|
TESTBEMANNING DEEL 12: NOODLOTTIGE GEVOLGEN Carl Lans (1913) uitzending: KRO, zondag 17/12/1961 (herhaling: woensdag 05/07/1989) regie: Léon Povel ([1]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - ir. Reitsema: Wam Heskes ([2]) - Gerda: Irene Poorter ([3]) - Joost Ros, captain: Johan Walhain ([4]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([5]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([6]) - Huub, navigator: Frans Somers ([7]) - Els: Nora Boerman ([8]) - coördinator: Jo Nobel ([9]) - hoofdingenieur Van Meeteren: Rob Geraerds ([10]) - kwizbaas: Rijk de Gooyer ([11]) - aardcontrole: Dick van ’t Sant ([12]) - directeur van de Video Omroep: Jan Apon ([13]) technische gegevens: 32’20” - 22,2 MB - mp3
Reitsema: Het volgend communiqué, Gerda. En een zucht van verlichting. Gerda: Dus alweer heeft die coördinator Thomson de zaak gered. Reitsema: Ja, hij schijnt wel in hoofdzaak met de expeditie te zijn meegegaan om brokken te voorkomen. Onopvallend, hè. Gerda: Mm. Reitsema: Als je ziet hoe hij zo wist te manoeuvreren dat Ros hem uitkoos als de man die buiten op het schip de antenne op het missiel moest richten. Gerda: Ja, de saboteur kreeg eenvoudig geen schijn van kans. O, kan die Dr. Thomson dan alles? Reitsema: ‘t Gaat er wel veel op lijken! Ga maar na: hij wist ook dat niemand dan hij dat karwei kon verrichten. Alleen de coördinator kon de gegevens van de navigator uit het hoofd herleiden. Zelfs krijg ik de indruk dat ie Huub helemaal niet nodig had. Gerda: Ja, dan moet ie wel een rekengenie zijn. Goh, als ooit iemand achter die saboteur komt, dan moet het de coördinator wel zijn. Wij hebben d’r nog geen idee van… Of u misschien? Reitsema: Mm. Ja, Gerda, ik heb een hypothese daarover, sinds vannacht. Alleen, ze dekt nog niet alle feiten. Enfin, het missiel is binnengehaald, dat is ‘t voornaamste. Gerda: (lachje) Zo is het. Ja, die Dirk is wel ontzettend raar gaan doen. Jaap heeft zelfs die antenne nog voor ‘m nog moeten bedenken. Reitsema: Tja... Of het wantrouwen dat zich meer en meer tegen Dirk keert, maakt ‘m zo bokkig, of… z’n vriendschap met de captain is ook al bedorven door de geschiedenis met Els, hè. Gerda: Tja. Reitsema: Wel, draaien maar het toestel. Gerda: (lachje) “Toestel”… Wat ouderwets! “Scribiteur”! Hij kan. Reitsema: Mm. Daar gaan we dan. (schakelt in) “Vannacht te 4 uur 28 minuten en 8 seconden, op het uiterste moment, hoorde de bemanning van de Alpha met ingehouden adem de zoektoon van het hulpmissiel overgaan in de ontvangsttoon. De neusraketten remden het missiel scherp af, waarna de besturing door de Alpha werd overgenomen tot het op enige meters van het schip tot stilstand werd gebracht…”
Joost: Wel, mannen, we hebben het lammetje eindelijk langszij. Els: O, ik vond het zo zielig. Het arme beestje riep maar van “beeeh” op zoek naar z’n moeder. Jaap: Nou, hij was anders wel doof, hè? Twee stel radiobuizen hebben we stuk geblaat voor die ons hoorde. Els: Ha, gekke Jaap! Joost: Ja ja, maar we zijn er nog niet. Kijk, gedurende de tijd dat de lading wordt binnengehaald, dan zitten we in onze drukpakken en ik hoef jullie niet uit te leggen hoe kwetsbaar we dan zijn. Dus, we gaan door met onze twee-aan-twee methode. coördinator: Liefst nog iets zorgvuldiger, captain. Vannacht zijn er drie slips geweest, waarvan elk op zichzelf noodlottig had kunnen worden. Joost: Drie, zegt u? coördinator: Ja, drie... Bij de eerste poging het missiel met normale signalen te bereiken, heeft niemand erbij stil gestaan dat drievoudige spanning op de buizen minder dan drievoudige emissie geeft. Dirk: Wat? Joost: Wat zegt u? coördinator: Elementair. Afgezien van bijkomende insubordinatie was het missiel daardoor toch niet bereikt. Het tweede verzuim werd verholpen door de heer Jaap, die - in plaats van de aangewezen elektronicus - op het zeer voor de hand liggende denkbeeld kwam door middel van een richtantenne het stuursignaal te bundelen. Dirk: Wat bedoelt u daarmee? coördinator: Dat dit, voor iemand van uw capaciteiten, heer Dirk, een ernstige nalatigheid was. En uw derde noodlottige fout verhielp ik zelf: één der buizen in het toestel leek mij hoger te staan dan normaal en was derhalve niet ingeschakeld. Dirk: Toevallig! ‘k Kan me vergissen! coördinator: Uw tweede man had u moeten controleren. Jaap: Nou, lieve man, dat blijft mensenwerk! Wat wil je nou? Huub: En Dirk heeft tegen mijn bevel in de eerste maal z’n set te vroeg ingeschakeld. Dirk: Ja, jullie kunnen allemaal doodvallen. Joost: Dirk, dit is geen houding! Zo verbeter je de zaak niet. Enfin, wij gaan naar beneden, naar het machinedek. Wilt u, coördinator, hier de wacht betrekken? coördinator: Dit is een vertrouwenspositie... Joost: Ja, die u zichzelf hebt verworven, coördinator. Eh… als aardcontrole ons oproept, kunt u wel een verslag geven van wat we nu aan ‘t doen zijn. Kom, mannen, volgen. Beneden onze ruimtepakken aantrekken, ankerlijnen meenemen, wederzijdse cilinders en sluitingen controleren, en dan evacueren we het machinedek en openen de laadruimte.
coördinator: Wel, jongedame? Els: Ik eh... kom maar ‘ns hier. coördinator: Wat spookt er thans weer rond in dat kleine blonde hoofd van u? Els: Hè, ik zou ook wel ‘ns graag in zo’n drukpak buiten ‘t schip willen komen. Het... het moet geweldig zijn! Sterren aan alle kanten om je heen! Maar... ‘t is misschien te gevaarlijk voor me. Als iemand je ankertouw doorsnijdt, dan... coördinator: Gevaarlijk... Niet voor u. De anderen zouden zo bezorgd om u zijn dat ze geen rust hadden voor u weer veilig binnenboord was. Els: Ze zijn zo attent. Soms denk ik wel ‘ns dat ze ’t overdrijven. ‘t Is niet eens makkelijk ‘ns eventjes alleen te zijn. coördinator: En als u alleen kunt zijn, dan komt u... mij opzoeken? Els: U bent ook het liefst helemaal alleen, meneer Thomson? U bent zelfs niet eens getrouwd, hè? coördinator: Ik vrees dat ik daarvoor minder geschikt ben. Els: Toch zou... Eh… ik bedoel... U... u zou zoveel steun kunnen geven aan een vrouw... een... een meisje. coördinator: Mm. U weet zo’n geschikte kandidate voor mij? Die ik zou moeten steunen? U zelf misschien? Els: Ik?? Dacht u nou heus... coördinator: O, ‘t leek me al onwaarschijnlijk. Met al die steun van enthousiaste jongelieden om u heen bent u tamelijk volgeboekt. Of wenst u die lijst nog uit te breiden? Els: Bah! Misselijk... coördinator: Of zocht u tegelijk... informatie? Wel, die methode is - alhoewel gevaarlijk - effectief: u weet over elk van de vier al reeds meer dan zij van elkaar, en over Captain Ros in het bijzonder. Els: Hij is echt interessant. coördinator: Zonder twijfel, juffrouw Els. Niettemin kunt u hem rustig afvoeren, althans van uw persoonlijke lijst. Els: Hè, waarom doet u toch altijd zo naar? Als u iets van de mensen begrijpt, dan moest u weten dat... dat juist hij het is die… die... die van mij... coördinator: Vreemd... De man die volgens uw terminologie “het juist is”, leek mij een heel andere, namelijk Dirk. En met Dirk valt niet te spelen. Els: Bah! Akelig bent u. U… u probeert me alleen maar in… in de war te maken. Nou, als u zo doorgaat, dan ga ik weer naar beneden. coördinator: Een voortreffelijke rustverzekerende oplossing, inderdaad. Els: Wel alle... O, wat bent u een mispunt! Een echt mispunt! Nou, weest u maar niet bang dat ik me nog aan u opdring. Ik eh... ik had medelijden met u, omdat u altijd zo alleen bent, maar in plaats daarvan...Nou! coördinator: Mm. En dat worden de moeders van het mensdom... Onbegrijpelijk... Onvoorstelbaar... (zoemer) Ah, daar is de aarde. (schakelt in) Alpha, Thomson… Wel, meneer Van Meeteren? Van Meeteren: Coördinator, het spijt me u naar de studio te moeten laten overschakelen, maar nu het ergste voorbij is, is er geen houden meer aan. Het publiek moet en zal een verslag horen van wat er nu gebeurt. coördinator: Ik ben hier alleen. De bemanning is bezig het missiel uit te laden. Van Meeteren: Ja, maar u kunt dat verslag toch wel geven? coördinator: Ik weet niet of ik zo’n vlot spreker ben. Van Meeteren: U geeft gewoon een nuchter feitenverslag van wat er gebeurt. coördinator: Ik zal het proberen. Van Meeteren: Mooi. Dan hevel ik u over naar R.C.O.O. coördinator: Ah, uw “Reclame en Cultuur Omroep Organisatie”, dat wonderlijke orgaan. Van Meeteren: In elk geval dient dit Trojaanse paard, dat ze in de zestiger jaren hebben binnengehaald, voor éénmaal onze zaak voortreffelijk. Daar gaat u. kwizbaas: Aha, coördinator! Ik hoor dat u zelf het verslag zal geven. Weet u dat uw naam op ieders lippen is? coördinator: Vermoedelijk wel, en - zoals in uw bedrijf meestal - ten onrechte. kwizbaas: Nee nee, dit keer terecht. U hebt de hele aarde in verbazing gebracht door uw grandioze rekenprestatie. U wordt nu gerelayeerd over het hele zendernet van Europa, ja, van de hele wereld. Ieder wil u horen en zien. coördinator: Laten we dan ter zake komen. kwizbaas: Veroorlooft u mij dan één enkele technische aanwijzing: blijft u tijdens uw verslag niet voortdurend op dezelfde plek of in dezelfde houding. De bolcamera heeft, net als een insect, ogen die alle kanten uitkijken. U kunt zich dus vrij verplaatsen. Het publiek mag u vooral niet droog en saai vinden. En dan, het is allemaal voor leken. Gebruikt u dus vooral beelden ontleend aan het dagelijks leven van deze mensen. coördinator: Ja, ik vrees dat ik daarmede niet zo vertrouwd ben. kwizbaas: Ja, u leeft natuurlijk meer in de abstracte sfeer der wetenschap. Welnu, over vijftien seconden van nu begint de uitzending. Ik zal trachten vanaf de achtergrond u eventueel te helpen en wenken te geven als het nodig is. coördinator: Wel, u bent zeer behulpzaam, meneer Kristense. (applaus in de zaal) kwizbaas: Kijkers hier in Nederland, in Europa en over de gehele wereld. Wij, en met name de sponsor van dit programma, de N.W. Groot Electronics, wiens ongeëvenaarde producten u in de inleidende commercial reeds zijn voorgesteld, staan gereed voor één van de meest originele verslagen welke ooit via uw video-ontvangers uw oog en oor hebben bereikt. Terwijl de leden van de Alphabemanning buiten hun schip bezig zijn de vitale lading van het missiel te bergen, waarbij elke voorzorg tegen sabotage is getroffen, heeft de coördinator, Dr. Thomson, wiens grandioze knowhow bij het binnenhalen van dit missiel de wereld in verbazing heeft gebracht, de taak op zich genomen u uiteen te zetten wat en hoe het gebeurt. Laat ik uw geduld niet op de proef stellen: coördinator Thomson, het woord is aan u. (applaus) coördinator: Wel, kijkers van de aarde, wat u van mij ziet is niet mijn ware gelaat. Het is een schijngestalte, u elektronisch overgebracht door een vierdimensionale communicator. Naar wat zich achter mijn uiterlijk verbergt, kunt u slechts raden. kwizbaas: Geen filosofieën alstublieft, coördinator. Feiten. coördinator: Dit simpele feit, kijkers, is eveneens van toepassing op mijn tochtgenoten die buiten de Alpha eendrachtig doende zijn de voorraad chemisch zuiver water van het missiel in dit schip over te laden. Achter deze eendrachtige harmonie verbergt zich namelijk een systeem, bedoeld om degene die niet is wat hij schijnt de kans te ontnemen toe te slaan. kwizbaas: Zo is het beter. Altijd op de primitieve instincten werken. coördinator: Immers, een druk- of ruimtepak is een bijzonder kwetsbaar instrument. Hoe licht kan een luchtslang niet worden doorgesneden, een scheur ontstaan, de vitale ankerlijn worden losgehaakt. Captain Ros en de navigator Huub hebben dus onder de argusogen van Dirk en Jaap na het wegpompen van de boordatmosfeer de buitenluiken van dat machinedek geopend. Zij hadden... kwizbaas: Waarom eerst die decompressie? Ze hadden toch hun pakken al aan? coördinator: Ik herhaal: na het wegpompen van de atmosfeer. Anders waren ze bij de opening van het laadluik met de uitbarstende luchtstroom mee de ruimte in gevaagd. Hun ankerlijnen zouden de ruk niet hebben kunnen weerstaan. kwizbaas: O, coördinator, sappiger, alstublieft! coördinator: Zoals ik zei, Captain Ros en de navigator Huub hebben - om één van uw sappige beelden te gebruiken - een duiksprong gemaakt (gelach) en overbrugden de twintig meter naar het missiel gemakkelijk. Als eh... (hoe noemt u zulks?) “komische noot” merk ik op dat de navigator Huub trachtte te springen zonder zijn elektromagnetische zolen stroomloos te stellen. Hij sprong tweemaal, maar bleef niettemin vastgekleefd aan het metaal van de Alpha. (gelach) Zijn zonderlinge bewegingen veroorzaakten enige hilariteit... Na vasthechting van twee kabels werd het missiel nu zodanig verhaald dat het met de eigen laadluiken nauwkeurig voor de ingang van de Alpha kwam te liggen. Daarna werd het aan haken verankerd. kwizbaas: Alstublieft, coördinator, veel levendiger! De menselijke aspecten, enzovoorts. coördinator: Ik ken, kijkers, de sjablones van uw uitzendritueel uiteraard nauwelijks (gelach), doch het komt mij voor dat op een punt als dit inlas van documentair materiaal is geïndiceerd. Ik schakel nu de boordvisiefoon in om u te laten zien en horen wat zich daar beneden afspeelt. (applaus) kwizbaas: Zo moet het! Actie, spontaneïteit! coördinator: U zult zien dat de bemanning een ketting heeft gevormd: Jaap in het missiel zendt de gewichtloze ijsblokken naar Captain Ros, die ze doorleidt naar Huub, binnen het laadluik van de Alpha. Deze op zijn beurt geeft ze door naar Dirk, die ze in de open geschroefde watertanks deponeert. (schakelt door) Jaap: Hé, Joost, laat ik me nou voorgesteld hebben dat dit hele missiel met één grote klomp ijs was gevuld! Joost: Twintig ton ijs? Jaap: Ja, nou ja... Joost: Natuurlijk hebben ze een honingraatsysteem gebruikt. Jaap: Ja. Ja, het lijkt hier net een eh... een bijenkorf vol ijslolly’s. Joost: Ja, goed, maar terwijl jij schwanst, staan wij werkeloos. Dirk: Waar blijft dat spul nou? M'n drie luchtcilinders duren ook geen uren. Jaap: Ja, en straks krijgen we er van die waanzinnige kwizbaas nog een forum bij ook, in ruimtepak en al. Joost: Ho, die boot houdt de coördinator wel af. Jaap! Jaap: Ja, hier Joost. Hup! Hé, verdraaid... met elke lolly die ik gooi, ga ik zowat omver. (lachje) Duikelaartje op magneetschoenen. Huub: Wij zeker niet. Joost: Ja, het beste is, Jaap, bij het werpen je met één hand op de plaats vast te houden. Jaap: O natuurlijk, ja. Joost: En jullie, Huub en Dirk, jullie moeten niet proberen te vangen, die dingen vallen niet. Alleen een tikje d’r tegen om de richting te veranderen. Kijk... op deze manier. Huub: Ah ja! Hup, naar Dirk. Dirk: Hebben... Joost: Nou, we staan hier anders wel een variéténummer weg te geven: we zwaaien heen en weer. Huub: Nou en of, Joost, misschien kunnen we dat later nog ‘ns… dramatiseren. Wat meer waardig hoop ik dan, hè. Jaap: Nou eh… we zouden anders knap voor schut staan, zeg. (lacht) Moet je Dirk staan zien huppen bij die tank. Joh, ‘t is geen bokkie springen! Dirk: Zeg, bemoei je met jezelf. Jaap: Oh… Dirk: Zorg liever dat die ijsmeppen hierheen komen. Jaap: Ja ja. Joost, hier komt er weer een! Hup, baaltje koud water. Zeg, weet je wat ik nou van die eh... van die shows het ergste vind? Die kwizbaas met z’n... Hup, pak an! Ik bedoel met z’n wrat. Ik kan gewoon naar niks anders meer kijken dan naar die... Hup! Naar die wrat, bedoel ik. Joost: Och, op zijn terrein is het een jofele jongen. Jaap: Hoh… Joost: Dat reclamegedoe hangt ‘m fors de keel uit, geloof het maar. Hup! Jaap: Denk je? Dirk: Huub, wees niet zo onhandig. Straks komt zo’n ding tegen m’n glazen! Jaap: Ja, en die giechelende lui in die zaal, die mosten ze stenigen. Joost: Pas maar op dat ze jou niet stenigen. Huub! Huub: Mij stenigen, waarom? Joost: Nu mis je ‘m weer. Ik zei toch: hup! Huub: O, zeg dat dan duidelijk. Jaap: Nou ja, laat ze maar opkomen hoor, die lui. (lachje) Maar dan zonder... hup!... zonder ruimtepak. En de laatste Joost, daar komt ie, recht op de rooie gok van de kwizbaas... hup!... en voor z’n roodkoperen[14]. Joost: Hup! Huub: Hup, Dirk... en erin. Joost: Mooi. Nu opletten. Huub en Jaap. Huub: Ja? Jaap: Jawel? Joost: Jullie schroeven de deksels van de tanks op. De tanks zijn tamelijk geïsoleerd en het ijs onttrekt dan niet al te gauw warmte aan het schip. Ja, die dingen zijn 270 onder nul. Dirk... Dirk: Ja? Joost: Wij het missiel losgooien, ik hier, jij achter. Dirk: Ja. Zo… Die haken zijn los… Mooi. Nou, dan ga ik vast door de luchtsluis naar het woondek de warmteregulateur hoger draaien. Joost: Goed, dan gaan wij de luiken sluiten en de luchtdruk opbouwen. Jaap: Dirk heeft haast. Dirk: Ja, met die hark van een coördinator aan mijn panelen zeker! (coördinator schakelt uit) kwizbaas: Coördinator! coördinator: Wel, meneer Kristense, was het niet naar uw genoegen? kwizbaas: Het was beledigend! coördinator: U wilde een oorspronkelijke scène. kwizbaas: Voor z’n roodkoperen... door een visofoon! De omroep had de uitzending bijna onderbroken. De klachten stromen nu al binnen. Grijpt u alstublieft in, meneer Thomson. coördinator: Men gebruikt dus in het dagelijks leven altijd een meer gekuiste taal? kwizbaas: Altijd, maar dan met hartstocht, kleur en menselijkheid. coördinator: Goed, dan geloof ik dat we in deze uitzending u thans iets meer passends kunnen presenteren. Kijkers, u hebt zich nu een beeld kunnen vormen van de uitlading van het missiel. Inmiddels zie ik nu Dirk, de marconist, via de luchtsluis het woondek binnenkomen en zich van zijn drukpak ontdoen. In het woondek is de klimaatregelaar die hij zorgvuldig schakelt, en behalve de klimaatregelaar is daar de jongedame Els, alleen. Dus doet zich een kans voor waarop deze jongeman, naar ik vermoed, al een tijd heeft gehoopt. Ik zal u nu rechtstreeks met dit levensecht tafereel verbinden. (schakelt door) Els: Wat eh... zingt die leuk, hè? Toeteltje. Dirk: Waarom zit je hier in je eentje? En niet boven? Ik dacht de laatste weken dat je die ouwe droogstoppel nogal onderhoudend vond. Els: De coördinator Thomson? Dirk: Ja. Els: Hoe kom je d’r bij, Dirk? Ik kan ‘m niet uitstaan. Bovendien heeft ie een hekel aan jou. Dirk: Duidelijk, ja, duidelijk. Alles wat ie zei daarstraks was tegen mij bedoeld. En Joost heeft me ook in de steek gelaten. Els: Je... je... je maakt het hem onmogelijk het voor je op te nemen. Joost kon niet anders. Dirk: Joost, Joost, Joost, altijd maar Joost! Jij en Joost. Els: Ik blaas m’n eigen partij. Dirk: Samen met Joost, ja. ‘k Heb heel goed gezien dat ie je zoende, toen. Maar maak je geen illusies, hoor. Els: Hè, bah, je bent al even misselijk als de coördinator. Dirk: Joost is niks voor jou, Els. Hij probeert je alleen maar, als proef! Els: (schamper lachje) Ben je mal? Ik als proefkonijn? Zie je ze vliegen? Ha, je bent alleen maar jaloers, geloof ik. Dirk: Nee, dat staat erbuiten. Ik ken Joost langer dan jij. O, hij ging wel met meisjes uit, ja, maar eh… ‘t werd nooit wat, hè, hoe ze ‘m ook achterna liepen. Els: O, wat ben jij gemeen, Dirk, echt gemeen! En de coördinator ziet ze vliegen om te zeggen dat jij het was die... Dirk: Die wat was? Els: Laat me los. Zo! Dus Joost meent het niet, hè? Nou, ‘t kan me niks schelen ook of Joost het meent. Maar toen ik daar lag, bijna dood, met die parasiet, wie van jullie gaf toen zoveel om me dat ie het risico van een besmetting wilde overnemen? Niemand durfde, alleen Joost. Dirk: Zo. En die nobele Joost heeft jou dat allemaal verteld? Els: Waarom niet? Dirk: Ha, vuile leugenaar met z’n trucs. Om jouw kop op hol te brengen, om z’n beloning te plukken. Els: Maar jij had nooit gedurfd. Dirk: Geen spaan geeft ie om je! Els: O, lafaard! Dirk: Ik een lafaard? En hij mooi weer spelen, hè, de onderkruiper, omdat ik ‘m gevraagd heb z’n mond over me te houden. ‘k Ging toch al zowat door m’n knieën van schaamte. Alleen om jou deed ik het, begrijp je, om jou, Els. Omdat ik van je hou. Ik nam het risico, omdat ik je zag doodgaan, voor m’n ogen. Dat risico kon me toch niks meer schelen toen? Niet Joost, ik heb je gezoend. Nou weet je het. Els: Jij? Dirk: Ja. Els: Dirk! Dirk: Ik! Els: (lacht uitbundig) Dirk: Hou op! Hou op! Ik zeg je: hou op met dat gelach! Els: Ik kan... ik kan niet... Het is ook zo idioot. Dirk: Els, wil je ophouden? Els: (lacht verder) Dirk: Stil toch, stil toch! De anderen komen eraan. Hou op, bij Kijenkivics. Els: En jij... en jij, Dirk, dacht nou dat ik jou braaf om je hals zou vallen? Zo’n radioprutsertje. Joost steekt jou toch in z’n zak. (lacht) O, Dirk... Dirk! Blijf van me af! Hou je handen thuis, Dirk. Dirk: Jij lelijk mormel! Jij mispunt! Ik zal je geven wat je tekort gekomen bent: een pak slaag, zoals je nog nooit hebt gehad. Hier! Over de knie, jij misbaksel! Daar… en daar... en daar! Jaap: Joost! Joost, kom ‘ns hier! Dirk is waanzinnig geworden! Joost: Laat dat meisje los, vooruit, dadelijk! Dirk: Ik geef d’r een les die ze nodig had! Els: Joost! Joost! Joost! Dirk: Ja ja ja ja, Joost Joost, Joost komt ook nog wel aan de beurt. Joost: Blijf van dat kind af. Dirk! Jaap, Huub, help me met die dolle man. Dirk: Goed, ik ga al! Met jouw liefje ben ik klaar. En met jou, Joost, met jou moet ik nog beginnen. Huub: Wat heeft die Dirk, Joost, om dat kind te gaan afrossen? Jaap: Nou, nou, dat zal ‘m nog zuur opbreken, dat jongetje. coördinator: (schakelt weer door) Zo is het wel voldoende. Wegens dringende omstandigheden, kijkers, moet ik deze levendige scène wegdraaien. kwizbaas: Fantastisch, coördinator! Zo moet het. coördinator: Het spijt me, ik moet - in uw terminologie - kappen, want onze zich van niets bewuste hoofdrolspeler komt eraan. (schakelt uit) Wel, jongeman, hoe is het u bekomen, het feestje? Dirk: Bemoei je d’r niet mee! coördinator: Ik heb inmiddels uw dierbare apparaten verzorgd. Hun werking is nog steeds voortreffelijk. Joost: Zo. Graag ieder voor z’n paneel. Stoelen. Startklaar maken. Dirk, monitors! Huub: Dan begin ik aan de koerstape, Joost. Joost: Ik had graag een lichte proefstoot van de motor. Is dit voor u een bezwaar, meneer Thomson? coördinator: In het geheel niet. Dit verdrijft tegelijk de gasbellen uit de leidingen. Eén tiende G lijkt me toereikend. Joost: Dirk, visiefoon, woondek hier op 5. (schakelt in) Els? Els: Wat is er... Joost? Joost: Ga even op je bed liggen. We geven een proefstoot van een tiende, vier seconden. Els: Ik lig al op bed. Ik heb zo’n hoofdpijn. Joost: Jaap komt je straks wel wat brengen. (schakelt uit) Nu opgelet! Een tiende G. Dirk, knop 1-A. Dirk: Knop 1-A. Joost: Brandt. En contact. Vier seconden. (ontbranding) coördinator: Zet u nog even door, captain, tot het geluid regelmatig wordt. Joost: Akkoord… (heftig geluid) Duizend barrels! Wat gebeurt daar!? Jaap: Dat was een klap, Joost. Huub: Het kwam duidelijk onder uit het schip. Joost: Het missiel! Het casco is tegen de onderkant van het schip aan geslagen! Jaap! Jaap: Ja! Joost: Geef de luchtdruk motordek. Jaap: Geen druk van op de benedenmeters. Joost: Mooi, dan zijn we tenminste daar niet lek. Huub: Maar hoe kan het, Joost? Voor we de luiken sloten hebben jij en Dirk dat missiel toch afgehaakt en weggeduwd? Joost: Afgehaakt en de ankerkabels binnengehaald, ja, ik aan mijn kant tenminste wel. Huub: Maar Dirks kant? De onderkabel? Dirk: Mijn kabel? Wat heeft die ermee te maken? Joost: Jouw kabel, Dirk... Jij hebt ‘m laten zitten?... Antwoord me, Dirk! Dirk: Eh... eh... jij had het moeten controleren. Dat wou je toch zo graag? Jaap: Hij heeft ‘m laten zitten!? Expres? En het missiel is bij die proefstoot rondgeslagen tegen onze staart aan de kabel. Dirk: Ah, da’s jullie schuld, met je wantrouwen, met je controle! Daar kan ik niet tegen! Hoe kan ik m’n kop zo bij m’n werk houden? Joost: Waar zijn we aan ontkomen, bij een werkelijke start met 3 à 4 G! Het achterschip zou aan flinters geslagen zijn, plus de hele drive! Jaap: Heb jij pech gehad, mannetje. Joost: Het spijt me, Dirk, jij was de laatste van wie ik zoiets verwachtte. Dirk: Jij bedoelt... Jij bedoelt dat je denkt... Jullie denken dat het... dat het opzet was? Jaap: Joost! Joost, zeg ns even... Voel ‘ns even daar... D’r gebeurt hier iets... Voel jij het ook? Joost: Het is... ja... d’r zit... d’r zit wenteling in het schip. Huub: Over de breedte-as, ja... Het schip wentelt langzaam over z’n kop. Jaap: Ja, doet moet wel. We gaan in ‘t rond. Huub: Maar waardoor hebben we wenteling? Joost: Doordat het missiel aan de vierende kabel om de staart van de Alpha is heengeslagen en... Jaap: ...en de uitlaten dan beschadigd heeft... Nee nee, dat kan niet, Joost, de barrels zijn ingebouwd. coördinator: Maar de stuurvanen steken iets uit. Ik vermoed dat één daarvan verbogen werd, zodat tijdens de proefstart wenteling moest ontstaan. Jaap: Nou, (zucht) we zijn alweer door het oog van een naald gekropen. Maar nou begint het er voor een zeker iemand wel erg bruin uit te zien, hè? Huub: Ik ben het helemaal met Jaap eens. Joost: (kucht) Ja. Kijk alleen, eh… Ja, die kabel, hè, misschien stond... stond ik toch... toch wel aan de noodlottige kant... eh... misschien heb ik wel eh... Dirk: Nou? Hè? Jullie hebben geen bewijs, nietwaar? Bewijs het me maar. Huub: Dirk, jij bovenmenselijke sufferd, Ros probeert je te helpen. Zie je niet hoe je jezelf erin draait? Hou je domme mond. Dirk: Ik hou m’n mond niet voor jou, Huub, en voor niemand. Joost: Doe niet zo stom, Dirk. Dirk: Ja, als jullie maar je saboteur kunnen ophangen, hè. Het geeft niet wie. Jullie hebben me gezocht. Nou, je hebt me! (zoemer) Oh, aardcontrole. (schakelt in) Ja? Ja?? Ja... Wat, wat? Wat!? Jaap: Hij houdt de ontvangst op z’n koptelefoon. Hou ‘m in de gaten. Hij zit onbeweeglijk, maar direct slaat ie de hele set aan diggels, en dan!? Joost: Dirk, zet over dat ding. Jaap, Huub, help ‘ns even. Dirk: Laat me los!... Laat me los, zeg ik jullie! Hier komt ie al. Nah, nou kan je genieten, hoor! En doodvallen! Jullie allemaal, en dat mispunt daar beneden, dat overal de schuld van is, die ons allemaal tegen elkaar opgehitst heeft hier… (schakelt) Joost: Ja, hier Ros. aardcontrole: Wat mankeert uw operateur Dirk? Ik zei u alleen maar... Nou ja, enfin, de directie R.C.O.O. vraagt u dringend aan, Captain Ros. Over gaat u. directeur: U bent Joost Ros. Wel, ons compliment! Een liefdesscène, levend, dramatisch, precies wat het publiek nodig heeft: liefdesintriges in de Alpha. Joost: Wel, waar heeft u het in vredesnaam over, meneer? directeur: O, eh... u weet het zelf al niet? Uw coördinator heeft ons alles laten meebeleven. Het is hier op videotape opgenomen. Het komt in de herhaling, exclusief voor de Groot Electronics. Ze betalen 10.000 credits! En het publiek, meneer, het is enthousiast. Uw Dirk, hij is de held van de dag! Joost: Wat zegt u? directeur: Ja, dat pak slaag! Tjonge, dat was meesterlijk. Nou, ze had het verdiend, eenparige mening van het publiek. We worden bestormd met... Joost: (schakelt uit) Het is allemaal uitgezonden, en Dirk... Dirk begreep het. Els, wat moet je hier? Ga weg! Mannen, waar is Dirk? Els: Dirk is beneden. Hij was spierwit, daarom... Ik... ik ben zo bang, Joost. Joost: Ik geloof dat ik iets begin te begrijpen, heel veel te begrijpen. Els, wat heb jij Dirk aangedaan? (geluid van de luchtsluis) Om jou alleen te spreken vergat ie z’n werk af te maken, en nu heeft ie voor de hele wereld te kijk gestaan! Jaap: Joost! (luchtsluis) Ja, zie je, ik hoorde het, de luchtsluis... Hij gaat naar buiten! Joost: Kom mee!
Joost: Hier... hier zwerft een ankerlijn. Hij... hij is dus naar buiten zonder lijn. En we wentelen! Els: Waarvoor? Waarom is ie nou naar buiten gegaan, Joost? Joost! Joost: Hou jij je mond! Huub: Ja, helemaal volgen kan ik het ook niet. Joost: Om die vaan af te monteren, om het goed te maken, en zonder lijn. Help mij in m’n pak, ik ga d’r achter aan. En jullie naar boven. Huub, zet gyro 1 aan. Jaap! Jaap: Ja. Joost: Waarschuw ‘m over z’n talkie. Ik stommeling, ik heb het zover laten komen... Die helmen. Twee lijnen.
Jaap: Dirk... Dirk, luister... Hij geeft geen antwoord, Joost... Dirk, je lijn! Het schip wentelt! Als je aan ‘t end komt, dan wordt je d’r af geslingerd, Dirk! Hij heeft z’n talkie afgezet. Huub: Zal ik je liever niet achterna komen, Joost? Die dolle man is nu tot alles in staat. Joost: Nee, Huub, dit is mijn job.
Huub: Waarom antwoordt Dirk toch niet, Jaap? Jaap: Als er maar niks gebeurd is daar. Joost: Zeg, lui, nu ik buiten ben merk ik dat we een flinke rotatie hebben. Jaap: Dat vermindert, maar bijna onmerkbaar. Zeg, zie… zie je Dirk? Joost: Nee, nog niet. Maar als die d’r is, dan moet ie om de kromming bij de staart zitten. Ik ben bezig, stap voor stap. Ja, ik zie ‘m. Hoe houdt ie zich vast!? De trek daar moet enorm zijn... Dirk! Luister. Kom direct terug... Dirk, hoor je me? Dirk: Ik hoor je. Joost: Je zit niet aangehaakt, Dirk. Er is niets dat een dergelijke stommiteit excuseert. Dirk: Eerst die vaan eraf. Joost: Als je niet komt, zal ik je moeten halen, Dirk. Dirk: Goed! Dat doe je dan maar. Joost: Luister goed, Dirk: ik was je vriend, maar ik blijf je captain, een captain die op z’n schip geen muiterij kan tolereren. Huub: Ros nadert ‘m langzaam. Z’n ankerlijn is lang genoeg. Jaap: Als ie Dirk maar eenmaal heeft aangehaakt... Joost: Je hebt toch kunnen zien dat je met je hete kop zelf een zaak tegen je hebt opgebouwd? Maar laat dit hiertoe niet komen. Ik bied je een kans, Dirk, je laatste. Dirk: Blijf daar, Joost. Kom niet dichterbij! Een kans, hè? Om me weer in je zak te kunnen steken, zoals toen, toen je me ‘t project inpraatte. Ho, wat was ik dankbaar. Ik was toch immers maar een radioprutsertje. En nu te leven in deze kleine rotwereld van wantrouwen, van roddel, van verdachtmakingen, in een dictatuur van de vrees, waar niemand iets kan zeggen of het heeft een bijbedoeling, niemand zich kan vergissen of ie is een saboteur. En zend het maar uit met je forums! Zet die video maar aan, Joost, om Dirk uit te zenden... De scène van de onbetrouwbare Dirk en de nobele Joost. Bah!!... Ik walg van je goedheid en je sociale gedoe! Joost: Dat kan wachten. Zo. Je ankerlijn zit vast. En nu mee, hup. Jaap: Huub, hij heeft ‘m! Goed zo, Joost! Dirk: Jij bent gek, Joost. Ga weg, ga weg, blijf van m’n lijf, ruk uit. Nee? Daar dan! Joost: Dirk! Dirk: Daar dan! Joost: Dirk! Els: Wat gebeurt er? Huub, Jaap, zeg, wat gebeurt daar? Jaap: Huub, hij heeft Joost een zet gegeven. Joost! Joost! Hij gaat de ruimte in. We vinden ‘m nooit meer terug! Joost: Huub... ik... ik kan me niet houden... Ik... ik kan me niet meer houden...! Jaap: Je lijn! Je hebt je lijn!! Joost: De... de snelheid is veel te groot. Ik val! Ik val! (knak) De lijn!! Els: Wat was dat? Wat was dat? Joost: De lijn die... die knapte... Els... Dirk!... Zeg tegen Dirk... hij... hij kon het eigenlijk ook niet helpen... Ik... ik had het anders moeten doen. Zet er alles op, jullie… samen… het doel… te bereiken! ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (4/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [2] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [3] geboren te Amsterdam op 29/06/1936 [4] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [5] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [7] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [8] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [9] nog geen gegevens [10] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [11] geboren te Utrecht op 17/12/1925 (Code TIN: 682) [12] geboren te Bloemendaal op 25/07/1932 [13] geboren te Rotterdam op 26/10/1907; overleden op 02/02/1993 (Code TIN: 2941) [14] het is (of: hij is) voor z’n roodkoperen = het is in orde, het is voortreffelijk gelukt
|