TESTBEMANNING

DEEL 21: GENOEGENS VAN HET ONBEKENDE

Carl Lans (1913)

uitzending: KRO, zondag 18/02/1962 (herhaling: woensdag 06/09/1989)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids]

- robotverbindingen: Hans Karsenbarg ([2]) & Hans Simonis ([3])

- Proctor: Huib Orizand ([4])

- Kliox: Robert Sobels ([5])

- Els: Nora Boerman ([6])

- Dirk, elektronicus: Paul Deen ([7])

- automaat: Chiel de Kruyf ([8])

- Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([9])

- Huub, navigator: Frans Somers ([10])

- robas: Maarten Kapteijn ([11])

technische gegevens: 32’25’’ - 22,2 MB - mp3

 

robotverbinding 1: Connectie via stersystemen Perasuu, Aôt-i-Zjee-wee en Mörschtt. Galaxenter. Sectie identificatie. Ik groet u voor verbinding.

Proctor: Viermaal heb ik me reeds geïdentificeerd. Checkt u toch m’n subvocaalpatroon.

robotverbinding 1: Ik verbind u.

robotverbinding 2: Veldregistratie sectie Kliox. Ik groet u voor identificatie.

Proctor: Identificatie!! Ik had verzocht het gesloten kanaal: Kliox.

robotverbinding 2: Volgens gewijzigde codificatie aanvangspoli numero…

Proctor: Deze restrictie kan niet gelden voor Proctor Senioren.

robotverbinding 2: Volgens mijn instructietape wordt op de aanvullingspoli nog een codicil ingewacht, die dit punt zal ophelderen.

Proctor: Bij alle tentakels van Glôr! Robotten!...

Kliox: Veldregistratie Kliox B-17. Ik groet u voor opname, Proctor Senior.

Proctor: Staplastreu B-16. Ik groet u voor rapport.

Kliox: Inmiddels, mijn waarde oud-leermeester, is de garantiecommissie over het certificaat 47-B, dat aan uw schadeclaim ontbrak, tot een beslissing gekomen.

Proctor: Ah, mijn verloren roboteenheden.

Kliox: Ja. Het dossier werd namelijk verwezen naar de subgroep die zich op deze schadematerie specialiseert.

Proctor: Grote Galaxis!

Kliox: Ik hoop in elk geval dat uw testproject u bevredigender resultaten oplevert.

Proctor: Tot dusver slechts een zeer onbevredigend raadsel, Kliox. Deze B-5 Terranen blijven namelijk ook als volwassenen ten prooi aan jeugdangsten die in hun onderbewustzijn als het ware op de loer liggen. Op dit feit heb ik, zoals u bekend, mijn Pleierta-test geconcipieerd. Joost, Justus of… of… of Ros, moet om te slagen in staat blijken deze angsten, die ik in de vorm van monsters en dergelijke tegen ‘m laat oprijzen, verstandelijk te overwinnen.

Kliox: Inderdaad, voor ruimtevaarders, die veel met eenzaamheid moeten kampen, een essentiële voorwaarde.

Proctor: Maar nu, stelt u het zich voor, Kliox: niet met de rede, doch door een onberedeneerde destructieve emotie, woede genaamd, heeft Ros zich van deze angsten bevrijd! Volkomen onvoorzien! Hoe moet ik thans z’n ratio-emotioneel quotiënt vaststellen?

Kliox: Deze Terranen bestrijden dan kennelijk vuur met vuur.

Proctor: Kliox! Ge zijt me terecht met een vol classificatienummer ontwassen, want… merkwaardigerwijs formuleert ge een standaarduitspraak in het Terraans welke mij tot dusverre zinloos toescheen: “Het ene kwaad bestrijden met het andere.” Zoiets is mij volslagen nieuw.  Enfin, thans mijn rapport.

Kliox: De vocalisator is ingeschakeld, Proctor Senior.

Proctor: “Straplastreu B-16 aan Galactische Raad voor rapport. Onderwerp: Terra-test. Resumerend merk ik op dat ten eerste de persoon Ros een merkwaardige overwinning heeft behaald op zijn milieu. De groep Huub-Jaap op Mekanistreia heeft zich de daar bestaande robotoorlog gerealiseerd en een voertuig bestegen waarbinnen zij - volgens op Mekanistreia heersende regelen - tot gevangenen zijn verklaard. Subgroep Dirk-Els, deze zijn na een onrustige nacht in een lege cabine van het kleine Ypsilonschip wakker geworden zonder idee hoe zij de voor de hand liggende vraagstukken van voeding en uitrusting zullen aanvatten.”

 

Dirk: (geeuwt)

Els: Uitgeslapen, Dirk?

Dirk: Wat zeg je nou? Uitgeslapen? Mens, ik heb geen oog dichtgedaan!

Els: O, ik heb je anders horen snurken! Verschrikkelijk!

Dirk: Heb je me horen snurken?

Els: Mm.

Dirk: Ha, je snurkt zelf.

Els: Nou, huh, daar weet ik zelf niks van.

Dirk: ‘t Zal niet het eerste zijn wat jij niet weet.

Els: Mm, wat ben je weer uit je humeur, bah! Als je altijd zo bent...

Dirk: Och kind, ik ben... ik ben geradbraakt!

Els: Ik soms niet? Ik heb nog nooit op een metalen vloer geslapen.

Dirk: (rekt zich uit)

Els: O, Toeteltje heeft nog geen zaadjes gehad. Wacht, in m’n cover-all zitten ze, geloof ik. ‘ns Even kijken. Eh? Ja. Hier, Toeteltje, als je op m’n hand gaat zitten. Goed zo!

Dirk: Ik heb ook nog niks gehad.

Els: Ja, Toeteltje, en daar zitten we nou samen opgeknapt met een heel knorrige man.

Dirk: Ja, heel knorrig.

Els: Wat zullen we met ‘m doen? Vogelzaadjes geven?

Dirk: Ach!

Els: Ja, hij denkt toch alleen maar aan z’n eigen maag.

Dirk: Oooh, dat geflikflooi met die kanarie! Ja, schiet nou maar op! We moeten wat eten zien te vinden. Hooh! Zeg...!

Els: Mm?

Dirk: Vertel me nou ‘ns: val jij soms niet van de graat?

Els: Jawel, maar ik ben te beschaafd om d’r anderen onder te laten lijden.

Dirk: Net wat je zegt.

Els: En als ik met Toeteltje wil praten, moet ik dat weten.

Dirk: O, kind, doe toch niet zo vervelend. We moeten voort.

Els: Maar dat arme beest zit nog te pikken!

Dirk: Nou eh... eh… nou eh... hier… Weet je wat je doet? Je... dan… dan… dan moet je maar eh... maar wat in je haren strooien. Ja! Ja! Kan die daar zitten pikken! Blijft ie meteen in de buurt ook.

Els: Vreselijk mal idee, maar eigenlijk wel praktisch.

Dirk: Ja!

Els: Zo dan, Toeteltje, jij gaat naar boven. Hup.

Dirk: Nou... (gaat naar de deur toe) Voorzichtig open die deur, hè.

Els: Mm.

Dirk: Nee... Nee, d’r is niks te zien op de corridor. Voorzichtig, Els.

Els: Mm? Ja.

Dirk: ‘t Schip is niet zo leeg als het lijkt.

Els: Eh... dat rommelen dat we gehoord hebben, dat vond ik maar griezelig.

Dirk: Ja, ja. Ergens door dit reusachtige schip, hè, is een… is een spoorweg, waarover konvooien gaan.

Els: Ja.

Dirk: Ik heb vannacht het gedender van de wagens nog een paar keer gehoord, al heb ik dan alleen maar gesnurkt.

Els: Gut, begin je nou weer?

Dirk: Zeg... Nou over dat eten, hè.

Els: Ja?

Dirk: We moeten verdraaid oppassen wanneer we wat vinden.

Els: Jij denkt dat het ligt waar... zij ons willen hebben?

Dirk: Ja, daar ben ik wel zeker van, want van deze testwereld is er nog nooit één groep levend teruggekomen. Maar ik heb me vast voorgenomen dat wij, hoe dan ook, de eersten zullen zijn. We kunnen niet anders. Als straks die hele zon uit elkaar klapt... Ze moeten gered worden, allemaal.

Els: Ah, het is verschrikkelijk te denken dat... dat alles en… alles alleen van ons en de anderen afhangt. (zucht) Wij moeten alles doen.

Dirk: Hè hè... in elk geval zijn we ‘t ergens over eens. Hè?

Els: Ja.

Dirk: Nou. Gaan we ‘t hier maar ‘ns bekijken. Hé, da’s een heel andere soort toegang. Een ovaal. Een ovaal met een middenspleet. Kijk ‘ns.

Els: Mm?

Dirk: Hier is een knopje.

Els: O ja... (schuift open) Die spleet begint uit te zetten, Dirk.

Dirk: Nou kom kom kom kom, kom nou binnen.

Els: Ja ja ja, ik kom toch al. Nou... (schuift dicht - Els schrikt) Die spleet gaat weer achter ons dicht. Zeg!

Dirk: Ja, hier binnen zit toch ook een knop!

Els: O!

Dirk: Ja, maar waarom sluit dat ding hermetisch?

Els: D’r eh... d’r is in deze kamer niets behalve die… die automaat in die hoek.

Dirk: Ja, blijf jij nou hier, hè, ik inspecteer dat ding eventjes alleen.

Els: Wat is het eigenlijk?

Dirk: Geen idee. (Oh, wacht even: ‘t is beter er niet recht voor te gaan staan. Je weet nooit wat eruit komt.) Eh… nou, het is misschien een soort eh... eetmachine, hè, als in ons schip. Kijk maar: zelfde soort knopen.

Els: Ja.

Dirk: Rood, half rood en zwart.

Els: Moet je de rooie knop indrukken.

Dirk: Ja, maar… welke betekenis heeft hier de kleur rood? Hè?

Els: Ja, hemel!

Dirk: O kijk, d’r is ook een uitholling in. Zeg, misschien praat dat machine telepathisch, net als die andere dingen, als je je hand d’r maar op legt. Zullen we ‘t ‘ns proberen?

Els: Ja, ja.

automaat: De Greepok Restaurator voor fysieke behoeften. Steeds betrouwbaar, uitgebracht door de servicedienst voor semi-chitineuze humanoïden.

Dirk: Hè?

automaat: Voor volle service dient de rode knop te worden ingebracht...

Els: Rooie.

automaat: De Greepok Restaurator voor fysieke behoeften, steeds betrouwbaar… uitge...

Dirk: Ja, ja ja ja ja ja, stop maar. Wacht ‘ns. Ja... het… het klinkt tamelijk begrijpelijk, hè?

Els: Zeg, maar wat zijn chi… chi… chitineuze? Ik… ik ken dat woord. ‘t Is iets uit de... uit de... uit de biologie of zo, maar...

Dirk: Zeg, in elk geval is het iets voor humanoïden, hè?

Els: Ja ja.

Dirk: Dus ook voor ons!

Els: Ja, ja natuurlijk.

Dirk: Blijf jij nou daar. Volle service rooie knop... Nou, ‘k zou zeggen, laten we dan eh... de half rooie maar nemen.

Els: Mm. Ja, wees maar voorzichtig. Hij werkt, hè?

Dirk: Ja, het... het tikt ergens, hè? D’r gebeurt niks. Nee. Dan de rooie. Ja...! Ja, ‘t werkt. Ja!

Els: O, zeg, Dirk, Dirk, d’r komt wat nats op de vloer daar in het midden.

Dirk: Hè?

Els: Het… het lijkt wel olie...!

Dirk: Olie? Waar komt die olie vandaan?

Els: 'ns Even kijken... Oh, uit die muizengaatjes hier, in ‘t midden van de vloer, daar komt het uit.

Dirk: Zeg!

Els: Ja?

Dirk: De vloer loopt onder! (hoest) Waar... waar is dat goed voor? (hoest) Wat... wat is dat hier... met die lucht? (hoest) ‘k Hoest me... ‘k hoest me kapot!

Els: Daar! Daar boven je! Daar komen gele wolken, Dirk!

Dirk: Uit... uit het plafond!! Dat... dat is giftige damp!

Els: Wat sta je d'r nou? Kom nou mee, we moeten d’r uit! Kom nou mee, Dirk.

Dirk: Trek niet zo aan me... Die vloer is spiegelglad. (pijnkreet) Au!!

Els: Oho... nou helemaal in de olie...

Dirk: O ja ... laat het nou maar! Laat nou maar, die grapjes. Au!! Druk vast op die… op die knop!

Els: Ja... ja, ja, maar waar is die knop nou? Ik kan haast niets meer zien. O wacht, wacht, hier.

Dirk: Toe nou, toe nou, schiet nou op! Het stroomt hier vol! ‘t Is hier niet om uit te houden.

Els: ‘t Gaat niet, Dirk. Die deur wil niet. Die olie stijgt. Dirk!! Ik...

Dirk: Die deur... die deur zit hermetisch..., die deur zit..., die gaat niet open zo... zolang als hier olie staat. Blijf hier, blijf jij hier, ik ga terug om... op die zwarte knop te drukken. (hoest) Ja! Zo.

Els: (borrelend geluid) Ze zakt, de olie... Ik kom bij je Dirk.

Dirk: Wat?

Els: Ja, ze zakt.

Dirk: Ja... Ja. Die damp, die damp trekt… trekt ook weg. (hoest)

Els: Pas op! Pas op, Dirk, je glijdt uit. Leun op me.

Dirk: Nee!

Els: Leun nou op me.

Dirk: Nee nee, dan kom jij ook onder die olie. Hier, hier is een wandsteun.

Els: O ja.

Dirk: (zucht) Hè hè... Och. Nou... ik heb natuurlijk weer het meeste gekregen. Ik… ik… ik… ik druip.

Els: Dirk pas op! Uit de wand!

Dirk: Ik zit vast! Om m’n voeten ook!! En m’n nek! Waar komen die banden vandaan?

Els: Dirk, Dirk! Uit de muur, het kwam uit de muur.

Dirk: Sta niet te blèren, maak me los!

Els: Ik probeer het toch al, maar het is metaal... Ik kan niet.

Dirk: Kijk op de wand, of er een knop zit. Nee! Nee, kom niet te dichtbij.

Els: Ik... ik zie niets. D’r zit niets. ‘t Is... ’t is… ‘t is automatisch.

Dirk: Hoe moet ik er uit? Pas op! Pas op!! Ga weg! Wat gebeurt er op de grond?

Els: Wat? D’r komt… d’r komt een buis uit de vloer naar boven schuiven en ‘t glimt. D’r zit... d’r zit een ronde koker aan die... die naar alle kanten draait, met een soort... een soort voelspriet, Dirk.

Dirk: Ik moet er uit... Aah... Nee.

Els: Hij begint je kleren te onderzoeken. Dat ding snuffelt rond, Dirk!

Dirk: Dat voel ik, dat voel ik wel. Maar waarom? Blijf nou uit de buurt, jij!

Els: Ja, ik doe het toch al! O... gelukkig, gelukkig, hij is klaar, het hele ding zakt weg onder de grond.

Dirk: Ja, ‘k hoop... ’k hoop erg diep.

Els: Je bent... je bent alleen maar onderzocht, Dirk…

Dirk: Ja.

Els: Verder niks, die… die… die banden moeten nu vanzelf opengaan. O, ze hebben natuurlijk gemerkt dat wij geen semi... eh... semi-chiti... chitineuze - of hoe was het nou weer? - humanoïden of… Ho, daar komt ie weer naar boven!

Dirk: Ja, dat hoor ik!

Els: Maar...! Dirk, ‘t is nou wat anders.

Dirk: Klets nou niet. Wat?!...

Els: D’r zit een koker aan die... die... Je kunt het zelf zien!

Dirk: (schrikt) Ik zie een arm, met een mes!

Els: (schrikt) O! Dirk, Dirk!

Dirk: (pijnkreet) Doe ‘m uit!

Els: Het gaat niet, Dirk! Oh!

Dirk: Aaauw!

Els: Dirk! Dirk, zeg iets! Dirk!!

Dirk: Ik eh... ik heb niks. ‘t Heeft alleen m’n... m’n cover-all doorgesneden. Als die banden nou maar los gaan. (banden openen) Grote Horvath!!...

Els: O...  Je… je cover-all is… is van onder tot boven doorgesneden, en... precies op de rits. Je… je was bijna uitgepeld..., Dirk.

Dirk: Ja, uitgeteld ook.

Els: Oh ho, wat idioot sta je d’r bij, zo.

Dirk: Ja... ja ja ja, jij kunt plezier hebben, hè, als ik maar in de ellende zit.

Els: Ik kan ’t niet helpen, ‘t is ook zo idioot.

Dirk: Ja, als ik maar voor gek sta, hè, heb jij meteen je draai.

Els: Hè, toe nou, Dirk...

Dirk: Ik heb een goeie memorie, weet je.

Els: Ja, maar zo ben ik nou eenmaal, hè. Bij sommige dingen moet ik lachen.

Dirk: Ja, laat je dan maar, voortaan.

Els: Ja. Dirk, nou, kom nou ‘ns hier...

Dirk: Ja?...

Els: Als ik dit lint gebruik, hè, en door die gaatjes haal, dan krijgen we misschien die cover-all weer bij elkaar, hè?

 

Dirk: (zucht) ‘k Heb een honger als een kolengrijper. Zeg, Els?

Els: Ja?

Dirk: Mijn intuïtie zegt me dat we hier in de buurt van iets eetbaars zitten.

Els: Nou...

Dirk: Ja. ‘t Is een eetkamer, vast.

Els: Hier?

Dirk: Ja, kijk maar zelf: die podiums overlangs, dat moeten tafels zijn, en die blokken ervoor, zetels. En die stapel bollen daar in de hoek: kokosnoten.

Els: Nou, ‘t kan net zo goed heel wat anders zijn: een kegelbaan.

Dirk: Hè ja, een kegelbaan. Hè hè.

Els: Hier, daar komt zo’n kokosnoot, hij is van ijzer. (rolt er eentje naar Dirk toe)

Dirk:  Ja. Ja, hij is zwaar, maar ‘t is geen metaal.

Els: ‘t Kan hier net zo goed een... een… een… een recreatiezaal zijn voor… voor… voor Marsmannetjes of zo.

Dirk: Dan was het vorige hok bepaald hun badkamer.

Els: (lacht)

Dirk: Ja, ik denk dat ze een huid hebben die... verhardt.

Els: Hè?

Dirk: Ja, en eerst met olie moet worden soepel gemaakt voor ze kan worden afgestroopt.

Els: Dat... dat dinges... dat apparaat... dat dacht natuurlijk dat... dat je huid eraf moest.

Dirk: Ja! Chitine. Huid!...

Els: Ja!

Dirk: Wacht ‘ns...!

Els: Vanzelf! Semi-chitineuze humanoïden.

Dirk: Ja.

Els: Mensen met een harde buitenhuid. Net... net als insecten dat hebben.

Dirk: Ja, maar wacht ‘ns even, eten moeten die lui toch ook.

Els: Ja, natuurlijk.

Dirk: Dat aangrenzende hokje daar in ‘t halfdonker, dat kan best de... de provisiekast zijn. Hé, op de grond ligt allerlei gruis. ‘t Lijkt wel iets als eh... als kandij of zo.

Els: Neem je zaklantaarn dan. Maar ga d’r niet in, Dirk, ‘k vind ‘t maar eng.

Dirk: Ooo, blok aan m’n been, kijk nou zelf, hier: kijk nou. D’r zitten geen openingen in de wanden.

Els: Nee,

Dirk: Hè? En niet in ’t plafond.

Els: Nee.

Dirk: Alleen… alleen op de grond ligt wat... O, wat ben ’k stijf in m’n knieën... Aah... nou... Wacht ‘ns, hoor, effe kijken.

Els: D’r... d’r zoemt hier wat.

Dirk: Ja, in je bovenkamer.

Els: Dirk, ik weet niet zeker of ‘t hier wel heel...

Dirk: Hou je nou je snavel!

Els: Dirk, maar... maar... daar!

Dirk: Hé, laat me los! Ben je nou een haartje om me naar beneden te duwen?

Els: 't Plafond!!!

Dirk: Grote Horvath! Onderuit! Help me nou, vlug, vlug!

Els: Ja, hier, pak nou beet! Ja!!

Dirk: Hè hè! Dank je wel. Nou, dat scheelde niks, hè? Ik ging al door m’n knieën. Ze hebben me net gemist, met dat ding.

Els: Ze? Welnee, ‘t was een automatische notenkraker.

Dirk: Hè?

Els: ‘t Was toch een eetkamer!... daar gaat ie weer omhoog, voor de volgende noot.

Dirk: Nou. Da’s dan dat. Zeg, waar is m’n lantaarn?

Els: Ik eh... ik denk eh... daarin.

Dirk: Hè? Dat platte ding??

Els: O, sta daar nou niet zo dom te staren naar dat... naar dat stuk blik in je hand met dat... met dat... gele oog d’r op dat net kijkt als een... als een schol. (lacht)

Dirk: Hou je op? Hou je op? Ik rammel je door elkaar, hoor! Ik zeg: hou op!

Els: Ho ho... ho ho ho... Hou me vast, Dirk, asjeblieft. Ik kan ‘t niet helpen, ik ben zo ontzettend geschrokken.

Dirk: Nou nou... kom kom kom kom kom nou, kom nou kind, ik schrik me toch ook de beroerte.

Els: Ja.

Dirk: Zeg, wat is dat? Hang om je eigen hals!... Ben jij helemaal stapel?... Ga op je eigen benen staan!

Els: O, jij... jij misbaksel!

Dirk: Wat?

Els: Jij echte snertvent! Met je “ik weet dit” en “ik weet dat” terwijl je nog te stom bent om... om wat eten te vinden...

Dirk: Wat?

Els: En ik je moet zeggen dat het noten zijn.

Dirk: Oelewap!! Jij draait het om! Wie zei dat het hier een eetkamer was?... Ik!!

Els: Ik heb je gewaarschuwd.

Dirk: Nee, dat zijn ellendige trucs van je, om alles om te draaien

Els: O ja??

Dirk: Jij, jij zit vol streken. Als ik in ellende zit, hè, dan lach je me uit, zoals je ons allemaal hebt uitgelachen, stuk ongeluk! Maar als het misgaat, dan is het tranen met tuiten huilen, hè, en om m’n hals gaan hangen.

Els: Je...! Je om je hals hangen?? Jij gemene naarling, ik... ik had je on... onder die stamper moeten laten zitten!

Dirk: Wat verbeeld jij je eigenlijk?

Els: Jij misselijke, wraakzuchtige, knurftige...O!

Dirk: Nou nou nou, ga ‘ns door...

Els: Die jou hebben uitgezocht voor de Alpha, die waren stapelgek...

Dirk: Jij met je kouwe drukte.....

Els: En die selectiemachine van jouw ding… dinges… grafiek heeft, van verbazing dat er zo’n ellendig misbaksel doorheen kwam, gewoon een slag overgeslagen.

Dirk: Stomme kwebbel dat je d’r bent

Els: En geen diploma’s, en geen studie, en geen manieren en... en... en geen opvoeding!

Dirk: Jij hebt alleen een kanariepiet!

Els: Alleen om een meisje in de zorg te laten zitten, dat is je talent, hè?

Dirk: Ha, wat weet jij toch !

Els: Ja, honderdmaal liever was ik bij Joost geweest. Of bij Jaap. Die is plezierig en hoffelijk...

Dirk: Hoffelijk!? Ja... haa!!

Els: Zelfs Huub, Huub die is betrouwbaar, van hem kun je tenminste op aan.

Dirk: Stil! Hou op! Hou op! Luister!

Els: Jij, ik kan je niet uitsta... (geluid van iets rijdends) Daar is het weer! Het geluid...

Dirk: Ja. Er rijdt hier een spooktrein door dit verwenste schip. Een onzichtbare trein die zoekgeraakt is in dit buizennet van tunnels.

Els: Nee! Nee, blijf hier, ga niet kijken, ga niet...

Dirk: Nee... 't was diep in het schip. Trouwens, in deze corridor zijn toch geen rails.

Els: Wat een narigheid hebben we, hè?

Dirk: (lachje) Overigens, als je nou weer ‘ns je hart wil luchten over m’n eh... tekortkomingen, doe het dan wel wat zachter, hè?

Els: Ja, da’s waar. Als ze ons horen...

 

Jaap: (lachje) O, ai ai ai ai ai. Nou nou, Huub, wat een stel!

Huub: Wie bedoel je, Jaap?

Jaap: Hè?

Huub: Ik probeer net of ik om de achterkant heen kan zien hoever onze hexapode nog door het zand moet waden.

Jaap: Ik heb het over die twee daar, over Dirk en Els in dat ruimteschip van weet ik veel hoe groot.

Huub: Wat eh... wat doen ze dan?

Jaap: Wat ze doen? Tweemaal kruipen ze door het oog van de naald en om dat te vieren maken ze een ruzie die mijlenver klinkt. (lacht)

Huub: Mm? Dat lijkt me wel erg onvoorzichtig.

Jaap: Ja, mij ook wel, ja, ja. Kijk nou, ja, de enige voor wie d’r daar toekomst in zit, dat lijkt me m'n kanarie. Die huppelt en fladdert maar met ze mee. Ja, luister ‘ns, uh, Huub, het is niet voor ‘t een of ander hoor, maar eh... ik zou van jou wel ‘ns wat meer activiteit willen zien.

Huub: Activiteit?

Jaap: Dat zeg ik, activiteit. Want ondanks al hun herrie hebben Dirk en Els toch iets te eten ontdekt. Ze zijn nou druk bezig die noten te kraken onder die... die 10-ton stamper. Ja, terwijl ons ontbijt en middagmaal en straks ons avondhappie uit dat ene dooie litertje lauwe water van jou bestaat.

Huub: Ha, dus... schiet ik naar jouw opvatting tekort in activiteit?

Jaap: En behoorlijk.

Huub: Maar misschien is het wel zo dat onze combinatie minder doeltreffend is.

Jaap: Nou, dan word je bedankt.

Huub: Speciaal jouw spreekvaardigheid, die je onmiskenbaar bezit, sorteert hier geen enkel effect, anders gezegd: is hier erger dan nutteloos.

Jaap: Ja... hè… Ja, wat wou je dan! Hè? Dat ik ging onderhandelen met die responsietapes van ons voertuig?

Huub: Precies. Je zou iets meer te weten kunnen komen.

Jaap: Nou, nou, laat ik jou dan even de grondwet van de cybernetici vertellen, als je ‘t nog niet wist, hè, Huub? Hoe je hem ook behandelt, onderhandel nooit met een robot.

robas: Robot is een te algemene en derhalve vage aanduiding...

Jaap: Ooooh...

robas: De juiste is hexapode voor transport van munitie…

Jaap: Heb je hem weer! Je kunt niks tegen zo’n positronische rob...

Huub: Ho, Jaap! Of je krijgt het weer opnieuw.

Jaap: Hexapoot! Val maar te... Nee, wacht nog effe, tot ik weet waar we zijn. Zeg, Huub, nou heb ik het idee, hè, dat we niet moeten afwachten tot we op die zogenaamde basis worden gedumpt.

Huub: ‘t Idee van correctie, hoe die ro..., eh… eh... hexapode bedoel ik, het dan ook bedoelt, lokt ook mij niet aan.

Jaap: Ja, maar voor die tijd moeten we d’r uit zijn hier. Maar waar, maar waar?

Huub: Let nou ‘ns even op mijn activiteit, Jaap. De oplossing is: we vragen het simpel aan deze robot...

robas: Robot is een te algemene (Jaap lacht) en derhalve vage aanduiding. De juiste is hexapode voor transport van munitie.

Jaap: Is hexapode voor transport van munitie. Die Huub, daar ga je...

Huub: Ja ja, ‘t bewijs dat ik geen machine ben. Hè? Hexapode, hoe ver zijn we nog van uw basis?

robas: Over een derde kroniklos overschrijden wij de demarcatielijn naar veld FK431-Zwart.

Jaap: Overduidelijk!

robas: Of, in de humanoïde betekenis van deze term: spoedig.

Jaap: O! Wegwezen, wegwezen, wegwezen.

robas: Ik zal mijn snelheid reduceren in afwachting van nadere instructie van robocenter aangaande de daarna te volgen richting.

Huub: Mooi! Ik dank u. D’r uit, Jaap!

Jaap: (lachje) Wat dacht je. Zo. En wij groeten u! Adieu! Dat robocenter u leide!

Huub: Volgens de nadere instructies.

Jaap: Tjoep! Ik ben d’r uit!

Huub: En ik!

Jaap: Zeg, jij hebt onze fles toch?

Huub: Ik denk voor ik handel, Jaap.

Jaap: Ach man, bar... (kucht) Even kijken waar we zijn.

Huub: Daar gaat onze hexapode.

Jaap: Hexapode! Wat een poeha! Poeha!! ‘t Is een gewone rijdende robot. Wacht ‘ns, een geintje... geintje... Hé! Robot! Robotje!!

robas: Robot is...

Huub: (lacht samen met Jaap) Moet je horen... Hij blijft ervan stilstaan.

Jaap: Ja ha ha, allicht, omdat ie d’r niks meer van snapt: situaties zijn voor deze positronische breinen gauw te complex, nietwaar. Weet je hoe dat komt?

Huub: Hè?

Jaap: Hij hoort onze stem, dus wij zijn er, hè.

Huub: Ja ja.

Jaap: Maar tegelijk merkt ie dat z’n laadruimte leeg is, dus we zijn er niet. Heel goed, juist. Resultaat: immobiliteitsreflex ter voorkoming van kortsluiting. (lachje) Nu ja, straks gaat ie wel weer verder, om zo te zeggen: verlicht.

Huub: Zeg, daar voor ons uit…

Jaap: Mm.

Huub: …in de verte, op een paar kilometer, die scherpe zwarte lijn: dat is vast de demarcatie.

Jaap: Ja.

Huub: Ze ziet er rustig uit. Van een basis merk ik niks.

Jaap: Nee, alleen eh... achter ons, daar wordt het minder rustig. Daar komt het een of ander over die rij zandduinen.

Huub: Hè? Het een en het ander, Jaap: een zwart tankleger! Op poten dan.

Jaap: Mm. Zeg maar rustig: een corso van pikzwart ijzer op duizend slurfpoten!

Huub: Hè?

Jaap: Kijk ‘ns even: ijzeren giraffen, en hijskranen met handen, en bulldozers, en kleine golfloodsen met luchtdoelkanonnen als fabrieksschoorstenen. Ja, ze worden nog van achteren beschoten ook, die lekkere dieren. Hoor ‘ns even! Hup! Daar gaat de grondtorpedo de lucht in!

Huub: Zeg, als je klaar bent met die reportage, stel ik voor dat we er ons hier zijdelings uit manoeuvreren. ‘t Is kennelijk een terugtrekkend legercorps en het kijkt vermoedelijk niet zo precies waar het loopt of trapt!

Jaap: Ja, we moeten d’r zeker tussenuit… Dekken! (inslag) Die vijand verderop schiet wel een beetje onnauwkeurig.

Huub: Daar komt er weer een. ‘t Is rechts van ons.

Jaap: Nou, liggen dan. (inslag) Wel verdraaid! Ha, veel om te dekken hebben we hier niet. Onder dit mulle zand zit harde grond.

Huub: Die schoten waren allebei rechts, veertig of vijftig meter hoogstens.

Jaap: Zeg, Huub, die schoten die komen niet... Dekken! (inslag) Ja, die komen niet over die colonne heen! Dat zwarte leger beschiet ons, links en rechts. (inslag)

Huub: Nog steeds mis.

Jaap: Ze schieten helemaal niet mis! ‘t Is spervuur, voor ons. Ze zorgen dat we niet zijwaarts kunnen wegkomen.

Huub: Nou, dan moeten we hier blijven, moeten we afwachten!

Jaap: Zeg, ben jij niet lekker? Een heel legercorps? Wou je d’r onder gaan liggen misschien? Nou zijn ze al op honderd meter. Voel ze ’ns even dreunen. Zo! En ze lopen nog in de maat ook. Ja, Huub, wat moeten we nou doen, joh?

Huub: Laten we ze toeroepen. Ze hebben autosensitieve membranen of zoiets.

Jaap: Oren? Ja, goed! Misschien kunnen we ze beschreeuwen.

Huub: Ja, maar... maar wat dan?

Jaap: Ja, wacht ‘ns even, eh… We zijn vrienden, OG-humanoïden!... Weten die veel? Kom. kom. Eh… Wij zijn vrienden!...

Huub: Vrienden!

Jaap: Vrienden.

Huub: OG...

Jaap: OG-humanoïden… Nee, een beetje tegelijk... Nog een keer.

Jaap & Huub: We zijn vrienden! OG-humanoïden!

Huub: Benieuwd of het helpt!

Jaap: Ja, ze zijn tenminste met schieten opgehouden.

Huub: Die spits... komt voorop... een ontzettend brede bulldozer met een...

Jaap: Bulldozer? Wat? Welnee da's… een schepmachine met een schop vlak aan de grond. Het enige is ons straks gewoon te laten opscheppen.

Huub: Nou, daar voel ik niks voor. Nu ze niet meer schieten, laten we nog ‘ns proberen opzij uit te werken.

Jaap: Ja, ze zijn vlakbij, maar goed, we kunnen het proberen. Vooruit... looppas. (schoten)

Huub: Nee, nee, de andere kant. Daarheen. Kom nou.

Jaap: Ja. (schoten) Laat maar!! Laat nou maar, ze leggen aan weerskanten spervuur. Als ze werkelijk kwade bedoelingen hadden, dan stonden we niet meer hier. Trouwens, de hele falanx is te breed en loopt te snel om ze nou nog te kunnen ontlopen.

Huub: Inderdaad, daar komt de voorste, met die grote schep, twintig meter breed en vlak langs de grond. Hij is zo bij ons.

Jaap: Hij haalt ‘m op! Die schep die gaat naar boven toe!

Huub: Ja, maar waarom? Hoe kan ie ons nou zo opscheppen?

Jaap: Nee, opscheppen doen ze niet, ze willen ons onder de voet lopen.

Huub: Maar waarom dan?

Jaap: Wat doet het er nou toe? We worden doodgestampt, verbrijzeld. Een heel woud van poten, elk van een ton. Kom mee, lopen voor je leven! Naar die hexapoot!

Huub: Kom, harder, Jaap, harder, ze halen ons in.

Jaap: Aauuww... ik heb m’n voet verstuikt! Huub!

Huub: Sta op, sta op Jaap! Ze halen ons in! Vooruit nou.

Jaap: ‘k Kan niet, ‘k kan niet... Aauuw!

Huub: Ja, probeer het nou toch. Ze zitten op tien meter. Nou, vast, vooruit, hinken.

Jaap: Nee, nee, ga jij maar alleen... Ik... Je haalt het nog wel.

Huub: Die robas is vlakbij, en als één van ons faalt, zijn we allebei verloren. Vooruit, hup, hinken nou, kom.

Jaap: Ik kan niet, Huub... Het gaat niet, het gaat niet. Een paar meter zitten ze al achter ons an.

Huub: Ik... ik… ik zal je wel dragen, verdikkeme.

Jaap: Je houdt het niet.

Huub: Hier, een klein ventje kan d’r nog wel bij. Samen uit, samen thuis. Nog even... Hier... Vooruit, kom! Hier is de hexapoot... Hup... Vooruit, d’r in.

Jaap: ‘k Kan me niet houden. ‘t Is te hoog, ik val d’r af.

Huub: Hou je nou vast, de robas zakt al door z’n poten, hij helpt ons. Nou vooruit d'r in!

Jaap: Ja ja... Ja... ha.

Huub: Hè hè. Nou nou. Ook lichamelijke activiteit is soms vermoeiend.

Jaap: Een hele menagerie, die gaat aan weerskanten om ons heen. Ai ai ai ai, stel je voor, daaronder. Dan hadden we zelfs onze botten niet meer teruggevonden.

Huub: Nou, ze zijn voorbij. Als je d’r nog voor voelt om uit te stappen...

Jaap: Nee, merci. Ze hebben vast nog een paar van die leuke snijwielen achter de hand.

Huub: Ja, ik denk het ook.

Jaap: Dan nog liever die correctie, hè.

robas: Op dit stuk, OG-humanoïden, maak ik u attent op een onjuistheid die ik zeven en vijf zesde kroniklos geleden heb geuit.

Jaap: Die breinen zitten nog steeds in de kreukels.

robas: De mededeling dat met een ondergeschikte revisie voor u zou kunnen worden volstaan, dient te vervallen.

Jaap: Ha, nieuw extrabericht.

robas: Want blijkbaar hebt u een kapitale ontregeling, OG-humanoïden. U hebt thans één der hoofdregels van het reglement overtreden: stukken immers mogen zich nimmer eigener beweging verplaatsen.

Jaap: Stukken?? Dat... dat ding is zelf stuk.

robas: Alleen robocenter bepaalt de positie van elk stuk.

Jaap: Stukken geschut, ja, maar wij zijn ongewapende gevangenen.

robas: Het verplaatsingsverbod voor gevangen stukken zoals u gedoogt geen vrije interpretatie. Een gevangene is tot aan het eind gevangen. Ik stel mij thans weer in beweging naar robocenter. (begint weer te lopen) U hebt een ongehoord kapitale ontregeling. Ik zie onder deze omstandigheden minstens een grondige hermontage voor u in uitzicht. (Merk ook?) moge deze vrucht afwerpen.

Huub: Moge hij het in m’n pet werpen.

Jaap: Ja... ik eh... ik weet het niet, maar ik ben niet eh... niet happig op die montage, wat het ook is.

Huub: Misschien valt het wel mee... Dit mechaniek interpreteert alles uiteraard in z’n eigen termen. Op die zogenaamde basis moeten toch mensen zijn. Misschien, Jaap, komen we wel in een hospitaal met keurige verpleegstertjes.

Jaap: Ja, met ijzeren handjes en thermo-elektrisch gloeiende nijptangetjes. Nee, ik geloof toch maar dat ik eh... van hier uit moet zien te komen. Oo! auw... O, m’n voet, oooh.

Huub: Ah nee, Jeep, nutteloos. Bovendien, kijk daar ‘ns in de verte, bovenop die zandduinen.

Jaap: Daar staat nog een leger duizendpoten... Zeg, Huub! Zie je dat? Helemaal wit! En in de lucht ook witte stokvliegtuigen.

Huub: Het bezettingsleger! Ze lossen geen schot zolang onze colonne zich terugtrekt, maar als wij achterblijven...

Jaap: Nee... dat wordt van de regen in de drup. Dan maar de nijptangetjes...

Huub: ‘t Is trouwens ook te laat. We zijn over die demarcatielijn. Hier houdt de woestijn op. Uit de lucht dacht ik dat het grote geblokte akkers waren. Dit is toch heel wat anders!

Jaap: Ja, de... de grond is… is…. is…. is effen, hard, donker. Geen sprietje gras. Kijk, en daar, langs de rand, daar zijn kleine machines bezig het overgewaaide zand eraf te scheppen, de woestijn in. Waar is dat nou goed voor?

Huub: Ik denk dat deze hele oppervlakte een so... een soort dak is.

Jaap: Ha, van die basis, ja! Nou, wel functioneel. Nou, van gecamoufleerde vestingwerken heb jij geen verstand, Huub... Nee, dit is geen zwartgeverfde ton, geen staalplaat, geen niks, dit is... een soort macadam.

Huub: Toch zie ik niet één bomtrechter.

Jaap: Nou ja, gooi jij het dan maar weer in m’n pet. Overigens, die eh… ro... die… die… die… die hexapode begint flink op te schieten. Hè? Minstens dertig of vijfendertig kilometer schat ik.

Huub: Hij ruikt stal, denk ik.

Jaap: Ja... Zijn doorsmeerstation zal die ruiken.

Huub: Ja.

Jaap: Jammer dat we alleen maar achteruit kunnen zien. Hé? Zeg, wat gaat dat hol klinken...

Huub: Hier... hier komen muren.

Jaap: Ja.

Huub: Zijn wij nu van slag af of iemand anders? Een straat? Hoe kan dat?

Jaap: Ja zeg, zijn wij nu even snobs geweest om te denken dat wij de enige humanoïden in de hele Galaxie waren? Een winkelstraat nog wel! Of... of kijken we nou verkeerd? Nou, dan zijn we wel zwaar ontregeld, Huubje. Etalages! Het lijkt hier wel een ouwe wijk in Rotterdam, ouwe Coolsingelbuurt, hè? Vervallen glorie. Winkel aan winkel. Alleen, geen kip te zien!

Huub: Als die Galaxie mensenrassen kent als het onze, dan is een overeenkomstige beschaving bijna geïndiceerd.

Jaap: Overeenkomstige, jazeker, maar toch niet gelijk. Kijk daar ‘ns, daar staat stomweg een hoge vierkante ijzeren loods?... En daar verder weer een... Als een kubus. En daar weer… weer bloementuintjes. Onderhouden! En niemand...

Huub: Hier wonen diverse rassen door elkaar, denk ik. Hou je vast, we gaan een hoek om. Een groot zwart polyhedron midden op een rond plein, met daaromheen lage huisjes.

Jaap: Wat? Dat eh... ijzeren blok zonder opening?

Huub: Ik vraag me af wat voor functie zoiets heeft.

Jaap: Ja, misschien alleen maar om er een vlag op te poten, of eh... sausijsjes over te hangen, weet ik veel.

Huub: Ja, al dat gissen is zinloos, Jaap. We hebben hier het gewone afgewisseld met het onbegrijpelijke.

Jaap: Ja, en als je nou vlug bent, dan zie je daar nog een combinatie van de twee.

Huub: Waar?

Jaap: Daar! Boven die huizen in de verte, die ijzeren mijter met een eh... ja, een soort… een soort toren d’r omheen gebouwd.

Huub: Zeg, zeg, heet dat niet gotisch?

Jaap: Nee.

Huub: Pas op... Weer een hoek!

Jaap: Nou, ‘t is al weer weg. Ontzettend hoog, zeg. Het stak boven de hele stad uit. Ja en eh... betrekkelijk smal, hè? Als een naald bijna, met die toren d’r omheen. Het is een onmogelijk ding!

robas: De naam ding is een te vage aanduiding. De juiste naam is citadel. Daar bevindt zich robocenter.

Huub: Robocenter?

Jaap: Citadel? Die toren met die ring d’r op?

robas: Die ring is het kenmerk van onschendbaarheid, gegarandeerd door het reglement.

Jaap: Ring? Onschendbaarheid? Huub! Huub... op ons dak hebben wij een ring gezet.

Huub: Hė?

Jaap: Dus daarom hebben ze wel de Alpha gebombardeerd, maar niet ons.

robas: Inmiddels zijn wij aangekomen. Deze kubusverblijfplaats. Alstublieft.

Huub: Wat gebeurt er?

Jaap: Hij kiept ons naar achteren d’r uit!!

robas: De opening in de kubus sluit aan op een halve cilinder die u naar de begane grond voert.

Huub: Ik... ik kan me niet vasthouden!

Jaap: Daar gaan we! Een donker gat in!!

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (5/2007)

h.cauwenberghe@chello.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 


 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[3] nog geen gegevens

[4] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487)

[5] geboren te Lisse op 13/11/1915; overleden op 23/01/1991(Code TIN: 1351)

[6] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990

[7] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)

[8] nog geen gegevens

[9] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[10] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)

[11] geboren te ’s-Gravenhage op 16/01/1905; overleden op 16/01/1999 (Code TIN: 6684)