|
TESTBEMANNING DEEL 27: DE MAN ZONDER GELAAT Carl Lans (1913) uitzending: KRO, zondag 01/04/1962 (herhaling: woensdag 18/10/1989) regie: Léon Povel ([1]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - Proctor: Huib Orizand ([2]) - Kliox: Robert Sobels ([3]) - Huub, navigator: Frans Somers ([4]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([5]) - Oudere: Dick Scheffer ([6]) - robotten: Piet Ekel ([7]) - Tollogh: Tonny Foletta ([8]) - mannen: Harry Bronk ([9]), Piet Ekel & Han König ([10]) - Els: Nora Boerman ([11]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([12]) - speler 1: Constant van Kerckhoven ([13]) - speler 2: Rien van Noppen ([14]) - omstanders: Louis de Bree ([15]) & Alex Faassen jr. ([16]) - Joost Ros, captain: Johan Walhain ([17]) - het monster: Han König ([18]) technische gegevens: 34’35’’ - 23,7 MB - mp3
Kliox: Kliox B-17, veldregistrateur, gesloten kanaal. Ik groet u voor opname. Proctor: Staplastreu B-16. Gegroet Kliox voor rapport. Maar eerst dit: wat steekt er achter Galaxenters vraag hoe ver mijn persoonlijke interesse gaat voor dit Terraproject? Kliox: In vertrouwen, Proctor Senior, de mogelijkheid bestaat dat het grote project Xelentièm moet worden toegewezen alvorens u de Terra-test hebt voltooid. Wellicht kan worden overwogen uw huidige opdracht te transfereren. Proctor: Overdragen! Nadat ik met veel moeite - ja, en kosten - deze test in een enigszins belangwekkend stadium heb gebracht! Nu zul je wel weer denken, waarde vriend, dat mijn emotioneel quotiënt sterk is gerezen, maar dit is toch de laatste druppel! Eerst wil Galaxenter mijn in en door de dienst vernietigde roboteenheden niet vergoeden, vervolgens chicaneert het op het bedrag van de schadeloosstelling, en nu wordt mij Xelentièm nog ontfutseld. Hierachter zit stellig die technico Queniclucor, die non-humanoïde met zijn vijftig onooglijke tentakels! Kliox: Ik... ik heb u nimmer zo horen uitvaren, eerbiedwaardige leermeester... Proctor: Neen. Ik ben atavistisch, Kliox, dus emotioneel. Kliox: En niettemin, B-16, wegens uw grote creativiteit. Proctor: Sinds ik de creativiteit van deze onmogelijk emotionele Terranen leer kennen, begin ik mij af te vragen of onze verwerping van emotionaliteit niet in feite een typisch non-humanoïde conceptie is welke ons ten onrechte werd opgedrongen, Kliox. Enfin... ter zake. Wend al je invloed aan om te voorkomen dat deze twee projecten elkaar gaan overlappen. En nu mijn rapport. Kliox: De vocalisator is ingeschakeld. Proctor: Mooi. “Straplastreu B-16 aan Galactische Raad. Testproject Terra. De testproeven naderen hun climax. De groep Dirk-Els, ingeladen in het metalen konvooi van het Ypsilon-scheepje en bestemd voor de merkwaardige Kapitein, neemt door het plestrum Joost Ros waar die op het dek van het grasschip ligt uitgestrekt. Diens bloedvergiftiging heeft zich dermate uitgebreid dat hij nauwelijks nog te redden zal zijn. Meer hoop hebben zij op de groep Huub-Jaap die op Mekanistreia in een hulppost van Robocenter zijn ingebroken en nu proberen Robocentrum hun wil op te leggen. Wat hun echter ontbreekt is de code voor identificatie. Bijzondere aandacht moge uwerzijds worden geschonken aan de wijze waarop deze kordate Terranen zo’n identificatieprobleem aanvatten. Voorshands echter staan zij voor een impasse, terwijl de tijd dringt.”
Huub: Nou Jaap, de dageraad breekt aan. Straks krijgen we zonder twijfel de ordedienst op ons dak. Jaap: Ja. De overblijfselen van die robot die we gisteravond naar beneden gekeild hebben, die liggen er nog steeds op straat naam en daad te schrijven. Huub: En onze onbeweeglijke vriend hier heeft naar Robocenter kunnen seinen voor we z’n kopantenne attaqueerden. We moeten dus die code vinden voor het te laat is. Jaap: Vinden vinden vinden, we hebben nou het hele huis al overhoop gehaald, het… het… het enige dat we nog niet hebben opengebroken, is deze installatie. Huub: Dat zou weinig nut hebben, maar... Jaap: Hè? Ja, nou, ga door. (sirene) Huub: Ik luister... Is dat het sein van de dageraad, dat de oorlog weer begint en dat de humanoïden onder de grond moeten? Jaap: Dan gebruiken ze zeker een geluidswagen? ‘t Komt dichterbij. Huub: Gelukkig hebben we de deur beneden behoorlijk gebarricadeerd. Tollogh: Heren ambassadeurs! Jaap: Zeg, dat is die Tollogh, daar buiten, met een stelletje anderen. Huub: Aha... Jaap: Zeg, ze klimmen tegen de gevel op, ze komen naar boven. Huub: In plaats van netjes onder de grond te zitten. Dat wijst op succes. Jaap: Kom kom! Kom nou, kom nou, opschieten. Zeg, zeg, die kerels die beneden staan, die hebben ijzeren staven bij zich, zeg. Huub: Nou, dan hebben ze d’r geen gras over laten groeien. Tollogh: Ja, we raadden uw verblijfplaats aan de... aan de glasscherven op straat, en de gebroken ordedienaar. Ja, u... u zult me niet kwalijk nemen, heren, dat ik hulp heb meegebracht? Oudere: Eh… deze beide heren zijn derhalve ambassadeurs, Tollogh? Tollogh: Inderdaad, geachte Oudere. De heren Huub en Jaap. Oudere: Wij zijn, heren, twee van de Ouderen van Centoosi, met drie onzer Jongeren. Jaap: O, juist. Oudere: Tollogh heeft ons duidelijk gemaakt in welk een dwaling wij tengevolge van het bedwelmende water zoveel jaren hebben geleefd. (kucht) Wij bieden onze verontschuldigingen aan voor de wijze waarop onze Jongeren u oorspronkelijk hebben bejegend. Zij meenden namelijk dat u, in plaats wijzelve... Jaap: Ja... allemaal leuk, allemaal aardig, Ouderen en Jongeren, maar we moeten aan de slag. Tollogh: Ja, dit huis, Oudere, is analoog aan dat waarin ik mij eergisteren verlaatte. Oudere: Maar... in welk opzicht? Huub: Het heeft een verbinding met Robocenter en wij zoeken de code van identificatie. Oudere: Ah, u wilt blijkbaar Robocenter beïnvloeden? Huub: Meer, wij willen deze hele oorlog stopzetten en de robotten naar huis sturen. Dan kunt u weer uw normale leven hervatten. Jaap: Huub, sta niet te converseren! Hoor nu ‘ns buiten: daar komt de blikken parade. Oudere: Mijn Jongeren beneden hebben zich opgesteld met hun staven. Huub: Nog beter: kunt u enige van uw mensen in het trappenhuis stationeren? Jaap: Precies! En alles wat er om de hoek van de trap komt, krijgt een hengst. Zo een. Zeg, wacht nog ‘ns even, wacht nog es effe, Oudere... en eh… twee hier aan het raam om retourbiljetten uit te delen. We moeten namelijk tijd winnen om de identificatiecode op te snorren, begrijp je wel? Oudere: Ik geloof dat ik u begrijp. Ik zal de orders geven. (verwijdert zich en roept) Jaap: Mm. Ja, maar eh... hoe achter die code te komen? Huub: We hebben tijd vermorst met systeemloos rondzoeken. We moeten alsnog het vraagstuk zuiver stellen. Jaap: Stel dat dan verdraaid gauw. Hoor ‘ns even, buiten, hoor ‘ns even! Nou nou nou nou, die lui van Tollogh die hebben wat in te halen. Daar gaat voor zeven stuivers. robot: Geeft u over, OG-humanoïden. Huub: Aan welke eisen moet zo’n identificatiecode voldoen? Jaap: Ha... ja, nou, dat ie...dat ie eh… makkelijk te onthouden is... Huub: Dat ie door Robocenter gecontroleerd kan worden… Jaap: …en liefst variabel d’r bij, en gooi de rest maar in m’n petje, hè. Hoe kan jij nou rustig denken, Huub, met dat spektakel buiten? Huub: Niet alleen rustig, Jaap, maar vooral snel. Dus: memorisatie, controle... Jaap: Variabel, ja. Huub: Ja, en moeilijk herkenbaar voor de niet ingewijde. Is er iets hier dat hieraan voldoet? Jaap: Nou ja, dat... dat moet dan wel een zonderlinge code zijn. Huub: We zitten daar tegenover ook twee zonderlinge zaken, Jaap: die twee instrumenten. Wat doen een barometer en een hygrometer in een kluis? Tollogh: Heren, heren, de... de ploeg buiten houdt de strijd niet vol. De ordedienst zendt versterkingen. Jaap: Goed! Haal ze allemaal naar boven. Opstellen in het trappenhuis. We hebben nog maar tien minuten nodig. Huub: Tien minuten, Jaap? Jaap: Ja, ja, ik geloof dat we d’r zijn, Huub. De code, hè... een variabele code... nooit hetzelfde, gemakkelijk te onthouden, gemakkelijk te controleren. Zeg, ik wed erop, Huub, dat in Robocenter ook twee van die dingen hangen, namelijk een barometer en een hygrometer. Huub: Barometer, hygrometer? Ach, natuurlijk! Logisch! Tollogh: Daar komen er twee langs de gevel. Oudere: Hier... hier... hier zijn ze. U daar!... Jaap: Kijk ‘ns, hier heb ik ze. D’r is een bepaalde luchtdruk en een bepaalde vochtigheidsgraad, hè? Kijk ‘ns even, de schaalverdeling, zie je wel, die is in tienduizendsten... Ja, hoe ze dat hier kennen, dat weet ik natuurlijk niet. Huub: Ja, we hebben tenslotte alleen de getallen nodig, een variabele code. Jaap: Ja ja, maar die getallen verschillen van ogenblik tot ogenblik. Oudere: Heren ambassadeurs, de ordedienst heeft de benedenpoort geforceerd. De robotten zijn al in het trappenhuis! Jaap: Wij zijn bijna klaar. Oudere, laat die jongens flink... Let op, daar, het raam! Daar komt een ladder door! Oudere: Pas op! Jongeren, attentie! Zes robotten klimmen naar boven! Jaap: Juist! En dan flink in je handen spugen, en hiep hey! Huub: Zet nu die code in de machine. Jaap: Ik ben toch al bezig, Huub. Hè! Nou, barometer... 6 7 7 7 4 streep. Vochtigheidsaflezing 3 2 1 5 8. En nou de orders. Huub: Hoe weet je of die twee getallen in de goede volgorde staan? Jaap: Meier niet! Hè!... (typt) ‘s Morgens, dan kijk je eerst op de barometer, nietwaar, en dan naar de nattigheid waar je buiten doorheen moet. Huub: Ja, maar bij ons de aarde, Jaap. Maar hier...! Jaap: Vijftig procent kans. Ik ben d’r zowat, hoor... Ja!... Zendknop... Mooi. Oudere: Heren ambassadeurs! Onze mannen beneden zijn teruggedrongen tot aan de overloop. Jaap: Dan dring je ze maar weer terug, ik bedoel vooruit. Het scherm is leeg... Ja, daar komt het antwoord. Robocenter aan hulppost GH45. Identificatie incompleet. Orders kunnen niet worden uitgevoerd zonder volledig... Wel verdraaid! Huub! Dan hebben we ’t toch achterstevoren geseind. Huub: Nee nee nee, het antwoord zegt “incompleet”. De volgorde is goed, maar er ontbreekt een factor. Oudere: Heren, heren, de mannen komen terug! De ordedienst forceert de tweede trap. Hebt u de code reeds gevonden? Geeft u Robocenter dan spoedig opdracht om te stoppen! Jaap: Ja! Ja, nog even. Huub: Slechts één factor hebben we nodig. Jaap: Ja, wat we nodig hebben is inspiratie. Het is hier nog maar een kwestie van seconden. Huub: Seconden!! Jaap, die klok met secondewijzer, die moeten we integreren aan... Jaap: Natuurlijk! Huub, natuurlijk! Want op elk tijdstip is de aanwijzing van die instrumenten verschillend, hier en in het Robocenter. Huub: Ga zitten Jaap, voor dat toetsenbord, ik lees af. Ja, wat... wat staat er op die klok? (heftig gevecht) Jaap: Ja, Huub, waar blijf je nou met die aflezing? Huub: De wijzers wijzen een andere tijd aan. Jaap: Ja ja, het uur van onze operatie als je niet opschiet. Huub: Kleine wijzer 5,5. Jaap: 5,5. Huub: Grote wijzer 11,5. Jaap: 11,5. Huub: En de secondewijzer... Daar komt ie... 6,7. Jaap: 6,7. Hebben. Huub: Barometer: 6 7 7 7 5 Jaap: 6 7 7 7 5. Warempel ...iets vooruitgegaan. Huub: Hygrometer: 3 2 1 5 7. Jaap: 3 2 1 5 7. robot: Geeft u over! Jaap: Mooi. En nou de orders nog een keer. Huub: Heren Ouderen, laat ze volhouden, uw mannen: 45 à 50 seconden. robot: Geeft u over, humanoïden. Order van Robocenter! Wij zullen helaas gebruik moeten maken van paralyserende wapens. Ik heb u onder schot. Wie zich verzet wordt onherstelbaar ontregeld. Oudere: Twee zijn er doorgebroken! Jaap: Hou ze aan de praat, Huub Huub: Ik? Wat moet ik zeggen! Jaap: Ja, weet ik veel! Dat ze beneden hun voeten gaan wassen of vegen. robot: Verwijder u van deze communicator, OG-humanoïde. Jaap: Nee, laat maar, het is al te laat. robot: U moogt de communicator niet aanraken. Jaap: Alleen nog... de verzendknop. robot: Ik zou u onherstelbaar moeten ontregelen. Jaap: Onherstelbaar moeten ontregelen... Moet... Wat zegt... Mij ontregelen? U hebt al iets veel ergers gedaan! U hebt deze knop ontregeld. U hebt de verbinding met Robocenter verbroken! robot: Is dit mogelijk? Jaap: Ja! Door de vibratie in het trappenhuis. Ja, meneer! Vibratie! Wat dacht je. Dit ouwe gebouw is niet op ijzervervoer berekend! U hebt een onherstelbare schade aangericht! Daar, op het scherm staat een informatie, en Robocenter blijft ervan onkundig, omdat jullie gestamp die knop heeft ontregeld!! (signaal) robot: Robocenter geeft mij opdracht deze verzendknop te onderzoeken teneinde de informatie te kunnen ontvangen. Huub: Hij doet het, Jaap! Hij drukt ‘m in! Jaap: Het scherm is leeg!... Het scherm is leeg, Huub! Nog even, en...
Els: Dirk ? Dirk: Hè? Els: Hè, laat mij nou ‘ns kijken door dat kristal, Dirk... Dirk: Er is niks te kijken. Els: Hè, jawel. Dirk: Nee! Ze wachten. De robot wil weten of dat Robocenter dat bericht nou heeft ontvangen. Els: Maar die Jaap is wel reuze handig. Dirk: Ja. Ja, reuze handig, en ik natuurlijk niet. Els: Huh, als ik er niet was geweest, ventje, hadden ze je bloempot toch maar... Dirk: Pistool... Els: Nou goed, je pistool... netjes afgenomen. Dirk: Nah, kom. Schei nou maar uit. We zitten toch opgesloten in ‘t konvooi. Wie weet wanneer we eindelijk ‘ns gaan rijden. Els: Ja, ‘t is wel donker. Maar ‘k zit toch liever hier dan eh... waar we vandaan komen. Dirk: Tja. We zouden desnoods hieruit kunnen, met de desintegrator, maar we moeten naar de Kapitein. Els: Wat zou d’r daar met ons gaan gebeuren? Dirk: Stil ‘ns. Stil ‘ns even. ‘ns Even kijken, anders mis ik het nog. Els: Hè, laat mij dat kristal nou mee vasthouden, Dirk. Dirk: Ja ja, goed goed goed. Els: Zeg, het bericht van Jaap en Huub is dus weg. Ik… ik hoop dat het ze lukt! Dirk: Ja... ja!... ja! Letters op het scherm. Ja!
Jaap: (lachje) Huub, ze trappen d’r in. Robocenter aan Spelers. Orders ontvangen. Worden verwerkt in memoriebanken. Bevelen worden overeenkomstig opdracht uitgevoerd. Hallo, jongens! Mensen! Humanoïden, kijk ‘ns even: daar gaan onze ordebewaarders. man 1: Ja... ze keren zich om. man 2: Ze trekken zich terug naar beneden! man 3: Hoe kan dit allemaal? Tollogh: Ja, maar dit was toch wel duidelijk, broeder. Deze heren zijn door de Galaxie gezonden om ons te verlossen van de robotten. Huub: Wij doen, heren van Centoosi, slechts wat ons is opgedragen. Oudere: U moet inderdaad vooraanstaande technico’s zijn! Jaap: Jazeker, reken maar... Speciaal opgeleid voor het flessen van cybernetische machientjes. Spreekt met Japie van de Galaxie. Huub: Alleen, die zogenaamde spelers zijn er nog. Jaap: Ach, zonder hun roboterie hebben ze niks meer dan wij: twee handen en twee voeten. O, eh… minder zelfs: ze snappen niks en ze weten niks. Huub: Nou, op dat laatste durf ik niet zweren, Jaap. Vergelijk nog ‘ns het antwoord van Robocenter! Eerst was het aan de hulppost, maar nu aan de spelers. En dat is ook logisch. Jaap: Warempel, ja, ja. Hé! Wat komt daar op het scherm? Wat is dat voor een tronie? Huub: Hè? speler: ‘t Is vanuit één der hulpposten. Humanoïden? In opstand? Dan moet er iets zijn gebeurd met het water... Zo.... En wie van jullie heeft Robocenter opgedragen om ons spel stil te leggen, terwijl ik op het punt stond mijn lang voorbereide matzet te doen?? Wie van u heeft het gewaagd ons te hinderen? Jij daar, antwoord, voor ik de hele post in de lucht laat springen! Tollogh: Deze heren, hoogwaardige speler, genaamd Huub en Jaap, zijn ambassadeurs van de Galaxie. speler: Mm? Tollogh: Ze zijn gekomen om ons, humanoïden, te verlossen van het juk van uw robotten. speler: Wat? Wat? Mm. Ambassadeurs? Hoor je dat, Mneerit? Ambassadeurs... Ja... ja... ja... Wel, ambassadeurs! Leugens! De Galactische Raad zendt geen ambassadeurs naar een zoekgeraakte planeet van de Federatie, laat staan om oproer te zaaien. Ambassadeurs! Mm, daar lachen wij om! Jaap: Laat mij ‘ns even, Tollogh. Wel, speler, om ambassadeurs kun je lachen, maar bij Proctors zul je wel toch met iets beters moeten komen. We zijn gekomen om jullie spel te inspecteren, en hier wordt hoog spel gespeeld. speler: Mm, mm. Jaap: Ja... Zoekgeraakte planeet, hè!? Maar toch hebben we jullie teruggevonden, spelers! Ik hoop niet dat het nodig is je bij je ware namen te noemen. Na de hartelijke ontvangst van jullie ijzeren comité en ons wandelingetje over jullie schaakbord konden we wel begrijpen wie hier geland waren! speler: Ja... ja, ja ja, ja, heren Proctors, als men verbannen is, wat doet men, mm? Mneerit en ikzelf en Orditz, gescheiden van onze legers, onze vloten, mm? Van onze onderlinge heerlijke woeste oorlogen, weggerukt door de Opperste Raad van ons multidimensionele oorlogsschaak? Ja... wat bleef ons dan over dan om te schakelen op het bezit van deze ene miserabele planeet met dat verouderde, domme robotmachinerietje? Men moet toch iets doen? Jaap: En in plaats deze civilisatie hier vooruit te helpen, hebt u het omgekeerde gedaan. Wel, goed! Wij zullen spoedig u de tijd helpen korten, op een rechtvaardige manier. speler: Ja, mm, ik zie, heren Proctors, dat u niet passend zijt ontvangen door onze schaakstukken. Mm... Wat zouden wij kunnen doen om het goed te maken? Is uw schip erg beschadigd? Jaap: Volgens uw maatstaven, ja. Enigszins wel. speler: Mm. Jaap: Maar wat sta je te hummen? Mm? Niet zo bescheiden, speler. Je wilde toch meer weten? speler: Indien u dus bij geval - ik zeg bij geval - nog geen rapport hebt gezonden aan de Raad, dan zou het misschien beter zijn dat wij vieren de kwestie eerst bespreken, overleg plegen, mm? Wel, dan zouden wij u mogen uitnodigen, nietwaar, tot een bezoek aan onze Citadel, waar wij u passend kunnen ontvangen. Jaap: Wel, uw uitnodiging is uiterst vriendelijk, eh… nietwaar, Huub? Huub: Vriendelijk, Jaap? Het woord is uitmuntend! Heer speler, wij nemen uw uitnodiging aan. Jaap: Het is, heren spelers, een traditie van ons Proctors dat wij het overleg nimmer schuwen. Daarom zijn wij ook op dergelijke gesprekken geprepareerd. speler: Natuurlijk. Maar mocht u bij nader overleg toch besluiten niet te komen, dan moeten wij natuurlijk wel aannemen dat u niet zo... goed geprepareerd was als u beweert. Mm? En dan zouden we misschien uw orders aan Robocenter moeten intrekken, als zijnde niet van authentieke Proctors. Huub: Het scherm wordt donker. Wel, dat is dat. Kom Jaap, dan gaan we. Tollogh: Als u gaat, gaan wij met u mee. Jaap: Ja, dat is misschien nog het enige wat ons rest. Huub: Nee, heren, het enige dat ons nu rest is u te danken voor uw medewerking. Daar in uw stad Centoosi wacht u een zware taak, en het gesprek met deze spelers is een aangelegenheid die wij alleen moeten behandelen. Jaap: Ma... ma... maar ben jij nou stapel geworden, Huub? Huub: Ook Proctors zien wel eens iets over het hoofd, Jaap. U kunt gaan, vrienden. Tollogh: Ha, wij danken u. Heel Mekanistrea dankt u.
Dirk: O o o, wat een ongelooflijke botterik, die Huub! Nou stuurt ie hun enige helpers ook nog weg. Els: Jaap staat ‘m aan te staren... Ik heb Jaap nog nooit zo horen zwijgen. Dirk: Hij is woest! De anderen gaan weg. Jaap en Huub volgen, langzaam de trap af. Wat een ravage... Kijk ‘ns! Een hele puinhoop van robotten. Els: Ze zijn buiten en Huub wenkt de mensen die ze willen volgen ook nog weg. Dirk: Nou, dat is toch...! Ja, maar… Huub... Huub doet toch nooit iets... nooit iets... zonder een... zonder een goede reden? Els: Die reden zal dan wel erg goed moeten zijn. Jaap denkt er heel anders over!
Jaap: Huub, jij ongelooflijke koeienkop! Jij afstammeling van een gedeukt parallellopipidum, jij die ons hierin getuind hebt… “Met genoegen”, hè, “met genoegen, we nemen uw uitnodiging gaarne aan...”! Verbogen rekenmachine! Huub: Jaap, je wordt bijna beledigend. Die verwijten verdien ik niet. Jaap: Wat jij verdient is een kartonnen monument, met z’n poten hoog in de lucht! Ik wilde die spelers naar ons toe krijgen, en niet alleen verknoei je de zaak nou, maar nou stuur je ook nog onze hulptroepen weg. Huub: Waar wij heen moeten, kunnen we niemand meenemen. Daar, Jaap, ligt ons einddoel: die hoge Gotische Citadel. Er was iets bekends in die aanblik. Denk die ombouwing nou ‘ns weg. Jaap: Hè, wat bedoel je nou? Huub: Waarmee zouden die spelers hier zijn geland, Jaap? Waar zullen ze ‘t veiligst hebben gewoond? Nou? Mm? Jaap: Ja... een eh... ja, een... reusachtig eh… ruimteschip. Huub: Het doel van onze test is elkaar te vinden. En waar vindt een bemanning die verspreid is elkaar terug? Nou? Denk na? Jaap: In... in een ruimteschip! Huub: En zonder een horde inboorlingen. Jaap: Ja, wel verdikkeme nog aan toe, maar d’r in komen en d’r de baas worden, Huub, dat zijn er twee. Huub: En dat is nu jouw job.
Els: Je krijgt gelijk, Dirk! Je... je moet gelijk hebben. Elk van onze drie groepen moet in een ruimteschip proberen te komen. Dirk: Ja, voor mij sprak dat al direct vanzelf. Els: Alleen… zitten we dan nog gesplitst in drie parallelwerelden. Dirk: Maar... maar tussen die werelden moeten aanrakingspunten zijn. Anders had die Proctor ons nooit in drie verschillende werelden kunnen brengen! Ik denk zo: alleen als de situatie voor onze drie groepen precies analoog is, elk apart in een controlekamer van een of ander ruimteschip, zullen onze werelden weer samenvallen. Maar ook alleen als we allemaal tijdig aankomen. Els: Maar... wat gebeurt er als... als één van onze drie groepen die plaats niet bereikt? Dirk: Dan is alles verloren, Els.
Dirk: Ho, ons konvooi gaat rijden. Els: Dit schip moet toch wel ontzettend groot zijn, hè? Dirk: Een schip van de Galaxie met een krankzinnige Kapitein in de controlekamer. Nou ja... wij zijn tenminste op weg. Els: Maar Joost... Als Joost nou ‘ns geen schip vindt op die planeet van gras, geen ruimteschip tenminste... wat dan, Dirk? Dirk: Hij is op weg. Ergens naartoe, ja. Maar... maar ie heeft geen tijd, dat is het ‘m. Kijk, je kunt het horen aan de storm, je kunt het zien aan de hoge golven van gras. Joosts geest jaagt naar een oplossing, voor het te laat is...
omstander 1: En, Joost? Toch is er licht in de storm, nietwaar? Je moet toch iets begrepen hebben. Hou je ‘t schip nog in de koers, met die wind? omstander 2: Laat ‘m, maat. Je ziet toch dat ie erbij op ‘t dek moet zitten? Hij kan niet eens meer staan. Straks lopen we alles nog mis. Joost: Het ongeluk, hè? Ja, dat jullie beloofd hebben. Ik... ik heb dorst. Geef me nou wat bier. omstander 1: Geven mag niet. Maar waarom kom je ‘t niet halen? Joost: Hoe kan ik zo lopen? omstander 1: Dan kruip je, gewoon. Joost: Ik... ik probeer 't. omstander 1: Ja, kruipen, ja, da’s iets dat iemand moet leren, voor jezelf. omstander 2: Voor anderen kruipen is makkelijk genoeg. Joost: Dat is ijlpraat. omstander 1: Trots en onfeilbaar, hè, zo is ieder voor zichzelf. Maar allemaal moesten ze leren kruipen, zoals jij het nou doet, makker. Want alleen dan zouden ze de vage sporen kunnen volgen. Joost: Waar naartoe? omstander 1: De vage sporen... naar het verleden. omstander 2: Je bent er niet zo ver meer vandaan. Joost: Waar vandaan? omstander 2: Hij begrijpt ook niet veel! omstander 1: Omdat ie er midden in zit. ‘t Is met… met alle ongelukken zo. Die de ongelukken hebben gemaakt, hebben het maar zelden goed gezien of begrepen. ‘t Zijn de laatste om hun aandeel erin te snappen of te bekennen. omstander 2: Laat maar, maat. Hij heeft meer interesse in ons bier. Joost: O, jullie! Een ander laten stikken, hè. En jullie hebben een kist vol... vol flessen. Hier, deze... Nee, nee, die is leeg, nee. Ja, dan die... Ook leeg. Hier zie, da’s beter... Die is ook leeg. Ik… ik...ik kan geen volle vinden! Alles wat ik aanpak is leeg! omstander 1: Dan zal je in werkelijkheid geen bier willen hebben. Joost: Ik... omstander 1: Nee nee nee nee, laat me nou uitspreken. Je hebt geen idee hoeveel mensen zichzelf willen straffen. Hun eigen narigheid willen. Hoeveel ongelukken worden daardoor niet veroorzaakt... door mensen die een doodsgedachte hebben. omstander 2: Of een doodwens. ‘t Is hier een kwestie van jezelf kunnen bekijken. Joost: Ach, ging het maar regenen. Dat wou ik, dat het ging regenen. Ik zou gaan liggen met m’n... met m’n mond open, ja, en m’n broekspijpen omhoog, dat de regen op m’n been kwam, koel, nat. omstander 1: Tja, op je been, eh... koudvuur, zo te zien. Necrosis. Het vlees sterft af en jaagt het gif door je lijf. Joost: Ik ben niet meer te redden. Met mij is het afgelopen, met alles: met de test, met de wereld, met... omstander 2: Het enige is makker: het zou eraf moeten. Maar zoiets gebeurt altijd in een ziekenhuis. Trouwens, hier zou het onverdoofd moeten gaan, eerst afbinden, goed natuurlijk, en dan met een zaag... Joost: Hou op! Hou alsjeblieft op. Of... of doe het dan maar... Waarom doe je het niet? omstander 1: Eh... omdat we vastgebonden zijn. En wij... wij hebben geen zaag. Wie heeft er ooit gehoord van een zaag, hier, op een grasschip, op Pleierta? Joost: Het moet allemaal verbeelding zijn, fantasie: dat schip, jullie, alles. omstander 2: Ja, en die hoge golven van het gras, die wind, en die vlakte, hè? Misschien ook wel dat ding daar helemaal in de verte. Joost: Hè? In de... ik kan haast niet overeind komen... De...de pijn is afschuwelijk. Wat?... Wat is het? Iets... in de nevel. Hier? Op Pleierta? (kreunt) omstander 2: Het is het Obstakel! omstander 1: Misschien beleven we het dus toch nog, maat? omstander 2: Ja, als ie er tenminste niet omheen wil. Joost: Ik wil weten wat daar is, maar d’r niet op te pletter lopen. We moeten zeil minderen. omstander 1: Maar hoe, vriendje? Joost: Ik... ik kan het proberen. We gaan veel te snel. Ik moet naar de mast toe Er is daar immers een touw, van het zeil. Als ik... als ik dat touw kan bereiken... Nee... omstander 1: Zie je maat, wat ie werkelijk wil? Te pletter slaan... Joost: Nee, ik... ik wil het alleen zien. Wat is het Obstakel?... Een hoge toren... van steen!? Zo ver weg, in nevels. Maar... maar als ik het zeil niet kan strijken, dan moet ik er wel omheen. omstander 2: En dan? Sterven in de vlakte? En zo, zonder te weten wat jouw Obstakel is? Joost: Ik weet niet meer wat ik wil. omstander 1: Zie je maat. Hij is nou op het punt dat ‘m het stuur uit handen wordt genomen. Hij weet niet meer wat ie wil. Ja, dan komt er een nieuwe bestuurder aan het wiel. Joost: Bestuurder! omstander 1: Laat de wind dan effe wat zakken. Dan kun je hem zelf horen aankomen! omstander 2: Kijk, Joost, hij staat achter je. het monster: Joost Ros.... Joost: Jij! Jij bent het, jij! De man zonder gezicht... Hoe... hoe ben je hier aan boord gekomen? monster: Joost Ros... Joost: Nee, laat dat stuurrad! Reef het zeil voor we d’r voorbij zijn. Nee! Blijf van dat stuurrad af! omstander 1: Welnee, broer, hij stuurt er recht op aan. Daar is die voor gekomen. Jij wil d’r niet langs, maar het zeil kun je niet strijken. Het stuurrad kun je niet langer houden, dus er wordt nou voor je gestuurd. Joost: Nee, dat niet... Ik... ik moet ‘m... ik moet ‘m weg…duwen. monster: Joost Ros... Joost: Laat het roer los! Ik...ik... ik kan er niet meer bij. monster: Joost Ros... omstander 2: Je kunt je niet verzetten. Dit is de enige manier om het Obstakel te zien. ‘t Komt al zo mooi dicht bij. Joost: Maar waarom moet dat? We gaan in duizend stukken. omstander 2: Wat maakt het nog voor je uit? De hoofdzaak is dat je d’r geen schuld aan hebt. Dat is de hoofdvraag bij elk ongeluk. Joost: En ook nu weer, hetzelfde. Altijd over schuld. Ik heb nooit schuld gehad. Iedereen weet het. Allemaal hebben ze het gezegd, altijd, allemaal! Ze hebben het altijd gezegd… Hebben... hebben ze ’t te vaak gezegd?... En toch had ik geen schuld aan haar dood! Bestuurder...! Jij bent de bestuurder van die transporteur!... Toen... nietwaar? monster: Joost Ros! Joost: Dan weet je ‘t dat ik het niet helpen kon. Wat wil je dan van me? Ik was veertien jaar. Ik schopte die bal. Dat was toch per ongeluk? monster: Joost Ros!! Joost: Per ongeluk! monster: Joost Ros...!!! Joost: Wat bedoel je? Zeg dan wat je bedoelt! Zeg het!! monster: (ongearticuleerde klanken) Joost: Hou op met dat gejammer! Ik... ik weet wat je bedoelt, wat je al die tijd al hebt bedoeld. Je hoeft niet meer te spreken. Ik had schuld, ja. Ik had schuld. Maar hoe dan? monster: Die middag van het ongeluk, Joost Ros, werd ik invalide, levenslang, door jouw schuld. Joost: Hoe kun je zoiets weten? Zeggen? monster: Omdat ik nu een stuk ben uit jezelf, een monster uit je kast, losgekomen hier op Pleierta. Je hebt nog vierhonderd meter, Ros, om de waarheid te ontdekken, om je te bevrijden, voor we te pletter slaan op die toren. omstander 2: Vierhonderd meter, broer. omstander 1: Om z’n test op te lossen. Joost: Vierhonderd meter! Maar wat moet ik oplossen? Die bal was het noodlot, en ik... monster: Driehonderd meter, Ros, driehonderd. Het noodlot, ja, maar d’r ging iets aan vooraf. Wie hadden ermee te maken? Joost: Jij, ja, ja, jij, en... en de omstanders, en... en Louise, verder is hier niemand. omstander 1: Ja, we zeiden ‘t toch al: ‘t is een kwestie van jezelf kunnen bekijken. omstander 2: Juist. Zichzelf te bekijken. Joost: Mezelf? Deze kleren... dat... dat zijn de kleren van haar vader! Maar... maar wat had die met die zaak te maken? monster: Tweehonderd meter! Nog tweehonderd meter, Ros. Joost: Hij... hij moet er dus mee te maken hebben gehad! Hij moet er dus mee te maken hebben gehad. Ik...ik... Haar vader! Ik wilde... als jongen... Ik had geen vader meer, om m’n verjaardag te vieren, om zo’n mooie bal van te krijgen, een bal die zong. monster: De laatste honderd meter, de laatste... Joost: Wacht, wacht, wachten jullie, laat me ‘t zeggen. Ja... ik... ja, ik was jaloers... jaloers op haar, Louise. Zij had een vader, ik niet... ik niet... en daarom schopte ik die bal! omstander 2: Het Obstakel! De toren!! omstander 1: Daar komt ie! (donderend gekraak)
Els: Alles... alles is uit! Ze zijn te pletter geslagen. Het hele grasschip is... aan stukken, zelfs de toren valt in puin. Dirk: Ja... Maar... maar wat blijft daar staan? Dat lange stuk daar in ‘t midden? Els: Dirk! Het midden van de toren!... Het is geen toren! Dirk: Het doel van Joost z’n tocht dat ie moest bereiken, het ruimteschip, daar staat het nou. Els: Zo dichtbij! En hij heeft z’n opgave opgelost, de waarheid gevonden. En nog is alles voor niets geweest. Nu is alles aan het verdwijnen voor onze ogen. Dirk: Het grasschip... en de mensen. Alleen het gras en het ruimteschip zijn overgebleven. De anderen moesten met z’n dood oplossen. Joost zelf ligt daar, tussen ‘t lange gras. Els: O, Dirk! Niemand kan d’r bij ‘m komen. Dirk: “Er is nog nooit een groep volledig uit deze werelden teruggekomen”... Nooit teruggekomen. Els: Huh...! Dirk! Hij beweegt! Ik... ik zag... Dirk: Els! Els! Hij leeft nog... Els: (kreet van opluchting) Dirk: Het is een wonder! Kijk, hij gaat kruipen. Els: Ja! Dirk: Hij kruipt naar het schip, hij heeft het gezien. Er... er hangt een touwladder van bovenaf. Ja... toe... toe, pak het, Joost, pak het nou. Els: Auw, Dirk!... Dirk, je knijpt m’n hand bijna fijn. Dirk: Als ie maar naar boven komt. Hoe doet die kerel het? Sport voor sport klauwt ie zich naar boven. Els: Ja! Dirk: Alsof ie gesteund werd.’t Is onbegrijpelijk. Els: Omdat ie weet wat er op het spel staat, en dat ie nog winnen kan! Dirk: Hoe dan ook, als ie maar boven komt. Nog vijf, nog vier... Els: Drie sporten! Dirk nog... oe... Dirk... hij laat los!... Dirk: Hou je vast! Hou je vast! Els: ‘k Viel bijna flauw. Dirk: O, kind... o, Els... dat is het ergste wat ik nog ooit gezien heb. Nog twee sporten. Hij kan niet meer. Els: Ja, hij kan het wel! Eén sport! Eén sport! Toe pak je vast aan het handvat, naast die ingang. Dirk: Ja! Ja! Ja! Ja!!!... Els: Hij is binnen. Hij is binnen. Dirk: Hij is binnen. Joost is in het schip, en nog het eerst van ons allemaal. Van ons allemaal! ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (5/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [2] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487) [3] geboren te Lisse op 13/11/1915; overleden op 23/01/1991(Code TIN: 1351) [4] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [6] geboren te Amsterdam op 21/06/1929 (Code TIN: 1248) [7] geboren te Soest op 21/09/1921 (Code TIN: 523) [8] geboren te Haarlem op 26/09/1904; overleden te Amsterdam op 02/07/1980 (Code TIN: 599) [9] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268) [10] geboren te Amsterdam op 14/12/1911; overleden te Amsterdam op 29/06/1969 (Code TIN: 6952) [11] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [12] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [13] geboren te Rotterdam op 21/04/1892; overleden te Amsterdam op 25/03/1966 (Code TIN: 1007) [14] geboren te Rotterdam op 24/11/1900; overleden te Amsterdam op 24/09/1967 (Code TIN: 8278) [15] geboren te Amsterdam op 27/04/1884; overleden te Amersfoort op 04/05/1971 (Code TIN: 3871) [16] geboren te Amsterdam op 06/05/1928; overleden op 20/10/1989 (Code TIN: 560) [17] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [18] geboren te Amsterdam op 14/12/1911; overleden te Amsterdam op 29/06/1969 (Code TIN: 6952)
|