TESTBEMANNING

DEEL 23: TWEE ONTSNAPPINGEN

Carl Lans (1913)

uitzending: KRO, zondag 04/03/1962 (herhaling: woensdag 20/09/1989)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids]

- robotverbinding: Hans Karsenbarg ([2])

- Proctor: Huib Orizand ([3])

- Kliox: Robert Sobels ([4])

- Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([5])

- Huub, navigator: Frans Somers ([6])

- stem: Maarten Kapteijn ([7])

- robotten: Piet Ekel ([8])

- medicojurassen: Constant van Kerckhoven ([9]) & Hans Veerman ([10])

- Els: Nora Boerman ([11])

- Dirk, elektronicus: Paul Deen ([12])

technische gegevens: 32’01’’ - 21,9 MB - mp3

 

robotverbinding 1: Connectie via stersystemen Perasuu, Aôt-i-Zjee-wee en Meeleetis. Galaxenter.

Kliox: Kliox B-17, gesloten kanaal. Ik groet u voor opname.

Proctor: Rechtstreeks?! Hoe is dit mogelijk, Kliox?

Kliox: Hoe is het mogelijk? Alles door de grote magnetische storm. Alle teleportverbindingen met Mörschtt vernield of ontregeld. Zevenenveertig groepen specialisten zijn hier en in Mörschtt de schade aan het onderzoeken.

Proctor: Een ramp voorwaar, Kliox.

Kliox: Ja, want letterlijk  iedereen - bipedisch, chitineus en tentaklisch, om het even - kan gesloten verbinding met Galaxenter verkrijgen.

Proctor: Ook al zou niemand nodeloos een dergelijke dure verbinding verlangen?

Kliox: Niemand verlangt dat ook, waarde leermeester. Echter, elke administratie meent zich te moeten afstellen niet op wat het publiek doet, doch op wat het zou kunnen doen.

Proctor: Oh! Zeer merkwaardig is het dan dat mijn B-5 planeet Terra dit bezwaar inmiddels reeds decaden lang te boven is, althans volgens de destijdse berichten van m’n roboteenheid. Overigens, hoe staat het met mijn drie claims in deze, Kliox?

Kliox: Tja... Galaxenter is overbelast, u begrijpt wel, en de commissieleden hebben onderling geen contact meer.

Proctor: Ik vraag mij af, Kliox, of wellicht de merkwaardige vinding, een zogenaamde sub-ethercommunicator die men toeschrijft aan één van mijn testobjecten, genaamd Dirk, hier uitkomst had kunnen brengen, een toepassing van de vierdimensionale principes.

Kliox: Zoals u bekend valt een zogenaamde sub-etherconceptie in de groep imaginaire patentaanvragen. Geen commissie wil er nog van horen nadat Bjemolseu en Msaôrth de onmogelijkheid ervan surathmatisch hebben bewezen.

Proctor: Ah, dan houdt natuurlijk alles op. Hoe overigens die proefpersoon Dirk een dergelijk onmogelijk apparaat heeft kunnen construeren, ontgaat me, aangezien hij zelfs het voor de hand liggend probleem, z’n testopgaaf, nog niet overziet, hiertoe vermoedelijk ook niet in staat is.

Kliox: Misschien wordt de persoon Dirk geestelijk gehandicapt door zijn heftig antagonisme tot dat Terraanse meisje.

Proctor: Mijn bedoeling! Maar ik vraag me nu af: is er antagonisme? Vormt dat meisje een rem? Er is namelijk in dat hele emotionele complex een essentiële factor die mij ontgaat.

Kliox: Doch wel irriteert?

Proctor: Ik geef het toe, Kliox. Enfin, de vocalisator.

Kliox: Ingeschakeld voor opname.

Proctor: Goed. “Staplastreu B-16. Proctor Senior aan Galactische Raad. Onderwerp: Testobject Terra. Uit mijn jongste waarnemingen blijkt dat de subgroep Huup-Jaap, gevangen in een metalen loods op de robotplaneet Mekanistreia, vrij onverwacht en op intellectuele wijze hun test hebben beredeneerd, namelijk zich meester te maken van hun milieu en daarna uit te zien naar een mogelijkheid tot hereniging…”

 

Jaap: Joh, ik begin haast wortel te schieten en m’n maag knort als een varken.

Huub: Bij mij is het meer de dorst die het me lastig maakt, maar zolang onze robotten geen voedsel of drinken behoeven, is het logisch dat wij het ook zonder moeten doen.

Jaap: Telkens als jij logisch wordt, dan komt er wat beroerds uit. Hoe lap je ‘m dat?

Huub: Consequenties worden door logica niet gecreëerd, zij worden slechts manifest.

Jaap: Amen. Hé, het licht gaat aan. En wat gebeurt daar in de hoogte?

Huub: Men… men opent een luik. Een lange arm komt omlaag.

Jaap: Zeg liever een python in een maliënkolder. Nou voelt dat ding in het rond. Nee nee nee, het zet wat neer daar, in het midden.

Huub: Een... een fles of kruik. Misschien water?

Jaap: Ah, van onze robotjes? Nee, eerder machineolie.

Huub: Maar de bedoeling is duidelijk. Als het voedsel is, heb jij de eerste keus.

Jaap: Hier. Grote kruik. Met een heel klein beetje water. Scheutig dat ze hier zijn!

Huub: Wil jij het water, Jaap?

Jaap: Nee. Nee, je weet, ik ben altijd matig, tenminste met water. ‘t Is trouwens jouw beurt.

Huub: Ja, ja. (drinkt) Het is… ‘t is ook water. Wel wat bitter.

Jaap: IJzerhoudend. Word je sterk van als je… als je me weer eens op je schouders ‘t slagveld af mot dragen.

Huub: Dat water is redelijk drinkbaar. Maar waarom zo weinig?

Jaap: Nou, misschien willen ze ons graag houden.

Huub: Overigens zal er hier wel weinig water zijn. Noch in die zandwoestijn, noch in deze, laat ik zeggen, geasfalteerde landstreek heb ik ook maar een beekje gezien. Het enige groen is daar waar niemand het zou verwachten: in deze stad.

Jaap: Nou, dan staat ie zeker op de oorspronkelijke grond. Maar wat mij nou meer interesseert, dat is: waar die mensen gebleven zijn. Die stad met… met… met nota bene winkels en tuintjes, dat ziet eruit als ze nog gisteren door mensen bewoond was! ‘k Heb zelfs straatlantarens zien branden. Ik denk, Huub, dat het hier nog niet zo lang geleden allemaal is veranderd. Dat de robotten aan het muiten zijn geslagen. Revolutie!

Huub: Misschien, Jaap, is het juist evolutie. Al is de robot door de mens voortgebracht, daarom behoeft zijn type niet noodzakelijk lager te zijn. Misschien wel hoger.

Jaap: O ja! Veel hoger...!

Huub: Het hogere type kenmerkt zich door betere beheersing van de fysieke omgeving. Voorts zoekt een werkelijk hoger type co-existentie met en geen uitroeiing van lagere types, en het lage type is hier het zogenaamde OG-humanoïde.

Jaap: Maar waar zitten ze dan, die zogenaamde OG-mensen?

Huub: Ja, daar kom ik aan toe. Voor de OG-humanoïden is kennelijk een reglement van gedragingen opgesteld. Misschien moeten ze op bepaalde uren van de dag binnenshuis vertoeven.

Jaap: Moeten? Maar doen ze ‘t?

Huub: Volgens de hexapode wel.

Jaap: O, wat zullen ze graag in hun huizen zitten, de hele dag onzichtbaar, volgens reglement.

Huub: Vergeet niet, Jaap, er moet tenslotte een reglement zijn. Dat ons bepaalde regels bij eerste kennismaking willekeurig toeschijnen, ligt natuurlijk aan ons.

Jaap: Nou!?

Huub: Wij, als vreemdelingen, zijn hier volgens onze normen aan de slag gegaan en zeer gevaarlijk, want wat bij ons op aarde recht is, blijkt hier krom. We hebben een hexapode die officieel was uitgeschakeld weer marsvaardig gemaakt, bij vergissing geïmmuniseerd door zo’n ring, en ons door een verboden veld bewogen. Geen wonder! Het was, zo geen oorlogs- dan toch een spelterrein volgens reglement.

Jaap: Hé, wacht jij ‘ns even. Wat heb ik nou eigenlijk aan m’n robot hangen? Direct zul je nog gaan beweren dat we nooit weer stout mogen zijn en ontsnappen.

Huub: Maar is dat eigenlijk niet vanzelfsprekend, Jaap?

Jaap: Mm?

Huub: Een gevangene hier is niet slechts een persoon, doch vooral een status. Ontsnapping, Jaap, is niet slechts ineffectief, doch bovendien een radicale inbreuk op het reglement.

Jaap: Zeg, wat mankeer jij!? Heb je de responsietape van die hexapode ingeslikt?

Huub: Sinds ik m’n dorst gelest heb, zie ik alles helderder, meer rationeel. En figuurlijk natuurlijk. Het licht is immers weer uit.

Jaap: Zit ik me daar ineens met een defaitist opgeknapt.

Huub: En zich onderwerpen aan correctie wegens ontregeling is niet defaitistisch, Jaap, maar logisch.

Jaap: Ja, of ie nou logisch is, zo’n correctiebeurt, dat interesseert me minder. Ik vraag me af: wat houdt het in?

Huub: Wat het ook zij, laten we ’t moedig ondergaan. Aan moed ontbreekt het mij gelukkig niet. En als het nodig is, zal ik ook jou moed inspreken, Jaap.

Jaap: Nou, ik heb liever wat moed uit zo’n ouwerwets kruikje. Wacht ‘ns eventjes...

Huub: Waarop, Jaap?

Jaap: Die kruik... Dat water! Dat is het, of… of liever, iets dat erin zat! Och, ‘k wist wel, vriendje, dat die hoge robotten van jou een middeltje moesten hebben hun… hun reglementen overtuigend te maken: door iets in het water! (lachje) Het water is schaars. Ze houden die… die… die… die OG-humanoïden zoals ze ons soort noemen dorstig... Moeten ze drinken wat ze krijgen! Ingenieus...

Huub: Als jij d’r ook van gedronken had, Jaap, zou jij die dingen meer als redelijk inzien. Ik tracht het tenminste. Het valt me niet gemakkelijk, omdat ik desniettemin ontregeld ben.

Jaap: Ja ja! Hartstikke!

Huub: Ach, misschien komt alles nog in order met ons, Jaap. Laat de moed niet zakken.

Jaap: Nah, die zal ik wel nodig hebben, ja.

Huub: Wat gebeurt daar?

Jaap: ‘k Heb geen idee. Misschien wentelen ze ’n een grafsteen van onze spelonk. Alleen, d’r komt geen licht. Zeg, wat komt daar naar ons toe schuifelen?

Huub: Je moet vertrouwen hebben!

Jaap: Zei de poes tegen de kanarie.

stem: OG-humanoïden, volgens reglement, wilt u stappen in deze koker voor transport?

Huub: Natuurlijk. Wij vertrouwen op u.

Jaap: Nou en of!! Ik verheug me al op m’n servicebeurt.

stem: Geen leed zal u wedervaren, OG-humanoïden.  De medicojurassen zullen na onderzoek beschikken. U ook instappen, tweede humanoïde.

Huub: Kom mee, Jaap, weerstand is trouwens ook doelloos.

Jaap: O ja. Ja ja. Ik word nou natuurlijk ook geacht van dat heerlijk water te hebben gedronken. Nou ja, naar binnen dan maar. (ze stappen binnen en worden getransporteerd)

Huub: ‘t Is hier donker.

Jaap: Ja. Waar we vandaan kwamen, scheen de zon. Is ‘t nou goed?

Huub: Ik wilde alleen maar dit ingenieuze transportsysteem beter zien. We zitten op een soort laag rolwagentje. We gaan voorwaarts, steeds sneller, maar hoe werkt het?

Jaap: Mm, dat kan ik je zo wel zeggen: we... we zitten in eh… een enorme schroefkoker. We worden weggemalen op de manier waarop eh... de ouwe Egyptenaren hun bevloeiingswater naar boven maalden.

Huub: O, en dan zijn we tevens gelukkig gewaarborgd tegen ontsnappen.

Jaap: Hè, ja! Fijn! Geen gewetenswroeging! ‘k Zou d’r niet tegen kunnen. We zitten vast in zo’n spiraalband die onder de stad door loopt, en op elk punt kunnen we uit het circuit genomen worden door een luik d’r onder open te maken. O, daar gaan we al. Schuin naar beneden… Op een wissel… Met automatische remmen. (wagentje stopt)

stem: OG-humanoïden, u bent aangekomen in het medicojurentrum. Uw onderzoek geschiedt hier. Tien passen voorwaarts. Twee voorwerpen voor zithouding zijn beschikbaar.

Huub: Laten we dan onbevreesd gaan zitten. (ze gaan er naartoe) Mij verbaast nog steeds het voortreffelijk Nederlands dat deze intelligente robotten bezigen.

Jaap: Misschien door afstamming: verre neefjes van je.

Huub: Nee nee, hoe zou dit kunnen? De enige verklaring lijkt me dat onze Galactische Proctor voor ons een parallelniveau heeft uitgekozen waar robotten Nederlands spreken. Maar stil, hier komen de medicojurassen.

Jaap: Met hun ijzeren jurkies an. Die achterste, die heeft een ankerketting om z’n nek. O, natuurlijk de rechter. En die voorste...

juras: Het onderzoek wordt geopend. Het woord is aan u, broeder medico.

Jaap: Wat nou? De rechter gaat hier op het achterbankie zitten!

medico: Inderdaad, OG-humanoïden, prevaleert hier de medico boven de strafrechter. Overtreders blijken bij mijn psycho-transistorisch onderzoek meestal ontregeld. Waarom hen dan nog straffen bovendien? De genezing is soms reeds meer dan hun gestel verdragen kan.

Jaap: Op aarde is uw eh… systeem al lang afgeschaft. De behandeling duurde dikwijls langer dan de straf. ‘t Was niet eh... niet economisch.

juras: Een woordje, broeder medico. Kan het gebruik van een woord als bijvoorbeeld aarde - dus van een niet-bestaand woord - wellicht wijzen op strafbare ontregeling?

medico: Mogelijk, doch onverhoopt.

Juras: In dat geval gebruik ik gaarne mijn recht van opsomming der feiten, broeder medico.

medico: Het woord is aan u, broeder juras.

juras: OG-humanoïden, een lange tape van uw overtredingen is in de memoriebanken van medicojurentrum geregistreerd.

Huub: Het spijt ons, heren jurassen.

Jaap: En of.

juras: Als daar zijn: het zich bevinden op een verboden veld, onder verzwarende omstandigheden, namelijk bij daglicht. Vervolgens, het plaatsen van een wit stuk in het veld...

Jaap: Ons schip! Wel wel!

juras: ...ten gevolge waarvan, door verwarring in de zwarte stukken, dit veld ontijdig werd ontruimd.

Jaap: Ai ai ai! Machtig!

Huub: Zwijg toch, Jaap.

Jaap: Pardon.

juras: Een hexapode voor munitie en transport weder in het veld gebracht en bovenal van een ring voorzien, waardoor dit voertuig zelfs geheel immuun werd. Tussen de drie spelers heeft dit alles een aanzienlijk conflict veroorzaakt, ten gevolge waarvan er één ontijdig van ons is heengegaan.

Jaap: Wat zegt dat stuk ijzer? Spelers? Jullie oorlog is een spelletje!? Ik dacht dat we alle voorwendsels nou zachies aan wel hadden gehad!

juras: Geduld, OG-humanoïde, want uw zwaarste overtreding is nog niet genoemd, namelijk uw ontsnapping uit de hexapode.  Ik lees dat dientengevolge een heel zwart legerkorps door u werd gebonden.

medico: Ach, broeder juras, het bewuste legerkorps was toch reeds op de terugtocht.

juras: Het zij zo, broeder medico, de tape is ook zonder dit reeds lang genoeg. De houding van ten minste één van deze OG-humanoïden wijst op strafbare ontregeling.

medico: Strafbaar, broeder juras? Ik betwijfel het, want vooral uit het gebruik van in onze memoriebanken ongeregistreerde begrippen zoals schip, aarde, oorlog moet ik wel afleiden dat de synapses van deze humanoïden te goeder trouw zijn ontregeld. Ik vrees, broeder juras, dat ik ook thans weer de verantwoordelijkheid voor uw rechtspraak zal moeten dragen.

juras: Ditmaal meende ik te mogen hopen...

medico: Bestraffen van ontregelden is immoreel. Genezing is hier geboden, met name correctie.

juras: Ik had zo gaarne in mijn functie éénmaal zelfstandig een vonnis gewezen. Maar wacht... de andere humanoïde, wellicht is hij alleen strafbaar.

Huub: Natuurlijk, geëerde juras, u kunt volstaan met mij te straffen. Ik ben slechts overgehaald, meegesleept om het verkeerde te doen.

Jaap: Zeg, ben jij nou een haartje!

juras: Goed! Mooi! Ach, laat mij tenminste deze, broeder medico.

medico: De patiënt mist slechts ziekte-inzicht. Maar ik ken mijn plicht. Enige eenvoudige dieptevragen en ik breng zijn krankheid aan de dag. OG-humanoïde, hoe kwaamt gij te verkeren op het bewuste veld?

Huub: Eenvoudig, geëerde medico, mijne broeder Jaap en het schip hebben mij er gebracht.

Jaap: Wat zeg je nou voor waanzin?!

medico: Ziet gij, broeder juras? Wel, vanwaar zijt gij dan gebracht in dat schip?

Huub: Van een planeet als... als de uwe, wijze medico.

juras: Wacht, wacht! Ik zie nog hoop! Zegt u mij eens, humanoïde, hoe die planeet als de onze is ingedeeld?

Huub: Ingedeeld, edelachtbare juras?

Jaap: Ja, natuurlijk, hij bedoelt meridianen, lengten en breedten en zo.

Huub: O, ingedeeld... Wel, in velden zoals deze.

juras: Een regelmatige verdeling? Mm?

Huub: Betrekkelijk wel, behalve natuurlijk aan de polen, een plaats waar vele velden samenkomen.

medico: Waar vele velden samenkomen... Hoort gij, broeder juras, de echte ontregeling? Moet ik u nog verder overtuigen?

juras: Neen, ik moet u helaas ook deze humanoïde laten.

medico: Het spijt mij voor u, broeder, maar het was te voorzien. Humanoïden, gij kunt zich beiden als gered beschouwen, door mij. U lijdt te goeder trouw aan een ernstige ontregeling. Gij kunt derhalve voor uw wandaden niet verantwoordelijk worden gesteld, maar wel hersteld. Uw concepties immers zijn niet verdwenen, slechts verwrongen. Bijvoorbeeld, hoe zou het spel op Mekanistreia ooit door de spelers kunnen worden gespeeld indien zoveel velden aan de polen samenkwamen? Neen! Alle velden zijn hier zoals ze voorheen waren: vierkant, om en om, wit en zwart, over heel Mekanistreia gelijkvorming.

Jaap: Hé ja! Wacht ‘ns even! Weet je waar we zitten, Huub?

Huub: Ik krijg een vermoeden.

Jaap: We zitten op een schaakbord!

medico: Juist.

Jaap: Deze hele planeet is één reusachtig schaakbord!!

medico: Juist, humanoïden... Mijn dieptevragen hebben reeds verheldering in uw brein gebracht... Wij gaan nu heen. De helpers zullen u leiden naar de breinwerkplaats. Misschien kunnen ze daar wel volstaan met het verwisselen van enige transistorbankjes.

Jaap: Ja, hé, hé, wacht even, wacht, wacht, wacht nog ‘ns even.

juras: Het vonnis is conform en de zaak is uit mijn handen, helaas alweer. (ze gaan weg)

Jaap: Huub, we moeten hier weg!

Huub: Ontsnappen?

Jaap: Ja!

Huub: Dat heeft geen zin! Gevangenen kunnen volgens reglement niet ontsnappen.

Jaap: Ben jij nou stapel!

Huub: Nee, we moeten ons lot moedig onder de ogen zien.

Jaap: Mm. (naderende stappen) Onder ogen zien, zeg je? Ik zie daar de glazen ogen van een paar robotten. Die kijken ons aan, ze komen ons halen.

Huub: Wat ga je doen met dat stuk ijzer?

Jaap: Hen moedig onder de ogen zien!

Huub: Je wil ze stuk slaan? Maar dat mag niet, Jaap.

Jaap: Patiënten mogen alles. Huub, behalve worden gestraft.

Huub: Maar... maar Jaap.

robot: Wilt u ons volgen? Wilt u ons volgen? Wilt u ons volgen?

Jaap: Daar gaat nummertje één. (slaat) Zo, mooi!

robot: Wilt u ons volgen? Wilt u ons volgen? Wilt u ons volgen?

Jaap: Daar gaat nummer twee! (slaat) Zo, hupsakee. Oogje dicht, Japie weg. Kom mee.

Huub: Maar ‘t is tegen de regels!

Jaap: Regels best, (sirene-achtig geluid) maar Japie laat... Japie laat nooit, nooit aan z’n transistortjes knoeien. Mm, wat nou? Wat nou? Ze beginnen te seinen!! Kom mee naar buiten, voor de hele familie op ziekenbezoek komt.

Huub: Maar ik kan als gevangene eenvoudig niet weglopen!

Jaap: O, jawel, Huub, dat gaat best, dat gaat zo! Hup! (geeft hem een schop)

Huub: Aaauw!

Jaap: Onder je achterste! Nou ben je nu mijn gevangene. Vooruit, ontregeld Huubje, naar buiten!

Huub: Inderdaad, ik ben nou technisch jouw gevangene, Jaap, maar waarom zo hard die schop? Jaap? Waarom die schop nou zo hard...

Jaap: Had je nog te goed! Had je nog te goed: ik jou hier gebracht, he? Ja, jazeker, heb je ‘t ooit zo zout gegeten?

Huub: Nah, tenslotte bleek ik even ontregeld als jij. Hoe kan een mens toch dwalen!

Jaap: Ja.

Huub: Naar welke plaats leid je me, Jaap?

Jaap: Naar een plek van inspiratie waar je genoeg dorst krijgt om weer wat normaal te worden. Ha! Hé, hé, hé, wat komt daar aan? Wat? Vijf kanjers van driepoters. Kom, hierdoor... Een deur... Als ze ons weer gevangen nemen!

Huub: O ja, natuurlijk, dat mag niet! Ik zou dan de gevangene van een gevangene worden. Vlug dan maar, naar binnen!

Jaap: Verdraaid... verdraaid..  Een verfwinkel! Stil, stil, stil... Oef! Hèhè. Ze sjezen langs.

Huub: In verf hebben ze kennelijk geen interesse.

Jaap: Nee. Wij net zo min. Ja... Ooo... oo, ik val zowat van de graat. Hè? Maar wat valt er van verf te bikken. Mm? Kom, weer naar buiten, gevangene. Kom nou. Je sjokt warempel als een echte OG-humanoïde! Kom, kom, kom nou, de pas d’r in! (sirene) Mensen! Daar heb je zoiets als hun politie. Daarin! Kom!

Huub: Ja ja.

Jaap: Ja, kom, die deur is op slot. Help nou even, help nou even, d’r is geen tijd.

Huub: Ja.

Jaap: Ze zitten al om de hoek. Je schouder, je schouder!

Huub: Ja, maar vernieling is verboden, Jaap! Dat moet je toch weten, zo ontregeld ben ik tenminste nog niet.

Jaap: Ah botterik, botterik, daarheen dan!

Huub: Ja ja... Ja, wacht ‘ns, deze deur, deze deur gaat.

Jaap: D'r in, d'r in, deur! Kom, kom nou. En op slot. En naar boven. Kom, Kom! En doe het zachies, doe het zachies!

robot: Ontsnapte OG-humanoïden in Blok 9B-AX7, ontsnapte OG-humanoïden in Blok 9B-AX7, geeft u over aan de ordedienst. Wij zijn genoodzaakt de toegang te forceren. Wij zijn genoodzaakt de toegang te forceren.

Jaap: Hoor je wel? Zij kijken niet op een deurtje.

Huub: Een noodmaatregel, neem ik aan.

Jaap: Ja, wij moeten noodmaatregelen nemen. Als ze de trap opkomen, nou dan mag ik lijden dat ze d’r vierkant doorheen zakken.

Huub: Hier is een kast, die is goed genoeg voor mij.

Jaap: Ja, voor mij idem. Zo. Daarin, daarin, daarin... Zo, hier. Ja. Jonge jonge jonge. Hé! Hé, waar zit ik nou op? Hé, wat is dat? Hé, dat voelt aan als zeekaak[13]! Ja, ‘t is kaak! O, brave kast! Hier, hier, heb ie? Pik ook een stuk. Nooit je eetlust laten zakken. Stil 's, stil 's (gebons) Daar gaat de voordeur aan barrelen.

robot: Meldt u voor herstel, OG-humanoïden! Meldt u voor herstel.

Huub: Eerlijk gezegd blijf ik toch liever jouw gevangene.

robot: OG-humanoïden, meldt u voor herstel, meldt u.

Jaap: Zo mag ik het horen. Als ze nou maar niet komen zoeken, hè? O, daar heb je ‘t al!

robot: Meldt u! Meldt u voor herstel! Voor herstel, OG-humanoïden!

Jaap: Met gratis nieuwe transistortjes, de zenuwen. Ze komen hierheen met hun glazen ogen. Ik zal ‘m een paar sterretjes bezorgen. Wacht effe! Actie!! Daar gaat onze kastdeur!

robot: Wij zien u, OG-humanoïden.

Jaap: Hahaha! M’n ijzertje! Pas op de scherven Dat is djzing, en djzing, en hier, en daar. Zo! Wie wil d’r nog transistors? Batsj Haha!

robot: Meldt u. Meldt u.

Huub: Achter je, Jaap!

Jaap: Vriend! Grijpertjes thuis! Huppeta!! Zo! Zo! haha! Meldt u voor herstel!! Jazeker, bij de opticien! Huub, kom mee, kom mee, ze staan te tetteren voor de EHBO.

Huub: Ik hoor d’r nog meer komen.

Jaap: Je word nog bijna behulpzaam. Alleen, waar moeten we naartoe, waarheen? Het dak, het dak. Ja, ‘ns kijken, ja. Ja, die… die… die trappen. Kom mee, kom mee, kom mee, die trappen.

robot: Weerstand is doelloos. Het verzwaart uw medische behandeling.

Jaap: Volgende trap!

Huub: Zeg, ze komen ons na. Ik ben toch bang dat...

Jaap: Nog een trap, nog een trap! Kom nou, vooruit, vooruit, vooruit!

robot: Weerstand is doelloos. Het verzwaart uw behandeling.

Huub: D’r moet toch een eind aan die trap komen.

Jaap: Jazeker. Daar, daar! Een luik, naar het dak. Kom, hup, open dat ding! Ja, hup! Nou d’r door, d’r door. Jij en ik, hup hup hup hup! Luikie dicht! Oh, tjonge jonge. En nou... en nou?

Huub: Ze vinden ons toch! Ze zullen...

robot: Weerstand is doelloos. Het verzwaart uw behandeling.

Jaap: Ja, dan zal ik toch nog één klap moeten ge... nee nee nee nee... Hij heeft het beter dan ik.

Huub: Wat nou? Op dit dak?

Jaap: Wat nou, wat nou? Die stad hier zit vol daken, allemaal plat. Die kant, dat volgende, dat zit lager. Ja ja, ’t bevalt me veel beter, weet je.

Huub: Stop Jaap, stop Jaap!

Jaap: Wat nou? wat nou?

Huub: De rand!

Jaap: O, dank je. O, wat een diepte. O, dat... dat andere dak, da’s minstens vier of vijf meter weg. Hoe komen we daarover? Hè? Nou ja, goed, we... we zullen wel moeten.

Huub: Ja, wat ga je nou doen?

Jaap: Het beste d’r van hopen, aanloop nemen...

Huub: Jaap! Jaap! Je haalt het niet, jongen, dat haal je niet. Jaap, je valt! Ja, ja, hou je vast daar, ik kom.

Jaap: Spring dan vlug, ik kan me niet houden. Dakgoot, Huub.

Huub: Ja, ja ! Ik kom, ik kom. O, ik moet m’n bewaker nog achterna rennen. Dan ben ik dan toch...

robot: Meldt u voor herstel. Weerstand is doelloos.

Huub: ...ergens... ontregeld. Hier... Ja, hier, hier, hier, pak an, pak an.

Jaap: Nou nou, ‘t is mooi hoor.

Huub: Heb je erg in angst gezeten?

Jaap: Wat heet, je sprong me zowat in m’n kippenek. Hè hè. Osj, voorlopig zijn we die kwijt.

Huub: Nou, voorbarige conclusie. Daar in de verte is wat men noemt zwaar materiaal in aantocht.

Jaap: Materiaal? Giraffen van ijzer.

Huub: Ja, dat zijn hefkranen, Jaap, met… met… met… met ijzeren handen. Torens!

Jaap: Torens uit hun schaakspel? Moeten we wegwezen voor de torens ons hier mat komen zetten. Kom.

Huub: Maar waar naartoe? Als gevangene heb ik toch aanspraak op een rustiger verblijfplaats dan deze!

Jaap: Dan moet je niet hier naar beneden, die hele straat zat vol kunstlieden.

Huub: Nou vooruit dan, de andere kant dan. Die torens zijn nou niet ver meer af.

Jaap: Nee, een paar honderd meter. Ze zijn zo hoog als...als die Citadel daar, zeker. Waar kunnen we nou nog naartoe? Hè?

robot: Geeft u over. Weerstand is doelloos.

Jaap: Straks dumpen ze ons karkas in ‘t riool.

Huub: Riool?

Jaap: ‘t Riool...

Huub: Daar, daar, Jaap. Die putdeksels! In de riolen! Daar zit de bevolking, dat is de enige plaats voor overdag!

Jaap: Ondergronds? OG!... Oh! OG... Weet je wat dat betekent, Huub?! Ondergrondse humanoïden, Huub! Nog effe zo doorgaan en ik verleen je gratie, kom kom, die trap, die brandtrap af daar, kom, kom. Haa. Pas op! Bijna had die grijper ons te pakken. Kom nou naar beneden!

Huub: Ja, ja.

Jaap: Huh huh... nou nou, als Dirk die Els ook zo aan d’r handje moet houden, als ik jou doe, benijd ik ‘m niet. Huh... ho... ho...

 

Els: (lacht)

Dirk: Zeg, jij, wat valt er te lachen?

Els: Nou, dan hebt je wat gemist, Dirk.

Dirk: Ooo... ‘t doet jou genoegen anderen voor hun leven te zien rennen, hè?

Els: Ach nee, kijk maar, Jaap en Huub zijn beneden. Ze halen het!

Dirk: En die deksel, hoe lichten ze die dan van ‘t riool?

Els: Eh... Jaap gebruikt z’n ijzeren staaf.

Dirk: Ja, wacht nou even, laat mij nou ‘ns even een beetje beter kijken, hè. Ik... ik zie alleen wat... wat gebroken rommel daarnaast.

Els: O, d’r kwamen nog twee van die nieuwsgierige robotten kijken. Jaap heeft Huub gewoon mee naar beneden gesleurd. Het deksel is dicht. (zucht) ‘k Ben m’n adem haast kwijt.

Dirk: Nou, kom. We moeten trouwens zelf verder.

Els: Ja.

Dirk: Die stukjes noot van ons zijn niet voedzaam. En we moeten ook wapens hebben.

Els: Nou, makkelijk gezegd, maar doen... Als ik er niet was geweest om jou uit die malle notenkraker te halen, nou...

Dirk: Hè, kind, schei toch uit! Allicht dat je wat doet.

Els: Nou, ben jij soms zo knap? Je weet nog niet eens eh…

Dirk: Wat weet ik niet eens?

Els: Ah... Nou, je doet ook zo stoer. Eerst eten en drinken, dan wapens en uitrusting, en dan? Eh... je weet niet eens wat dan. Jaap en Huub, o, die zijn er vast al lang achter.

Dirk: Ik heb er nog niet over gedacht, da’s alles.

Els: (lachje) Da’s alles. Wordt jij door die Proctor getest of ik soms?

Dirk: Nee, ik! Met jou als handicap.

Els: Hatelijkheden, hè? Die gaan je goed af.

Dirk: Ja!

Els: Ik heb altijd maar gehoord over jouw goeie ideeën, die… die nieuwe radiozender en zo..., maar gezien heb ik nooit wat.

Dirk: Ik heb er nog niet over nagedacht, Versta je, met jouw gejammer aan m’n kop!

Els: Dan doe je ’t nu maar. Kan ik kijken hoe je d’r uitziet als je denkt.

Dirk: En ik hoef er helemaal niet over te denken. Wat we hier doen moeten, dat spreekt vanzelf.

Els: Nou?

Dirk: Ja! Kijk, zij hebben ons uit elkaar gehaald, dus we moeten elkaar terugvinden. Da’s alles.

Els: Ja. Eenvoudig.

Dirk: Natuurlijk moeten we de controlekamer van dit schip opzoeken. Vanzelf. We moeten elkaar terugvinden op een plek van de soort waarvan we vertrokken zijn. Ja! Voor de bemanning van een ruimteschip is er maar één trefpunt in het hele heelal: de stuurkamer van een ruimteschip.

Els: Ch, giebeltjes, als je dat allemaal zo goed weet, waar wachten we dan op? We staan maar te kletsen.

Dirk: Ooooo, zou je zo’n griet niet...!

Els: Pas op, Dirk!

Dirk: Zo? Dus je weet het nog, hè? ‘k Heb je al ‘ns eerder over de knie moeten leggen.

Els: Mm. Dat weet ik nog heel goed.

Dirk: Fijn! Kunnen we nu vertrekken?

Els: Ja. Dirk?

Dirk: En geen verdere kunsten, hè? Nou... we nemen..., ja, we nemen deze dwarsgang. Ik denk dat we dan op één van de hoofdcorridors uitkomen.

Els: Maar eh... welke richting is dan nu de goeie?

Dirk: Ooooah, vijftig procent kans. ‘t Geluk heb ik altijd mee gehad. Toeval is je best vriend, als je d’r maar in gelooft. Ho, kijk, hier is een deur.

Els: Akelig, dat licht dat met je meewandelt. Overal anders is het pikdonker. Gewoon spookachtig. Zeg, hoe doen we die deur open? ‘t… ’t Is een hele grote!

Dirk: Hier is een knop.

Els: Oh!

Dirk: (lachje) Hij rolt in de wand.

Els: Ja.

Dirk: Nou? Wat zei ik je? Een hoofdcorridor!

Els: Ja.

Dirk: Nou, voorwaarts mars.

Els: Zeg, volgens mij lijkt het meer op een tunnel. Is het eh... wel veilig hier? ‘t Is zo hol en zo stil. Alleen hier, hier flauw licht. (schrikt) Wat? (schrikt) Ho, de deur gaat dicht achter ons.

Dirk: ‘t Is toch logisch: zelfsluitend. Ah, die sector daar was niks voor ons, dus terug is niet nodig.

Els: Maar we hebben geen wapens.

Dirk: O, eerst verwijt je me dat ik m’n tijd omdoe met ernaar te zoeken, en nou… nou dit weer. O, wat ben jij toch eigenlijk voor een griet!

Els: Nou ja, ik... ik was misschien een beetje onredelijk, Dirk.

Dirk: Ja! Nou kom, vooruit maar. (ze gaan verder) Mm, deuren komen hier maar weinig op uit. Het vermindert gelijk de kans dat we... dat we wat tegenkomen.

Els: Zeg?

Dirk: Mm?

Els: Deze corridor is niet zo erg stoffig als... als die vorige.

Dirk: Da’s vermoedelijk betere ventilatie. Er hangt hier trouwens een... een andere lucht.

Els: Ja.

Dirk: Zeg, ik kan ’t niet plaatsen, is het... olie… olieachtig? Hè?

Els: Zeg, kijk ‘ns hier, op de grond, hier in ‘t midden? Hè? Daar ligt een soort van… van wit lint. Kun je ‘t zien?

Dirk: Ja! Ja.... Het licht is heel flauw. Nou, dat had wel beter gekund voor zo’n hoofdgang.

Els: Nou.

Dirk: Je… je… je kunt het zien glimmen.

Els: Ja.

Dirk: Zeg, nee, het is een… 't is een glimmende streep... Hij loopt door de hele lengte van de corridor.

Els: Maar… we zien niet ver. Hoogstens een… een tien of twintig meter, geloof ik.

Dirk: Ja, ik wou toch dat ik... dat ik wist wat het was. Zeg, over die zijwanden loopt ook al zo’n streep.

Els: Ik eh... ik vind ‘t eigenlijk maar eng hier.

Dirk: Ah, waarom? We zullen er wel aan wennen, hoor. Nou, kom mee kind.

Els: Hè, nou, je bent tenminste even aardig.

Dirk: O, anders niet, wou je zeggen?

Els: Maar waarom moet je toch altijd zo... zo vechterig zijn?

Dirk: Jij begint zelf... Als je zoiets zegt, nou, dan weet ik alweer hoe laat het is.

Els: Alleen mannen van jouw minne karakter weten altijd weer hoe laat het is.

Dirk: Alleen niet die idioot van jou die later met jou een huwelijkscontract tekent.

Els: Theu!

Dirk: Die tekent z’n eigen doodvonnis.

Els: En een... en een meisje dat zo stom zou zijn om van jou te gaan houden, die...die...

Dirk: Nou?

Els: Stil! (geluid van iets dat rijdt)

Dirk: Ja! ja, daar heb je ‘t weer.

Els: Dat... dat gerommel...

Dirk: Ja. ‘t Is ver van ons vandaan.

Els: Maar... maar waar? ‘t Lijkt wel een... ’t lijkt wel een trein.

Dirk: ‘t Is er hier uitgestrekt genoeg voor. Ik wou dat ik maar wist waarom het hier zo slecht verlicht is!

Els: Ja... Daar komt ie de bocht om! Dirk, het is een trein! Dirk, het is een trein!!

Dirk: Grote Horvath, ja! Ja, die sporen, die gang, een tunnel!

Els: Dirk, we lopen de trein... we lopen die trein tegemoet!

Dirk: Terug! Kom mee!

Els: Ja.

Dirk: Die zijdeur, die zijdeur daarginds!

Els: O, waar is Toeteltje?

Dirk: Toeteltje zit op je hoofd. Vlug nou, vlug, Els, het is... het is een buizenpost door het schip.

Els: Ja.

Dirk: Maar dan als een... als een spoortrein.

Els: Ja.        

Dirk: Eén wiel op de bodem,

Els: Ja?

Dirk: Eén aan weerskanten, en op het plafond ook een streep, midden tussen de... tussen de lichtjes.

Els: Hier is een deur.

Dirk: Ja! Open...

Els: Ja, open

Dirk: Open dat ding. Open!

Els: D’r is geen knop, d’r is geen knop!

Dirk: Nee, nee natuurlijk niet, dit is een spoorbaan.

Els: O!

Dirk: Lopen! Lopen, Els!

Els: Dirk, ik kan niet zo hard als jij.

Dirk: Kom, geef me je hand. Ja. Rennen.

Els: Ja.

Dirk: Rennen! Kijk naar een zijgang, jij daar, ik hier.

Els: Ja... Stop! Halt!!

Dirk: Een bocht! Naar omlaag!

Els: Niet verder! ‘t Is een afgrond!

Dirk: Voor dat ding niet, met rondom wielen, maar voor ons wel.

Els: Daar is die, daar. O Dirk, wat nou, wat nou? (gierend geluid)

Dirk: Wat lacht daar? Op je buik, op je buik, Els. Plat!

Els: Ja.

Dirk: Maar naast de streep.

Els: Ja.

Dirk: Als ie maar hoog genoeg op z’n wielen staat... Plat, Els!! Plat!!

Els: Ja! (gierend geluid)

Dirk: Ben je daar nog?... Elsje?... Elsje??...

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (5/2007)

h.cauwenberghe@chello.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 


 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[3] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487)

[4] geboren te Lisse op 13/11/1915; overleden op 23/01/1991(Code TIN: 1351)

[5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[6] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)

[7] geboren te ’s-Gravenhage op 16/01/1905; overleden op 16/01/1999 (Code TIN: 6684)

[8] geboren te Soest op 21/09/1921 (Code TIN: 523)

[9] geboren te Rotterdam op 21/04/1892; overleden te Amsterdam op 25/03/1966 (Code TIN: 1007)

[10] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225)

[11] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990

[12] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)

[13] soort scheepsbeschuit