TESTBEMANNING

DEEL 24: HET WAPEN

Carl Lans (1913)

uitzending: KRO, zondag 11/03/1962 (herhaling: woensdag 27/09/1989)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids]

- robotverbindingen: Hans Karsenbarg ([2]) & Hans Simonis ([3])

- Proctor: Huib Orizand ([4])

- Kliox: Robert Sobels ([5])

- Els: Nora Boerman ([6])

- Dirk, elektronicus: Paul Deen ([7])

- synthetor: Hans Simonis

- Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([8])

- Huub, navigator: Frans Somers ([9])

technische gegevens: 35’40’’ - 24,4 MB - mp3

 

robotverbinding 1: Connectie via stersystemen Perasuu, Aôt-i-Zjee-wee en Meeleetis. Galaxenter.

Proctor: Mörschtt nog steeds uitgevallen? Mooi. Gesloten kanaal Kliox B-17 gaarne.

robotverbinding 2: Sectie identificatie.

Proctor: Helaas, ‘t is toch weer bij het oude. Checkt u simpel mijn subvocaalpatroon, en volgens codicil aanvullingsfoli gewijzigde codificatie.

robotverbinding 2: O, Proctor Senior, ik ben slechts een tijdelijk robothulpstuk en provisorisch geïnstrueerd.

Proctor: Des te beter. Dan nu terstond Kliox B-17, gesloten kanaal.

robotverbinding 2: O!... Eh, ja!...

Proctor: Alle duizend administratieve tentakels!

Kliox: Kliox B-17. Ik groet u voor opname.

Proctor: En ik u voor rapport. De vocale verbindingen zijn nog steeds omgelegd.

Kliox: Inderdaad, eerbiedwaardige leermeester, maar via een noodcentrale heeft Galaxenter het probleem der gesloten kanalen thans weer genoegzaam in de hand.

Proctor: Het voornaamste! Mijn gelukwens.

Kliox: Verder heeft de groep Xelosi, op mijn aandringen, inofficieel het door u geteleporteerd model onderzocht van de Terraanse sub-ethercommunicator.

Proctor: En?

Kliox: Het principe werkt! Voorlopige classificatie B-11 tot 13.

Proctor: Welaan!.. En dit ondanks de commissie Bjemolseu en Msaôrth die de onmogelijkheid surathmatisch hadden bewezen?

Kliox: Zij zullen thans bovendien nog moeten verklaren hoe het Terra-ras, met name een B-5 individu, gehandicapt door een emotionaliteit B-3 of 4, een dergelijke prestatie heeft geleverd. Of wellicht is het een vergissing van deze Dirk, een misgreep.

Proctor: De gehele kwestie lijkt eh... verbazingwekkend, maar daarmede verstandelijk niet afgedaan. Ware het mij veroorloofd, Kliox, dan zou ‘k me verbazen over een ander recent voorval: ik rapporteerde al hoe de groep Huub-Jaap op hun robotschaakplaneet Mekanistreia door normale intelligente benadering hun testopgave hadden doorgrond. Maar thans moet ik melden dat deze Dirk ...

Kliox: Wil ik de vocalisator inmiddels inschakelen?

Proctor: Ja, da’s een goed punt om er mijn rapport mee te beginnen.

Kliox: Ingeschakeld.

Proctor: Goed. “Straplastreu B-16 aan Galactische Raad. Onderwerp: Testobject Terra. De meest emotionele subgroep, Dirk-Els, blijkt over geestelijke hulpbronnen te kunnen beschikken waarvan de aard mij nog niet duidelijk is geworden. Het meisje Els was door mij, volgens plan, aan de meest emotionele proefpersoon Dirk als handicap meegegeven. Hun voortdurende conflicten, zo berekende ik, moesten een nadelige invloed uitoefenen op Dirks inzicht en vindingrijkheid. Alles wees erop dat Dirk zelfs niet in staat zou zijn z’n testopgave te doorzien. Doch thans, onverwacht en juist tijdens één der vele woordenwisselingen, gaf deze Dirk niet slechts een scherpe analyse van hun opgave, doch zelf de oplossing erbij, en dit alles schier terloops, als bijproduct van een emotionele explosie. Inmiddels zijn beiden met hun huisdiertje na ontsnapping aan één der konvooien van het Ypsilon-scheepje doorgedrongen in de Yoobelische sector van het schip, welke een meer humanoïde aanzien heeft.”

 

Els: Ja hoor, Toeteltje, je hebt die deur mooi voor ons gevonden. (zucht) Even gaan zitten in die stoel, of wat het is. Even tot mezelf komen: de trein overleefd, en jij één seconde aardig.

Dirk: Mm...

Els: Huh, wat een dag! O, Dirk, ik… ik ben nog helemaal bibberig van die ontzettende tunnel.

Dirk: Een hoofdtransportweg, anders niks. Die konvooien gaan natuurlijk door het hele schip, als de buizenpost in onze warenhuizen. Overigens, behalve dat alles hier krom en gebogen is, het lijkt me hier menselijker dan waar we vandaan kwamen.

Els: Ja, je zou het haast gezellig kunnen noemen.

Dirk: Mm.

Els: Ik eh... ik heb zitten denken, Dirk.

Dirk: Zo! Dan moet er een natuurramp op komst zijn.

Els: Hè, flauw. We moeten dus zo gauw mogelijk die controlekamer vinden.

Dirk: Mm.

Els: Maar hoe worden we dan getest?

Dirk: (lachje) Als ik het mocht uitzoeken, dan wist ik het wel: in een lekkere stoel liggen en dan geblinddoekt biefstukken van echte karbonade en ossenhaas van pseudo-rosbief onderscheiden, verder aangevuld met cirkelwoordpuzzels.

Els: (lachje) Hoor je, Dirk? Volgens Toeteltje is dat geen testmethode, maar meer een demonstratie van je mannelijke vraatzucht en luiheid.

Dirk: (lachje) Ze laten ons anders hier flink rennen voor ons kostje.

Els: Nou... (zucht) Dat konvooi zal me heugen! Dit schip is toch vast bewoond.

Dirk: Dat hoeft niet. ‘t Kan allemaal automatische machinerie zijn.

Els: Nou...

Dirk: Konvooi inbegrepen. Niks bijzonders aan! Zelfs bij ons op aarde doen de automaten al praktisch alles.

Els: Alles, Dirk, behalve één ding: lachen.

Dirk: Lachen?

Els: Dirk, in die tunnel, het... het konvooi, toen het over ons heen reed en verdween, je... je hebt het toch gehoord: die... die metalige stem die lachte als een... als een gek.

Dirk: Hè? O…, dat wee ik niet precies meer, èh. D’r gebeurde zoveel.

Els: En je zei nog wel zo bezorgd: “Ben je daar nog, Elsje?”

Dirk: Hè?

Els: Ja.

Dirk: Ah, weet ik veel. ‘k Heb ook nog nooit eerder onder een trein gelegen. Ja, kom, laten we maar opschieten. M’n maag rammelt en ik heb dorst.

Els: Voor mij geeft het niet, hè?

Dirk: Jij zit toch breeduit te redeneren?

Els: En jij staat toch gemakkelijk te leunen tegen die jukebox?

Dirk: Zeg, wat is dat voor een machine? Met muziek heeft het niks te maken, ‘t is meer een... een eh... waskom onder een metalen kap. Hier is een... een uitholling, net als...

synthetor: Vradmiz, vrienden... Vradmiz, de oudste en betrouwbaarste synthetor, type A/S serie X 4536 breukstreep 1. Experimenteel model.

Els: Hè?

Dirk: Dat experimenteel bevalt me niet erg.

synthetor: Ter beschikking gesteld door de mnemologische afdeling van de Proxtgenootschappen. Louter voor geheugenexperiment. Derhalve uitgevoerd zonder repetitiecircuit. Uw artikelen materialiseren in deze triaflide Bakeukst.

Els: Zeg, ‘t lijkt wel op een trekautomaat.

Dirk: (lachje)

Els: Straks komen we hier nog als rijkaards vandaan van deze Bakeukst.

Dirk: (lachje)Zelfs met een broodje kaas zou ik grif genoegen nemen... (machine begint te werken) O, Horvath! In dat ding boven die schaal komt blauwachtige mist. ‘t Trekt op nu...

Els: Ja!... (machine stopt) Ha!

Dirk: Kijk ‘ns! Kijk ‘ns wat daar ligt!

Els: ‘t Lijkt wel...

Dirk: Lijken? Het is een broodje met kaas, kijk maar.

Els: Wacht..., ‘t is zelfs vers!

Dirk: Zeg, wacht nou ‘ns even, denk je dat dit een… een broodjesautomaat is? Nee hè, da’s onmogelijk.

Els: Nou ja, waarom niet?

Dirk: Omdat ik eh... nou ja... de… de... Het klopt niet!

Els: Waarom niet?

Dirk: Nee... het… het rijmt niet met onze omgeving hier. Die tafel daar met een... met een hol oppervlak, en... en dat weer gebobbeld, die stoelen met ongelijke poten… Niks is geconstrueerd naar onze ideeën, alleen dat... alleen dat broodje... Nou, hier, hier... jij zal wel honger hebben.

Els: O, dank je. Huh, ben je royaal!

Dirk: O. Is 't weer niet goed?

Els: Nee nee, ‘t is best hoor. Mm! Mm! Knappend zelfs, zeg! Lekker!

Dirk: Mnemologische synthetor... experimenteel... Huh! Wacht even! ‘k Weet het! Die synthetor heeft dat broodje opgebouwd uit mijn eigen memorie.

Els: Een wensmachine?

Dirk: Mm.

Els: Met prijzen voor wie... wie goed wenst. O ,’t is vast een gezelschapsspel. Wie ‘t meest trekt. Wacht, laat mij nou ‘ns wat voor jou trekken.

Dirk: O, graag! Eh... koffie, met een broodje worst.

Els: ‘ns Kijken of ik zo knap ben. Wacht even. Wacht ik eh… ik-ik-ik moet het me dus precies goed voorstellen.

Dirk: Mm.

Els: Ja, zo. M’n hand in de uitholling. Oho. Het kriebelt! (machine werkt)

Dirk: Ja, dat meende ik ook al. Elektronisch neurocontact.

Els: Ja, ‘t werkt... Ja... die blauwe gloed boven de schaal... (machine stopt) Ah! Heb ik dat niet knap gedaan? Eén koffie voor meneer.

Dirk: Ja!

Els: (lacht)

Dirk: Mm!

Els:Goed?

Dirk:Die koffie is prima, ja. En dampend heet! Daar knap ik van op. Zeg, wat doet die plak worst erbij?

Els: Ja? Waar is het broodje? Wacht, nog ‘ns proberen. Dat-dat-dat broodje, ik... ik moet het me precies voorstellen. (machine werkt) O, daar komt het al, de mist trekt weg! (machine stopt)

Dirk: Ja. En de kom is leeg. Ach jij, ‘k zal het zelf wel doen.

Els: Mm. Jij kunt het weer beter.

Dirk: Moet je even goed kijken hoe ik het doe. Hand in de gleuf…

Els: Mm

Dirk: (machine werkt) Broodje. Mist trekt op… (machine stopt)

Els: (lacht) Niets!

Dirk: Wat is dat nou voor gekkigheid?

Els: Zeg, die stem van de machine die zei iets, eh... Wat was het ook weer?

Dirk: Wacht ‘ns even!

Els: Mm?

Dirk: Zei: geen repeteercircuit.

Els: Ja!

Dirk: Dus hij repeteert niet. Dat is het ‘m: hij levert alles maar één keer.

Els: Dat dacht ik al.

Dirk: Had dat dan gezegd!

Els: Maar jij was toch eigenwijs... Jij zou toch wel ‘ns eventjes... Nou, nou, nou, eet je worst nou maar zoet op.

Dirk: Ja, ik moet er iets anders bij hebben. Eh… roggebrood. Vooruit, ding. (machine werkt en stopt)

Els: Hè, die Dirk! Alweer mis poes. Brood hebben we al gehad.

Dirk: Dus ook geen roggebrood.

Els: Nee. Wacht, ik weet wat beters, al is het dan niet echt eh... niet om te eten. Wacht ‘s. (machine werkt en stopt) Hier!

Dirk: (lachje) ‘n Nieuwe zaklamp... Ja, da’s... da’s beter, ja. Zo uit de shop. Hé, waarom brandt ie niet? (schakelt in en uit) Mm. O, d’r zitten geen ingewanden in.

Els: Huh, wat idioot.

Dirk: Ja, idioot ben jij alleen maar zelf.

Els: Nou zeg!

Dirk: Ja, als jij geen idee hebt hoe zo’n ding er van binnen uitziet, hoe… hoe het werkt, hoe kan die… die synthetor het uit je geheugen opbouwen? Hier zo. (machine werkt en stopt)

Els: Mis!

Dirk: Ja, natuurlijk, omdat jij ‘m hebt uitgeput, met dit misbaksel!

Els: Of het bewijst alleen maar dat je zelf ook niet weet hoe zo’n lamp in elkaar zit.

Dirk: O, bij Kijenkivics, ik een zaklamp... Nou, ik krijg medelijden met jou, hoor. En nou blijf je d’r af met je klavieren, dan haal ik alles uit dat machine wat ik nodig heb, behalve een zaklamp, want die heb jij me door de neus geboord.

Els: ‘k Ben benieuwd.

Dirk: Nou, wacht nou ‘ns even. Even kijken hoe we ervoor staan. Dus dat machine haalt de kennis uit je memorie. Dat bewijst die ongelukslantaren!

Els: Hoezo dan? Ik heb me die zaklamp precies voorgesteld.

Dirk: Precies?

Els: Ja.

Dirk: Hum. Had je alleen het laagje lak van de buitenkant cadeau gekregen, want dat metaal eronder kon je niet zien, maar je wist dat het er moest zijn.

Els: Je... je letterlijk te herinneren is dus niet nodig? Je… je moet het je... je kunnen herinneren, de kennis moet ergens in je hoofd zitten, bedoel je, hè?

Dirk: Ik kan dus alleen dingen trekken die ik door en door weet of geweten heb.

Els: Ja.

Dirk: Nou, dan begin ik met een lijst van benodigdheden.

Els: Ah. O! Nou, ik zou heel graag een gewoon... gewoon kammetje hebben, en eh…

Dirk: Een kammetje... Ja ja, een kammetje. Zeker lippenstift, hè? En een spiegeltje, hè? Nee nee, we hebben twee rugzakken nodig, een grote, en een...

Els: Kan niet! Hij levert er maar één.

Dirk: O. Nou, dan één. Verder een eh… drieliterkruik water. En graag een liter cognac. Ja!

Els: Cognac?! O, je bent wel in ‘t algemeen belang bezig. Nu volgt zeker een pijp en tabak.

Dirk: Wie begon er net over een kammetje? Hè? Jij of ik?

Els: Hè ja, je... je bent om op te schieten, bah.

Dirk: Wacht ‘ns even! Schieten, zeg je?

Els: Mm.

Dirk: Een wapen! Ja, een wapen zouden we moeten hebben. Bijvoorbeeld een 45-er pistool. Ja!! Dat heb ik ‘ns helemaal schoongemaakt.

Els: Dus je weet precies hoe dat in elkaar zit? Alle deeltjes?

Dirk: Ik heb ze gezien en gemonteerd. De machine haalt het wel uit m‘n herinnering... hoop ik. Dus boven aan de lijst... Ja, natuurlijk, als jij liever niet een eh... nagelvijltje hebt.

Els: Hè... blijf je zo?

Dirk: ‘n Kat met scherpe nagels is ook niet mis.

Els: Gut, wat ben jij uit je humeur. Als jij één seconde aardig bent, zoals in die tunnel, waarom moet je ‘t dan altijd weer verhalen?

Dirk: Nou, nou, nou, nou zeg, jij verzaakt anders ook geen troef.

Els: Nou, ik verdedig me alleen maar. Alles is zo... zo ook al moeilijk genoeg. Ja, want ik denk toch dat we nog meer aan een nagelvijltje hebben dan aan jouw hele pistool.

Dirk: O ja?

Els: Man, waar haal je de kogels vandaan om mee te laden?

Dirk: Verdikkeme, ja!! De patronen...

Els: Die machine levert van elk soort ding toch immers maar één.

Dirk: Ja, aan één patroon hebben we niks.

Els: Nee.

Dirk: Hè, dat ellendige ding ook met z’n repeteercircuit eruit. Puzzelmachine!

Els: Nee, we zijn onredelijk, Dirk.

Dirk: We?

Els: Ja.

Dirk: Je bedoelt mij, hè? Ha, ze hebben het er vandaag alleen maar op aangelegd om mij... om mij de pee in te jagen.

Els: Ja, hoor nou ‘ns, Dirk, die trekautomaat stond hier aan boord als een soort... als een soort gezelschaps... een… een geheugenspel, en zelfs op aarde heb ik nog nooit gehoord van... van een trekautomaat waaruit je revolvers en... en pistolen en zo kon halen.

Dirk: En toch zal ik er een hebben. Bovendien kan het... Alleen de patronen, de lading. Ja, hoe vind ik daar nou wat op?... Een zelfladend wapen natuurlijk! Een wapen dat zichzelf oplaadt en... Ja ja ja, dat is het, ja ja ja!

Els: Waar denk je nou aan?

Dirk: Vroeger, hè… ik heb ‘ns een idee gehad over aftappen van elektrische energie uit de atmosfeer.

Els: En wat heeft dat er nou mee te maken?

Dirk: Ja, ik weet het nog niet, wacht nou, ‘t valt me in. Per verticale meter kan het spanningsverschil 50... jawel 80 elektrovolts bedragen... Alleen de luchtmoleculen belemmeren normaal de doortocht van de elektronen.

Els: Zoiets eh... zoiets als bliksem?

Dirk: Alleen die hoge spanningen ioniseren eerst de luchtlagen. Dan krijg je… dan krijg je een straal...

Els: Zeg zeg zeg, kon je nou geen apparatuur maken dat ook zoiets doet?

Dirk: Hè toe, kind, jij begrijpt er toch niks van. Hè? Natuurlijk wel, maar eh… het verslindt meer energie dan... dan het opbrengt, omdat eh...

Els: Ja, dan doet er het ook niks toe als je ‘t toch niet kunt.

Dirk: Hè?!

Els: Dat is nou met jullie mannen altijd zo. Ons bek je af en wij begrijpen niets, en daarna ga je ons uitleggen waarom je ‘t zelf ook niet kunt.

Dirk: O o o, wat ben ik toch heerlijk opgeknapt met jou! Hoe kan ik nou denken als jij geen ogenblik je snavel houdt! En dat beest ook, met z’n idiote getureluur!

Els: Aaah, wat hebben we ‘t weer moeilijk met onszelf! Toeteltje, zing jij maar, hoor.

Dirk: Ik had een idee, maar wat was het nou? Wacht nou even... Hè, jullie met je lawaai! Eh... o ja, het net. Hoogspanningsnet. Overal om ons heen zit een hoogspanningsnet, nergens stopcontacten, maar dat geeft niet. ‘n Paar duizend volt zeker. Ampèresterkte navenant. Dat ding waaraan ik toen bezig was... Ja, dat moet hier kunnen!!

Els: Wat moet kunnen?

Dirk: Stil nou even. Een blitzpistool, spanning te onttrekken aan het net rondom. Draadloos.

Els: Een soort eh... een soort dodende straal?

Dirk: (lachje) Was dat maar waar. Nee, alleen op… op korte afstanden een beetje bruikbaar.

Els: Nou, dan bestel je dat! Simpel!

Dirk: Simpel?

Els: Ja.

Dirk: Ik moet nog dingen gaan uitdenken, wijzigen: afmetingen van de condensators, pelarixafscherming, wikkelingen. Die synthetor kan immers niks maken wat ik niet heb uitgedacht!

Els: Dan denk je eventjes, jochie. Klaar is Kees. Toeteltje! Stil! D’r moet weer gedacht worden.

Dirk: Maar ik weet de formule niet meer.

Els: Ja, maar dan zit die toch ergens in je hoofd? Kun je toch bestellen via die syn-syn-syn-syn syn-dinges.

Dirk: Synthetor.

Els: O ja.

Dirk: Hoor je ’t nu? Synthetor. Maar ik weet er zoveel. En als ik me nou niet meer herinner welke formule ik bestellen moet...

Els: Nou, dan ga je even rustig zitten, Dirkje, tot je ‘t je herinnert. Dan laat je ’m komen.

Dirk: O, grote Horvath! Als ik me die formule herinnerde, dan hoefde ik ‘m daarna toch niet meer te bestellen!!

Els: O... O ja, ja, da’s waar.

Dirk: ‘Tuurlijk is het waar.

Els: Je maakt me ook helemaal in de war. Al dat geschreeuw helpt je niets. ‘t Komt er allemaal van dat jij zonder systeem werkt. Alles op ‘t gevoel.

Dirk: Zo!

Els: Nou, het zou mij niet gebeurd zijn.

Dirk: Nee!

Els: Wij op school, wij moesten van die algebrafrik alles in een schrift opschrijven.

Dirk: In een schrift. Ja, dat weet ik ook wel. ‘k Heb ze allemaal genoteerd, die ook. Maar dat cahier is op aarde. Op aarde, da’s een schrale troost!

Els: Ja, maar... maar de herinnering aan dat hele cahier, dat zit toch in je hoofd? Nou dan? Nou, bestel nou zo’n… zo’n ding in die syn-syn-syn-syn-dinges.

Dirk: Ezelskop!

Els: Zeg, hé!

Dirk: Nee, ‘k bedoel mezelf, dit keer.

Els: ‘t Klopt dan wel. En, jongetje, voor dat je ‘t bestelt, denk d’r aan, dat cahier van jou had nog een heleboel lege bladen, een heleboel!

Dirk: Da’s helemaal niet waar. ‘t Was helemaal vol gekrast.

Els: Nou, dan stel je je maar goed voor dat het niet vol gekrast is, want je kunt maar éénmaal papier uit dat ding halen.

Dirk: Hè?

Els: Je... je zult toch moeten rekenen, tekenen, hè? En denk tegelijk iets bij om mee te kunnen schrijven, Dirk.

Dirk: ‘k Vind ‘t vervelend om te zeggen, maar je bent gehaaid.

Els: Hm!

Dirk: ‘k Moet het toegeven. Nou. Hand in de uitholling… (machine werkt en stopt) Nou, da’s toch mirakels. ‘t Cahier!

Els: Ja!

Dirk: Net zo verfomfaaid als ‘t origineel.

Dirk: Met aniline schrijfpunt.

Els: Ja.

Dirk: Zeg, ik eh... ik ga beginnen aan dat tafeltje, hoor.

Els: Dan eh… zal ik vast eh… de... de lijst afwerken, hè?

Dirk: Ja, da’s goed, maar niks anders, hè! Geen glas...

Els: Wat nou?

Dirk: Geen glas!

Els: Nee.

Dirk: Geen koper.

Els: Ach, natuurlijk niet!

Dirk: En geen ijzer. Nou, luister! En niks van mica, lood en zink. Nee, dat heb ik allemaal nodig voor het wapen. Heb je ’t gesnapt?

Els: Ja.

Dirk: Eten. Eten, dat mag je bestellen, da’s best.

Els: En kleren en zo? Da’s toch ook geen bezwaar?

Dirk: Wat nou kleren?

Els: Ja, natuurlijk!

Dirk: O... ja, nou... ja ja ja ja, je ziet er onderhand wel uit als een soort van eh... van vogelverschrikker, ja.

Els: Ik als een vogelverschrikker...?

Dirk: Hè toe, laat me nou. Doe nou wat je wil, maar ik ben bezig.

Els: Nou. Kom nou maar, Toeteltje, dan gaan wij ‘ns heerlijk met dat aardige machientje spelen. Eerst maar een kilo vogelzaadjes, en niet alleen...

 

Jaap: Die twee met hun kanarie. (lachje) Nou, Huub, die rollen nog wel door hun test heen.

Huub: Zeg, wat is Dirk eigenlijk aan het uitdokteren?

Jaap: Ik kan het geheimtaaltje in zijn bol niet volgen. ‘t Is een geniale vent. Hij is aan het ene bezig en hij maakt het andere.

Huub: Nou, hoe kan zoiets nou?

Jaap: Nou, kijk ‘ns, ik weet wel wat ie wil, maar eh… als dat kolderprincipe waaraan ie bezig is klopt, dan moet er toch heel wat anders gebeuren, neem me niet kwalijk. Ja, of hij is een genie, of hij ziet ze karren.

Huub: In elk geval zouden wij nou ook wel een wapen kunnen gebruiken. We zijn hier lelijk onder de grond gesloten.

Jaap: Ja, we zijn eigenlijk van de regen in de drup geraakt, met jouw voorstel om deze OG-humanoïden onder de grond te gaan opsporen. Nou, eh… we hebben ze gevonden ook.

Huub: Nou, het leek aanvankelijk een verstandig idee. Laat me dit kristal ‘ns mee vasthouden.

Jaap: Ja, hier.

Huub: Merci.... Tja, Dirks brein is weer als een heksenketel

Jaap: Tja, ha. Hier, moet je Els zien, met die kanarie op d’r hoofd. Die laat zich maar meerijden. (lachje) Ze is met die synthetor bezig. Wat heeft ze d’r nou allemaal uitgehaald?

Huub: Ze is... ze is... een feestmenu aan het opstellen. Zeg, over voedsel gesproken, Jaap, geef me nog ‘ns wat van dat harde spul.

Jaap: Wat bedoel...? O, die zeekaak. Hier... mag je knabbelen.

Huub: Merci... Els heeft me daar ‘n een hele kabeljauw, gestoofd en wel, op tafel. En ik wed, nog zonder graat ook.

Jaap: Mm. Grote ham. O! O, als het zo doorgaat, dan krijg ik ook nog trek in een hartig stukkie kaak. Hier, kijk ‘ns even, of... of het niets kost, nou komt ze met een fles cognac, allemaal voor Dirk! En een ananas!!

Huub: Nou, kijk ‘ns. Zo groot als...

Jaap: Oooh, als de afgrond in onze buik, Huub. Huh, moet je nog kaak?

Huub: Neem zelf nog maar een hap. Goed kauwen, anders verteert het niet. Moet het maximum profijt trekken.

Jaap: Ja... Zeg, wat gaat Els d’r nou uithalen? Ja, kleren, zeg! Kleren. Van alles!

Huub: Waar is dat nou goed voor?

Jaap: Hè? 'k Heb geen idee. Kijk nou. Staat ze met al die gekke spullen in d’r handen. Misschien vraagt ze zich dat ook wel af. Of ze luistert ergens naar.

 

Els: Wat is dat voor een geluidje? Geritsel... Gek geluid! Geritsel. Geknaag... (schrikt) D’r zullen hier toch geen muizen zitten! Dirk!

Dirk: Hè? Wat? Wat nou?

Els: O, Dirk, d’r zitten hier vast muizen!

Dirk: Ach kind, da’s toch onzin. Hè, laat me nou toch. ‘k Was er al bijna. Als je me nou stoort, dan gaat alles in de soep.

Els: Ja, nou goed Dirk, maar... ik-ik ben bang van muizen. ’t Klinkt ernaar. ‘t Is... ’t is aan de deur, beneden aan. Gelukkig dat die dicht is. Alleen eh... de muizen knagen toch niet aan ijzer?

 

Huub: Merkwaardig, Jaap. Het is een knagend geluid, en... het klinkt tegelijk als een wesp.

Jaap: Zeg, door die deur daar beneden, daar komt iets heen prikken. Het glinstert.

Huub: Er komt ook iets door. D’r wordt een klein cirkelvormig gaatje uitgesneden. En Els staat ernaar te kijken met haar vingerknokkels in ‘r mond, want door die opening...

Jaap: Dat… dat… dat is verdikkeme een rat! Op wieletjes! Van metaal!

 

Els: Daar komt een rat! O, Dirk, ik ben zo bang voor ratten!

Dirk: Hè, laat me nou. ‘k Ben d’r zo goed als... Klim je op een stoel.

Els: Ja, dat doe ik toch al. O, als ie d’r maar niet tegenop komt. Ik durf er niet naar te kijken. Het ding glimt helemaal. Hij komt aan m’n stoel, ooo!

Dirk: Zo. Nou buigen of barsten. Hand in de uitholling van die machine. (machine werkt) Hè, het duurt langer! De zaak is gecompliceerd. Hè, wat rolt er daar rond voor een mechaniek? Da’s een rat!! Een kleine metalen rat! Ga weg!! Ga weg, misbaksel! Het lijkt wel een... (machine stopt) Hè hè... Nou, daar is het geval dan. Goh, wat een ding... ‘t Weegt wel... het weegt wel een… een kilo.

Els: Pas op, Dirk! Bij je voet! ‘t Knaagt aan je voet!

Dirk: Wat? Aauuw, aaauw!!

Els: Zie je nou wel?

Dirk: Verdraaid... dat beest... Weg!!

Els: O, daar komt er weer een! Pas op, Dirk.

Dirk: Z’n bek is een... is een cirkelzaag. Hij... hij... hij beet dwars door m’n... door m’n schoen.

Els: De stoel. Spring erop.

Dirk: Ja, ‘k ben er een meid!

Els: Schop ‘m dan weg, Dirk.

Dirk: Ja, hup! Daar.... Zo. Hè hè, dat kleine mispunt is er geweest. Nou, kom er maar af, kom maar af van die stoel. Hij ligt op z’n rug.

Els: Voorzichtig. Raak ‘m niet aan, Dirk.

Dirk: Waarom niet? O, een boosaardige metalen rat...

Els: Dirk! Daar, door die opening! Daar komt d’r nog een! Nog een, en nog een!!

Dirk: Daar! Zo! Vangen maar, jullie gebroed. Ze onderzoeken ‘m... Ze dragen ‘m weg!

Els: Dadelijk komen ze op ons af. Schiet op ze, Dirk.

Dirk: Ja, maar vanaf hier is het te ver. ‘t Is te ver!

Els: Probeer het dan tenminste. Maar raak mij alsjeblief niet.

Dirk: Die straal is toch op deze afstand te zwak, maar enfin... Deze knop voor opladen... Wat ie nou doet... ’ns kijken.

Els: Dirk, je richt op mij.

Dirk: Ga weg, ga weg, vlug!! (ontbranding) Bij de gloeiende Horvath!... Dat is nog erger dan m’n subcommunicator.

Els: Die deur!... De hele onderste helft weg en... en een stuk daarvoor van... van de vloer! Ho, geen rat die nu nog door die deur kan.

Dirk: Dat metaal van dat stuk vloer was twee centimeter dik! ’t Is verdampt! ‘t Is verdampt als water! Wat heb ik geknutseld? Een desintegrator!?

Els: (lacht) Jouw pistool lijkt anders meer op... op een bloempot met een gat in de bodem. (lachje) En, Dirk, je staat er zo martiaal bij, en je kijkt zo grimmig. (lacht) Alsof je je plant onderweg verloren had.

Dirk: (lacht) Of ik een plant verloren heb!... (lacht) Ik vraag me alleen af wat er zou gebeurd zijn als ik... als ik… als ik werkelijk zo’n wapen had willen maken.

Els: O, Dirk, je lacht. Kon je dat dan?

Dirk: Een desintegrator! Nog een keer proberen.

Els: O nee, asjeblief niet, straks schiet je ‘t hele schip nog kapot.

Dirk: Hiermee, meid, gaan we door alles heen als door de boter. Dat hele konvooi, weet je, als ik dit gehad had, was aan diggels gegaan. Hiermee verbrijzel je het moleculair verband! Het materiaal verdwijnt zo, poef!

Els: Ha, nou, bijna waren mijn molecuultjes ook verdwenen. Je... je keek zo moordzuchtig met die bloempot op mij gericht.

Dirk: (lachje) Zeg, iets anders...

Els: Ja?

Dirk: Wat heb je daar allemaal op die tafel gezet? Het… het… het ruikt!... ‘t Is eten! Ha, heb je eigenlijk eens iets goeds gedaan.

Els: Afblijven, mannetje. Jij gaat nu eerst die nieuwe cover-all even op de gang aantrekken. Ik moet me eerst nog verkleden.

Dirk: Ja, maar dat… dat… dat is stomende kabeljauw!

Els: Nee nee nee, nu zoet wachten tot ik je roep. Heb ik nog een verrassing voor je.

Dirk: O ja?

Els: Ja. Pas op! Stort niet in het gat daar.

Dirk: Tot straks.

 

Jaap: Nou, ik eh… ben nog nooit aan huilen toe geweest, Huub, maar eh… als ik dat nou zie: een hele uitrusting, een gerookte ham, een kabeljauw en daar, kijk ‘ns even, of het niks kost, een hele liter cognac, en allemaal voor Dirk, en die sufferd heeft geen idee!

Huub: Waarvan?

Jaap: Hè? Ach nee, laat maar.

Huub: Ja, wat mot ik nou weer laten? Ik begrijp je niet, Jaap.

Jaap: Probeer het dan maar ‘ns te begrijpen, wat ze nou doet, Els.

Huub: Mm? Ja. Ze trekt allerlei kleren aan… die ze uit de machine heeft gehaald.

Jaap: Ja...

Huub: Maar het zijn geen cover-alls. Nee, ‘t zijn echte kleren waarmee meisjes naar bals gaan, meen ik.

Jaap: Juist.

Huub: En diners. Hoe komt ze d’r bij?

 

Els: Hé, Toeteltje, nu van m’n schouder af, hoor. Je nageltjes prikken. En... en... ik moet vlug zijn.

Dirk: Hé, heb je die nieuwe cover-all dan nog niet aan?

Els: Bijna... Ik moet nog even wat doen, hoor. Ja, wacht ‘ns, m’n haar... m’n haar, ja... wacht even. Even uitkammen, vlug ja. Zo... Nou m’n ogen… Zo. Een parelmoeren stipjes aan m’n oren. Zo! En die fonkelende tiarita op m’n haar.  We zullen onze Dirk ‘ns paf laten staan, Toeteltje!

 

Jaap: Ai ai ai, Huub, kijk nou ‘ns even! (fluit bewonderend) Hypernylon! Hallo! En d’r ogen. En dat haar! Kijk ‘ns even. En die tiarita op d’r hoofd. Ik had geen idee dat ze zo knap was, zeg.

Huub: Inderdaad, zeg. Els is een beeldschoon meisje. Dirk zal wel verstomd staan.

Jaap: Ja, ja, maar niet lang, denk ik zo. Hij is nogal eh... ouwerwets, hè.

Huub: Zeg! Waarom heeft dat meisje zich zo mooi gemaakt?

Jaap: Waarom? Voor wie? Voor de kanarie, is ‘t nou goed? Stil, ze roept Dirk.

 

Els: Dirk! Dirk! Dirk, je mag nou weer binnenkomen, Dirk.

Dirk: Zo. Als je nou eindelijk klaar...

Els: Wel, Dirk? Wat kijk je? Is er iets niet goed? Zo heeft Dirk nog nooit gekeken, Toeteltje! Ja, nou staat ie verstomd over jouw mooie veertjes.

Dirk: Een...

Els: Nou? Ben ik zo mooi genoeg om een beetje aardig tegen me te zijn, Dirk?... Dirk? Zeg nou wat?

Dirk: Ik eh... je... je bent... je... Hoe haal je ’t in je hoofd?

Els: Maar... maar Dirk?

Dirk: Ja, in je hoofd! Cover-alls hadden we nodig uit die machine! En jij hebt ‘m staan te verspillen aan... aan troelerijen alsof het hier een bal is, met haar uit een modeshow en frutsel op je kop, en verf aan je oren, alleen een ring in je neus mankeert er nog maar aan! En daarvoor moet ik op de gang staan wachten!!?

Els: Dirk, ik… ik wou je verrassen en ik heb het toch allemaal gedaan om...

Dirk: Dit allemaal... Waarvoor dacht je dat wij hier zijn? Wij zitten hier in een test. Op leven en dood. En niet alleen voor ons. De hele aarde, miljarden mensen hangen ervan af. Maar jouw kop is vol... is vol van… van… van dineetjes! En ik zal je nog ‘ns iets anders zeggen ook...

 

Jaap: Nou nou, Huub, kijk ‘ns even, daar gaan ze weer voor zeven stuivers. Wat een stel.

Huub: Ik kan ze werkelijk niet volgen.

Jaap:  Hoe kan Dirk nou zo geniaal zijn, en tegelijkertijd zo stekeblind?

Huub: Ja, geniaal is ie zeker: dat wapen, dat is een instrument van pure vernietiging.

Jaap: Nou ja, goed, al lijkt het meer op een ijzeren bloempot met een oor d’r aan.

Huub: Het enige bezwaar spreekt voor zichzelf: het is namelijk te goed.

Jaap: Ja. Ja... hadden wij hier op Mekanistreia ook maar zoiets, hè.

Huub: Mm.

Jaap: Nou, dat mooie idee van jou, de bevolking onder de grond zoeken, is ook niet zo best gelopen, hè?

Huub: Maar, we hadden toch geen keuze. We moesten van die daken af. En we hebben de bevolking ten slotte gevonden.

Jaap: Ja, die heeft ons nog best ontvangen. Nou nou. Opgesloten in een donker hok, omdat we met onze ontsnapping hun stam in diskrediet hadden gebracht. Jazeker. Mm. Zeg, zouden ze ons uitleveren aan die eh… machines daarboven?

Huub: Nou, ‘k hoop het niet. Merkwaardig, Jaap, dat sinds ik weer dorstig ben geworden, ik de onredelijkheid van dit spelregelsysteem steeds sterker ga inzien.

Jaap: Juist. En sinds ik nog veel meer dorst heb gekregen dan jij, zie ik vooral in dat als we dit hele planetaire schaakspel door mekaar willen schudden, we beginnen moeten de drinkwaterinstallatie van deze stad te zuiveren. Hè? En dan bij die robotcentrale een kraakje gaan zetten om die oorlog te stoppen. En ten slotte gaan we bij die zogenaamde schaakspelers zelf op theevisite.

Huub: In dit programma zit een logische volgorde, doch het mist punt één.

Jaap: Jazeker, punt één. Inderdaad: hoe komen we hier uit dat ondergrondse hok weg?

Huub: Hadden we maar zo’n desintegrator als Dirk en Els.

Jaap: Dirk en Els, ja, da’s waar ook. ‘ns Even kijken of hun rumoer al zover over is. Nee nee. Nee nee, nou is Els aan bod gekomen. Hou je nou maar vast!

 

Els: Ik laat me niet verder beledigen!

Dirk: O nee, omdat je de waarheid niet kan horen.

Els: Maar jij wel, hè?

Dirk: Ja.

Els: Nou, dan… dan zul je de waarheid horen. Ik… ik heb het nu met vriendelijkheid geprobeerd, en-en-en met wat plagen heb ik het geprobeerd, en overal mee, om je in je humeur te krijgen. Anders mislukt alles, iedereen, de hele test. Dus-dus moest ik met je mee, omdat je uit jezelf nergens komt.

Dirk: Wat zeg je nou?

Els: Ja... jij nergens komt. Ja, en mislukt. Want uit jezelf doe je niets, en ben je niets.

Dirk: O nee?? Ben...

Els: O nee. En als ik jou niet in beweging had gebracht, dan zat je nu nog in de Alpha te niksen.

Dirk: Wat zeg je?  

Els: Ja. Wie moest je gewoon voortduwen tot je eindelijk ‘ns wist wat we hier moesten gaan doen? Ik!

Dirk: Da’s het toppunt!

Els: En je opjutten tot je een goed wapen had? Ik. Maar je bent gewoon onmogelijk. D'r... d’r is niks met je te beginnen.

Dirk: Zo!

Els: En nou, nou ‘t toppunt, dat je mij nog gaat verwijten als ik me zit op te offeren en probeer me... me een beetje aan jouw smaak aan te passen. Nou... nou is ‘t weer niet goed!

 

Jaap: Ooo...! En daar, Huub, daar staat nou de kabeljauw op tafel steenkoud te worden, en de cognac staat te verschralen, en ooo, ‘t is niet om aan te zien. Die twee zijn hartstikke... mm. Ah, die Proctor z’n ogen moeten wel uit z’n kop rollen als ie daar z’n proefpersonen ziet, Dirk en Els in de bocht.

Huub: Als ie ons observeert, deze Proctor, zal ie onze positie misschien nog lager aanslaan. Dirk en Els hebben ondanks hun getwist in dat grote ruimteschip opmerkelijk resultaten geboekt. Ze weten waar het om gaat, beschikken over uitrusting, voedsel, een goed wapen.

Jaap: En ze doen d’r niks mee.

Huub: Wij zitten hier gevangen bij de ondergronders van Mekanistreia, zonder drinken of wapens, en kunnen niets doen!

Jaap: Nou ja, dat komt wel weer, Huub. In feite zijn wij het verst van allemaal.

Huub: Huh?

Jaap: Jazeker, want wij weten ten naaste bij hoe deze maatschappij - of laten we liever zeggen: dat schaakspel - in mekaar zit. Hè? En daarmee hebben we de sleutel tot heel Mekanistreia in onze blote handen.

Huub: Nou, ik zou die graag ruilen voor de sleutel van onze gevangenisdeur.

Jaap: Ik niet, Huub. Het verschil - dat zie je aan Dirk en Els - met al hun voorsprong hebben ze nog geen flauw idee wat er in dat ruimteschip omgaat. Ze weten dus ook niet hoe ze de zaak moeten aanpakken.

Huub: Tenzij ze niet, zoals wij, worden getest op aanpak van zich voordoende situaties, maar op vindingrijkheid.

Jaap: Nou, in dat geval krijgt die Proctor de verrassing van zijn leven. Want als iemand Dirk weet op te porren is het juist Els, wat zeker de bedoeling van die Proctor niet geweest is.

Huub: ‘t Hangt er natuurlijk wel helemaal van af wat je onder dat “opporren” verstaat.

Jaap: Mm.

Huub: Zijn ze al eh.. uitgesproken?

Jaap: Ja... Nee... nee nee... nee, ‘t zit nou weer heel anders.

Huub: Hoe dan nu weer?

Jaap: Ja, als je die twee... even niet bijhoudt, dan lig je al gelijk kilometers achter. Nee, nou heeft Els allebei Dirks handen vastgepakt, en ze kijkt naar ‘m op. Geen van tweeën zeggen ze een woord. En Els kijkt ‘m aan met... met ogen als sterren. Jonge jonge jonge, wat is dat meisje mooi.

 

Els: O, Dirk, je bent... je bent... absoluut hopeloos. Je begrijpt er niets van, hè?

Dirk: Ja, wat kijk je me nou aan? Zo... Wat... wat moet ik dan begrijpen?

Els: Dat eh... dat ik eh... Oh, je bent onmogelijk! (stampt met haar voet) Onmogelijk!!

Dirk: Au!! Zeg, als je nou wil stampen, doe het dan ergens anders dan op m’n voet.

Els: Hu! Ik stamp helemaal niet op je voet. Zeg, au!! En dat hoef je mij nog niet terug te doen!

Dirk: Hè?? Ik!? Au!! Verdikkeme! Wat... wat bezielt je? Nou? Daar dan! (stampt)

Els: Au!! O, jij misselijke vent om me te schoppen. Om... omdat je denkt dat...

Dirk: Au, au!... Het zijn die pestdingen, ze snijden door m’n schoenen.

Els: O, de ratten! Overal! Hier! overal!

Dirk: Pas op, pas op, je valt, Els! Kom... kom overeind. Die dingen hebben messen. Zo, zo, op die bank.

Els: O ja.

Dirk: Au au!

Els: Jij ook... jij ook...!

Dirk: Ja, ik ben er al.

Els: O, kijk ‘ns Dirk, ik... ik bloed aan m’n vinger.

Dirk: Hier, hier m’n zakdoek. Ik draai ‘m er omheen. Zo.

Els: O, ze komen tegen de poot op, Dirk. Schop ze d’r af.

Dirk: Ja, twee.

Els: Ze zijn d’r al. Schop ze d’r af.

Dirk: Daar... jullie mispunten. Zo, hup! En daar!! Zo! Els, Els, let op de andere kant. Het bloed komt warempel uit m’n schoenen! Creaturen! Daar!!

Els: O ja… ja, ja ! Dirk, ze zijn d’r af.

Dirk: En m’n pistool ligt op die tafel. Hoe kom ik erbij? Met een zwerm van die dingen in de buurt?

Els: Maar je kunt er toch niets mee doen?

Dirk: Ja. Ja, nee, dat wapen van ons, da’s hier even goed als een H-bom, het is onbruikbaar. We zouden het zelf niet overleven. Die dingen zwermen overal om ons heen... We zijn gevangen!

 

Jaap: Werkelijk, Huub, je had nog gelijk ook, hun wapen was te goed.

Huub: Maar hoe zijn al die metalen ratten binnengekomen?

Jaap: Ze hebben rondom in de wanden gaten uitgezaagd. Dirk en Els hadden het toch immers te druk. Maar nou ben ik meer benieuwd naar die anderen, die nou moeten komen.

Huub: Welke anderen?

Jaap: Die metalen ratten zijn de meute, dus kunnen de jagers niet ver meer zijn. Hier, kijk ‘ns in ‘t kristal: dat kon niet missen.

Huub: Oh! Een hele drom fel-wit geklede lieden stormt hun cabine binnen. O, Dirk is gelukkig zo verstandig van z’n wapen geen gebruik te maken.

Jaap: Nou. Ze zijn wel secuur gevangen. En de mechanische ratten gaan d’r achter aan, achter die stoet, om te zorgen dat ze niet weglopen, en wie weet hebben ze nog mazzel ook. Ze gaan stellig in de richting van het bewoonde deel van dat schip, met hun wapen.

Huub: Toch staan ze d’r volgens mij niet zo best op.

Jaap: Ik zal jou ‘ns wat zeggen: weet jij wie d’r werkelijk het slechtst op staat van ons allemaal?

Huub: Hè?

Jaap: Mm? Dat is gek genoeg de enige van ons die op vrije voeten is: onze captain, Joost Ros. Want onze kansen, en die van Dirk en Els, die kunnen gemakkelijk keren, maar met Joost op Pleierta is het heel wat anders. Die heeft een begin van bloedvergiftiging, en niets bij de hand om daar wat tegen te doen. En geen tijd om aan z’n situatie iets te doen, en geen idee wat die d’r aan moet doen. Zijn uren en minuten zijn geteld, Huub. Als hij valt, vallen we allemaal. Als hij wordt afgetest, worden we allemaal, allemaal afgetest...

Huub: Inderdaad. En velen met ons, Jaap.

Jaap: Ja...

Huub:  Zeer velen.

Jaap: Inderdaad: drie miljard mensen…

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (5/2007)

h.cauwenberghe@chello.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 

 


 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[3] nog geen gegevens

[4] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487)

[5] geboren te Lisse op 13/11/1915; overleden op 23/01/1991(Code TIN: 1351)

[6] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990

[7] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)

[8] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[9] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)