TESTBEMANNING

DEEL 4: ZONDERLINGE MICRO-METEORIETEN

Carl Lans (1913)

uitzending: KRO, zondag 22/10/1961 (herhaling: woensdag 10/05/1989)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids]

- ir. Reitsema, voorzitter van de Vereniging voor Ruimte-onderzoek: Wam Heskes ([2])

- Gerda, secretaresse: Irene Poorter ([3])

- hoofdingenieur Van Meeteren: Rob Geraerds ([4])

- Swieringa, constructeur: Tonny Foletta ([5])

- Derksen, baanberekening: Dick Scheffer ([6])

- Joost Ros, captain: Johan Walhain ([7])

- Dirk, elektronicus: Paul Deen ([8])

- Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([9])

- Huub, navigator: Frans Somers ([10])

- coördinator: Jo Nobel ([11])

- vrouw van Van Meeteren: Dogi Rugani ([12])

- Jolsen, aardcontrole: Johan Wolder ([13])

technische gegevens: 35'02" - 24,0 MB - mp3

 

Reitsema: Wel, Gerda, het nieuws van de basis is binnen. Laten we ‘t perscommuniqué klaarmaken.

Gerda: Wat zeggen ze over die boosters, meneer Reitsema? Zijn ze er nu tevreden over of teleurgesteld?

Reitsema: De ingenieurs zijn het er nog niet over eens, Gerda. De vier vaste brandstofboosters langs de romp moesten de Alpha tot 45 km hoog heffen en dan werd de hoofdmotor ingeschakeld. Aan die vastebrandstofboosters is vroeger ook al heel wat gedokterd. Nu gebruiken ze een type dat geheel leeg brandt. Goed, maar eh… vóór de hoofdmotor kan worden ingeschakeld, moeten die lege boosters worden afgeworpen. Is je dat duidelijk?

Gerda: Mm. Ze wegen toch wel een paar ton samen?

Reitsema: Precies! En nu is er dit gebeurd: de bemanning raakte bewusteloos en dus moesten die dingen vanuit grondcontrole radiografisch worden afgeworpen, maar de relais in de Alpha weigerden.

Gerda: Maar ‘t is de bemanning toch nog zelf gelukt?

Reitsema: Ja, gelukkig wel, maar inmiddels bleek dit: in plaats van de berekende seconden speling, bleven de boosters nog volle zes seconden door vuren. Op een totaal van 84 seconden geplande brandtijd is dat veel... En zelfs onmogelijk veel.

Gerda: Ja, dat leek mij ook al. Maar wel prettig voor de bemanning.

Reitsema: Ja, het gaf ze gelegenheid de situatie te redden voor het te laat was. Tot zover is het verheugend, vooral omdat de boosters ook nog veel krachtiger bleken. Dat werd berekend uit de veel langere uitlaatvlammen.

Gerda: Zouden ze d’r dan iets anders in gedaan hebben dit keer?

Reitsema: Nou, de fabriek van de vaste brandstoffen stellig niet, nee. De ingenieurs staan voor een raadsel. ‘t Is gebeurd, geconstateerd en tegelijk onmogelijk.

Gerda: Toch kunnen ze d’r alleen maar blij mee zijn!

Reitsema: Ja, en dat zijn ze nu net niet. Ze zitten met de handen in het haar... Wel, laten we nou maar beginnen aan het perscommuniqué. Loopt de scribiteur?

Gerda: Ja. hij draait, meneer.

Reitsema: Goed. Daar gaan we. “Woensdagmiddag, 14 uur. De Alpha is, zoals u reeds over de video hebt gehoord, na opstijging ontsnapt aan de aantrekkingskracht der aarde en in een vrije baan om de zon gekomen. Inmiddels echter breken de ingenieurs van de basis zich nog steeds het hoofd over een puzzel die is ontstaan tijdens de opstijging...”

 

Van Meeteren: Maar verdraaid nog aan toe, Swieringa, als constructeur van de boosters moet je daar toch een verklaring voor kunnen vinden? Je hebt hun lading toch getest!

Swieringa: De hoeveelheid, ja. De fabriek controleert het standaardmengsel.

Derksen: O, nou, dan moet daar een fout zijn gemaakt, Van Meeteren. Een gelukkige dit keer.

Van Meeteren: Dit keer! In deze business zijn gelukjes vaak de voorlopers van catastrofen. We moeten de oorzaak vinden.

Swieringa: Dan nemen we ‘t op met de fabriek. Jolsen, haal Dr. Ferdinandus ‘ns aan de lijn.

Van Meeteren: Nee, wacht daarmee, want dat is nog niet alles, Swieringa.

Swieringa: Niet alles? Wat is er dan nog meer?

Van Meeteren: Dit, Swieringa: Meuring van observatie meldde bij Brenschluss een hoogte van 75 km.

Swieringa: Mm. Ja..., ja, bij een langere brandtijd en verhoogde energie moest de hoogte groter worden.

Derksen: Veel groter, Swieringa. Volgens Betje moest ik met Meurings gegevens aan een Brenschlusshoogte komen van over de honderd kilometer.

Van Meeteren: Precies, Derksen! Boosterhoogte 45 was gepland. Volgens de nieuwe gegevens had het honderd moeten worden, maar het bleek vijfenzeventig.

Derksen: Mm.

Van Meeteren: Wat ik wil weten is dit: waar zijn die extra vijfentwintig gebleven? Wat heeft de raket vertraagd??

Swieringa: Ja, maar jullie berekeningen zijn toch een benadering?

Van Meeteren: Maar goed genoeg!

Swieringa: Observatie heeft zich dan eenvoudig vergist, Van Meeteren.

Van Meeteren: Uitgesloten.

Swieringa: Ja, als je nou begint met alles uit te sluiten, lossen we de puzzel nooit op, en zijn we vijfentwintig kilometer hoogte verloren zonder oorzaak.

Derksen: Nou ja, doet het er eigenlijk toe? ‘t Is een pure academische kwestie. De Alpha II is boven, ze heeft een goeie snelheid, wat wil je nou nog meer?

Van Meeteren: Die puzzel oplossen. Ze bevalt me niet. Behalve hoofdingenieur ben ik managing director. Eén van m’n taken is moeilijkheden te voelen aankomen en d’r wat tegen te doen, en hier voel ik ze aankomen...

 

Joost: Nou, mannen, nou is ‘t wel welletjes, hè. Nou stoppen we ’ns met dat gepuzzel over het hoe en waarom we ons voor een propaganda-object moeten laten spannen. Kom, we gaan het schip ‘ns controleren. Ja, na die 12G kan er van alles in de kreuk zitten. Terugvallen op aarde kunnen we niet meer, we nemen dus alle tijd. We moeten ook nog aan onze bewegingen zien te wennen. Dirk?

Dirk: Mm?

Joost: Schakel jij het proxyscherm weer op voorzicht.

Dirk: Ja, moet ik eerst m’n armen weer zien te vinden. Waar zitten ze?

Jaap: Waar zitten ze? Als een krakeling boven je kale koppie.

Dirk & Jaap: (lachen)

Dirk: En jouw armen, jouw armen zitten recht voor je uit.

Jaap: Hé! Ik lijk wel een smachtende minnaar!

Dirk: Ja. Zo. Ja! De schakelaar heb ik te pakken. (schakelt in) Nou: panorama voorzicht. Grote Horvath! Ik kijk recht de sterrenhemel in: een superplanetarium.

Huub: ‘t Is een wonderlijke uitvinding, dat proxyscherm boven ons.

Jaap: Ongelooflijk!

Huub: De hele top van het schip lijkt doorschijnend als glas. Hé, Dirk, het wordt donker, de sterren gaan uit!

Dirk: Ja, ik controleer nog even het proxyzicht. Ja, radioscoop doet het.

Joost: Geen witte blips in zicht. Dus binnen een straal van 300.000 km geen buren of neefjes. Zeg, Dirk, weer op panorama graag.

Dirk: Okay.

Joost: ‘t Is niet te geloven! ‘t Is gewoon een enorme kerstboomverlichting tegen een zwart doek, met de zon als hoofdversiering.

Huub: De zon staat 30 graden zuid. Ik heb het middelpunt van het scherm niet in de ecliptica.

Jaap: Zeg, wat eh... wat vreemd dat de zon wel groter is, maar niet meer licht geeft dan de sterren, hè?

Huub: Automatische helderheidsbegrenzing van het scherm.

Jaap: Ah, ja ja ja.

Joost: Zeg, we zien nu zoveel sterren dat de constellaties niet meer te herkennen zijn.

Huub: O, ik kan jullie wel helpen. Daarboven, iets boven ons zenit, die heldere ster is Capella.

Jaap: Wat, die... die?

Huub: Spectroscopische dubbelster. Periode 104 dagen.

Joost: Wacht ‘ns even... Dan is dus… daar, 30 graden oostelijk, Perseus, met Algol?

Huub: Ja. Ook een bedekkingsveranderlijke. En 60 graden oost, Messier 31, de Andromedanevel, een eilandheelal.

Jaap: Ja, da’s erg mooi. Maar laten we onze tijd nou niet verder verdoen, jongens.

Joost: Nee nee nee nee, Jaap, we voelen ons zo licht als ballonnen en daarom moeten we ons rustig even heroriënteren. Zeg, waar zit Saturnus eigenlijk?

Huub: Die planeet is praktisch achter de zon verborgen. Ik wil je wat anders laten zien. Dirk, geef ‘s 300 maal lineair, dan stel ik het object in.

allen: Ooooh...

Jaap: Onge...

Huub: Hoe vind je de Andromeda zo? 90.000 maal vergroot. Een eilandheelal tweemaal zo groot als het onze, met clusters, lichte en donkere gaswolken.

Jaap: Tjonge jonge jonge, wat een vergroting...

Dirk: Een hele... een hele draaikolk van sterren.

Joost: Het lijkt wel... Het is net als... alsof we zo in de oerschepping van het heelal kijken. Zeg, Huub?

Huub: Hè?

Joost: ... daar, daar diep van binnen bij die donkere plek, daar komt een klein licht dat... dat uitzet.

Huub: Dat is een nova. Zesentwintig per jaar hebben we er van de fotoplaten in Utrecht geteld. Die ster die je daar nu ziet, hè, explodeerde twee en een kwart miljoen jaar geleden, en het licht reisde al die tijd naar ons toe.

Joost: Oooh... Twee en een kwart miljoen jaar geleden ging daar misschien een zonnestelsel in vlammen op, verdampte...

Huub: Wat onze zon ook gebeuren kan... Het geschiedt één keer in het leven van elke ster.

Joost: Dat moet een ontstellende ramp zijn... Zeg, dat heelal, hè, een draaikolk in de ruimte, zelfs de perspectief is te zien. En dat neveltje daarboven?

Huub: Dat is NGC 205. ‘t Is ook door Messier ontdekt.

Joost: Het... het... het lijkt haast een maantje…

Huub: Mm.

Joost: …een maantje dat een weifelend licht werpt op die grauwe modderkolk waarin elk jaar zesentwintig levende stelsels worden... worden vernietigd. Het is... het is bijna huiveringwekkend....

coördinator: Uw interpretatie, heer Ros, komt me weinig wetenschappelijk voor.

Joost: Als ik alleen wetenschappelijk was georiënteerd, was ik als gezagvoerder van dit schip onbruikbaar, coördinator!

coördinator: Dit, Captain, is volkomen juist.

Joost: Nog beter zou het zijn als we nu aan onze controle begonnen.

coördinator: Dan ga ik met uw verlof nu naar mijn motorendek.

Jaap: Hallo! Kijk ‘m duiken. Nee! Met één zwiep door dat luik door naar beneden. Zeg hoe... hoe lapt ie ‘m dat?

Joost: Hij heeft merkwaardige bekwaamheden... Jaap, als jij nu samen met Huub de klimaatregeling gaat nalopen en die substituut-atmosfeer opbouwen.

Huub: Voorzichtig losgespen alsjeblieft, en de goeie kant uit zweven. Hoeveel neem je van elk Jaap?

Jaap: Nou gewoon: 21% zuurstof en 79% helium... Voorkomt embolies in het bloed bij plotselinge onderdruk. Da’s grappig, wist jij, wist jij, Huub, dat ze in de nylonringsatellieten van vroeger de druk wilden halveren?

Huub: Halveren?

Jaap: Jazeker. Om de constructie licht te kunnen houden. Hé! Huub... (lacht) Huub, je zeilt verkeert, je moet deze kant uit.

Huub: Ho! Ja!

Jaap: (lachje) Ja, bij de minste onderdruk door meteoorinslag zou het water in je lichaam gaan verkoken. Zeg, nou moeten we door het luik, nu moeten we door het luik. Jonge jonge... dat... dat... O, jongens, dat wordt werk voor de aapjes! Gebruik de handvatten!

Huub: Zeg... wat... wat voelt dat raar: je wil ergens heen en je gaat de andere kant uit. O, maar ik heb het al door: je moet doen als een duiker die op de bodem probeert te blijven.

Jaap: Precies. Zo! Nou zijn we heelhuids en zonder kopstoten in het woondek.

Huub: Je hebt toch die checklijst, Jaap?

Jaap: Ja, alleen, ik eh... ik wou liever eerst die eh... die douchemachine ‘ns proberen.

Huub: Waarom eerst?

Jaap: Waarom eerst? Nou ja... (lachje) ‘k Ben een beetje... (kucht) doorgetranspireerd, hè.

Huub: Waarom zou je?

Jaap: Waarom zou ik? Ja! Jij hoorde ‘t zelfs tikken, weet je wel? Jongen, ik heb nog nooit zo erg in de rats gezeten.

Huub: Nou, ‘k verzeker je dat ik volkomen kalm was.

Jaap: Ja. Joost werd kribbig, Dirk werd woedend en de coördinator bijtend, maar verder had niemand last van de zenuwen, nee... Nou, ik ga de douche proberen. Trouwens, dat ding is belangrijk genoeg, want als dat niet werkt, dan zit eh… over een paar weken aan ons allemaal een luchie.

Huub: (lachje) ‘k Vrees dat ik met het gebruik van dit soort apparatuur in nulwicht nog niet erg vertrouwd ben.

Jaap: Nou moet je ’ns even goed kijken hoe ik het doe. Hè? Ja... nee... nee, jongen, als je nou zo achterstevoren op je zij gaat zweven, dan zie je niks, hè.

Huub: Ha, ik zal me inderdaad ergens aan vast moeten houden.

Jaap: Ja, ga nou op die... op die zuignapstoel bij de eettafel zitten en gesp je vast. Nou moet je opletten, nou moet je opletten, hoor! Kijk: van boven. hè, van boven... van boven ga ik d’r in. Zo... ja... Nou. zo... en het diafragma, dat gaat om m’n nek... dicht. Alleen m‘n hoofd steekt er nog uit. Handig, hè?

Huub: Nou, meer macaber. Je lijkt nu op iemand die, op z’n hoofd na, rechtstandig begraven is.

Jaap: Ja ja, maar zo iemand kan z’n koveral niet meer uittrekken. (lachje) Ik wel! Zo, da’s dan dat. Nou het knopje aan de binnenkant... het knopje. Ja... ja, de verstuiver begint al. Japie en z’n koveral worden samen gewassen, zie je wel?

Huub: Ik zie niks.

Jaap: Allicht. Hè! De moraal houden we toch hoog? Nou het wasmiddel bijmengen.

Huub: Nou, dat wasmiddel verdampt, meen ik, ja, maar wat je van je body afwast, verdamp stellig niet.

Jaap: Nee, maar straks in de hete lucht, dan droog je op, en dan kun je je gewoon afstoffen. (lachje) En dan kun je je koveral uitkloppen, hè. De afzuiginstallatie zorgt voor de rest en de... de waterdamp wordt natuurlijk weer opgevangen. Nou, ik ben nu al weer aan de hete lucht toe.

Huub: Nou, dat gaat vlug!

Jaap: Ja. Hé, wacht ‘ns even... Hé, hé, die knop die wil niet. Huub, Huub, Huub, hij doet het niet!

Huub: Er komt geen hete lucht, bedoel je?

Jaap: Nee, te veel!

Huub: Nou, kom er dan uit, joh.

Jaap: Nee, kan niet: ver… vergrendeld. Anders komt al het stof in ‘t schip. Huub, Huub draai die hendel om, buiten op...

Huub: Ja, wacht, wacht.

Jaap: Ja, kom nou, kom nou, het wordt steeds heter hier. Jongen, ik hang hier een beetje te s... te sudderen, kom nou.

Huub: Ik… ik kan niet wegkomen.

Jaap: Je gordel, je gordel! Je zit aan die stoel vast... Maak ‘m nou los, uil! Nee, hengst, nee, hij zit niet op je rug... op je buik, op je...

Huub: Ja ja, hier... hier kom ik!

Jaap: Schiet nou op!

Huub: Ik neem een afzet...

Jaap: Aauuw... aauw...

Huub: Is het zo heet?

Jaap: Nee... Je geeft me ‘n een lel tegen m’n kop.

Huub: O!

Jaap: Kijk, uil, waar je vliegt.

Huub: Ja, die hendel, waar zit die nou?

Jaap: Ja, maar nou sta je weer op je kop... Andersom, andersom, niet op die kop daarvoor, andersom, toe nou.

Huub: Nou, ik hoop dat het deze is.

Jaap: Ha... huh... ja... Tjonge jonge jonge, hè hè, ik kreeg al een bruin korstje. Zo is ie beter.

Huub: (lachje)

Jaap: Nou, eh... droog ben ik zeker. Nou, hup, kom ik an... vang me... Hup…la!

Huub: (lachje) De slag van voortbewegen in nulwicht heb je nog niet, zeg.

Jaap: Nee…

Huub: Laten we nu aan de boordatmosfeer beginnen. ‘t Is wel uiterst onwaarschijnlijk dat we hier een meteoriet van enig belang tegenkomen, maar het is natuurlijk minder riskant dat we niet...

 

Joost: Dirk, open jij nu ‘ns alle circuits van alle sectieborden naar het mijne, één voor één, volgens nummer.

Dirk: Da’s goed bekeken, dat systeem: ieder van ons houdt z’n eigen orgel onder controle maar alleen jij kunt de zaak in beweging zetten.

Joost: Ja, nadat jij doorverbinding hebt gemaakt.

Dirk: Ja ja.

Joost: Stel je voor, zeg, dat hier iemand door dat nulwicht midden in m’n orgel kwam zeilen en alles zonder meer stond aangesloten. Met 1 beginnen.

Dirk: 1. Hoofdmotor sectie C.

Joost: Brandt.

Dirk: Eh... blijf van de knop af, hoor.

Joost: Nou, ik hou m’n handjes wel op m’n rug, Dirk. Als… als ik ze tenminste vinden kan. Ha... wat voel je dat nulwicht in je maag... Het enig orgaan dat ik precies weet te zitten.

Dirk: 2. Brandt ie?

Joost: Ja, en op dezelfde verklikker.

Dirk: Ja, dat geeft niet, ik zet ze daar allemaal op. Later loop ik jouw boord apart na. 3.

Joost: Ja.

Dirk: Nou even naar Jaap z’n plaats, daar zit 4. Ho, lastig zo, ‘k moet zowat zwemmen.

Joost: Nou, we kunnen nog lang genoeg oefenen, Dirk.

Dirk: Ja, we zullen ‘t wel saai hebben, drie maanden zonder wat te doen, zelfs geen hokey pokey. 4.

Joost: Brandt. ‘t Gewicht voor spelmateriaal kon d’r niet meer bij.

Dirk: Nee.

Joost: Huub begint een nieuwe studie over die ouwe tensor van Rieman Christoffel.

Dirk: Ja, Huub, maar wij?

Joost: Ah, wij zouden misschien schaakstukken kunnen snijden uit het materiaal van de slaapkubikels?

Dirk: Daar komt 5. Brandt ie?

Joost: Ja.

Dirk: Zei je... zei je “schaakstukken”? (lachje) Da’s niet zo’n gek idee! Zeg, wil ik ‘ns wat zeggen?... 6.

Joost: Brandt.

Dirk: Ik denk dat ze met die reclame en die forums en zo, dat ze ons... ons willen bezig houden. Maar waarom met zoiets pesterigs? 7.

Joost: Okay. Juist omdat het pesterig is misschien. Zeg, is dit 8?

Dirk: Ja. Hier komen 9 en 10.

Joost: Allebei. Als dat zo doorgaat, dan hebben we geen klagen. Ja, die reclame, hè, dat is... dat is onze zeewolf.

Dirk: 11. Zeewolf? Wat heeft dat ermee te maken?

Joost: 11 brandt. Nou, de vissers op zee, die lieten vroeger in hun bunnen een klein soort haai rondzwemmen... Een zeewolf.

Dirk: O...

Joost: Die vrat af en toe wel ‘ns een vis op, maar de rest bleef in beweging en daardoor stierf er een massa minder vissen onderweg.

Dirk: Waar blijf je nou? 12!

Joost: Akkoord.

Dirk: Ho... straks houden ze ons hier ook nog voor een zeewolf en wij maar door de Alpha spartelen. Nou, ‘t is leuk hoor.

Joost: Zeg, vergeet straks die conventionele FM-set niet.

Dirk: Ja ja, staat ook op m’n checklijst. De belediging die te moeten meesjouwen! Dat ding van mezelf is toch full proof?

Joost: Ja, maar niet de distortievelden rond de zon, Dirk. Ja, op aarde hebben ze niets aan onze seinen als die bij Algol terechtkomen.

Dirk: Hè, hè, hè, of ik Huub hoor met z’n theorieën!

Joost: Nou nou nou, zet je stekels niet zo op, Dirk! Beschouw de gewone ontvanger dan maar als een verzekeringspolis. Nou, even op m’n lijst kijken. Waar komen we nu? Ah, het boordnet.

Dirk: De rompmicrofoons… (schakelt in) Natuurlijk niets... Ja, dat hoop ik tenminste.

Joost: Ja, dat hoop ik ook. Als we wel wat horen, was ’t niet zo best.

Dirk: Nou, kleine meteoorinslagen bijvoorbeeld. Nee... alleen ruis. Hè? Stop ‘ns... Ha... wat is dat nou voor een gek gepingel?

Joost: Hè?

Dirk: Hoogfrequente geluidsimpulsen.

Joost: O, geen nood. Dat zijn nu die beroemde micro-meteorieten.

Dirk: Die kunnen geen kwaad, hè?

Joost: Hun snelheid is wel enorm, maar hun massa is praktisch nihil: losse molecuultjes. In de vijftiger jaren zijn ze al ontdekt. Het grappige is: tientallen jaren hebben de sciencefictionschrijvers nodig gehad voor ze merkten dat ze van hun dierbare patrijspoorten afstand moesten doen.

Joost: Metalen oog en televisie: zo moest het.

Dirk: Ja! Hun ruitjes zouden wel gauw gematteerd zijn. Maar het is gek, hè, dat een mens altijd zo hangt aan ‘t vorige.

Joost: Ja, en onze ruimteschepen moesten dus patrijspoortjes hebben.

Dirk: Ja! (lachje)

Joost: Liefst met gordijntjes.

Dirk: Ja, zeker om ruimtegirls naar buiten te laten gluren. Je zal toch maar zo’n griet aan boord hebben!

Joost: Ja! En zo’n kind is dan in die boekjes (lacht) uitgerekend een psychologe...!

Dirk: (lacht) En een ellende dat er van komt. (lacht) Ooooh... daar heb je ze nou al, Jaap en Huub. Hé, jongens, jullie leren al heel aardig zwemmen.

Joost: Alles okay, Jaap, met de klimator en de boordatmosfeer?

Jaap: Ja, ik eh... ik ben  nog niet klaar eh…

Dirk: Zeg, wat doe je nerveus?

Huub: Ja, ik weet ook niet wat Jaap heeft.

Jaap: Ja, koest nou, Huub. ‘k Mag toch zeker even op m’n sectiebord gaan kijken als ik... als ik daar zin in heb.

Joost: Doet ie het soms niet, dat eh… dat apparaat?

Jaap: Ja, wacht nou even... Verdraaid, dat kan niet, dat kan niet! Dirk, geeft het machinedek ‘ns.

Dirk: Nou, wat heeft die ineens? Altijd de lollige broek, maar als er wat iets niet klopt, nou dan… dan… dan is dadelijk het huis te klein.

Jaap: U had gelijk, coördinator: m’n meters wijzen hetzelfde. Ja, maar wat nu?

coördinator: Dat is uw probleem. De toevoer valt niet onder mijn verantwoording.

Jaap: Maar wat.. .maar ik... dat... maar dat... dat kan niet. Dat is onmogelijk...!

Joost: Ja, stop nou ‘ns. Wat is er mis aan de regelaar?

Jaap: De regelaar mis... was dat maar waar, dan het ik het zo in orde... Nee: de stuwstoftanks, het chemische water.

Joost: De stuwstof...?

Jaap: Ja!

Joost: Wat zeg je?

Jaap: Hier, op m’n sectiebord: het peil is te laag. Het kan niet en toch is het zo. De coördinator, die zag het beneden. Hier, kom zelf maar kijken.

Joost: Dirk, zet ze ’ns hierop.

Dirk: 65-66-67-68, tanks 1, 2, 3 en 4.

Joost: Dank je. Zo. Een vol procent te veel water verbruikt. En dat heb je niet eerder gezien?

Jaap: Nah, dat zou wel gescheeld hebben, hè? ‘t Is zo al erg genoeg.

Joost: Inderdaad. (schakelt in) Coördinator?

coördinator: Moeilijkheden, Captain?

Joost: Ja. Kunt u boven komen?

coördinator: Ik kom.

Jaap: (schakelt uit) Ja... dat betekent: het einde van alles.

Dirk: Maar... maar hoe is dat gekomen?

Huub: Ik veronderstel dat we met de rest geen landing kunnen doen, Joost.

Joost: Geen landing op aarde tenminste.

Jaap: Zeg Joost, als we... als we doorgaan, hè, kunnen we d’r dan komen, in die ringen van Saturnus?

Joost: Dat zullen we moeten bekijken. Ah, daar komt de coördinator.

coördinator: Wel, heren, de tanks zijn onbeschadigd. Er is geen lekwater in mijn compartiment.

Jaap:  Nou, als de tanks niet lek zijn, dan zijn het uw motoren!

coördinator: Een nucleair energiescherm lekt niet, heer Jaap.

Joost: Het alternatief is, coördinator, dat uw motor kennelijk meer gebruikt dan u berekende. We zijn nauwelijks gestart en we zijn onze reserve al kwijt.

Dirk: Een theoreticus, een astronoom! ‘k Was er al bang voor.

Jaap: Ja, koekenbakkers zijn we geweest.

Dirk: Ze hadden nooit met ‘m in zee moeten gaan.

coördinator: De heren hadden, evenals zekere lieden van voorheen, die X-fuel geprefereerd?

Joost: Ja, hou… hou nou maar op mensen. Dit soort conversatie leidt tot niets. We moeten de oorzaak van het meergebruik opsporen en verhelpen. De verloren stuwstof was de helft van onze reserve om in de ringen van Saturnus te kunnen manoeuvreren tot we geschikt ijs zouden vinden. Kunnen we verder verlies stoppen, dan hebben we nog een kans.

coördinator: Welnu, Captain, deze kernmotor presteert precies zoveel als op papier berekend.

Jaap: Ja, dat zegt hij. Het is tenslotte zijn motor.  Zo zou Dirk het opnemen voor zijn communicator, al sloegen de vlammen d’r uit.

Dirk: Ja... Wat?

Jaap: Ja!

coördinator: Mogelijk. Maar dat is niet mijn zaak. Overigens komt het mij nuttig voor, Captain, dat ik u en de heer Huub de formules en de diagrammen voorschets. De heren Dirk en Jaap als niet-academici staan hier uiteraard buiten.

Dirk: Hoor je dat? Hoor je dat?

coördinator: Ja, mag ik een ogenblik stilte? Alsmede papier en stift?

Huub: Alstublieft.

Dirk: Ha! Academici... Wat verbeeldt die vent zich wel?

Jaap: Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout.[14]

Dirk: Ja… Zeg…

Jaap: Mm?

Dirk: Hoor het ‘ns pingelen.

Jaap: Ja, micro-meteorieten. Die moeten hier in de buurt van de aarde bij miljarden rondzwerven.

Dirk: (lachje) Als we hier lang genoeg blijven, wordt onze meteorenhuid ook gematteerd.

Jaap: O nee, o nee, o nee, je hebt geen idee hoe hard die is. Bovendien, we zijn nou al meer dan 3000 km weg en we gaan nog steeds verder. Nee, nee, als Japie niet terugkomt, dan is het niet van die aardige MM-etjes. Luister ‘ns, Dirk…

Dirk: Mm?

Jaap: Ze spelen een wijsje. Een naar liedje.

Huub: ...dat is dus de equatie van het energiescherm...

coördinator: Goed. Nu de H2O.

Jaap: Weet je, mijn eh... mijn grootvader, hè, die eh… had een ouwe plastro-schrijfmachine en als je daarop tikte, dan leken dat ook wijsjes... Ping pang poeng pung, weet je wel?

Dirk: Mm.

Jaap: Zeg, hoelang eh... hoelang zouden ze daar nog nodig hebben?

Dirk: O, als die daar eenmaal met dat soort gewauwel beginnen, nou, kan je net zo goed hiernaar luisteren, hoor.

Jaap: Ja, “Muziek der sferen”, hè? Vroeger hadden ze ’n twaalftoonsysteem om muziek te componeren. ‘t Klinkt net als op die ouwe schrijfmachine. Ik denk dat eh… onze elektrische componeur daarvan afgeleid is.

Dirk: Eigenaardig...

Jaap: Die historie? Ja ja ja.

Dirk: Nee nee nee...nee nee... die micro-meteorieten: moet je ‘ns goed luisteren!

Jaap: Tja... ‘t is misschien de laatste muziek die we ooit te horen krijgen.

Dirk: Muziek? Nee nee, muziek interesseert me minder. Nee nee, waar... waar komt die ritmische begeleiding vandaan? (snel getik)

Jaap: Mm? Uit jouw fantasie.

Dirk: Nee. Luister zelf. Ik zal ‘m wat opdraaien. (getik)

Jaap: Wat?... Wat... Wat is dat? Wat is dat voor geks? Zeg eh... Joost.

Joost: Eh… ja, coördinator, wat ik ervan begrijpen kan…

Jaap: Joost, kom nou ‘ns even hier zeg, kom ‘ns even hier.

Joost: Nou... we begrijpen het niet, mannen: de tanks zijn heel, de motor presteert precies wat ie doen moet. Het is een raadsel.

Huub: Ach, Joost, we hebben nog een zee van tijd om dit raadsel op te lossen.

Jaap: Nou, die zee, die mag je dan halveren, want intussen staan we hier voor een tweede puzzel…

Joost: Nog meer narigheid dus?

Dirk: Nee nee, die muziekuitvoering. Luister, luister nou ‘ns goed. (getik)

Joost: O, dat zijn micro-meteorieten, een ongevaarlijk orkest.

Jaap: Ja ja, het orkest wel, ja, maar wat dacht je van dat slagwerk?

Joost: Het slagwerk? Hoe bedoel je?

Jaap: Nou, luister dan...

Dirk: Volg het ritme, volg het ritme, Joost! Tum... tum-tum-tum-tum-tum... Hoor je het? Hoor je ’t?

Joost: Een ritmisch geluid van... van micro-meteorieten?

Huub: Theoretisch uitgesloten, Joost.

Dirk: Theoretisch, ja... Ja, Huub, maar de mikes in de romp, die pikken ‘t toch op?

Joost: Ja, dat is zeker een raadsel!

Huub: Mm, voor mij niet: één van de microfoons staat natuurlijk in een zogenaamd akoestische knoop en neemt een bepaald geluid uit het schip op. Wat we horen is simpel een versterking van het getik van onze klok. Dat extra getik heb ik dan vóór de start ook al gehoord. Had ik het toch goed!

Jaap: En wij hem van hallucinaties verdenken... Die Huub.

Dirk: Ik zei het toch al eerder: ze hebben die klok een tikkertje gegeven voor de... voor de huiselijkheid en zo.

Jaap: Ja ja.

Joost: Nou, dan is dat tenminste opgehelderd.

coördinator: Op één kleinigheid na. Ziet u, uw boordklok bezit namelijk geen zogenaamde tikker.

Joost: Weet u dat zeker, coördinator?

Jaap: Zeg, waar zweef jij naartoe, Dirk?

Dirk: Luisteren natuurlijk, naar de klok. Nee... Nee... Geen geluid.

Joost: En toch tikt er iets, ergens in het schip.

coördinator: Daarstraks...

Joost: De rompmicrofoons, die pikken het op. Wat... wat tikt er in dit schip?

coördinator: Daarstraks, toen u de intervisie controleerde, vernam ik iets van uw opmerking, Captain Ros, over een zeewolf. Het komt mij voor dat we er nu minstens twee aan boord hebben.

Joost: Houd uw scherts achterwege alstublieft.

coördinator: Ik scherts nooit, Captain, laat staan met een zeewolf als deze.

Joost: Attentie allemaal! Dirk?

Dirk: Ja?

Joost: Meteorietenspeaker afzetten. Dat geluid verhindert ons het originele te vinden.

Dirk: Okay. (schakelt uit)

Joost: We lichten allemaal, geholpen door Jaap en Dirk, onze schroefpanelen en doorzoeken de bedrading, minutieus, elk z’n eigen apparatuur, en zo snel mogelijk.

Jaap: Als er iets mis is, dan moet dat hier zitten.

Joost: Hier zijn de hersens van het hele schip.

Huub: De hersens... Maar... dan... dan zit het logisch in m’n rekenmachine.

Joost: Nee, dat is maar een approximator, niet vitaal. Begin liever met je stuurautomaat.

Huub: Waratje...

Joost: Deze klok, of wat ook is, moeten we zo gauw mogelijk stopzetten.

coördinator: In mijn sector is niets, Captain.

Joost: U heeft uw frontpanelen d’r niet afgehaald! Doet u zo snel mogelijk wat ik u opdraag.

coördinator: Het zou nog sneller gaan als u mijn voorbeeld navolgde, namelijk uw oorschelp te leggen tegen het metaal van het chassis.

Joost: O, sorry, ja, u... u hebt gelijk. Jaap, hoor jij wat daar?

Jaap: Negatief. Noppes.

Dirk: Mijn chassis van ‘t zelfde.

Huub: Ik ben nog bezig. Hoe druk ik m’n oor tegen zo’n paneel? Ik zeil weg!

Jaap: Nou, wacht maar, Huub, wacht maar, wacht maar. Mm... Geen ideaal oor om aan sleutelgaten te luisteren. He?? Ja... Ja, hier! Hier tikt het!

Huub: Laat mij daar ‘ns zelf luisteren, Jaap

Joost: Geen tijd. Openmaken, dat paneel.

Dirk: Wat sta je nou te wringen , Jaap.

Jaap: Ik… ik doe m’n best maar, die… die… die schroevendraaier is te klein. Neen, ik moet eerst een grotere halen.

Joost: Haast je dan, Jaap. Dirk, zet die speaker nog ‘ns aan. (Dirk doet dat - getik)

coördinator: Voor u naar beneden verdwijnt, heer Jaap: de bezorger van die klok had stellig niet de tijd panelen af te schroeven.

Jaap: Mm? Ach, wat een hengst! Natuurlijk, ja, aan de onderkant.

Dirk: Ik vond ook al dat Jaap zo raar begon.

Jaap: Had dat dan gezegd, koekenbakker.

Dirk: Huh?

Jaap: Nou, goed, koest nou maar, koest nou maar. Wacht... Ja... ‘k Voel wat... Huh... Ik heb ‘m.

Joost: Voorzichtig! (luid ritmisch getik)

Jaap: Welke goorling heeft ons dit geleverd? Kijk ‘ns: een langwerpig ei dat tikt, hier, in de stuurautomaat.

Huub: Meer een ovoïde. De omtrek lijkt wazig. Zou de temperatuur oplopen?

Dirk: Dat ding staat op springen. Hou ‘m in je handen. Hij gaat zoemen.

Joost: Alleen, hoe moeten we’ m kwijt?

Dirk: Door de luchtsluis.

Joost: Nou, kom, geef hier. Kom mee, mannen. Nou voorzichtig, voorzichtig

 

Jaap: Langs het woondek. Nou de luchtsluis uit.

coördinator: Wanneer de luchtsluis wordt ontwricht, bent u zeker verloren, Captain. Die houdt geen eenvoudige explosie, laat staan een H-bom.

Dirk: Een H-bom zegt u?

Joost: Coördinator, wacht ‘ns even. Er is hier een plaats... Ja natuurlijk, ja, waar zelfs een H-bom...

Dirk: Natuurlijk, Joost, binnen ‘t screen van de motor. Kom mee. Coördinator, hoe kunnen we daarin?

coördinator: Ik zet eerst het veld af.

 

Jaap: Kom nou...  Allemaal een beetje vlugger... vlugger...hier is pas het gyrodek...

Joost: Opletten, jij daar.

Dirk: Hoor dat ding is. Pas op. Je stoot je hoofd, Joost.

Huub: Een zonderlinge vormgeving! Die helse machine die ziet er bijna onwezenlijk uit.

Joost: Onwezenlijk of niet, hieraan kan ik tenminste iets doen, of in ieder geval proberen.

 

coördinator: Eerst zetten we de hoofdgenerator af. Heer Jaap, neemt u die schakelaar, ik deze. Klaar?

Jaap: Ja, al lang. En nou?

coördinator: Tegelijk is het beste... Zet af… Nu deblokkeren... Open. Nu door die opening schuiven, Captain.

Joost: D’r in met dat ding. Hup!

Dirk: Dicht!

coördinator: Blokkering: die switch. Het veld... Heer Jaap, gelijktijdig is het vlugste. Ja…

Jaap: Nou, als het nou een blindganger is, dan neem ik m'n ontslag.

Joost: Kijk die meter ‘ns uitslaan!

Nou. Dat was wel op het nippertje.

Dirk: Nou, ‘t is anders een uitslag van niks.

coördinator: Deze meters, heren, zijn geijkt op miljoenen kilowatts.

Joost: Kom, ik ga weer naar ‘t stuurdek. (blaast van opluchting) Die bom zijn we tenminste kwijt.

Jaap: Ja... En wat zullen we nou nog meer vinden?

Dirk: De bewaking van het terrein, Jaap, daar zat het zwakke punt. Heb ik al ‘ns meer gedacht.

Jaap: Ah ja, jij denkt zoveel.

Dirk: Ja ja ja, en nou dit. Die puzzel van die stuwstof, dat is helemaal geen puzzel, ‘t is knoeierij.

Jaap: Wacht ‘ns even! D’r is natuurlijk aan het water geknoeid!

Dirk: Ja, daar kan je donder op zeggen.

Jaap: Joost is al naar boven met Huub. Geknoeid! De smeerlappen!!

Dirk: Ja.

Jaap: En Joost dacht dat het project was om de kouwe oorlog te laten ophouden. Jazeker, m’n tante! Knoeien met water is zo simpel, nietwaar? ‘t Is chemisch zuiver, dus je hoeft er alleen maar een klontje suiker in te gooien.

Dirk: Hou even je snavel jij.

Jaap: (pruttelt tegen)

Dirk: Hou je snavel! Hier is een visofoon. Joost! Joost!!

Joost: Dirk?

Dirk: Dat meerverbruik Joost, dat water, daar is mee geknoeid. Zo zit het.

Joost: Verontreinigd? Als dat zo is, dan kunnen we ’t zuiveren. Ik stuur Huub naar beneden om het te analyseren.

Jaap: Dat hoeft niet, dat kunnen we hier anders ook wel.

Joost: Sorry, Jaap, tenslotte is Huub ook chemicus.

 

aardcontrole: Aardcontrole roept Alpha.

Van Meeteren: Blijf oproepen, Jolsen.

aardcontrole: Maar ze antwoorden niet!

Van Meeteren: ‘t Kan me niet schelen, al wordt het middernacht. Ik begrijp het niet.

aardcontrole: Aardcontrole...

Van Meeteren: Zit er dan niemand aan de communicator? Wat hebben ze te doen? Ze hadden al lang hun tweede etappe kunnen inzetten. (zoemer) Ah, dat zal observatie zijn.

aardcontrole: Aardcontrole roept Alpha.

Van Meeteren: (schakelt in) Uh? Ben jij het? Ja, wat wil jij nou weer? Dan voor dit en dan voor dat.

mevrouw Van Meeteren: Ik wil je alleen maar even vragen, Henk: hoe laat dacht je naar huis te komen? Dan kan ik het menu op tijd ponsen.

Van Meeteren: Naar huis!? Daar kan ik nog niks van zeggen.

mevrouw Van Meeteren: Stuur in elk geval Els. Die hoort trouwens helemaal niet in dat blok te zijn.

Van Meeteren: Els? Hier?

mevrouw Van Meeteren: Ja.

Van Meeteren: Welnee, die is toch naar Groningen bij Greta. Ja, en laat me nou alsjeblieft met rust. Dag! (schakelt uit)

aardcontrole: Aardcontrole roept Alpha.

Van Meeteren: Zeg, Jolsen, daarboven is wat aan de hand, sinds die boosterkwestie!

aardcontrole: De zoemer staat misschien af. Of ze hebben ‘m alleen op knipperlicht.

Van Meeteren: Ja, waarom, Jolsen? Waarom zou iemand daar zo idioot zijn?

Joost: Zeg, heb jij de zoemer nog af staan?

Dirk: Ja, voor dat getik... Sorry.

aardcontrole: Alpha! Alpha. Waar blijf je?

Joost: Zet ‘m op mijn paneel.

Dirk: Okido. Komt ie.

Joost: Ja, met Ros. ‘t Is luid en duidelijk.

aardcontrole: Hier komt de hoofdingenieur voor u, Captain.

Van Meeteren: Wat in vredesnaam, Ros, is er aan de hand? Een half uur zijn we nou bezig jullie op te roepen. En je marconist zet de zoemer af. Waarom zijn jullie op het vuurschema al meer dan een half uur achter? Derksen en z’n ploeg moeten steeds nieuwe berekeningen laten maken.

Joost: Vergeet die berekeningen maar, Van Meeteren. We zitten in de boot en u bent verantwoordelijk.

Van Meeteren: Verantwoordelijk? Waar heb je ‘t over?

Joost: Over de bewaking. Ze heeft gefaald.

Van Meeteren: Jij wilt zeggen... Ros! Wat bedoel je?

Joost: Ik bedoel dat er een vent heeft zitten knoeien aan dat chemische water. We hebben nu al een vol procent meer verbruikt dan toelaatbaar.

Van Meeteren: Dat is... ja. maar dat... dat kan niet!

Joost: Nah, kom dat hier naartoe, mag u de meters aflezen.

Van Meeteren: Ja, maar dat, Joost, dat is... het einde...!

Joost: Ja... maar voor de vent die ons dat geflikt heeft, Van Meeteren, kwam dat einde nog niet gauw genoeg, en daarmee heeft ie hier ook nog een bom in de stuurautomaat gezet.

Van Meeteren: Wat zeg je!?!

Joost: Ja, een saboteur, Van Meeteren, die jullie vrij lieten rondlopen op de basis.

Van Meeteren: Jij zegt: een bom!?

Joost: Als de coördinator d’r niet geweest was, waren we nu al aan diggels. Nou ja... we zijn dat helse ding kwijt.

Van Meeteren: Een bom! Een bom!? Ik zal de hele basis naar die smeerlap laten uitkammen tot... Nou ja... en eh... wat zit er in de stuwstof?

Joost: Jaap en Huub zijn bezig dat uit te zoeken.

Van Meeteren: Als het verontreinigd is, dan kun je ’t in elk geval weer zuiveren.

Joost: Nou, da’s een tijdrovend werk... We moeten de chemische reiniger van het klimaatsysteem uitsplitsen, plus het buizennet, alle stuwstof verdampen, opvangen, condenseren... Ga d'r maar aan staan.

Van Meeteren: Ja, goed, maar het kan tenminste, hoop ik.

Joost: Hoop ik ook.

Van Meeteren: Ik eh...

Joost: Hebt u een ander idee?

Van Meeteren: Ja... ja, dat heb ik. Maar controleer eerst dat water. Intussen zal ik wat anders laten nagaan. Hoeveel procent is dat meerverbruik exact?

Joost: 1,23. Wat wilt u doen?

Van Meeteren: Eerst die lamme boosterkwestie, en nu een meerverbruik van... Nou ja, goed. Ik wacht die analyse van het water. Sluiten maar.

Joost: Sluiten.

Van Meeteren: (schakelt uit) Derksen.

Derksen: Ja?

Van Meeteren: Deze gegevens hier, codeer ze. Kun je ’t lezen?

Derksen: Ja.

Van Meeteren: Het gaat om de uitstroomsnelheid naar de boosters, massa, gewichtsvermindering: MR, MN, MB, ideaal verbruik, eindsnelheid, afgelegde weg, graviteitsconstante. Voedt ze aan de rekenmachine, maar opschieten graag.

Derksen: Ja, komt in de bus.

Van Meeteren: Maar zo gauw mogelijk! Ik heb een vermoeden, Derksen, een vreselijk vermoeden. Het is de enige oplossing van al deze startpuzzels. Nah, vooruit dan, man!

Derksen: Nou, als u steeds tegen me praat, kan ik niet coderen.

 

Dirk: Die Van Meeteren! Er spookt wat door z’n kop, Joost, ik voel het! We zijn nog niet aan ‘t eind.

Joost: Ja, als we dat water maar gezuiverd hebben, en... en als we dan maar met wat geluk direct in de ringen van Saturnus geschikt ijs vinden, nou ja, dan… dan is onze expeditie nog te redden.

Dirk: Dat weet hij ook wel. Nee, hij is bezorgd. Ik zag het op z’n gezicht. Daar heb je Jaap en Huub.

Joost: Nou, jullie hadden de visiefoon toch kunnen gebruiken. En? Kunnen we ’t aan met de klimator?

Jaap: Ja, Joost, al te gemakkelijk. Zie je, het water is niet verontreinigd.

Huub: Jaap en ik hebben het elk onafhankelijk van elkaar geanalyseerd.

Joost: Het is zuiver?

Jaap: ‘t Zal dan toch een meerverbruik van de motor moeten zijn.

Joost: Ja, maar als het zo staat, dan… dan zie ik ook geen enkele andere mogelijkheid meer.

coördinator: Aanpak van fysieke situaties valt u gemakkelijker dan omschakeling op een nieuwe conceptie, heren. (zoemer) Maar ik denk dat uw aardse vriend, de hoofdingenieur Van Meeteren u hierbij te hulp komt.

Dirk: (schakelt in) Alpha. Ja?

Van Meeteren: Geef me Ros.

Dirk: Joost, Van Meeteren.

Joost: Geef ‘m over, Dirk. (schakelt in) Hier ben ik. Nou, het water is in orde, alle tanks.

Van Meeteren: Nja...

Joost: Wat? U had het verwacht...

Van Meeteren: Ik was al bang dat het niet zo eenvoudig zat, Ros.

Joost: Ja, maar hoe dan, Van Meeteren? De motor levert optimum, de tanks zijn niet lek, het water niet verontreinigd. Alle mogelijkheden zijn daarmee uitgeput.

Van Meeteren: Ze zijn niet uitgeput, Ros! We hebben Betje op jullie probleem losgelaten.

Joost: Op het meerverbruik? Ah, dat zal wel helpen...

Van Meeteren: Ja, op het meerverbruik en de boosterkwestie. En het feit ze veel sterker waren dan berekend danken jullie de gelegenheid tijdig wakker te worden voor de afwerping. Goed. Maar desondanks hadden jullie er veel hoger mee kunnen komen.

Joost: Veel hoger? Da’s wat nieuws. Relatief hebben ze dus ook te weinig gepresteerd? Correlatie?

Van Meeteren: Ja. Luister goed. We hebben alle gegevens in de grote rekenmachine gezet en Betje bevestigt mijn vermoeden: alle verschijnselen, Ros, kunnen worden verklaard vanuit één grondhypothese, namelijk het startgewicht van de Alpha was tussen de 55 en 60 kg zwaarder dan berekend. Vandaar...

Joost: Wat? Dus toch sabotage: geknoei met het laadplan, met het gewichtsschema. Van Meeteren, Van Meeteren, zorg d’r voor dat ie wordt opgespoord. Zorg in ieder geval daarvoor! Doe wat je kunt! Krijg die ellendeling te pakken!

Van Meeteren: Ik vrees, Ros, dat ik dat aan jou moet overlaten.

Joost: Aan mij?

Van Meeteren: Ja, Ros. Hier op de basis is geen saboteur van 60 kilogram: als ie al bestaat, zoek ‘m dan, Captain, in je eigen schip. Die saboteur moet aan boord zijn!

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (3/2007)

h.cauwenberghe@chello.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 


 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831)

[3] geboren te Amsterdam op 29/06/1936

[4] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659)

[5] geboren te Haarlem op 26/09/1904; overleden te Amsterdam op 02/07/1980 (Code TIN: 599)

[6] geboren te Amsterdam op 21/06/1929 (Code TIN: 1248)

[7] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515)

[8] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)

[9] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[10] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)

[11] nog geen gegevens

[12] geboren te Amsterdam op 21/11/1898; overleden te Amsterdam op 19/01/1983 (Code TIN: 1169)

[13] geboren in 1922

[14] Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout is een deel van de Camera Obscura van Nicolaas Beets. Dit verhaal gaat over het bezoek van een verre neef, Robertus Nurks, aan de ik-figuur. De verre neef is iemand die nogal direct is in het uiten van zijn mening tegenover andere mensen. Daardoor kwetst hij snel mensen en zet ze voor schut.