|
TESTBEMANNING DEEL 2: VERANTWOORDELIJKHEID Carl Lans (1913) uitzending: KRO, zondag 08/10/1961 (herhaling: woensdag 26/04/1989) regie: Léon Povel ([1]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - Joost Ros, captain: Johan Walhain ([2]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([3]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([4]) - Huub, navigator: Frans Somers ([5]) - dr. Flinterman, hoofdmedico: Constant van Kerckhoven ([6]) - coördinator: Jo Nobel ([7]) - luidspreker: Joke Hagelen ([8]) - man met de krant: Han König ([9]) - directeur persbureau: Huib Orizand ([10]) - ir. Reitsema, voorzitter vereniging voor ruimte-onderzoek: Wam Heskes ([11]) - heli-bewaker: Han König - dr. Veijerlingh, Minister-President: Louis de Bree ([12]) - chef Veiligheidsdienst: Herman van Eelen ([13]) - ir. Terlet, Minister van Luchtvaart: Maarten Kapteijn ([14]) - dr. Van Laar, Minister van Vervoer: Jos Knipscheer ([15]) - hoofdingenieur van Meeteren: Rob Geraerds ([16]) - dr. Hemelaar, directeur van de Sterrenwacht Dwingelo: Wim Grelinger ([17]) technische gegevens: 37'49" - 26,0 MB - mp3
(de volgende ochtend rijdt het team per robo terug naar het medicocenter Ypenburg) Joost: ‘n Mooie tijd gemaakt, mannen: half elf. Jaap: Je ziet, Joost, we hadden helemaal niet zo hoeven pezen. Dat hele medicocenter is net in bedrijf. Huub: Ik heb wel ‘ns horen vertellen dat vroeger de werktijd om acht uur begon. Dirk: Hè ja, daar zitten we nou net om verlegen: een lezing van Huub over arbeidstijden. Joost: Wat we nu moeten hebben, is die hoofdmedico. Die kan ons meer vertellen over gisteravond. Jaap: Als ie wil tenminste. (zet de motor af) Nou, de robo staat weer op z’n plaats. Dus, ‘t enige wat zo’n ding van al die misère onthoudt, zijn 550 km op z’n teller. Uitstappen, jongens, kom. (ze verlaten de robo) Huub: Ik moet er als een struikrover uitzien. Joost: Nou, dat geeft niks. Huub: ‘k Zit onder de stoppels Joost: Nou, en? Daarbinnen in de toiletten is een vibrator voor supersonisch scheren. Kom mee. Dit keer hebben we tenminste bezoekkaarten. Stop ze in de deursleuf, Jaap. Jaap: Ay ay.
Dr. Flinterman: Mij hoeft u geen excuses te maken over het eh… lenen van mijn robo gisterenavond. Het is mijn plicht mensen te begrijpen. Joost: Mooi, en is het ook uw plicht mensen te onderzoeken, een dag lang vast te houden, hun turbokopter op te bergen, ook als ze niets mankeren? Dr. Flinterman: Nee, Captain, uw uitzondering bevestigt die regel. Dirk: Joost, hij erkent het nog ook! Dr. Flinterman: Wat zou ik moeten erkennen, heren? Joost: U, of iemand van uw relaties die wist dat de basis in de lucht zou vliegen, deed niets. Alleen ons redden op een slinkse manier, passend in z’n plannen. Dirk: Vuile plannen. Joost: Juist. U moet tenminste weten dat die hele check-up van gisteren larie was. Maar in plaats van ons dat te vertellen en naar huis te sturen, hebt u onze turbo laten opbergen, zodat we niet weg konden. Dr. Flinterman: (kucht) En hoe heeft men op de basis op deze beschuldigingen gereageerd, Captain Ros? Ik hoor dat de personeelskwartieren en de hoofdbunker intact zijn gebleven. Joost: Ze… ze hadden het daar te druk. Dr. Flinterman: U aarzelt, Ros. Ergens beseft u hoe gemakkelijk u zich met dat verhaal belachelijk kunt maken. Voor een cyclisch onderzoek naar de bewustzijnsschommelingen tijdens de waakperiode hadden wij uiteraard een volle dag nodig. Alleen dit medicocenter heeft daarvoor het instrumentarium. En hangende dit onderzoek heb ik uw turbokopter natuurlijk laten beschermen tegen zekere schaduwzijden van het particulier initiatief dat in onze periode weer hoogtij viert. Dirk: Alleen stond u te knipogen naar uw assistent, dokter. Dr. Flinterman: Ik begrijp hoe moeilijk u de ramp en de dood van uw vrienden kunt verwerken, maar ik raad u af op deze wijze te gaan doen. U wilt schuldigen vinden, dus fabriceert u een complot. Joost: Ik fabriceer niets! Ik onderzoek, dokter. Bijvoorbeeld waarom ze ons gister toevallig te laat lieten komen. Waarom we wel drie kwartier lang zijn opgehouden door de wegpolitie, maar waarom ze ons niet arresteerden wegens diefstal van de robo. Vreemd nietwaar, Dr. Flinterman? Dr. Flinterman: Integendeel, vanzelfsprekend: toen ik de wegpolitie waarschuwde, heb ik verzocht geen maatregelen tegen u te nemen. Jaap: Waarom die politie dan waarschuwen? Dr. Flinterman: Omdat ik wist dat u geen robopapieren had. Jaap: Dus, we hebben al die tijd met de rode frontverklikker gereden? Joost: De documenten zaten dus niet in het identificatieslot? Dr. Flinterman: Nee, Captain Ros. In de zak van mijn buiten-koveral. Mm. Wilt u ze soms nog zien ook? Joost: Liever zie ik het gezicht dat u zult zetten wanneer ik u vertel dat u daarnet hebt gelogen, Dr. Flinterman. U hebt namelijk de politie helemaal niet ingelicht. Nee, dat deed een ander. Dr. Flinterman: Mm, ja. Komt dit tenslotte niet op hetzelfde neer? Huub: Nee, Dr. Flinterman. Omdat hieruit volgt dat iemand anders wist waar we waren. Iemand die dit normaal niet kon weten en ons liet schaduwen. Alles met één doel: ons onopvallend buiten de ramp houden. Iemand voorzag dus die ramp en deed niets. Dirk: Of deed te veel. Dr. Flinterman: Wel, heren, deze ingenieuze constructie vind ik op zichzelf niet geheel onlogisch, maar… Huub: Het meest logisch is, dokter, dat u van deze zaak meer weet. Dr. Flinterman: In ieder geval, heer Huub, dat ze buiten mijn competentie valt en ik kan u, heren, dan ook naar niemand verwijzen. Jaap: Dat zullen we dan zelf wel uitvissen, Dr. Flinterman. Dr. Flinterman: Ik raad dat u allen ten sterkste af. Uw enige belang is fit te blijven voor een volgende start. Dirk: Is dat een verkapte bedreiging soms? Dr. Flinterman: Nee, een advies, heer Dirk. Ja, en verder, excuseert u mij, heren. Hier zijn uw bezoekkaarten. Of wilt u het weer zonder doen en nodeloos onze poortautomaat forceren, zoals gisterenavond? Joost: Nou eh… goede morgen, Dr. Flinterman, en dank voor uw inlichtingen. (ze gaan buiten) allen: Goede morgen... Dr. Flinterman: Goeden dag. (neemt de telefoon) coördinator: Ja, Dr. Flinterman? Dr. Flinterman: De bemanning Ros was hier, over dat medisch onderzoek van gister. Hadden we niet beter open kaart kunnen spelen? Ze hebben achterdocht, gemotiveerd. coördinator: Maar onbewezen. Dr. Flinterman: Ze laten het er niet bij zitten: Ros zal onrust gaan zaaien. coördinator: Dan zal hij spoedig bemerken hoe moeilijk dit is. Dr. Flinterman: Ja, (lachje) dat neem ik wel aan. Ik weet waartegen hij gaat oproeien. Wist ik nu ook maar waarom het allemaal is begonnen. coördinator: Wij belasten niemand in deze zaak met meer dan de strikt nodige verantwoordelijkheid. Weest u blij dat u niet in de schoenen staat van Ir. Reitsema, dokter. Zijn integriteit wordt op een harde proef gesteld vandaag, voor we hem noodgedwongen in het project halen. Dr. Flinterman: Noodgedwongen, zegt u? Ja, maar ook Ros heeft een wapen tegen u: zijn team, een jaar lang getraind. Wie moet hem vervangen als ie verder weigert? coördinator: Dat zou me niet schikken. We laten ‘m steeds in het oog houden. Voorlopig gaat hij in een cirkel rond.
Joost: Nou. We zijn buiten het medicocentrum. Huub: Wat druk is het hier al, Joost. Joost: Ja, en de sector Ypenburg is nog maar de scheiding tussen de buitensectors en de eigenlijke binnenstad. Jaap: Hoe wou je ’t doen, Joost? De metro nemen naar de City? Joost: Tja, dat kan. Ja, maar dan moeten we eerst nog een boel buitenwijken door, zoals Delft, Monster, Kijkduin… Dirk: Zeg, het is half twaalf. Zullen we eerst niet ergens gaan eten? Jaap: Ha ja. Dirk: Ja, want als straks het spitsuur begint, zitten al die robotaria’s in de City tjokvol. Huub: En we moeten ook een lijn van actie bedenken. Joost: Ja, dan die kant uit, lui. Als we de rolweg nemen, dan kunnen we ‘t allemaal combineren. Huub: Ik ben nog nooit op die rolweg geweest. De eerste van heel Europa, niet? Joost: Ja, dat moest ook wel, Huub. Het hele centrum van Ypenburg tot Scheveningen, dat werd helemaal dichtgeparkeerd met rollend materiaal. Huub: Ha… Joost: Nu rolt er niets, alleen de weg. Jaap: ‘t Is een grote band zonder end, hè, met strips voor vijf verschillende snelheden. Joost: Hier gaan we d’r op Huub, de driekilometerstrip. Huub: Ja, d’r staat van alles op: lorries en… Joost: Nou, dat is de langzaamste strip, voor goederen. Huub: Ho. Jaap: Elektrotransporteurs zijn hier uit de mode, weet je? De weg zelf transporteert de hele zwik. Huub: Inderdaad, ja. Zeg, achter die gele lijn draait een snellere strip. Die is tien kilometer, hè? Joost: Ja, en daar nog verder, daar naar het midden, daar heb je strips van vijftien tot dertig km snel. Huub: O ja, ja. Joost: Ja, we hebben hier nog veel meer, Huub. Kom maar mee! Verderop rijdt een robotaria mee. Kunnen we tegelijk eten en praten. Huub: O, dus dat draait ook al mee? Joost: Ja, waarom niet? In de twintig minuten naar de City kun je op deze langzame strip rustig zitten eten.
luidspreker: Sector Voorburg, Wilhelmina I-laan. Huub: Niet eens slecht dat eten hier, Joost. Joost: Nee, is niet slecht Dirk: Nou, ‘t houdt niet over. Allemaal gist en algenproducten. Surrogaatvlees. Joost: Nou, da’s eigenlijk nog mooi dat er hier in Nederland voor 25 miljoen mensen te eten is. luidspreker: Avenue Van de Wateringhe, sector Voorburg. Aansluitingen op vijf-, tien- en vijftienkilometerstrips. Dirk: Nou? Nou, wat doen we nou? Met die pil was ook al niks te beginnen. Jaap: We hebben anders een boel nattigheid gevoeld. Huub: Zeg, als we met ons verhaal gewoon naar de politie gingen? Joost: Zachter Huub. Daar zit daar een vent, zie je? Achter een krant, hè? Hij reikt z’n nek uit, om beter te kunnen luisteren. Dirk: Bij Kijenkivics! Zouden ze ons schaduwen? Jaap: Wie weet waar wij staan in te trappen!... Joost: Nou ga ik de politie bellen. De chef veiligheidsdienst, hoogste baas. Ja, die visiecel is vrij. Nou, kijken of ik… of ik me d’r in kan wurmen. (gaat naar de cel) Huub: Ja, hij kan beter niet gaan opbellen: met de rolweg zijn we d’r gauw genoeg. Jaap: Maar tot we eenmaal tot die top zijn doorgedrongen, is ‘t al drie weken verder. Huub: Ja. luidspreker: Centrale sector Schenkallee. Aansluiting op vijf-, tien- en vijftienkilometerstrips. man: Heren. Terwijl u wacht op uw Captain Ros, hier is m’n krant. Ik eh… ik heb ‘m niet meer nodig. Pagina 4 is misschien interessant voor uw Captain. Goedendag! (gaat weg) Dirk: Zeg! Dat was die vent die ons zat af te luisteren! Wacht ‘ns!! Jaap: Nee nee nee nee. Laat ém nou, joh! Hij zit trouwens al op de snelstrip. En misschien is d’r niks bij. Een hele macht lui kennen Joost van gezicht, nietwaar, en de hele voorpagina staat vol met… Dirk: Nee nee nee nee nee nee, hij noemde een andere pagina. Laat me nou ‘ns even kijken. luidspreker: Metro kruising halte Straalspoor, rolbaanaansluiting over Mallot, Voorschoten, Zoetermeer, Wilsveen, Pijnakker, Delft... Joost: (komt terug) Zo. Nou, ik kreeg ‘m vrij gauw, die chef veiligheidsdienst. Ja, al te gauw. Dirk: En? Nou? Heb je ’n afspraak? Joost: Die chef veiligheidsdienst wil niks doen zonder enig bewijs. Huub: Huh, dat is de moeilijkheid. En toch zijn er indicaties te over dat de zaak scheef zit. Dirk: Ja ja, en hier hebben we nog zoiets: Joost, dit kregen we van die vent die ons zat op te nemen. Joost: Die krant? Ja, die staat vol over gisteravond. Dirk: Nee nee, pagina 4. Joost: Hè? Dirk: Pagina 4. Joost: Pagina… Halve pagina advertentie over die show. Hm, die loopt al een half jaar, “Pilots must fly”. Dirk: Ja, dat piloten moeten vliegen geloof ik zo ook wel, maar het woord “vliegen”, dat heeft die kerel rood onderstreept, Joost. Ze willen je beleefd vertellen dat je je met geen andere zaken moet bemoeien. Joost: Zo zo... We worden dus in het oog gehouden. Dirk: Ja, en gewaarschuwd, via een krant... Jaap: Dat kunstje zouden we ook ‘ns moeten proberen! Joost: Daar zit ik nou net aan te denken. Wij zijn trouwens toch al aardig in de buurt. luidspreker: Sector OudDen Haag via Spuiboulevard. Over vijf minuten knooppunt Vijverburg met wandel en laadstrips niet boven 2 km per uur...
directeur persbureau: U maakt dezelfde fout als het publiek, heren. Juist omdat het Nieuw Nederlands Persbureau alles kan publiceren wat het wil, legt dit ons verantwoording op... Joost: Juist! Om te onderzoeken, meneer Schreeuwelius. Het gaat niet alleen om wat ons is overkomen, maar om het totaalbeeld van ‘t hele project. Tenslotte komt alles hierop neer: waarom een drietrapsraket als gisteravond de lucht in met een onbeproefde, levensgevaarlijke brandstof? In dolle haast. En dan een tersluikse maatregel om tenminste één bemanning van een voorziene catastrofe te redden! Dirk: Ja! En wij vragen ons ook af waarom ze dat Herford Ship niet hebben gebruikt, een ééntrapper, uit Amerika. Ik heb gehoord dat de een of andere knul ergens een atoommotor heeft uitgedokterd, maar het Nederlandse ontwerp was al te ver uitgevoerd om alles te gaan omgooien… Zeiden ze tenminste. Wat wij dus willen, is onderzoek. Schreeuwelius: Dan bent u bij mij aan het verkeerde adres. Heren, daarvoor is… Joost: Ja ja ja ja, de veiligheidsdienst. Jaap: Die “niet thuis” geeft... Dirk: ‘t Gaat meer lijken op vuiligheidsdienst, als je ’t mij vraagt. Schreeuwelius: Heren, heren, ziet u de zaak toch in perspectief. Wat is u overkomen? Een check-up op een voor u ongelegen dag. In plaats van u tot de medico te wenden om teruggave van uw turbokopter hebt u zonder meer opzet aangenomen en z’n robo geleend. Daardoor kwam u later voor een defect stoplicht te staan. Voorts werd u opgehouden door de wegpolitie... Jaap: Die niet door Dr. Flinterman werd opgebeld!... Schreeuwelius: U had die weginspecteur nader kunnen vragen, heren, om misverstand te voorkomen. Maar dit liet u na. Onbewust, heren, hebt u alles geturfd wat in uw constructie paste. Huub: Maar hier, meneer Schreeuwelius, deze krant, met het woord “vliegen” onderstreept. Joost: Juist, die toch heel duidelijk bedoelt dat we ons onderzoek moeten stoppen. Schreeuwelius: Hier staat niets van dien aard! Hier staat dat piloten moeten vliegen, Captain. Die meneer kan evengoed een lid zijn van de anti-ruimtevaartsecte, die u, gelet op de ramp van gisteren, wil adviseren terug te keren tot uw eigenlijke stiel: de vliegerij. Dirk: Bij Kijenkivics! Zo kunt u alles wel verdraaien! Schreeuwelius: Ik verdraai niets heren! Dirk: En toch weet u hiervan meer! Daar durf ik op zweren!! Schreeuwelius: Omdat u van een constructie uitgaat, een hersenschim. ‘t Mankeert er warempel nog maar aan dat u waarschuwende stemmen hebt gehoord. Joost: Ja, maar die heb ik... eh... niet nodig, alleen onderzoek. Wilt u dit op u nemen, ja of nee? Schreeuwelius: Neen! Joost: Nee?? Nou, dan is ’t toch wel duidelijk welk spel u speelt. Schreeuwelius: Spel!? Het maakt me bijna wraakzuchtig. U weet niets, en u oordeelt zonder idee wat er op het spel staat. Verdikkeme! En dat is nou al de tweede keer vandaag dat... Joost: Gaat u ‘ns door? Gaat u door, Meneer Schreeuwelius. Wij zijn dus niet de eerste vandaag die met deze zaak aankomen?...
Ir. Reitsema: Dus, op die manier bent u ten slotte op mijn naam gekomen? Joost: Inderdaad, Ir. Reitsema. We weten dat u als voorzitter van de Vereniging voor Ruimteonderzoek alle publiciteit over het project hanteert. We konden raden dat u het was die vanmorgen bij het persbureau bent geweest, persoonlijk. U vertrouwt de zaak dus evenmin, maar u hebt feiten. Reitsema: Ja, Captain, feiten. Niet alleen u, maar ook wij, iedereen is bedrogen, misbruikt. En te laat, te laat heb ik het ontdekt. Uw vrienden, de bemanning Gijsbers, werden opgeofferd, en ik had alles kunnen voorkomen. Joost: Dus... dus... die ramp was sabotage? Reitsema: De ramp? Die... eh... u bent blijkbaar op een verkeerd spoor, mijne heren: met een hyperbrandstof als X-fuel is alles mogelijk. Daar heb je werkelijk geen sabotage voor nodig. Nee... het gaat om iets heel anders: tevoren waren ze afgeschreven. allen: Afgeschreven? Reitsema: Ja! Tevoren al. Hier... (legt papieren voor) Hier is het, Captain. Zwart op wit, hier. Rekent u het maar na: de energiewaarde, massaratio, alle data, vluchtkarakteristiek... Een kind kan ‘t zien. Joost: Ik eh... ja goed, ja. Heb jij die data ooit gehad, Huub? Huub: Niet op papier. Geef ‘ns. ‘ns Kijken... en 0. 500 ton... en 40 GS ... N2.6, en 1.2, 7/2, ja, da’s in orde... Kijk maar... Joost: Ja, nu de fuel? Da’s goed, ja... Stuwdruk, da’s 2200 ton... Huub: Uitstroomsnelheid?... Ja, goed... Energiediagram, 24, GS 288... Afgifte bij… constante... Wat?! Joost: Hè? Maar dat is... Uw diagram is een doodvonnis, meneer Reitsema! Reitsema: Mijn diagram? Nee! Wat u daar hebt is het oorspronkelijke. De hele expeditie had geen zin, geen doel. Ik als deskundige, ik moest er wel achter komen, dat wisten ze, en ze hadden me immers alles gestuurd, altijd, behalve dit. Vier keer heb ik ze gevraagd, tot ze het stuurden, gisteren, kort voor de start, toen ze wel konden raden dat ik het zo gauw niet meer zou inkijken. Had ik het maar gedaan! Had ik de start nog kunnen tegenhouden. ‘t Is een misdaad! Ziet u de lage manier waarop die schurken mij medeverantwoordelijk hebben gemaakt? Huub: En ze verwachten dus nu dat u zult zwijgen? Dirk: Ik snap er niets van. Waarom was Gijsbers nu afgeschreven? Waarom? Waarom? Joost: Stil nou es even Dirk, stil. Maar u zweeg niet, meneer Reitsema? Reitsema: Natuurlijk niet. Ik heb geprobeerd het te publiceren. U weet het. Maar net als u liep ik overal op een muur. Wie hier achter de schermen zitten, waren me voor geweest. Ten slotte heb ik zelfs geprobeerd Dr. Veijerlingh te bereiken. Jaap: Mm? De minister-president? Reitsema: Ja, Veijerlingh. Hij is een volstrekt onkreukbaar man. Maar zelfs Veijerlinghs visofoon stond onder controle. Ik kon ‘m niet bereiken. Jaap: Nou, Joost, met dat papier kunnen we wel wat beters doen dan gaan opbellen. Joost: Ja... Geeft u het ons, meneer Reitsema, en wij gaan d’r op af. Al zou ik moeten inbreken. Reitsema: Alstublieft. U kunt meer dan ik. Tenslotte hebt u een troef, namelijk uzelf. ‘t Kostte ‘n een vol jaar uw team te formeren. U bent onmisbaar. Huub: Natuurlijk gaan we d’r op af, Joost. Alleen, hoe moeten we binnenkomen? Als z’n viso onder controle staat, is z’n huispersoneel omgekocht. Joost: Ja, daar vinden we wel wat op, Huub. Maar eh... wanneer kunnen we ‘m thuis vinden? Reitsema: Wanneer? Dat kan ik u zo zeggen: vanavond is de volledige ministerraad in geheime zitting bijeen, ten huize van Dr. Veijerlingh, Oude Noordeinde. Vraagt u me niet hoe ik het weet, maar het is zo. Joost: Dat is prachtig. Er is geen beter ogenblik dit document op tafel te brengen. We zullen de regering dwingen in te grijpen. Dit is meer dan een ongeluk: dit is een misdaad.
(in de turbokopter) Huub: Ik begrijp er niks van, Joost. Eerst gaan we opzichtig en bloc terug naar Ypenburg en nu met onze turbokopter terug naar de basis? Jaap: Dacht jij nou, Huub, dat wij als dolle stieren met de horens vooruit naar dat huis van de minister-president zouden stormen, mm? Laat je logische koppie toch ‘ns werken: die persvent wist dat Ir. Reitsema bewijzen had, dus die mannetjes die ons schaduwen kunnen nu weten dat wij die hebben. En nou denken ze dat... dat wij... dat we d’r ineens mee naar de basis gaan. Huub: O, een afleidingsmanoeuvre? Jaap: Natuurlijk. Joost: Natuurlijk, Huub. Jaap: Allicht. Joost: . Ze hebben onze lichten in die richting zien verdwijnen. Dirk: Nou, dan kunnen we ze net zo goed uitdoen, zou ik zo zeggen Joost: Juist. Dirk. En Jaap, klim dan gelijk naar de 2000 meter. Jaap: En dan zeker rechtsomkeert? Joost: Juist. Jaap: (klimt) Zo, gaan we dus dat huis van de minister-president ‘ns van bovenaf bekijken? Huub: O, precies. Beneden komen we natuurlijk nooit binnen. Joost: Ik ken het, het ligt aan het Oude Noordeinde. Het heeft een schuine kap, maar pal daarnaast is het Rond-de-Klok-Theater met een groot parkeerdak voor heli’s. Dirk: Hé, ging daar niet die show “Piloten moeten vliegen”, uit die kranten? Joost: Van die vent z’n krant hebben we meer plezier dan was bedoeld. Weet je? Als piloot ga ik ook “vliegen”, straks, van het ene dak naar het andere…
(turbokopter daalt op het dak) bewaker: Hé! Hé, daar niet parkeren, vlak aan de dakrand. Joost: Als alles vol is, dan hebben we geen keus. bewaker: Ja, maar jullie kunnen net zo goed weer vertrekken. ‘t Is uitverkocht. Joost: Ah, Jaap en Huub, gaan jullie ‘ns even naar die kassa daar. Dirk: D’r staat nog een hele queue. bewaker: Tja, als u ook wil wachten of er nog plaatsen retour komen… Dirk: Joost... Joost, het lukt nooit! Met dat touw en die haak kunnen we wel op dat andere dak komen, maar niet ongezien. ‘t Zit hier vol... vol schijnwerpers, en publiek, en bewakers. Joost: Daar had ik toch op gerekend, Dirk. Waarom dacht je anders dat ik hier vlak aan dat hekje heb geparkeerd? Dirk: Ach, wacht ‘ns even, wou je... Joost: Natuurlijk. Luister, Dirk, jij waarschuwt Jaap en Huub, maar niet direct... Huub kan geen kabaal maken als die niet in een ongeluk gelooft. Ik verschuil me achter die andere heli’s en ga m’n gang zodra de kust vrij is. Dirk: Ja! Heb je ’t touw? Joost: Ja. Dirk: Neem dan dit ook. Joost: Een pistool? Dirk: Ja. ‘t Doet geen kwaad maar... het... het maakt een ellendige herrie. (Joost loopt weg)
Dirk: En? Hoe staat het? Huub: Nou, d’r is niet veel kans dat we nog plaatsen krijgen. ‘k Zou ook niet weten waarvoor. Dirk: Jongens! Jongens, onze turbo! Kijk! Kijk, hij kiept! Hij kiept over dat hekje! Huub: Waar is Joost? Die moet er nog in zitten! (knal) Jaap: Waarom zette hij die dan ook op het randje? Huub: Hij is de rem vergeten! Dirk: (tegen Jaap) Kom mee! Kom mee!! Hij ligt op die achterplaats beneden. Jaap: Ja, maar Joost zit er nog in! Dirk: Nee, nee, dat dacht je maar, Jaap. Jaap: Wat? O! Ha, afleidingsmanoeuvre? Dirk: Ja ja ja ja, Huub staat naar beneden te wijzen, en ze rekken allemaal hun halzen uit. (sirene) Jaap: Zeg, daar komt die eerste hulp ook al. (lacht) Maar Joost kan zichzelf wel helpen.
Joost: Zo. Het andere dak. Zonde van de turbo. Maar in dit veen kijken we niet op een turfie. Dakraam. (probeert het te openen) Dicht. Nah, dan maar de ruit. (breekt ze). En d’r door. (klimt binnen) Zo. (geroezemoes van stemmen) Hè? Wat nou? Die proppenschieter. Aha, ’t zijn schrikpatronen. Ongevaarlijk, maar dat weten ze niet. stem: Wie is dat hier? Waar komt ie vandaan?... Halt!... Halt, jij daar!... Joost: O ja? uit de weg jullie (geluid van schoten - gefluit) Opzij, vooruit. Ja, fluiten jullie maar naar je handlangers, uit de weg!
Ir. Terlet: Ja, als u dan het project niet wilt overdragen aan Cape Canaveral of Krasugy Yar, dan moet er open kaart gespeeld worden. Er is een grens aan elke verantwoordelijkheid. Ik verzeker u, voor zo’n kleine groep, te weten,... alles, ...dit is niet te dragen. stem: Ja, maar, Terlet, dat is toch overdreven... Veijerlingh: (voorzittershamer) Heren! Heren, heren! Deze controverse heeft geen zin. (schoten) Ha! Wat gebeurt daar? (schoten) Veijerlingh: Ja, hebt u de bewaking dan met pistolen uitgerust? chef van de veiligheidsdienst: Alleen paralysors, excellentie. Ja, maar dit... (deur gaat bruusk open) Joost: Hier ben ik, heren. chef van de veiligheidsdienst: ‘t Is Ros. Ja, bent u gek geworden! Doet u dat pistool weg! Joost: Losse patronen, maar uw bewakers namen liever niet de proef op de som. Veijerlingh: Wij zijn in bespreking, Captain Ros. Joost: Dat wist ik, excellentie. Veijerlingh: Van wie, alstublieft? Joost: Ingenieur Reitsema. allen: Ir. Reitsema... Reitsema... Reitsema... Veijerlingh: Behalve integer blijkt hij dus ook vindingrijk. Joost: Het gaat nu, excellentie, alleen om wat hij heeft gevonden. Veijerlingh: Ja, uw wildwestentrée is niet aanmoedigend, doch nu u er toch eenmaal bent... Wel, wat hebt u ons te zeggen? Joost: Eerst iets te vragen, excellentie. Heeft de regering er ooit over nagedacht waar de concerns, die het project hebben opgezet, de enorme kapitalen vandaan moesten halen? Veijerlingh: Misschien mijn minister van financiën? Helaas is minister Hermsen vanavond niet in ons midden. Joost: Maar was hij wel hier, hij zou zeker niet weten hoe die ondernemingen zijn gekomen aan de procédés, aan de militaire geheimen, tekeningen, alles. Vreemd, vindt u niet? Veijerlingh: Eigenaardig, mm, schoon niet onmogelijk. Joost: Ja, dan zult u het ook wel eigenaardig-schoon-niet-onmogelijk vinden dat ze gelijk hebben geprobeerd een drietrapsraket in het heelal te slingeren vanaf de grond, en niet - zoals normaal - vanaf een ruimtestation. Veijerlingh: Met de ruimtestations van destijds is het, meen ik, minder gelukkig afgelopen. Joost: Maar nog ongelukkiger, excellentie, is het afgelopen met de misdadige haast waarmee de hele zaak is opgezet en uitgevoerd. Waarom is er niet eerst geluisterd naar de lui die een atoommotor wilden uitdokteren? Nu, mijne heren? Waarom hebben ze bijvoorbeeld dat Herford Ship niet hierheen gehaald? Neen, mijne heren, het moest alles in één dolle stunt met een onvoldoend beproefde superbrandstof, vloeibare ozon-3 met beryllium, met nota bene geforceerde moleculaire verbindingen! Dit moest misgaan, mijne heren! En uw regering heeft niet ingegrepen. Personeel en basis vlogen in de lucht, en twee bemanningen. Veijerlingh: Ieder is vrij zijn risico’s te bepalen, ook een bemanning, Captain Ros. Joost: Risico’s die ze kenden, ja. Maar Gijsbers en z’n ploeg droegen een... een nog groter risico dat alleen anderen kenden. Ze werden verraden, bedrogen, met de drijfstofkarakteristiek. Veijerlingh: Ja? Joost: Ja! Ja, mijne heren, want er ontbrak iets aan die drijfstof: precies de helft, de andere helft die voor terugkeer naar de aarde nodig was... Hier, hier dit papier, excellentie, dit is het originele document dat in… aan… aan Ir. Reitsema is gestuurd... Op het nippertje, zodat hij het niet meer heeft ingezien voordat het te laat was. Deze drijfstof, excellentie, verbrandt tweemaal zo snel als ons is verteld. Gijsbers en z’n mannen hebben dus eenvoudig enkele reis gekregen. Hier, excellentie, zijn mensen geblinddoekt in de dood gedreven! Door misdadigers achter de schermen. Ja, mijne heren, ze hebben me willen tegenhouden, bang maken. De pers is gemuilband. De visiefoons, ja ook de uwe, staat onder controle. Ik moest zelfs hier inbreken om u te bereiken. Hier heb ik het bewijs dat u en uw ministers wel zal dwingen in te grijpen voor d’r nieuwe slachtoffers vallen… Welnu, mijne heren? Zegt u niets, excellentie?? Of zijn met u ook al uw ministers doofstom geworden? Veijerlingh: Over de ministers van luchtvaart en vervoer, hier aan mijn zijde, kan ik u in dit opzicht geruststellen. Joost: Dan vraag ik u in tegenwoordigheid van uw hele raad: bent u bereid, ja of nee, een vervolging tegen deze moordenaars in te stellen? Veijerlingh: U en Ir. Reitsema zijn, meen ik, enigszins het slachtoffer van een misverstand. Joost: Misverstand... Ah, dat woord ken ik! Veijerlingh: O, dat is dan verheugend, Captain Ros. En... kent u ook... mijn ministers? Joost: Niet persoonlijk, natuurlijk. Veijerlingh: Dan dunkt mij het best hen aan u voor te stellen. Ir. Mr. Terlet van luchtvaart, en Mr. Dr. Van Laar van vervoer voorbijgaand ziet u naast hen zitten de directeur van de sterrenwacht Dwingelo, namelijk Dr. Hemelaar. En verder Dr. Thomson, de coördinator van het project. Joost: De co... Dan heb ik u ontmoet onder het viaduct. De coördinator? Veijerlingh: Dr. Thomson heeft namelijk gezorgd voor het bijeengaren van die geheimen en procédés. Verderop drie heren, namelijk de directeuren van de voornaamste concerns. Joost: Wat? Veijerlingh: Ja. En rond de tafel gaande komt u dan bij de chef van de veiligheidsdienst, die het oor van het Nieuwe Nederlands Persbureau alsmede mijn visofoon blokkeerde, en die u blijkbaar niet geheel met succes in het oog liet houden. Naast hem zit iemand die u beter kent: de hoofdingenieur van de basis, Van Meeteren, die uw aandacht nog niet heeft getrokken, waarschijnlijk omdat hij van uw plaats gezien min of meer schuilgaat achter twee ambassadeurs: Mr. Wilburn Brown uit Washington en de heer Igor Belewsky uit Moskou. Nu, ditmaal zegt u niets, Ros. Joost: U... u staat hier allemaal achter? Van Meeteren: Dat is wel duidelijk, Captain Ros. En ook dat u zich ernstig hebt geblameerd. Joost: Geblameerd!! Maar niettemin, meneer Van Meeteren: Gijsbers, Verbruggen, Baastra en Van der Meulen, ze werden naar boven gestuurd met een enkele reis. En dat wordt nu ineens zomaar mooi en goed, alleen omdat u dat wist!? Veijerlingh: Ir. Van Meeteren wist het, Joost Ros, en ik, en de Verenigde Staten, en Rusland, en... Joost: Maar dat zegt toch niet voldoende, excellentie. Veijerlingh: Omdat u nog één stap verder zult moeten gaan, de meest tragische van allen. In dit verband, hebt u de laatste dagen Captain Gijsbers nog gesproken? Joost: Ja, even. Gijsbers..., hij leek wat eh... afwezig. De manier waarop hij sprak... Dus dat was het: hij wist... Veijerlingh: Ook Gijsbers wist dat hij nooit terug zou komen. Joost: En toch ging die... Waarom, excellentie, waarom ging Gijsbers? Veijerlingh: Om redenen die ook u later zult vernemen. Later. Maar voor uw eigen gemoedsrust: nooit laat genoeg. Joost: En dit scherm? Een commerciële stunt?? Veijerlingh: Het project wordt niet verraden, slechts beschermd. Ik vorder van u nu twee dingen: geheimhouding van hetgeen u thans hebt vernomen, en vertrouwen in mij persoonlijk inzake dat wat ik u thans verzwijg. Joost: Goed, excellentie. Maar... maar wat zeg ik mijn mannen? Veijerlingh: Eenvoudig dat de regering koste wat kost een herhaling van deze tragische gebeurtenis zal voorkomen. Joost: En Ir. Reitsema? Veijerlingh: Niet voor niets, Ros, hebben wij hem dit papier op deze wijze doen toekomen. We kunnen nu beslissen of we hem al dan niet in dit project zullen halen. (kucht) Ik neem aan dat geen van de aanwezigen de karaktervastheid van ingenieur nog ter discussie wenst te stellen? allen: Nee... nee... Veijerlingh: Goed, dan zal ik hem morgen ontbieden. En inmiddels gaan wij dan voort ons te beraden over verdere stappen. Er is trouwens geen keus. Van Meeteren: O, overigens, Veijerlingh, hebben wij daarbij nog behoefte aan de tegenwoordigheid van eh... Veijerlingh: Van Captain Ros? coördinator: Als ik iets mag opmerken? Veijerlingh: Uiteraard, coördinator. coördinator: Dank u. Nu blijkbaar de gedachten van de deskundigen opnieuw uitgaan naar een nieuwe drietrapsraket, zou ik gaarne de mening erover horen van een belanghebbende. Of heeft u, Captain Ros, zich hierover nog geen mening gevormd? Joost: Ja, coördinator, dat het een onding is. Men moet er iets anders voor nemen. Veijerlingh: Men neemt geen raket. Elk van die... die tachtig- à honderdduizend onderdelen moet getekend worden, beproefd, gemonteerd, Ros! Joost: Dat blijft toch lood om oud ijzer als het principe niet deugt! En dat is bewezen. Als u dus opnieuw moet beginnen, doet u het dan radicaal. Van Meeteren: Nu, ziet u, meneer de coördinator, wat ervan komt als men leken in de discussie betrekt. Joost: Wel, meneer de vakman, ik sta u dan graag mijn plaats af in uw volgende Alpha! Het is niet alleen een doodskist, maar nog een benauwde d’r bij. Een onding! Moet ik dat de heren soms nog uitleggen? coördinator: Niet alle aanwezigen zijn raketdeskundigen, Captain. Joost: Wel, mijne heren, het is heel simpel. We bereiken met de chemische brandstof geen uitstroomsnelheid groot genoeg om aan de aantrekking van de aarde te ontsnappen, dus hebben we twee, zelfs drie raketten in tandem nodig. De bovenste trap bevat de nuttige last, waar vier mannen op elkaar zitten gekrampt met hun instrumenten, levensmiddelen, water. Alleen de zuurstof voor een jaar weegt al meer dan twee ton. Stel alles samen op zeven ton. Plus zeven ton constructiegewicht. Inclusief stuwstof naar massaratio van 2,7. Dan wordt die trap een kleine... veertig ton. En ze moet door de middelste trap een eind omhoog worden gesjouwd. Constructiegewicht van die middelste trap: nog eens veertig ton. Samen tachtig. Per ton weer idem zoveel brandstof. Samen... eh… tweehonderd ton. Van Meeteren: Plus vier ton. Joost: Die vier ton krijgt u van me cadeau, meneer Van Meeteren. En bij de onderste trap zitten we al over de duizend ton. En dan krijgt u d’r nog honderd cadeau, meneer Van Meeteren. Zelfs de hele raket krijgt u van mij cadeau! Een raket zo hoog als de Sint-Jakobstoren met een leefruimte voor één flinke muizenkolonie. En in zo’n hok wil de ingenieur Van Meeteren ons naar Saturnus sturen! Van Laar: Ja, als vervoerseconoom moet ik de Captain hier bijvallen. Het is zoiets of we een wagentje met vier opeen gepropte passagiers zouden laten opduwen door twee reuze locomotieven met een stuk of vijf overbelaste kolenwagens. Joost: Precies, meneer Van Laar. Als de mens in de ruimte een onbeduidend toevoegsel aan brandstof en machinerie gaat worden, dan kunnen we ’t beter laten. Veijerlingh: Maar staat een andere weg open? Van Meeteren: En nu komt onze gewaardeerde coördinator natuurlijk weer met dat Herford Ship! coördinator: Een ééntrapsraket, heer Van Meeteren, maar leefbaar en geheel beproefd. Ir. Terlet: Behalve in de lucht, naar ik meen. Van Meeteren: Op de grond ging alles voortreffelijk. Een praktisch project! coördinator: Het meest praktische was dat men wachtte op de motor van de toekomst. Van Meeteren: Op een atoommotor, in een verre toekomst, die wij niet... Veijerlingh: Van Meeteren! Van Meeteren: Ja... Ik waardeer alles wat de coördinator voor het project gedaan heeft, maar... hij is astronoom en geen raketdeskundige. Een ééntrapsraket als het Herford Ship zou een motor nodig hebben voor tientallen malen de uitstroomsnelheid van onze bekende chemische stuwstoffen. Atoomkracht kan die leveren, onder drukken tot honderd atmosferen en miljoen graden. Maar de beste motorwand die we op ‘t ogenblik kunnen maken, bezwijkt al bij acht en een half duizend graden! coördinator: Behalve wanneer deze motor van binnen gevoerd is met een zogenaamd energiescherm. Van Meeteren: Bindingsenergie tussen protonen en neutronen?? Dat is sciencefiction! coördinator: Dat was het misschien, maar nu niet meer. (gemompel) Ergens in Old Grooves Research, Ohio, had een jong ingenieur met zo’n idee gespeeld. Ook in de archieven van Krasugy Yar en de Engelse basis Woomera vond ik een paar ideeën. Elk afzonderlijk zonder waarde, doch samen... Mijne heren, de kernmotor die ik hieruit liet tekenen, creëert een wisselenergievoering met een capaciteit voldoende om zelfs een H-bom explosie te verwerken. Daarin injecteren we chemisch zuivere watermoleculen. Veijerlingh: Ja, maar... denkt u, coördinator, dat dit mogelijk is? coördinator: Voor een niet-deskundige weet ik het zelfs vrij zeker. En daarmee zijn al uw problemen opgelost. Zelfs het probleem van de terugkeer van Captain Ros: immers de ringen van Saturnus bestaan ten dele uit ijs, bevroren water, dus te gebruiken als stuwstof. (gemompel) Veijerlingh: Van Laar, hoe halen we dat Herford Ship hierheen? Van Laar: Uit Amerika... Nou, door de lucht is het snelst. Dat moet Terlet voor ons doen. Ir. Terlet: Ik neem aan, coördinator, dat het casco niet meer weegt dan vijfhonderd ton? coördinator: Nog geen fractie. Buitenhuid magnetisch licht metaal, van binnen delta-aluminium. Ir. Terlet: Dan hangen we ’t simpel op aan een constructieraam met vier Sikorsky-heffers 69D. Van Laar: Wat, vier helikopters? Over de Atlantische oceaan? Veijerlingh: Ja, dan moogt u het wel stevig ophangen. Ir. Terlet: Natuurlijk met acht in reserve. Bevoorrading door de lucht... Eh… kan ik de details straks nader even met u...
Veijerlingh: Eh… voor u ten slotte ook vertrekt, Hemelaar, hoe is de toestand? Zijn er al tekenen? Hemelaar: Horfstermeer meldt langzaam toenemende turbulentie. Veijerlingh: Aha. Hemelaar: Ook wij op Dwingelo richten onze radiotelescoop nog al ‘ns op de zon. Veijerlingh: Ja. Stel dat de nieuwe Alpha kan starten over bijvoorbeeld drie à vier maanden. Hemelaar: Laat me nou ook weer niet te zeer jagen, Veijerlingh. Dit is onze laatste kans. Nog zeventien maanden uiterlijk. Uiterlijk! Daarbij is het punt van vertrek van de aarde niet gunstig: bijna in aphelium. Veijerlingh: Ja. Saturnus staat dan aan de andere kant van de zon, bedoelt u? Hemelaar: Dat scheelt zowat 150 miljoen kilometer op een tocht van 1420 miljoen. Veijerlingh: Mm. Eh... nu we alleen zijn, Hemelaar, is er iets dat ik je vragen wil. Vannacht, na de catastrofe op Oostschiermonnikoog, heb ik wakker gelegen. Ik dacht aan de ramp en aan die jonge mannen die in hun schip zijn omgekomen. D’r kwam een afschuwelijke vraag bij mij op: is het tenslotte niet mogelijk dat die... die boodschap uit de ringen van Saturnus niet bestaat, een mystificatie is? Hemelaar: Onze ondergang, Veijerlingh, is ons al vaak aangekondigd, maar nog nooit door radiosignalen uit de ringen van Saturnus. Veijerlingh: Ja, het... het is tenslotte één man die ze min of meer vertaald heeft. Hemelaar: De coördinator, Dr. Thomson. Een langzame, secure man, Veijerlingh. Vreemd, hij heeft mij nooit getroffen als briljant. Hij is wel zeer veranderd. Maar dat zijn we tenslotte allemaal. Na Thomsons vertaling is contact opgenomen en met Washington en met Moskou. Wat heeft deze elkaar bitter vijandige mogendheden tot de geheimste en krachtigste medewerking bewogen? Wat maakt ze beide doodsbevreesd voor publicatie? Zo zelfs dat de Koude Oorlog voor de schijn wordt voortgezet? Waarom wordt een groep grootbedrijven in een onbetekenend land als het onze gebruikt als een rookgordijn waarachter men deze heel wanhopige onderneming verbergt? Nee, Veijerlingh, de zon zal wel degelijk over nog geen twee jaar nova worden... Ze zal uitzetten, exploderen. Ons zonnestelsel zal in damp opgaan. Veijerlingh: Wij op aarde hebben geen methode dit te voorspellen? Het tijdstip? Hemelaar: Nee... Nee. Elk jaar gaan in ons Melkwegstelsel ongeveer twintig sterren nova, maar eh... niemand kan het juiste tijdstip berekenen. Veijerlingh: Tja, behalve iets of iemand die ons vanuit de ringen van Saturnus de waarschuwing heeft gezonden. Hemelaar: Een boodschap, ja... over een onstellende afstand, met ontstellende middelen. Veijerlingh: Misschien ook met de middelen om ons op enigerlei wijze te redden... ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (3/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [2] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [3] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [4] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [5] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [6] geboren te Rotterdam op 21/04/1892; overleden te Amsterdam op 25/03/1966 (Code TIN: 1007) [7] nog geen gegevens [8] geboren te Amsterdam op 17/07/1937 [9] geboren te Amsterdam op 14/12/1911; overleden te Amsterdam op 29/06/1969 (Code TIN: 6952) [10] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487) [11] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [12] geboren te Amsterdam op 27/04/1884; overleden te Amersfoort op 04/05/1971 (Code TIN: 3871) [13] geboren te Medan (Indonesië) op 07/05/1920 [14] geboren te ’s-Gravenhage op 16/01/1905; overleden op 16/01/1999 (Code TIN: 6684) [15] geboren te Amsterdam op 17/11/1910; overleden te Arnhem op 15/10/1977 (Code TIN: 10964) [16] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [17] geboren te Amsterdam op 13/09/1889; overleden te Arnhem op 16/10/1977
|