Japie is een geboren (gierende banden) coureur. En op z’n 190, hè, die volgende nog net effe inhalen. Dirk: Ben je gek geworden!? Een tegenligger! We gaan er op! GAS! Jaap: Dat dacht je maar, hè. (lachje) Japie is even goed als zijn cybernetische machientjes. Zo. Zeg, ‘t wordt drukker op de weg. robo-speaker: Al zijn, dame of heer, deze banden van het beste Stalite-draad, nog beter is: ze niet te vernielen. allen: Ja, dame of heer! Joost: Zo. Zo schieten we op. Huub: We halen het wel. Dirk: 't Halen? Zo, dus jullie hebben het nog niet door, hè? Joost: Nee nee nee, na die inspecteur ben ik het met Dirk eens, mannen: ze proberen onopvallend ervoor te zorgen dat wij te laat komen. Huub: Alleen kunnen we ‘t niet bewijzen. Joost: Toch wel, Huub. Weet je waarom? Omdat die zeurende inspecteur zich heeft versproken. Hij zei dat de politie het medicocentrum al had opgebeld. Dat betekent dat de medico nog niet eens wist dat ie z’n robo kwijt was! Iemand anders heeft dus de politie gewaarschuwd, iemand die veel wist. Erg veel, als je ‘t mij vraagt. Huub: Toegegeven. En je concludeert dat diezelfde iemand nu op pad is om ons obstakels in de weg te leggen. Dirk: Om ons te laat te laten komen, zie je? Huub: Ik zie alleen deze ongerijmdheid: de Alpha start, de Beta-bemanning is op de basis in reserve, en wij hebben geen functie. Wat wil die iemand dan van ons? Joost: Ja, er is iets aan de gang, vanavond, en het… en het bevalt me niet. Huub: Het hele project is ongerijmd, Joost. Zie je dat dan niet? Joost: Eh… ’t hangt er van af hoe je ‘t wilt zien. Huub: Ik hoef alleen maar logisch te redeneren. Punt 1: de koude oorlog Amerika-Rusland duurt al 40-50 jaar. Elkaars bemande baansatellieten hebben ze uit de lucht geschoten, maar Nederland zet een ruimtevaartproject op, let wel, door een groep particuliere concerns zonder enige ervaring op dat gebied. Punt 2: het project kost zeker een paar miljard. Het geld komt vast niet van particulieren. Jaap: Daar zeg je zo wat. Ja man, dat hebben de industrieën samen nog niet eens! Dirk: Nee, dat zit ook niet zo snor. Huub: Punt 3: nog vreemder… Waar komen de blauwdrukken, de plannen en de procédés vandaan? Joost: Ja! Samen is dat alles wel wat onbegrijpelijk. Huub: O, dat is nog lang niet alles! Punt 4… Jaap: Hou je vast jongens, klein bochtje. (gierende banden) Huub: Dus punt 4: die video vertelt een heleboel nieuws: technische bijzonderheden over stuurtapes, jato’s, boosters, retroraketten, leidstraalsystemen, inertievlakken en vrijheidsgraden. Dirk: Over procédés, zelfs over topgeheimen! Behalve over wat er achter zit, waar het om gaat. Huub: Eén ding is zeker: dat nergens bij of op Saturnus leven is in de betekenis die wij eraan hechten. Joost: Ja, het kan voor fysisch onderzoek zijn... Huub: Zeldzame mineralen? Mogelijk, want Gijsbers is tegelijk mineraloog. Joost: En zijn navigator, natuurkundige. Huub: Maar waarom is dan Baarstra tegelijk bioloog, en de cyberneticus Van der Meulen taalkundige? De bemanning is geselecteerd op dubbelfuncties, logisch, maar waarom juist deze? Joost: En dat is dan punt 5: waarom talenkennis? Jaap: Nou, ze willen d’r zeker met die blokken methaanijs gaan praten. Huub: Maar het slotpunt waar alles om draait is dit: waarom die onverantwoorde haast? Wat is er in die ringen van Saturnus zo urgent? Jaap: Vraag het de ringen! Huub: Het project is nu nog geen jaar oud en het missielenbasisje achter Oostschiermonnikoog is omgetoverd in een uitgestrekt terrein met een trainingsschool, een centrifuge voor 40 G… Jaap: Daar ben ik nog bijna in verongelukt! Huub: ...directiegebouwen, woonkwartieren voor personeel, loodsen, hangars, montagewerkplaatsen, raketsledebanen, elektrische katapulten, een enorme calculateur, tot de ondergrondse fabrieken voor de X-fuel toe. Die ontwikkeling zou je wel even explosief mogen noemen als die gevaarlijke stuwstof. Dirk: Nou, en dat allemaal als reclamestuntje voor een paar concerns? Huub: Ons kleine raadsel hier hangt samen met dit grote probleem. Wij, als derde bemanning, zijn maar onbeduidende pionnetjes en je ziet hoe wij geschoven worden. Joost: Tja... Ik denk dat ik alles zou kunnen oplossen als ik één ding wist: waarom proberen ze te verhinderen dat wij van Gijsbers afscheid nemen? Jaap: Ja, dat zou ik… Pas op! (gierende banden) Dat zou ik ook wel ‘ns willen weten. Maar daar komt dan nog wat anders bij: op de basis loopt tegenwoordig een vent rond. Hij is dik met Van Meeteren, de hoofdingenieur. Af en toe komt ie opduiken. Het is een norse kerel. Maar wat is ie? Wat doet ie? Niemand weet het. Joost: Een of andere waarnemer. We moeten natuurlijk niet overal wat achter gaan zoeken.
Jaap: Zo. Om Groningen stad zijn we heen. Vijf over half twaalf! Dirk: Krap twintig minuten! We halen ‘t nooit. Jaap: O, jawel, Dirkie, op die zesbaansweg, ja... (versnelt) Aha, 200. Alleen, het verkeer wordt drukker. Iedereen gaat kijken op de Groninger zeedijken. Dirk: Joost! Joost, zet de video nog ‘ns aan. Joost: Ja, da’s goed. Als we ‘t soms niet halen, dan zien we het tenminste. (schakelt in) Huub: Van meer belang is of Gijsbers het haalt. Joost: Ach, natuurlijk. verslaggever: Nog vijftien minuten. Daar binnen zitten de moedige mannen op hun veerstoelen. Niet liggend: de constructie van de stoel is zodanig dat naarmate de versnelling van de raket toeneemt - en de boostertrap bereikt niet minder dan 7 G, dit is zevenmaal de zwaartekracht - dat naarmate dus de zwaarte toeneemt, de leuningen meegeven en de inzittenden worden uitgestrekt… Jaap: Ach, zet die heikneuter toch af. verslaggever: Alleen in die houding kunnen Gijsbers en z’n mannen de moor… (Joost schakelt uit) Huub: Wat er ook achter het project steekt, Joost, de technische vormgeving is terdege genoeg. Joost: Nou ja, waar praten we dan nog over? Jaap: Ja ja, dat kan jij mooi zeggen Joost, maar het zou niet de eerste zwendel zijn, hè? Denk nog maar ‘ns aan die Amerikaanse showraket uit 1972. Joost: Dat eh… Herford Ship bedoel je? Jaap: Juist, dat bedoelde ik inderdaad. Joost: Nou, het ding is er nu nog. Dirk: Ja, omdat ze nooit een start van plan waren. Maar hier is het wat anders! Als dit een… een vuile zaak is… Joost: Ja, maar lui, wat er ook achter de hele zaak steekt: als ze hier starten, dan doen ze ’t goed. We leven goddank in een fatsoenlijk landje! Jaap: Wel ja. En daar gaan ze... Roetsj! Dirk: Man, zemel toch niet! Hou dat stuur in de gaten! Schiet op. Jaap: Ja, dat doe ik toch, hè? ‘t Kan toch niet harder met dat verkeer. Vooruit, uit de weg jij!
Els: Zou het eh... nou moeilijk zijn je in zo’n ding te verstoppen? coördinator: Alleen de bovenste trap van de raket komt natuurlijk in aanmerking. Een vertrekje van een paar kubieke meter. U zou daar beslist opvallen. Els: Ik? (lacht) Welnee, ‘k vroeg het zomaar. En ze inspecteren toch zeker alles voor de start? coördinator: Motoren, injectors, leidingen, generators, klimaatregeling… Inderdaad, alles. Els: Ach, jammer. Dan heeft zo’n verstekeling weinig kans. Maar… als die raket nou ‘ns… nou ‘ns veel groter was. Daar moeten er toch ook bergkisten zijn, en… en zo. coördinator: Ik raad u aan zich aan vakliteratuur te refereren, mejuffrouw Van Meeteren. Els: Ha, nee hoor, daar begrijp ik toch niks van. Maar… waar gaat u heen? Ik… ik moet die kant uit, naar… naar de personeelskwartieren. coördinator: U hebt ook familie in Groningen. Daar breng ik u heen. Els: Waarom? Maar dan zie ik niks van de opstijging!! En… hoe kunt u weten dat ik familie in Groningen heb?
Joost: Als we op het terrein komen, dan moeten we de controlebunkers zien te halen. Huub: Dan kunnen we misschien over de communicator nog afscheid van ze nemen. Jaap: O ja, die zitten daar met spanning op jouw droge toespraken te wachten, zeg. Joost: Daar voor ons rijden ze allemaal op een kluitje. Jaap: Ja, maar dat duurt niet lang! Vol gas. Dirk: Zeg, zeg, moet je daar bovenop? Jaap: Hé, wacht maar even, dit is niet voor niks de kar van de medico! (lachje - zet sirene aan) We hebben een sirene. Hoor ‘ns even! (lachje) Kijk ze ’ns wegstuiven. Dirk: Ja! Daar is de Zeedijk. Nog vijf minuten. Ja! Ja! We halen het! Zet ‘m op! Jaap: Dan laten we ’m een keertje helemaal uitlopen. (versnelt) 225! Daar in de verte het viaduct! Dirk: En er onderdoor! de anderen: Ho! Ho Jaap, Jaap Remmen! Remmen! Remmen! Jaap: Ha, verdraaid een hele colonne auto's in de weg. (banden gieren)
Joost: Dus eh… nu missen we de start. Kijk, in de verte gaan de hekken dicht. Dirk: Da’s afgesproken werk. Huub: Nou, we hebben één troost: we zijn onder dat viaduct door. We kunnen het tenminste zien. Joost: Zien? Ach, daar gaat het toch al lang niet meer om, Huub. Nee, het gaat om die raket. Als die het nu maar doet. Huub: Inderdaad. Wij hadden d’r ook in kunnen zitten. Zet de video nog ‘ns aan, Joost. (hij schakelt in) tijdklok: Nul min twee minuten. verslaggever: Nog maar een paar rode lampjes branden er op het centrale controlebord. stem 1: Radar 7, je bent nog op rood. stem 2: Sorry, daar komt ie. verslaggever: De enige wiens controlelicht nu nog rood staat is de eenzame man op het lanceringsplatform. Hij heeft de onderaardse leiding naar de brandstoftanks van de Alpha afgekoppeld. Zoals u weet moet de zeer temperatuurnukkige brandstof pas op het laatst worden geladen. Deze manoeuvres zijn getimed tot op seconden. Hij zwaait… Daar gaat het laatste. tijdklok: Nul min één minuut. verslaggever: Het laatste rode licht op groen. Eén minuut. Hier om mij heen is het stil, in deze controlebunker en erbuiten. Vier schijnwerpers verlichten van vier hoeken de raket, een bijna apocalyptisch monster. tijdklok: Nul min 45 seconden. verslaggever: De hoofdingenieur van Meeteren buigt zich over de mike. Van Meeteren: Wel, Gijsbers, Verbruggen, Baarstra, Van der Meulen, ik eh… Glück auf! Gijsbers: Okido, Metertje, en sluiten. tijdklok: Nul min 30 seconden. Dirk: Eindelijk houdt die verslaggever z’n snavel. Jaap: Gijsbers, fijne vent. Rustig. Ik weet nog hoe hij die dol geworden centrifuge stilzette met mij d’r in. Geen mens wist precies wat er moest gebeuren, en de anderen… Joost: Ja ja ja ja, dat weten we nu wel, Jaap. Jaap: Ja ja. tijdklok: Nul min 15. Joost: De generators. tijdklok: 10 - 9 - 8 - 7… Jaap: De voorontsteking. Onder z'n rooie neus. tijdklok: 6 - 5… Dirk: Waar blijven die pompen nou? Jaap: Daar komen ze. tijdklok: 4 - 3 - 2 - 1 - 0… (ontsteking) Joost: Precies! Daar gaat ie! Langzaam... Huub: De straalroeren houden ‘m goed. stem: Terug, Joost Ros, terug! Onder het viaduct! Nu! Joost: Wat? wat? Joost: Ja ja ja… Terug! Terug! Onder het viaduct! Allemaal! Vooruit! Jaap: De raket gaat over z’n kop! Lopen! (hevige explosie - verward geroep - hollende mensen - nog een explosie) Joost: Midden tussen de opslagplaatsen! Halverwege! Hah, een flits! Jaap: De stuwstof! (explosie) Dirk: Joost! Daar gaan de ondergrondse tanks!! (gegil - nog een explosie) Joost: Daarbuiten vallen brokstukken als rotsblokken! Dirk: Als de controlebunker het maar houdt! Daar zit de hele staf! coördinator: Wel, jongeman, laten we dat hopen. ‘t Is echter onwaarschijnlijk. Els: Onwaarschijnlijk zegt u? Goh, en vader is daar. Vader zit erin en… Hoe kunt u dat zeggen! coördinator: Ik heb hem gewaarschuwd, juffrouw, meermalen. Dirk: Wacht ‘ns even. Wie bent u, meneer? Wat… wat… wat… wat weet u hiervan? Els: Was ik maar… was ik maar niet met u meegegaan. coördinator: Een typisch emotionele reactie, terwijl ze mij in feite moest bedanken dat ik haar meegenomen heb. Dirk: Zij u bedanken!? Waar hebt u het over? In vredesnaam, daar verbranden mensen, worden uiteengerukt, de hele basis gaat in vlammen op. Hoort u het? Hoort u het? Mensen dekken zich onder de auto's en het helpt ze niet, ze worden verpletterd, kapotgeslagen, maar u staat hier te bazelen over… over dat u bedankt wil worden, terwijl dat kind haar vader daar in die bunker zit? Bah!!
Joost: (geluid van sirenes) ‘t Is ontzettend... Ontzettend! Huub: Ja. Ik kan het nog niet bevatten. Alles! Alpha, Beta, Gijsbers en z’n mannen, en de Beta-bemanning, de hele basis verwoest. En hier staan wij. Joost: Alleen wij. Wij leven nog. Wij, de enige bemanning. Dirk: Ja. En waardoor? Omdat iets of iemand vanavond op pad is geweest om ons te beletten op tijd aan te komen. Jaap: En nog scheelde het geen haar. Als jij, Joost, niet was gaan sprinten, dan… Huub: Of je ‘t zag aankomen, ja… Joost: Zag aankomen? Welnee, ‘t was een… een man die ons waarschuwde. Huub: Maar… wij hebben niks gehoord. Joost: Nou, d’r was iemand vlakbij en die zei dat… dat we ons moesten dekken onder het viaduct, en dat was voordat de raket begon te wentelen. Huub: Voordat de raket… Ja, maar wie kon ons dan waarschuwen, Joost? Want wie wist vooruit dat… Joost: Ja, wie wist van te voren dat… Huub, het sluit allemaal! Het sluit allemaal in ons raadsel van vanavond: er was iemand op pad om ons te redden, iemand die wist wat er zou gaan gebeuren. Huub: Een… een soort ziener dus? Joost: Ja, Huub. Een ziener. En een ziener die veel kon zien. Te veel. Veel te veel om nog langer op vrije voeten te mogen rondlopen! ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (3/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] Testbemanning werd in de 50-er jaren uitgegeven door uitgeverij Libra te Kontich. Op het proefterrein "Oostschiermonnikoog" in de gedempte Waddenzee is een reusachtige raketbasis gebouwd. Vanaf deze plaats wordt een expeditie naar de verre planeet Saturnus voorbereid. Eenmaal in de ruimte lijkt er een saboteur aan boord te zijn. Door onbegrijpelijke, haast bovennatuurlijke gebeurtenissen wordt de situatie van de ruimte-expeditie gaandeweg hopeloos… [2] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [3] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [4] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [6] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [7] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268) [8] geboren te Amsterdam op 21/06/1929 (Code TIN: 1248) [9] geboren in 1922 [10] nog geen gegevens [11] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [12] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [13] geboren te Amsterdam op 05/07/1909; overleden te Ibiza (Spanje) op 28/02/1992 (Code TIN: 1362) [14] geboren te Amsterdam op 14/12/1911; overleden te Amsterdam op 29/06/1969 (Code TIN: 6952) [15] De turbokopter is een soort helikopter van de toekomst, waarmee ze naar het medicocenter Ypenburg zijn gevlogen. [16] De robo of robomobiel is een soort auto. [17] De medico is Dr. Flinterman, zie deel 2. [18] Ze moeten van Rijswijk, bij Den Haag, naar Oostschiermonnikoog. |