|
TESTBEMANNING DEEL 11: ELEKTRONISCHE VISVANGST Carl Lans (1913) uitzending: KRO, zondag 10/12/1961 (herhaling: woensdag 28/06/1989) regie: Léon Povel ([1]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - ir. Reitsema: Wam Heskes ([2]) - Gerda: Irene Poorter ([3]) - Joost Ros, captain: Johan Walhain ([4]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([5]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([6]) - Huub, navigator: Frans Somers ([7]) - Els: Nora Boerman ([8]) - coördinator: Jo Nobel ([9]) - hoofdingenieur van Meeteren: Rob Geraerds ([10]) technische gegevens: 30'44" - 21,1 MB - mp3
Reitsema: 27 juli, Gerda. Vannacht wordt het lot van de Alpha beslist. Alles hangt ervan af of de Alpha het hulpmissiel met stuwstof kan binnenloodsen of niet. Gerda: Ja... Reitsema: Wel, het is vanaf de aarde goed genoeg geleid, maar het heeft toch daarna een enorm traject geheel onbestuurd moeten afleggen. Gerda: Mm. Het is eigenlijk fantastisch wat voor dingen ze tegenwoordig kunnen doen! Reitsema: Ja, Gerda, ‘t is groots. Je kunt je voorstellen: de Alpha in een rampzalige koers op weg naar de afgronden van het heelal, meer dan duizend miljoen kilometer onder het oppervlak van de zee van ons zonnestelsel, de ecliptica. Maar de aarde heeft haar niet opgegeven. Een paar weken geleden heeft zich een nietig projectiel van z’n basis losgemaakt op een staart van vuur: een missiel, een bode met een motor, een lading en een elektrobrein eenvoudig als de hersenen van een zwakzinnige. Gerda: (zucht) Hoe is het mogelijk? Reitsema: Radio-impulsen vertellen het de snelheid en de koers. En daar komt het met een onbegrijpelijke, onzinnige spoed door de diepte van het zwijgend heelal aansuizen. Het stompzinnige brein daar binnen in het missiel weet niets van meteorieten of sterrenlicht of quanten. Af en toe denkt het z’n kleine automatische gedachten, als het iets moet wijzigen aan zijn koers, maar al die tijd zendt z’n radiobaken in de kop een signaal uit als een vraagteken. Biep... biep... biep..., en niemand hoort het, niemand antwoordt gedurende z’n rechtstreekse reis van wel één miljard kilometer. Gerda: Tjonge... Reitsema: Maar straks vangt de Alpha het teken op en kan, als alles goed gaat, de radiobesturing overnemen. Als… Gerda: Ja, als dat missiel maar dicht genoeg bij komt. Reitsema: Ja, en… als niemand het belet. Ja, kom, laten we ‘t communiqué gaan klaarmaken. Gerda: Ho, dat wordt steeds moeilijker, meneer. Zelfs op de forums die ze nu alweer een tijd met de Alpha hebben is ‘t al lastig steeds wat nieuws te bedenken. Reitsema: De rust duurt niet lang meer, Gerda, de spanning is toegenomen onder de bemanning, wantrouwen en jaloezie. Gerda: Ja, afschuwelijk. Reitsema: En als er straks ook maar iets misgaat bij de aankomst van dat missiel, dan ja, dan is alles… eh... Enfin... Draait de scribiteur? Gerda: Hij kan, meneer. Reitsema: Goed. (schakelt in) “Wij zijn, lezers, nu gekomen aan de vooravond van gebeurtenissen die vannacht 27 juli tussen 2 en 4 uur in de Alpha worden verwacht. Dan zal het hulpmissiel, met z’n reddende lading chemisch water, het schip hebben ingehaald. De elektronische besturing moet door de Alpha worden overgenomen en het missiel behoedzaam binnengeloodst...”
Joost: Wel, Van Meeteren, over een drie kwartier zullen we ’t weten. Ja, het snijpunt van de baan ligt anders wel op de uiterste grens van precisie. Van Meeteren: Je hebt de coördinaten, Joost, maar ‘t blijven benaderingen. Doe wat je kunt. Het is onze laatste kans. Je mag het ding niet missen! Joost: Ja ja, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, bij een koers die maar zeven graden vlakker is dan de onze. Wacht even, Huub komt erin. Huub: De approximator zegt dat, als de gegevens binnen twee decimalen nauwkeurig zijn, we het missiel straks omstreeks 4 uur op de proxy moeten krijgen. Eerste waarneming geschat 4:07 uur. Ik ga dan nu naar het woondek, Dirk is er ook al. Van Meeteren: Ik hoor het. Omstreeks 4 uur. Nou, dan moeten jullie erbij kunnen komen. Overigens, het zal je wel genoegen doen te horen dat ik tot aan de top heb gevochten tegen een rechtstreekse uitzending van die plechtigheid. Joost: Ja, dat kunnen we d’r echt niet bij gebruiken. Van Meeteren: Het zal stellig niet eenvoudig zijn, Joost. Joost: Zeker niet. Van Meeteren: Nogmaals, wees voorzichtig. Jullie moeten hier levend uit komen. Houd je twee ogen wijd open, plus de andere zes die je niet hebt. Joost: Ja ja ja... Van Meeteren: En werk volgens systeem! Voor elke vitale handeling moeten er twee van jullie verantwoording dragen. Ik voorspel je: drie van jullie vieren zullen ‘t ermee eens zijn, en de vierde zal wel moeten. Joost: Ja ja! Sorry, ik... ik ga kappen, Van Meeteren. Voor al die opwinding begint, moeten we nog wat zien te eten. De anderen zijn beneden al begonnen en ik heb het ze zowat moeten dwingen. Van Meeteren: Okay. En zorg dat jullie d’r levend uit komen. Joost: Reken maar. En sluiten. (schakelt uit) Reken maar... Ik? D’r levend uit komen? Nee... ’t Is niet de selectie, maar de ruimte zelf is de test. Ja... haar zwijgen, waardoor er in jezelf dingen gaan spreken. Nou, naar beneden. Die zijn ook al gedrukt. Ze zitten nu in spanning... en in angst.
Jaap: Nou nou, ‘n mooie ben jij hoor, Joost. Ons dwingen te bikken en zelf verstek laten gaan. Hello! Wat zie jij wit! Joost: Nou, jullie zijn ook niet zo blozend. Dirk: Misschien kun jij eten, maar wij lappen het ‘m niet. Jaap: Nee. Nog een klein uur, hè? Joost: Ja, een klein uur. Huub: Als de koersgegevens exact genoeg zijn: vijftig minuten. Joost: We... Ze moeten het zijn, Huub. Jaap: Nou, anders ga ik d’r wel achter an, met een netje. (lachje) Hoe vind je dat idee? Hè? Els: Eh… zeg... zo’n... zo’n ruimtepak, als je ’t straks nodig hebt voor uitladen en zo, kan daar niks mee mis gaan? Jaap: Ja, wie dan leeft, die dan zorgt, zeg! Hadden we dat missiel maar vast te pakken. Dirk: Vijftig minuten... Wat kan daarin niet gebeuren? Joost: Ja, luister ‘ns even jullie, als we zo beginnen, halen we dat missiel nooit binnen. Jaap: Ja, toch heeft Dirk gelijk, Joost. Kunnen wij mekaar vertrouwen? Huub: Laten we ‘t liever praktisch stellen, Jaap: mogen we elkaar vertrouwen? Joost: Daar wilde ‘k het even over hebben, mannen: het binnenbrengen van dat missiel eist samenwerking van ons allemaal, maar we weten dat één schakel daarin ontbreekt. Er is een remedie: we kiezen het systeem zo dat we paarsgewijs werken. Wat de één, doet controleert de ander. Zo kan d’r niets gebeuren. Els: O, da’s een reuze idee, Joost. Zeg maar wat ik doen moet. Joost: Jij? Hier op het woondek blijven, Els, je Toeteltje verzorgen en ons beslist niet in de weg lopen. Els: Hè, wat doe je eng? Dus ik ben ook al verdacht? Huub: Ik vind het een logisch systeem, Joost. Zo sluiten we elk risico uit. Dirk: Niet elke verdenking, jammer genoeg. Joost: Ook niet nodig. Ieder mag voor mijn part verdenken wie ie wil... Dirk: Dan verdenk jij dus ook iemand van ons? Joost: Niemand, Dirk, of iedereen. Want jij ziet één ding voorbij, namelijk dat we allemaal gecompromitteerd zijn. Dirk: Els in ieder geval niet. Da’s onzin. Joost: Onzin, natuurlijk. Maar de manier van haar versteking is meer dan vreemd... Onverklaard! Els: Ja, maar je weet toch, Joost, dat... Joost: Welbeschouwd is tegen elk van ons een case op te bouwen. Om bij mezelf te beginnen: toen, in die meteorenzwerm, heb ik te hoog gestart. Ik kon niet meer bij de regelaar komen en ik werd bewusteloos. Let wel, dat beweer ik. Toch heeft iemand de regelaar teruggedraaid, maar niet afgesloten. Huub: Het is ongerijmd, ja. Logisch ben ik dan de man die de bom in m’n automaat heeft gezet. Alleen, ik weet ten slotte dat het niet zo is. Jaap: Hier hier hier, neem mij dan. ‘k Heb peentjes zitten zweten over die luchtcirculatie, de eerste nacht, toen de koolzuur niet werd afgevoerd. Ho ho! Joost: Precies. En Jaap kan niet bewijzen dat ie vrijuit gaat. Dirk: Nee, dat zeker niet. Jaap: Ja, en eh... Dirk kan die parasiet wel op ons hebben losgelaten. Dirk: Hè? Jaap: Jazeker. Jazeker, iemand die een vierdimensionale radio kan uitvinden, die kan dat ook wel. Dirk: ‘k Heb het niet gedaan, versta je!? Joost: Dirk, ik geloof dat ook geen ogenblik. Huub: Maar zekerheid hebben we niet. Dirk: Ja ja ja, maar één ding, hè: ik heb alles gedaan om het creatuur weer kwijt te raken. Jaap: Omdat ie misschien de verkeerde ging opeten, hè? Dirk: Wat? Joost: Dirk, jongen, we bedoelen het toch alleen theoretisch? Dirk: Theoretisch, theoretisch, ja! Zo kan je zelfs tegen die... tegen die kanariepiet wel wat gaan verzinnen. Huub: In elk geval zelfs tegen de coördinator. O, daar komt ie. coördinator: Ah, u bent dus de vertrouwenskwestie aan het behandelen, en mij? Ja, ik moet u nogal vreemd voorkomen. Joost: Ja, iedereen heeft recht op zijn eigenaardigheden. Dat maakt nog niet verdacht. coördinator: Toch geldt op aarde juist de persoon die - zonder zijn motieven te ontsluieren - probeert te helpen, als ten hoogste verdacht. Els: Ja, maar coördinator! coördinator: En niet geheel ten onrechte. Immers de methode van elke saboteur is eerst het vertrouwen wekken en dan toeslaan. Nu mijn case. Punt één: ik sta in feite buiten uw team. Punt twee: ik gebruik een vreemd persoonlijk dieet in strenge afzondering. Punt drie: u hebt zich al verbaasd hoe ik op mijn leeftijd de hindernissen van uw moordend trainingssysteem heb genomen. Joost: Maar dat maakt niet verdacht, integendeel. coördinator: Verdenking is vaak cumulatief. Punt vier: mijn motor behoeft naar uw mening blijkbaar niet de verzorging die mijn aanwezigheid rechtvaardigt. Joost: Theoretisch, ja, maar niemand van ons zal kunnen ontkennen dat... dat u een nuttige functie onder ons vervult, coördinator. coördinator: Zelfs ik niet, captain. U ziet hoe gemakkelijk zo’n case kan worden opgebouwd. Ik mag me nu wel weer verontschuldigen? Ik keer terug naar mijn motordek voor mijn bijzonder dieet. Dirk: Wat zeg je me daarvan... Joost: Een mooi voorbeeld, mannen, van objectiviteit. Dat hebben we nodig, en voor alles: systeem. Kom, jongens, nu allemaal naar ‘t stuurdek, om de hele zaak voor te bereiden.
Dirk: Okay... Ik heb die klassieke set al een tijd geleden omgebouwd voor elektronische besturing. Je weet dat ie werkt. Enfin, goed, dan maar weer controleren. Nou? Nou, Joost? Kom d’r bij staan. Joost: Ja, begrijp me goed, Dirk, dat ding is vitaal. Eén vergissing: noodlottig. Je draagt zodoende je verantwoordelijkheid niet alleen. Dirk: Ja... goed, goed... Huub: Ik ga de proxy instellen, op nabije ontvangst. (schakelt in) Ben je d’r, Jaap? Jaap: En of. Nee nee nee, pas op broeder, nee, jij stelt in op oneindig. Huub: O, sorry... Gewoonte. Jaap: Ja ja. Huub: Men zou dat bliepje ook moeilijk kunnen zien tegen een hele sterrenachtergrond. Jaap: En nou nog graag op achterzicht. Huub: Zo staat ie goed. Dieptebereik 300.000 km. Jaap: ‘ns Effe kijken... Akkoord! Hé, je leert het al. Dirk: Let op de meters, Joost. Elk van de twaalf buizen geeft z’n emissie. Gezien? Joost: Die werkt. Antennelijn? Dirk: Hè? Nou... eh... wacht, wacht... Ja, natuurlijk zit ie erin. Ja, nou... nou zendt ie uit. Joost: Nou, zet dan de ontvanger aan, kunnen we tegelijk de golflengte dubbelchecken. Dirk: 200 megahertz. Ja, hier is de instructie. Joost: Ik zie het... (ruis) Ja, nog iets terug, Dirk. ... Nou zijn we d’r toch, hè? Dirk: Waren we d’r maar! Als dat missiel maar dicht genoeg in onze buurt komt... Jaap: Huub! Daar is ie, die bliep. Huub: Joost, we hebben ‘m op het scherm. Joost: Wacht ‘ns. Ja, dat moet ie zijn! Dirk, geef het door naar de coördinator. Naar Els ook. Dirk: (schakelt in) Hallo! Hallo, Els. Coördinator! Missiel op het scherm! Missiel! Els: O, gelukkig! Hè, wat zalig. Ik kom boven. coördinator: Dit is voorlopig al iets, heer Dirk. En wat zegt de navigator over de tijd? Huub: Wat moet ik zeggen? Joost: De tijd, Huub, of ie... of ie op tijd is. En... en Dirk, zeg Els dat ze beneden blijft. Els: Hè, moet ik hier blijven? Nou, nou laat dan tenminste de visor aan staan. Huub: Mm. Afstand 300.000 km. Eerste waarneming volgt uit maximum bereik proxy. Tijd 3 uur 48 minuten 6 secon... 48 minuten? Hij is te vroeg! Dirk, koppel de parallax aan. Jaap: Waarvoor, Huub? Huub: De relatieve verplaatsing, de snelheid... Jaap: Ja, zoet maar, zoet maar! ‘k Mag het toch zeker wel vragen? Joost: Ik ga nu naar Huub. Jaap, kom jij hier bij Dirk. Dirk: Daar komt de parallax. Ja... ja... En hier krijgen we ook z’n radiobaken. Jaap: Haha! Ja, ja, ik hoor ‘m: het lammetje roept beeeeh. Huub: Verdikkeme, de snelheid! Het missiel is iets sneller dan berekend. Vandaar dat het te vroeg is. Niet 600 maar 614 per seconde. Joost: 614? Huub: Als je me niet gelooft, reken het maar na. ‘t Is sneller en komt dus vroeger op het punt waar het straks onze baan moet snijden. Joost: Ja, maar de naderingshoek is okay: zeven graden lees ik af. Huub: En tien seconden. Was die hoek maar iets stomper, dan lag het snijpunt dichterbij. Joost: Goed goed, maar we moeten aan de slag. Dirk: Wat is de kortste afstand waarop dat ding voorbijkomt? Joost: Wat zeg je, Dirk? Dirk: Ik vroeg, Huub, wat de kortste afstand is waarop ie ons passeert! Huub: Nou, dat zal ik dan wel even op papier moeten construeren. Dan krijgen we tegelijk een complete tijds- en afstandstabel.
Jaap: Raak je nou ‘ns uitgetekend, Huub? De tijd verstrijkt! Huub: Ja, de tabel heb ik, we moeten alleen nog verifiëren. Joost, kijk je even? Joost: Ja? Huub: Kijk, dit is de hoek ACS. Bij S is het theoretische snijpunt van de twee banen. Afstand AS 1.500.000 km. A is natuurlijk de Alpha. Joost: Het been MS afstand missiel tot snijpunt. Huub: 1.760.000 km. Afstand MA, basis van de driehoek, namelijk 300.000, is gelijk aan de reikwijdte van de radar. Joost: Klopt. De kortste afstand waarop het missiel ons passeert… Huub: Ja, je kan het aflezen: 130.000. Dirk: Wat!? Wat zeg je nou? 130.000? 130.000! Dat… dat… dat… Joost: Wat heb je, Dirk? Dirk: Joost: 130.000, en hier, hier, die verrekte asbak met lampen, dat ding komt niet boven een reikwijdte van 50.000 km uit. Jaap: Zeg, dat klopt niet, broer! Probeer ons dat niet wijs te maken. Joost: Ja, wacht ‘ns! Dirk, die stuursignalen gaan toch tot… tot… tot in het oneindige door? Laat staan die kleine 130.000 km? Wat sta je nou te vertellen? Dirk: Ach, weet je veel: daar in het missiel zitten Mercatorrelais. Die doen niks meer na 50.000 km. ‘k Heb er toch zelf mee gewerkt... Ons signaal, dat wordt op die afstand te zwak. Joost: Als dat tenminste allemaal waar is, maar hoe weten wij dat? coördinator: Ik hoorde over de visiefoon, captain, dat er moeilijkheden zijn? Joost: Als Dirk gelijk heeft, dan komen we d’r niet met deze zender. coördinator: Het nuttig bereik... 130.000 km. Mm. ‘t Lijkt me wel veel gevergd. Jaap: Zeg dan maar dag met je handje. coördinator: Tot hoe laat kan het missiel nog over uw proxy worden waargenomen? Huub: Nou, dat zou ik moeten narekenen. Ik schat tot 4 uur 28 minuten. coördinator: Het blijft derhalve nog 32 minuten in zicht, dus resteert u 32 minuten voor de oplossing van dit probleem. Jaap: Als het tenminste geen schijnprobleem van Dirk is, als ik het effe zeggen mag. Dirk: Mag je gelijk zeggen wat ’k doen moet. Jaap: Eenvoudig: spanning op de versterkerbuizen verhogen tot duizend volt. Dirk: Verdriedubbelen? (schamper lachje) Branden ze na een paar minuten door, vermoedelijk eerder. Joost: Goed, Dirk, maar we hebben tenslotte maar 20 seconden daarvoor nodig. Jaap: Dat zo’n zwakzinnig brein van zo’n missiel ‘n volle 20 seconden moet nadenken eer die sjoege geeft. Joost: Ja, maar de reikwijdte wordt voldoende: kortste afstand 130.000 km, bereik: driemaal 50.000. Dirk: Ja, maar het gaat niet. Ik voel het! coördinator: Heer Dirk kan het althans proberen. Joost: Wanneer is die kortste afstand bereikt, Huub? Huub: Volgens dit diagram hier, eh… over tien minuten... Dat wil zeggen: van nu. Joost: Begin ermee, Dirk, maak de zaak klaar voor die duizend volt. Dirk: Goed! Op jouw verantwoording als ze de geest geven. Jaap: Man, je hebt toch nog een reservestel? Anders kruip je d’r zelf maar in. Joost: Reservebuizen! Maar die hebben we nog niet gecontroleerd. Dirk: Ik heb ze gecontroleerd. Maar dat telt niet! Joost: Nou, kom dan voor de dag met die dingen. Jaap: Ja, wacht maar, ik pak ze wel even. Hier... in dit rek? Dirk: Ja. Els: Dirk? Ik kom wel bij jou staan. Dirk: Ja, da’s goed. Joost: Els, ik heb je toch gezegd dat je beneden moest blijven. Vooruit! Els: Ja, maar ik... ik zal m’n handen op m’n rug houden. Echt. Joost: Naar beneden met jou. Dirk: Laat dat kind toch! Huub: Ja, laat Dirk nou maar liever doorgaan. Joost: Kom, Els. Els: Nou, goed dan, maar ik hoor niks. Ik hoor niks! Joost: De viso staat toch aan, zeur niet! Els: Nou, ik hoor d’r toch ook bij? Ik hoor d’r toch ook bij? Jaap: Hier heb je ‘t stel. Twee balans en de rest, weet ik veel. Joost: Testen dan. En Jaap test mee. Huub: Nog acht en een halve minuut, laat dat radiobaken horen, Dirk. Zet de input op mijn meter, dan kan ik de toename van het signaal vergelijken met de berekening. Jaap: Ja, dat wordt natuurlijk sterker. Dirk: Nou, goed. Komt ie. Ja! Ja, laat me nou met rust! Joost: Nou, ik kom even bij jou, Huub. Huub: Hier is het bakensignaal in decibels. Kijk, Joost: de metercurve loopt heel langzaam op... Op dat punt, zie je, moet de top uitkomen. De kromme zal daar moeten afvlakken. Klopt met 130.000 km minimum. Joost: En het tijdstip? Huub: Een kleine minuut in ons voordeel. Joost: Dirk! Eén minuut erbij! Dus nog 8 driekwart minuut voor de kortste afstand. Dirk: Ontvangen en begrepen. Jaap: Je hoort die biep nou sterker worden. Zeg, Huub, hoe groot is nou de afstand? Huub: 164.000 ongeveer. Hij vermindert nog steeds. Jaap: En boven de 150.000 kunnen we het wel laten. Ja, kan dat nou niet een beetje vlugger met die reservelampen, Dirk, hè? Dirk: Het zijn er twaalf. Eén kapot en de hele set is waardeloos. Trouwens, jij wilt toch controleren? Jaap: Ik wil zelfs nog meer: we hebben nou twee kansen met twee stel lampen, nietwaar? Als het nou bij die eh… 130.000 km afstand niet lukt, kunnen we dan geen parabolische antenne in mekaar fietsen? Dirk: Hè? Jaap: Ja, ik bedoel met eh... net als licht, weet je wel? D’r een bundel van maken van... van dat leidsignaal. Joost! Joost! Hé, kom er nog ‘ns effe bij. Joost: Ja, ik het gehoord. Wat vind je, Dirk? Dirk: Weet ik veel. Joost: Ja... Dirk, kom nou. Dirk: Ja... Nou ja... eh… misschien. Misschien. De antenne die we gebruiken voor dit stuk asbak, eh… dat geeft helemaal geen bundeling. Jaap: Ja, goed, dan beginnen we vast aan plan 2, die richtantenne. We maken zogezegd een zoeklicht. Joost: Nou, laten we hopen dat plan 2 overbodig blijkt. Huub, hoeveel nog voor onze eerste poging? Huub: Zeven minuten. Dirk: Nou ik eh... ik zou liever hier blijven. Jaap: Teken dan die antenne zoals je ‘m nodig hebt, dan kan ik er aan beginnen. Dirk: Nou, stom eenvoudig. Jaap: O fijn. Nou, hier, heb je een blaadje, hier. Pas op! Pas op! Het drijft weg onder je hand uit. Dirk: Nee nee nee, ‘k heb ‘m nog. Jaap: Ja. Dirk: Stillino! Jaap: Wat nou? Dirk: Als je m’n tekening tenminste vertrouwt. Jaap: Zeg ‘ns effe, ik heb ook een moeder gehad. Huub: Zes minuten dertig seconden. Jaap: Zeg, hou jij je nou maar zo, of weet je niet meer hoe je een antenne maken moet? Dirk: Nee... nee, het is dat ding, het is dat rotding, dat gaat biep biep biep biep biep! Hè! Zachter die speaker! Huub: Nog zes minuten. Dirk: Nou. Kijk nou. Kijk nou! Jaap: Nou, ik kijk! Dirk: Nou, dan buig je... buig je dit, hè… Jaap: Ja, dit. Dirk: ...buig je in een cirkel. Jaap: Ja, ik ben niet achterlijk. Als jij het nou maar tekent, nietwaar. Mooi. Pik in. Kan ik onderweg de arme Els een beetje troosten. Dirk: Wat? Jaap: Els troosten. Jongen, maak... Alles komt toch terecht! Over honderd jaar hebben we allemaal een kale kop. Els: Oooh. Oh. Jaap? Jaap: Ja. Els: Zal het wel gaan? Jaap: Nee, kind, nee, ik ben op karwei. Dirk: Vijf en een halve minuut. Joost: Eh... weet je, Dirk, begin vast op normale spanning. Wie weet zijn de relais gevoeliger dan we aannemen. Dirk: Nee, merci. Die Mercatorbreeuwers heb ik vroeger ook gemonteerd. Die zijn zo gevoelig als plexabeton. Bovendien heb ik de duizendvoltlijn al in zitten. Jaap: Dirk? Dirk: Ja, wat heb je nou weer? Jaap: De sokkel, de invoer, waar die in moet, Dirk... wat, wat hè, wat.. wat neem ik daar nou voor? Die antenne mot toch ergens in passen, buiten op het schip? Dirk: Neem coaxiale kabel! Jaap: Ik heb geen coaxiale kabel. Dirk: Hè, verdorie, dan… dan… dan sloop het ding toch ergens uit. Jaap: Hallo, waaruit? Dirk: Vijf minuten. Dirk: Nou ja, ik... ik kom wel effe. Hè, dat ellendige gebiep! Zet het toch zachter! Zachter, jij! Joost: Nee, Dirk, ik ga. Ik weet er wat op. Dirk: O, ‘k ben zo terug, hoor, en als ik het zelf niet doe… Joost: Jij blijft waar je bent, Dirk! Hier wordt geen enkele fout gemaakt. Dirk: In sectie ypsilon Bernard sub 1, 2 of 3, motordek!
Joost: Zo. Jaap, daarin, daar boven, naast de A-tank, sub 1, 2 of 3. Jaap: Ja, die biep heb ik hier ook maar zachter gezet. Ellendige hoge toon, ik krijg d’r wat van. Huub: Vier minuten. Jaap: Ja! ‘k Heb ’m open! Ach, zeil ‘ns effe die kniptang hierheen. Daar, in ‘t kissie van je liefie. Joost: Hier, vang, voor die de bedrading raakt. Wat zei je? Jaap: Niks. Ja! Hebben. En nou? Joost: Nou d’r uit knippen natuurlijk. Jaap: Nou, d’r zit vlag genoeg aan om ‘t er later weer aan te lassen, dus... Huub: Drie en een halve minuut, Dirk. Dirk: Ja, Huub, ik kan zelf ook wel klok kijken. Huub: Ik hoop het. Luisteren kan je in elk geval erg goed. Dirk: Ja, en wat jij kan, nou dat vertel ik je nog wel ‘ns. Jaap: Wel wel wel, jij bent er weer eens niet, hè Joost? Joost: Ach, eh… zenuwen. Jaap: Hier kom ik met m’n kabel. Nou, de spullen hebben we, en soldeerboutje, soldeerboutje. Huub: Drie minuten, Dirk. Dirk: Ja!... Zeg, die biep begint af te zwakken. Huub: Nee, hij wordt nog sterker. Dirk: Luister nou zelf! Ik zeg je toch… Huub: Inbeelding. Wachten. Dirk: Jij kan op je kop gaan staan! Ik begin! Joost: O, gloeiende barrels! Wacht even!... Dirk! Dirk: Ja? Joost: Wachten met inschakelen tot Huub het zegt. Dirk: Ik heb het al gedaan. ‘k Heb maling aan jullie, dit is m’n vak! Joost: Maar Huub z’n rekening. Dirk: Ja, da’s theorie. Dag, hoor! Joost: Ik ga zelf naar boven, Jaap. Jaap: Vergeet dat maar, de tien seconden opwarmtijd zijn om. Joost: De buizen, hoe lang? Duizend volt. Jaap: ‘t Kan meevallen. Twintig seconden? Joost: Ja. Ja, dat heeft het missiel nodig om de impuls te herkennen. Dan schakelt het relais om en dan horen we ’n andere toon. Niets. Niets, Jaap! Niets! Ik ga naar boven. Ga jij hier door.
Dirk: Dat is dat... Huub: Dirk! Het signaal was nog niet op z’n top, ik heb je zo gewaarschuwd! Ha, daar is Joost. Ja, meneer wou niet luisteren. De vraag is alleen: waarom niet? Dirk: Kan ik het helpen? Vijfendertig seconden en floep! Hier, het hele stel buizen is zo zwart als koolteer. Die rotdingen!! Joost: Zwijg, wil je? D’r is nog een reserveserie. Zet ze d’r in. En dit keer doe je wat ik zeg, verstaan? Dirk: Ja… coördinator: Primair functionerend. Dirk: Ja, u zat nooit in angst, coördinator, uw knieën staan nooit te knikken. coördinator: Niet dat ik weet. Dirk: Als u een normaal mens was, dan zou u wel degelijk... Joost: Laat dat, Dirk. Ja, waar ga je heen? Dirk: ‘k Ga naar beneden. ‘k Ga ‘t overnemen van Jaap. Die prutser verknoeit toch de zaak als ik het aan hem moet overlaten. Joost: Ja, wat die Dirk bezielt... Hoelang hebben we nog, Huub? Huub: Het signaal begint langzaam af te nemen. Het is nu 4 uur 13 minuten en 12-13-14 seconden. Afstand alweer iets over de 150.000. Over 14 minuten 54 seconden ‘t laatste punt van waarneming. Joost: Ja, we moeten voortmaken. En één van ons moet naar buiten, op de romp, om de antenne te richten... Jaap, hoe vorder je d’r mee? Jaap: ‘t Was natuurlijk weer niet goed naar de zin van meneer, hè. Dirk: Ah, maar jij kan nog geen tekeningetje behoorlijk lezen. Jaap: Op zo'n sigarenzakje zeker? Joost: Nou zijn ze daar weer bezig. We hebben nog een kwartier verdorie. Eén kwartier. Wat Dirk bezielt... Jaap: Nou ja... nou ja Dirk: Nou ja, misschien kan het zo ook wel. Jaap: Ja, we zijn er zo. Joost: Ja, ik ga toch even naar het machinedek. coördinator: Misschien kunt u in plaats daarvan beter eens rustig nadenken over deze vraag, namelijk: wie gaat er straks naar buiten? Joost: Wie, zegt u... Wie gaat er straks naar buiten, met die antenne?
Joost: Hoe eh... hoe staan we nu, Huub? Huub: Nog krap zes minuten. Het missiel is nu op bijna 225.000 km afstand. Daar heb je ze eindelijk met hun antenne. Dirk: Zo. Zo, hier is het spul. Wat nou? Joost: We hebben een doorvoer naar de buitenkant van de romp. Zitten d’r stekers aan de kabel? Dirk: Ja ja ja, je mag kijken, hier. O, wacht, mijn reservebuizen moeten nog in de set. Joost: Goed, en dan gaat één van ons in z’n drukpak naar buiten om de antenne te richten. Jaap: Richten? Zomaar? Daarbuiten op zie je beslist niks van dat missiel. Dirk: Nee, da’s eenvoudig. Huub leest de stand van het missiel af en ik vergelijk op de proxy of de richting van onze straal goed is. Huub: Ook dit kan. Dankzij Dr. Tupols. Nou en dan de aansluiting binnen, daar, Jaap. En ik plug buiten het eind van de coax in de sokkel. Nou eh... dan ga ’k maar. Jaap: Ja, wacht ‘ns effe, Dirk, wacht 's effetjes. Waarom jij? Waarom jij? Dat kan ik toch beter doen? Huub: Schiet wel op! Vijf minuten is de limiet: laatste waarneming missiel op 300.000 km. Daarna halen we ’t zelfs met die gebundelde straal niet meer. Dirk: O, met de gebundelde straal wel, zelfs nog het dubbele. Huub: Nee, Dirk, want op 300.000 houdt de aflezing op. Dan is ie uit proxyzicht. Waarop moet een man buiten dan nog richten? Dirk: O! Ja, nou, vooruit met de geit. Joost: Nee, Dirk, jij moet bij de set blijven. Dirk: O?? O, zat het zo? coördinator: Tot op heden werkten wij twee aan twee. De vijfde man onder ons had geen functie en was ongevaarlijk. Dat wil zeggen: binnen het schip. Maar de vijfde man buiten, met die richtantenne, deze man zal met veel zorg moeten worden gekozen. Deze keuze, captain, beslist over het lot van deze hele expeditie. En wie van ons staat boven verdenking? Huub: Nog vier minuten. Afstand 251.000 km. Joost: Ook u bent nog nooit aan de buitenkant geweest, coördinator. Durft u het aan? Het drukpak, kent u het voldoende? coördinator: Tamelijk. Ik heb het oorspronkelijk model tot iets bruikbaars helpen modificeren. Joost: Dan doe ‘k een beroep op u, meneer Thomson, maar haast u. coördinator: Goed. Er is ook nog het probleem hoe die antenne twintig seconden lang onbeweeglijk te richten. Maar gelukkig heb ik een nogal vaste hand. Joost: Wij naar onze plaatsen. Jaap controleert Dirk, en ik Huub.
Jaap: Nou, ik heb zo’n gevoel, Joost, dat we d’r ingetuind zijn. Huub: Drie minuten en tien seconden. Joost: Nu is ie bezig z’n pak aan te trekken. Dirk: We kunnen ‘m nog tegenhouden Joost. Joost! Joost, zeg nou wat! coördinator: Captain, m’n advies: controleert u de lampen in het toestel van de heer Dirk, of ze goed zijn ingeklemd. Joost: Ja, maar coördinator, we hebben het zelf gezien. coördinator: Controleert u de lampen, Ros. Dirk: Hij heeft ons gehoord... Het is vuiligheid! Het is... Jaap: Ja, laat mij maar ‘ns even, laat mij maar ‘ns even. Dirk: De lampen staan erin. Kijk maar met je kologen. Jaap: Afblijven jij, dat doe ik wel. Eens effe voelen... hé! Kijk ‘ns an hier, hè: die zit er los in!! Dirk: Wat?? Hé, dat kan niet Jaap: O nee? Waarom word je dan zo bleek, hè? Joost: Dirk, je hebt ‘m... Dirk, dat is een vergissing, hè? Els: Dirk kan het niet helpen, Joost, ik… ik weet het zeker. Nou, zeg dan wat Dirk, toe. Joost: Els, ga weg! Vooruit! Jaap: De rest zit vast. Dirk: De balanseindtrap! Hoe kan dat? Hoe kan dat? Huub: Nog ruim twee minuten, lui. Joost: (luchtsluis open) Thomson gaat in de luchtsluis. Dirk: Ik was het aan inzetten toen die vent ons begon op te juinen. Voorzichtig! Voorzichtig! Hij speelt een spel! Hij moet gezien hebben dat ik me vergiste! Vergiste!! Joost: Het blijft eigenaardig. Maar laten we d’r over ophouden. Huub: Die biep wordt steeds zachter. Daar gaat ie, het missiel, op 270.000 km. De bliep op het scherm wordt miniem. Joost: Dirk, schroef die speaker op, en geef de coördinator ‘ns. (schakelt in) Coördinator, we hebben nog één minuut en veertig seconden. coördinator: Ik bereik juist de plug, captain, ik moet voorzichtig gaan. Eén verkeerde beweging van mij en u kent het gevolg, nietwaar. Dirk: Zeg dat ie opschiet!! Joost: Ik hou verbinding met u, coördinator. Directe inschakeling gaat u over Huub voor directie. Huub: Eén minuut twintig seconden. coördinator: Nutteloos, heren, mij voortdurend te onderrichten omtrent de tijd. Ik heb de tijd. Hier in deze helm is namelijk een chronometer. Dirk: Joost, de bliep is bijna niet meer op het scherm te zien! We zitten tegen 290.000, Joost. Joost: Coördinator, nog iets meer dan zeventig seconden. En daarvan vijfendertig bruikbare seconden. Waarom moet u per se de allerlaatste afwachten? coördinator: Antennekabel ingeplugd. Joost: Timen! Huub! Huub: Zestig seconden. Joost: Dirk, in... inschakelen! Dirk: Ja. Ingeschakeld. Jaap: Verder, Dirk! Zo… Klopt! Joost: Vijftien seconden voor opwarmen, Dirk. Talkie, coördinator op Huub overzetten. Dirk: Ja, gaat ie. Gaat ie. Huub: Coördinator, richt u zich algemeen neuswaarts Alpha, wenden hoek ongeveer 8 graden zuidwaarts. Joost, time jij verder. coördinator: Positie ingenomen. Joost: Nog 45 seconden! Output op antenne, Dirk. Dirk: Okay. Joost: 40 seconden. Maximaal 15 seconden voor richten. Je ziet de straal op het scherm. Het zit vlak bij de bliep. Huub: Ja. De juiste coördinaten, de lengte is... Joost: Heeft ie zo niets aan, Huub. coördinator: Wel, heren? Huub: U moet iets naar links, 7 graden. Hoe moet ik dit nu uitdrukken? Joost: Geef hier. Coördinator, iets... iets hoger. Huub: Nog 25 seconden, voor de limiet. Joost: U bent er bijna, iets... Doet u het nu. Huub: 20 seconden, de laatste! Dirk: De straal is verkeerd, Joost! Kijk, het is ernaast. Joost: Coördinator, u richt verkeerd. Hoger! Hoort u me? coördinator: Ik hoor u. Joost: Doet u nou wat ik zeg! coördinator: Daarvoor is het te laat. Joost: Te laat?! Huub: Nog 10 seconden. ‘t Maakt nu niets meer uit. Joost: Heb ik toch de verkeerde naar buiten gestuurd. Jij Thomson, luister, jij schoelje! je hebt ons te pakken! coördinator: Emotioneel, captain. Joost: Jij grinnikt...! Daar gaat onze laatste hoop! Huub: Eén, nul, nul plus één, nul plus twee, nul plus drie… Dirk: De buizen!... Huub: En de bliep: verdwenen. Jaap: Nou, dat gebiep zullen we nog wel een tijdje horen. Hoor ‘m gedag zeggen, hoor ‘m. (biep houdt op) Dirk: Het stopt!... Joost: Hij stopt... coördinator: Dat simpele brein denkt na, heren, of u de moeite eigenlijk wel waard bent. (nieuw signaal) Huub: Zeg, wat gebeurt er? Joost: Wat er gebeurt? Wat er gebeurt, Huub? Hij... hij... coördinator: Het ontvangstsignaal, heren. Els: Wat betekent dat? Heeft ie het toch gedaan? Dirk: Els... hij stopt, hij stopt, het missiel! Joost: Werkelijk, mannen, hij stopt! Els: O, ‘t is toch gelukt! O, ik... ik… ik was zo bang geworden. Dirk: Nou kom, kom, kom nou, kom maar hier jij. Die meisjes, hè, altijd van streek. Nou... we zijn d’r, we hebben ‘m! Jaap: Wow. Jonge jonge jonge, en ik maar aan m’n erftante zitten denken. Huub: Ik begrijp het niet! Hoe is het mogelijk? Els: O, wat heeft het nou, lieve Huubje, we hebben het missiel. Huub: Ja, waardoor, dat moet ik weten. Els: Door Dr. Thomson. Huub: Maar hoe? Coördinator, u richtte onder het doel? coördinator: Uw berekeningen waren wel goed, heer Huub, maar niet goed genoeg. Dat is alles. Ik moest dus uw gegevens herleiden. Huub: Uit uw hoofd? Dat kan niet! Dat vereist een berekening, een methode. Waar hebt u die geleerd? coördinator: Breekt u zich niet het hoofd hierover. Voor de hogeschool waar ik studeerde zoudt u, heren ruimtevaarders, uw toelatingsexamen nog moeten doen. ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (4/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [2] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [3] geboren te Amsterdam op 29/06/1936 [4] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [5] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [7] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [8] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [9] nog geen gegevens [10] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659)
|