|
TESTBEMANNING DEEL 6: HET TEAM IN ACTIE Carl Lans (1913) uitzending: KRO, zondag 05/11/1961 (herhaling: woensdag 24/05/1989) regie: Léon Povel ([1]) rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids] - ir. Reitsema: Wam Heskes ([2]) - Gerda, secretaresse: Irene Poorter ([3]) - Joost Ros, captain: Johan Walhain ([4]) - Dirk, elektronicus: Paul Deen ([5]) - Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([6]) - Huub, navigator: Frans Somers ([7]) - coördinator: Jo Nobel ([8]) - Els: Nora Boerman ([9]) - kwizbaas: Rijk de Gooyer ([10]) - vrouw: Nel Snel ([11]) - Chris van Bergen: Jos Brink ([12]) - Van de Meijde: Cees Pijpers ([13]) technische gegevens: 33'05" - 22,7 MB - mp3
Gerda: Wat een geschiedenis, Meneer Reitsema, gisteravond. Hoe komt nou zo’n kind in die Alpha? Als verstekeling? Nou, die terreinbewaking was toch ook niks. Reitsema: Die terreinbewaking was goed, Gerda, maar ze staat voor een raadsel. Ja, en het meisje zegt dat ze niet weet hoe ze de Alpha is binnengekomen. Gerda: Ach, alleen maar om interessant te doen… Wat zullen ze ermee gezeten hebben in die Alpha! Reitsema: Ik had niet graag in Ros z’n schoenen gestaan: niet voldoende stuwstof om terug te keren, niet voldoende om Saturnus te bereiken met het extra gewicht van het meisje d’r bij. Gerda: Ja... Reitsema: Ze was al in de luchtsluis toen de oplossing werd gevonden. Gerda: Eh… ja, zo’n ding, missiel met stuwstof, de Alpha achterna? Eigenlijk doodeenvoudig. Reitsema: Nou, evengoed dreigde vanmorgen een nieuwe paniek, toen ze op de basis die oplossing in studie namen. Ja, het ding zelf is vrij simpel, maar het moet over een paar weken de lucht in en dan nog zit de Alpha meer dan 400 miljoen kilometer weg... Dat is bijna op de grens van radiografische besturing. Gerda: Tja. Reitsema: Gelukkig loste de coördinator vanuit de Alpha de hoofdvraagstukken op. Gerda: Hij is toch ontzettend knap. Al is ie een griezel... Reitsema: Hadden ze de eerste keer maar naar hem geluisterd! Al die tijd die verloren is gegaan, hè. Gerda: Tijd? Nee, de mensen, de eerste raket, alles. Reitsema: Ja ja... dat ook natuurlijk. Nou, goed. En feitelijk heeft ook de coördinator de bemanning op het idee van dat hulpmissiel gebracht. Ongemerkt! Enfin, het dictaat. Gerda: We kunnen nu zeker wel wat over die bom zeggen, nu de narigheid achter de rug is? Reitsema: Nee, Gerda, nee, het... het is niet achter de rug. Gerda: Maar... hoezo, meneer Reitsema? Reitsema: De bemanning heeft nog geen tijd gehad er verder over na te denken. Maar dat komt... Ja, dat komt. Wel, de scribiteur. Gerda: Hij loopt. Reitsema: Mooi. (schakelt in) “Gisteravond, lezers, is de Alpha, na neutralisering van de zogenaamde baansnelheid der aarde, definitief in de geplande koers zonnewaarts gebracht. In iets langer dan vijf en een half uur heeft de motor onder een stuwdruk van 1G het schip een eindsnelheid gegeven van tweehonderd kilometer per seconde, in een hoek van acht graden ten opzichte van de ecliptica, zuidwaarts hellend, met het doel eenentwintig miljoen kilometer zuidwaarts de zon te passeren. De bemanning en het meisje hebben hun eerste wel zuur verdiende nachtrust genoten...”
Jaap: Nou, nee, jij bent er echt niet de schuld van, hoor, dat wij zo beroerd hebben gepit. Els: Maar jullie hebben mij een bed, zo’n ku… ku… kubikel gegeven, en die arme Joost heeft moeten slapen op m’n bobbelige opblaasmatras. Nou, hij... hij ziet er maar ellendig uit. Jaap: O, daardoor zeker niet, zeg, nee. We slapen op bedden alleen voor de... voor de... voor de jeu. Zonder gewicht kunnen we net zo goed in de lucht zweven. Maar zonder banden om ons vast te houden, nietwaar, zouden we door onze ademhaling als langzame raketten rondtoeren. Ja, (lachje) en waarschijnlijk zouden we op een kluitje wakker worden. Nee... Nee, dat is dat gevoel alsof je... alsof je valt, hè, dat je door je dromen spookt. Maar jij ziet er zo fris uit als een… als een crème ijssie, zeg, glamour girl... Els: Hè? Glamour girl? Ik? Jaap: Ja! Nou ja, je bent er knap genoeg voor, en dat weet je best… Kom ‘ns hier! Els: Ja? Jaap: Mm. Ja..., tafel dekken. Els: Hè? O... O... waar zijn het tafellaken en de borden en ‘t bestek en zo? Jaap: (lachje) Onzin! D’r valt hier helemaal niks te dekken. ‘t Zou allemaal wegzweven, meisje. Ik wou alleen ‘ns effe zien of je d’r werkelijk iets van wist. Els: Oho. Jaap: Kom, dan zal ik je ‘ns laten zien hoe je dat eetmachien moet laten werken. Els: O ja. Jaap: Hé hé hé, pas op, pas op, pas op, je zweeft achterover! Els: (lacht) Kijk mij nou ‘ns! Jaap: Kijk nou ‘ns even, zeg, ik lijk wel een kindermeissje. Zal ’k de baby nog moeten leren lopen. Els: Ja maar, hoe… hoe moet ik dan lopen? Jaap: Nou, kijk, om te beginnen, hè, met je handen, van handgreep tot handgreep, totdat je leert je als een duiker af te zetten. Els: Ja, maar… waarom gebeurt er nou niks als ik probeer te lopen? Jaap: Omdat je niks weegt, m’n schat. Hè? Wat... Wat is lopen? Nietwaar? Lopen, dat is: je voorover laten vallen en dan een voet vooruit zetten om je gewicht weer op te vangen. Kun je me volgen? Els: Ja ja ja ja , ‘tuurlijk. Jaap: Hè? Goed. Maar, hier weeg je niks, dus kun je je niet voorover laten vallen. Je maakt hier alleen maar een soort… ja... een raar soort knieheffing. Voel je wel? Ja, niet dat die knieën van jou het aankijken niet waard zouden zijn, maar... het gekke is dat je van de weeromstuit achterover gaat. Els: Ja, maar… je hebt toch van die schoenen met van die klevende zolen? Jaap: Wat? O, magnetische zolen bedoel je? Ja. Ha ha, ja, voetje voor voetje en maar achterover en voorover zwaaien als een duikelaar. Nee.... Nee, kijk ‘ns, die hebben we alleen in eh... in de ruimtepakken, hè, voor vergrendeling dan, hè, als we een toertje gaan maken aan de buitenkant van de Alpha bijvoorbeeld. Maar binnenin kun je je mooie beentjes beter eh... op stal zetten. En overigens, je moet maar een broek fabriceren van die jurk, want eh... die zweeft zo’n beetje om je taille. ‘t Is geen gezicht zeg! Zelfs onze ascetische Huub zou d’r van in de war raken. Els: O ja? Jaap: Ja! Vergeet niet, we zijn hier tenslotte een stelletje vrije jongens onder mekaar. Els: Dan zal ik m’n jurk maar vermaken. Jaap: Ja ja, goed. Nou, zeg, de eetmachine waren we, hè? Ja. Hier, kijk, deze knop, hè, daar schakel je ’m mee in. (schakelt in) Nou pak an, pak an, pak an, dit grote langwerpige plastic blok, die schuif je dààr in. Els: Daarin? Jaap: Ja... Pas op. Els: O ja. Jaap: Pas op, zeg ik! Els: Aauw! Jaap: Ja. ik zeg toch: pas op voor de sluiter! Vingertje gekneld! Zal Japie de baby nog moeten afzoenen ook. Els: Als je ‘t maar laat! Hè!? W-wat klikt die rare machine! Jaap: Wel, hij denkt na! Hij zegt: “Hallo? Een plakkie meer?” Mm? En dan worden ze afgesneden, in gesloten pannetjes getjoept, infra verhit, en dan komen ze straks daar uit die tunnel als treintje in de twee sleuven van deze tafel die d’r tegenaan is gebouwd. Els: Grappig, zeg! Ze lopen nog over een wissel ook. Jaap: Ja, natuurlijk, want anders krijgen de lui aan de andere kant van de tafel helemaal niks. Els: O ja! Jaap: En, zeg, als die schaaltjes nou niet met leuvers in de rails worden vastgehouden, dan krijgt niemand wat. Dan zweefden ze weg, die schaaltjes, naar de douchecel of zo. Voel je wel? Kijk, en eh... hier, aan ‘t uitend, hè? daar zitten twee valluikjes en dan komen ze in de afwasmachine. Els: Ach, het lijkt wel een robotaria! Enig, Jaap! Jaap: Enig? Nou, hier, druk ‘ns op die knop. En goed mikken, uiltje, goed mikken, niet ernaast. Etensbel! Els: Wat gek... Ik... ik moet alles bekijken wat ik doe. Jaap: Nou? Nou... hier, alsjeblieft Els: Zo! (bel) Huh!... Maar eh... verder heb ik nergens last van. Jaap: Nou... dat kan... dat kan... In vrije val reageren verschillende mensen heel anders. De meesten worden doodmisselijk, in ‘t begin. Joost bijvoorbeeld. Ja, hij laat niks merken, hoor, maar hij voelt zich doodberoerd, hè. Anderen weer die krijgen ellendige nachtmerries, een enkele wordt geëxalteerd. O... Ah! Ha! Daar komen ze aanzeilen. Kijk ‘ns even. Els: Hoho. Moet je ‘ns even zien hoe Huub zich afzet. Huub: Hallo. Hoe doe ik dat? Als een vliegende vis. Jaap: Ja ja, en een buiklanding op m’n mooi gedekte tafel. Fijn hoor. Slordig. Els: ‘t Is geen gezicht. Jaap: Zeg, braaf gaan zitten, Huubje. Gesp je netjes vast. Dirk: Zo... En daar kom ik aan. Jaap: Hier, Dirk... (lacht) Dirk neemt de kortste weg, via de douchecel, het dak van de luchtsluis en de eetmachine. Over een kwartier is ie d’r wel, hoor. Els: Dirk, joh, je klautert als een aap. Jaap: Een aap met jicht. Dirk: Zeg zeg zeg, hoe jij je koest. Jaap: Els, je hoort het. Els: Nou. Dirk: Nee nee nee, ik bedoel alleen jou. Dat kind is nog niet wijzer. Els: Zal ik dan maar bij Dirk in de leer gaan, hè? O nee, kijk dan ‘ns naar de coördinator. O, waar hebt u dat kunstje geleerd? Jaap: Hé, Joost! Joost! Je schoenen zweven in m’n gezicht, hé. Als captain heb je niet het recht je manschappen met voeten te treden. Huub: Precisie en coördinatie, Joost! Ik zal je wel even naar je stoel navigeren. Joost: Sorry, laat maar Huub, ik leer het nog wel. Els: Coördinator, ik vroeg al: hoe...hoe... hoe doet u dat nou precies? coördinator: Precies als een coördinator, Elsje, niet meer, niet minder. Els: Ja, maar eh... wa… waar moet ik nou eigenlijk zitten, hè? (mannen door elkaar) O... ho... gaan jullie nou niet allemaal opstaan! Dirk: Hier hier hier hier, mijn stoel. Ik zal je even vastgespen. Els: Maar… maar, maar jij dan, Dirk? Dirk: O, ik heb geen stoel nodig, ik blijf wel in de lucht zitten. Hè? Ik-ik-ik haak me vast, ik haak me vast aan de tafel. Jaap: Nou de schaaltjes. Ach, Huub, Huub, druk daar ‘ns effen, daar, daar, tweede knop. Ja, daar komt het voer. (lacht) Hier, je schaaltje. Hou nou tegen! Anders verdwijnt ie in het afwasmachine. (Els lacht) Zo, asjeblieft: gebakken muizenstaart in machineolie. Joost: Asjeblieft, Jaap, m’n maag maakt toch al luchtsprongen. Jaap: O joh, daar wen je zo an! Huub: O, het is anders wel mooi uitgedokterd: overdekt bord met bestek, luchtsluis en al. Jaap: Nee: eetsluis. En ‘t bestek is geen vork en mes, dat is een knijper. Els: Zeg maar wat leuk: net zo’n ding waarmee je suikerklontjes oppakt. Maar waarom moet het door een spleet van het deksel? Dirk: Nou anders waait de boel immers halverwege al weg! Els: Hoezo weg? Jaap: Ah, die Dirk is een schoolmeester van likmevestje. Kijk, m’n kind... Dirk: Hé hé hé, dacht jij soms, dacht jij soms dat ik het niet wist? Jaap: O jazeker... Ik was aan het woord. Als jij nou even je waffel houdt, zal ik dat kind... Huub: Ha, laat ze maar kibbelen, Els. De bordjes zijn overdekt, anders blijft het voedsel er niet op liggen. Een diafragmisch membraan in het deksel sluit alles plastisch af... Jaap: Dat kind begrijpt van jouw college natuurlijk niks, Huub! Els: Jaap die denkt dat ik achterlijk ben. (schamper lachje) Nou ja... Joost: Ach het is voor ons nog allemaal wat nieuw, Elsje. Pas op! Zo komt het in je oor terecht. Els: O jakkes... Ik weet niet wat ik deed. Jaap: Ha ha, geen nood, kind. Kijk, hier, moet je Huub zien! (lachje) Die probeert het in z’n neus te stoppen. Ja! Huub, de man van precisie. Els: O, Huub, wat een mal gezicht: ‘t zit aan je neus geplakt. Huub: Ho, ik… ik weet er niks van. Ja! Werkelijk... Els: Zeg, maar... eh... w-wat drinken we d’r nou eigenlijk bij, hè? Eh… hebben jullie nou niet van die flessen met die slangetjes die je leeg knijpt? (gelach) Haha! Nou, wat is daar nou voor geks aan? coördinator: De moeilijkheid, jongedame, is niet de vloeistof in uw mond maar in uw maag te krijgen. Het valt niet door de slokdarm naar beneden, en de peristaltische bewegingen helpen er niets aan. Alleen spijsbrokken als deze worden naar beneden gebracht. Daarin dus, mejuffrouw Els, bevinden zich de microcapsules met vloeistof. Els: O, u... u weet ook alles, coördinator. Hè, eh… vertelt u nog ‘ns wat meer! coördinator: Het onderhouden van de conversatie valt buiten mijn opdracht, mejuffrouw. Jaap: Die eh... coördinator is zo’n echt gezellig mens, hè. Maar je moet ‘m wel leren kennen, dat wel. Dirk: Nee nee, je moet haar niet van d’r werk houden, Jaap. Pas op, pas op meid, je haar. Els: O! o! Jaap: Ik? Van d’r werk? Welnee, jij zit dat arme kind maar aan te staren met die kologen van je. Dirk: Zeg, hoe kom je daar toch bij? Els: Dirk kijkt alleen maar of ik me niet vergis. Jaloers. Japie? Jaap: Haha! Zeg, kom nou een beetje, zeg. Huub: Nou, laat ieder van ons hier nou op zichzelf letten, hè? De coördinatie van onze ledematen blijkt nog ver van uitgebalanceerd. Joost: Zo is het. Jaap: Nou ik eh... ik ben klaar, lui. Het was nog niet eens zo slecht. Ik teken ervoor. Wat jij, Joost? Joost: O! Kan de boel weg? Dirk: Ja, van ons wel, maar... jij hebt niks gegeten? Joost: O, geen bezwaar. ‘t Gaat maar weer in de voorraad. Els: In de voorraad?? O, jakkes. Krijgen we dan morgen de kliekjes zeker. Jaap: Lieve kind, hier gaat niks verloren. ‘t Wordt elke dag opgeslagen en bevroren, hè. Haha, jazeker. Trouwens, bij elke volgende eetbeurt krijgt ie het weer voorgezet, tot ie het helemaal opgepeuzeld heeft. Ja, zo doen we hier met kindertjes die niet eten willen. Hé... en de coördinator heeft ook alles laten staan! Bent u ook ziek? coördinator: Met mij is het een ander geval. Jaap: Aha. (zoemer) Dirk: O, ‘k hoor de zoemer. ‘k Ga naar boven. Jaap: Nou, klauteren dan maar, Dirk. In tien minuten ben je d’r wel. Joost: Jaap, hou nou maar op, hè. Dirk: Ah, laat ‘m maar kletsen, Joost. Zo, ik kan het ook met één sprong. Hup! Jaap: Jongens, daar gaat ie: start van de Alpha nummer 3. Huub: Dirk! Je komt naast het luik! Dirk: O! (pijnkreten) Jaap: Sprong gelukt, kop gestoten! Huub: (lachje) Ja! En nu komt ie van de weeromstuit terug naar beneden. Dirk: Houden jullie op met dat gelach! Auuw. Jaap: Ja, aauuw. Dirk: O, m’n kop rinkelt. Jaap: Ja, jochie, dat komt ervan als je je zo voor Els zit uit te sloven. Joost: Nou, stop ‘ns even allemaal, hè, en luister. Ik hou niet van orders uitdelen, maar dit is er een. Iedereen neemt gewoon de trap, en geen verdere stunts. (zoemer) Schedel- en polsfracturen kunnen we hier niet gebruiken. Huub: Inderdaad Joost, zoiets moet geoefend worden, zodra we d’r rustig de tijd voor hebben. (zoemer) Dirk: Ja ja ja ja ja, ik kom al! Hè... die aardcontrole gunt ons weinig rust, hoor! Benieuwd wat ze nou weer voor een lolletje hebben. Joost: Wat ga jij doen, Jaap? Jaap: Nou, ik dacht, met de coördinator mee naar beneden. Misschien kan ik de dekplaat van die gereedschapsbergplaats afpikken om een zesde kubikel te maken, of wou jij eeuwig liggen opgebaard op dat luchtbed? Joost: O, daar zit misschien wat in, ja. Ja. En wat nog belangrijker is: probeer ook zo gauw mogelijk een extra veerstoel te versieren. Dan ga ik ook naar het controledek. Els: Huub? Huub: Mm? Els: Huub, ga jij nou ook niet weg? Hè, vertel ‘ns, wat is al dat.. dat groen aan de wand? Het… het lijkt wel behang van fluweel. Huub: (lachje) Geef me dan maar een hand, Elsje, dan vaar ik je d’r naartoe. Els: O ja, dat is gezellig. Dwars door de lucht! Enig! Zo! Zeg, van dichtbij lijkt het... lijkt het wel mos. Huub - Het zijn onze algen. Beneden zijn alle tanks er ook mee begroeid. Luchtalgen, met zuignapworteltjes. Die nemen ons uitgeademd koolzuur op, plus de waterdamp die te veel is, en geven er zuurstof... Joost: Huub! Kom ‘ns boven. En Els ook. Els: N-naar boven, Huub. Huub: Nou, jammer dan. Els: Jammer? Welnee! Boven ken ik het nog niet! Ik... ik ben reuze benieuwd naar jullie leeuwenhol. Huub: Zo. Alweer aan m’n hand dan. Els: Nee nee... ‘k Zal nu maar eerst ‘ns alleen gaan, vind ik. Huub: Oho, ik eet je heus niet op, hoor. Els: Mm... ’t Begint met een hand en voor je ’t weet… Nou… Dirk: Joost vraagt waar je blijft, jullie twee. En als je toneel wilt spelen, nou, dat kan je ‘t hier ook komen doen. We zijn net in de stemming. Huub: Ja ja ja ja ja, we komen al.
Huub: Kijk, Elsje, hier is nu het stuur- en controledek. Els: O, wat enig is het hier! Net een stel elektrische orgels in het rond. Joost: Ik heb een minder prettige boodschap, lui. Ah, daar zijn de coördinator en Jaap. Jaap: Nou nou, wat een gezichten van azijn. Wat heeft de aarde nou weer uitgekiend? Joost: Stil. Aardcontrole schakelt ons over naar... kwizbaas: Ja, en hier ben ik. Even voorstellen: Daniël Kristense, kwizbaas van de R.C.O.O.[14] Jaap: Uitgedobbeld: dubbel O. Dirk: Stil, Jaap. kwizbaas: Kijkt u er mij alstublieft niet op aan, mensen, ik doe alleen mijn job. De inleidende commercial is nu aan de gang. Over... ‘ns kijken... ja, over een paar minuten gaan we over naar de grote zaal, waar iedereen nu zit te trappelen om jullie eerste forum te zien. Dirk: Kijenkivics zal ze halen met die Reclame Cultuur Dubbel O! kwizbaas: Ja, in vertrouwen, ik denk er net zo over jongens. Ik sta geheel aan jullie kant, maar elke job die gedaan moet worden is waard goed te worden gedaan. Eh... eh... Captain Ros? Joost: Ja? kwizbaas: In de eerste plaats moeten uw mannen zich opstellen. Ik zie er twee in de lucht hangen, waarvan één ondersteboven. Ja, en de coördinator bevalt me zo helemaal niet. Uw diverse standen werken verwarrend en zijn onnatuurlijk. Joost: Nou, het is hier grote mode, gelooft u mij. kwizbaas: Ja, het beste is dat u één van uw mannen een stoel naar boven laat halen. Zo’n ding staat, meen ik, op zuignappen, nietwaar? Joost: Jaap, fiks dat ‘ns. Jaap: Mm. kwizbaas: En dan gaat u, juffrouw, u gaat daarop zitten. Ja. Ja, u bent de beroemdheid geworden, het focus. U, heer Ros, als captain, gaat achter haar staan. Beetje beschermend, hè? Kijk, daar komt de stoel. Jaap: Stoel! Els: Nou, zo... Dan ga ik zitten, hè... O nee, nee nee nee nee, ik kan m’n gesp zelf wel vastmaken. Dirk: Ja? Goed. Els: Zo. kwizbaas: Meneer Ros, erachter nu. En u vieren groeperen zich twee aan twee links en rechts, in een halve cirkel. Joost: Hou je aan elkaar en aan mij vast, lui, anders zeil je weg. Dirk: Nou ja, ‘t is gewoon geschift... Geschift is het! Jaap: Is er ergens... is er ergens een lelie te vinden? Kunnen we Els in d’r handje zetten. Huub: ‘t Zal een aardige foto worden. kwizbaas: Ja. Zo heb ik u allemaal in het beeld. Een beetje naar elkaar toe, alstublieft. Zes personen tegelijk is nogal veel, ziet u. Alleen, meneer Ros, kunt u iets doen aan uw tint? Joost: Aan wat? Jaap: Uw tint. kwizbaas: Uw tint, die is te wit. Dat geeft een blauwzweem. Joost: Als m‘n gezicht u niet bevalt, ik… ik heb geen ander. Jaap: Stuur maar een tubetje benenbruin. kwizbaas: Nou ja, dat fiksen we wel. Eh... een andere vraag is: kunt u acteren? Joost: Slecht, zoals u hoort. kwizbaas: Houdt u hier dan rekening mee: natuurlijk krijgt u de meest onnozele vragen. Net als wij. Glimlacht u gewoon, wat u er ook van denkt. En dat geldt ook voor de anderen. En geeft u alsjeblieft reactie. De een beantwoordt een vraag, terwijl de anderen ernstig nadenken. U discussieert er dan over, liefst in... in een plezierige toon. Eh... juffrouw Els... Els: Ja, meneer de kwizbaas? kwizbaas: Bedenkt u eh… vast wat, want de hele wereld wil per se weten hoe u in het schip bent gekomen, en waarom. U bent het topnummer van de “Twentex halfuurshow”. allen: Asjeblieft... nou… Joost: We zullen je wel beschermen, Els. Dirk: Ze laten dat kind met rust, hoor! Els: O jee, Dirk, het is juist enig! Dirk: Wat? Els: Stel je voor! M’n hele school die zit vast te kijken! kwizbaas: Goed dan. Denkt u eraan: natuurlijk, belangstellend, teamgeest, reactie. Over een paar seconden over naar de studio. Joost: Wacht even, mannen: geen woord over dat stinken, hè? Order van aardcontrole. Huub: Ja, maar wat-wat-wat wat moeten we dan zeggen? Joost: Niks Dirk, Elsje is onze redding. Els: O, maken jullie je maar geen zorgen, hoor! Je zult er paf van staan wat ik allemaal kan verzinnen! coördinator: Wat dat betreft, daar ben ik wel zeker van, heren. Els: Coördinator, wat doet u weer somber. O, stil, jongens, daar heb je ‘t al. (applaus) O, een hele zaal vol! kwizbaas: Het eerste, dames en heren in de Alpha, hier op het podium, in de zaal, het eerste forum van het heelal! Dit brengt ook de NV Twentex, sponsor van deze commercial, met één slag aan de top. Mede van u, Captain Joost Ros, van uw mannen en vooral de charmante verstekelinge mejuffrouw Van Meeteren, hangt het af of dit forum van de NV Twentex een succes wordt. U kent het beproefde recept: uit vele kandidaten zijn bij loting gekozen één dame en twee heren. Zij stellen u vragen. De zaal applaudisseert bij elke vraag. Het applaus wordt gemeten en de prijzen in volgorde van applaus na afloop bekend gemaakt. De prijzen, dames en heren, bestaan natuurlijk uit topproducten van Twentex. Ik zie hier op m’n lijst een keuze uit superwasautomaten, robo’s, tuinegalisators, plasti-wandbekleding voor uw gehele woning, haha!, zelfs een geheel gemeubileerd automatisch zeiljacht met starttorpedo’s en al!! (applaus) Maar de grootste prijs van alles, die heb ikzelf getrokken, (lacht) namelijk: de eerste vraag aan deze wereldberoemde mannen, die met doodsverachting... Dirk: Zeg, doe me ‘n een lol... kwizbaas: Haha, meneer Dirk zit al te popelen. Dirk: Hè? kwizbaas: Wel, U als eerste slachtoffer dan maar. Waarom hebben wij nooit - heren Dirk, Jaap, Huub - uw familienaam gehoord en wel die van Joost Ros en Dr. Thomson? (applaus) Het applaus telt niet mee voor de prijzen, maar u hoort het wel: de zaal ondersteunt de vraag. Wel, meneer Dirk? Dirk: Eh... ja ja... wat-wat-wat-wat wat moet ik zeggen? Nou ja, eh… Ros en… en de coördinator, eh… hebben geen familie. Die... die kunnen ze dan ook niet... niet lastig vallen. kwizbaas: (lacht)... Die zit! Dirk: Ja, die zit. kwizbaas: En hier, dames en heren, stel ik u voor, eh... hoe is uw naam? vrouw: Van Doorn, meneer. kwizbaas: Van Doorn. Hoe oud bent u? vrouw: Zevenenveertig, meneer. kwizbaas: Zevenenveertig jaar. En hoeveel kinderen heeft u? vrouw: Twee, meneer. kwizbaas: Mooi! U hebt een vraaglot getrokken, nietwaar, en nu staat u hier. vrouw: Ja, meneer. kwizbaas: Hebt u al een vraag bedacht? Geen technische denk ik. vrouw: Ach ja, ach, die technische dingetjes, tja, wat moet je d’r eigenlijk van vragen? kwizbaas: Dus, dat meisje, mejuffrouw Els, komt zogezegd voor u als uit de lucht vallen. vrouw: Ja, en ik wil vragen: hoe. kwizbaas: Daar staat ze op het grote scherm in drie dimensies! vrouw: Juffrouw? Els: O, gussie, ik ben pas zeventien. Zegt u maar Elsje, hoor. vrouw: Nou eh..., Elsje, m’n man en m’n zoons, iedereen vraagt z’n eigen af: kind, hoe ben je in het schip gekomen,? D’r was toch een heleboel bewaking? (applaus) kwizbaas: Dat is inderdaad een mooie vraag! U zit in de prijzen, mevrouwtje, en na de show mag u trekken. Eh… juffrouw Els? Els: Eh... ik eh... ja eh… Joost: Een ogenblik, meneer. Ligt dit niet op het terrein van de security? kwizbaas: Huh. Gelukkig leven we niet meer in 1950-1960, het is weer een vrij land hier. Dus, Elsje, hoe ben je zo stiekempjes in die Alpha gekomen? Els: O... doodeenvoudig. Ziet u, bij nacht zien alle katjes grauw. (gelach in de zaal) kwizbaas: Goed! Uitstekend! En ik denk dat u geen katje bent om zonder handschoenen te worden opgepakt. (lacht) Els: Ze hebben het in elk geval niet gedaan. kwizbaas: Goed zo! De volgende vraag. Eh... meneer, uw naam? man: Chris van Bergen. kwizbaas: Chris van Bergen, uw beroep? Chris van Bergen: Kantoorbediende, achttien jaar. kwizbaas: Hoeveel... pardon, natuurlijk niet. Eh… jongeman... ik zal maar zeggen: Chris, hoe luidt je vraag? Chris van Bergen: Eh… nou, eh… om even aan te sluiten bij mevrouw Van Doorn, eh… dat was een toffe stunt van je, Els. Eerst moest je je verbergen, maar tegelijk zo dat je de versnelling overleefde, hè. Ik wou vragen: hoe heb je dat klaargespeeld? (applaus) Els: Nou, ook al eenvoudig hoor: ik had een goed opblaasbed meegenomen en ik wist dat onder in het schip een... een soort eh… een soort lange gereedschapsruimte was, waar ik in moest passen. (applaus) kwizbaas: Mooi! Dat is uitstekend… Prachtig!... Heel mooi!... Goed! En zo te horen aan het applaus wordt het misschien wel een tuinegalisator. En dan nu de volgende vraagsteller. Die is vast uit op een nieuwe robo. Ik zie de ogen achter uw bril al glinsteren. Hoe is uw naam, meneer? man: Van der Meijde, laborant, 53 jaar, geen kinderen. kwizbaas: (lacht) Hoe kon u raden dat ik dat vragen wou? Els: O, is dit niet enig! Van der Meijde: Mijn vraag, meisje, bestaat uit een paar delen. Els: Ja? Van der Meijde: Ik heb diepe bewondering voor uw durf. De hele wereld heeft met spanning uw salto mortale meebeleefd, maar mijn vrouw en ik hebben wel gezegd: “Ja, dat komt ervan, hè, als een vader z’n enige dochter op het werk meeneemt.” Eh… toen u alleen daar dan zo alles van binnen in het schip had gezien, moest de verleiding dan toch wel groot worden? Els: O, nee nee nee, de schuld van m’n vader is het echt niet! Ik mocht zelfs nooit in blok 17 komen. Dat... dat is het eigenlijke lanceerterrein. Van der Meijde: O, u bent dus op uw eigen verantwoording maar een kijkje gaan nemen die nacht, hè? Eh… u dacht: als die Alpha weg is, weet ik nog niet hoe die d’r van binnen uitziet, wel? Els: Ja... Zo ongeveer. Van der Meijde: Ben jij, Elsje, nou wel helemaal eerlijk? kwizbaas: Maar meneer Van der Meyde, zo’n vraag aan die jongedame te stellen! Van der Meijde: M’n vraag, kwizbaas, moet nog komen, namelijk deze: hoe wist jij, Elsje, van tevoren zo zeker dat je in die kist zou passen, zoals je tegen Chris van Bergen hier zei, wanneer je nog nooit in het schip was geweest? (applaus) kwizbaas: Inderdaad! Dat klinkt wel naar een robo voor deze zeer intelligente contestant. Els: Ja, ik eh... ik weet niet… niet helemaal... kwizbaas: Wel? Huub & Jaap: (proberen haar te souffleren) De blauwdrukken! De blauwdrukken! Els: Ja, ik... ik weet het anders heus wel, hoor. Ja, ik herinner het me nu. Eh... d’r was zo’n… zo’n papier op vaders tekentafel, met... met... met de afmetingen d’r op. (zaal joelt ongelovig en lacht) kwizbaas: (lacht) Ik stel voor... ik stel voor, meneer Van der Meijde, dat u deze pijnlijke vragenserie maar dropt en een B-vraag neemt. Van der Meijde: Wel eh... je was er bijna uitgezet, m'n kind, maar vertel eens: wie van de bemanning kreeg dat lumineuze idee om je vader een hulpmissiel af te persen? (applaus) kwizbaas: Wel? Ja, en nou zit ze in de kring rond te kijken... naar haar eigenlijke redder... Die heeft zeker een premie verdiend. Jaap: Een zakdoek om de zweetdruppeltjes af te vegen. Huub: Nou eh… kwizbaas: Nou, Els? Els: Nou, ik heb er geen spijt van dat ik het gedaan heb. Eh… ja, eerst wilden ze me d’r uit zetten, ze duwden me de luchtsluis in… Dirk: Bij Kijenkivics! Els: …maar toen kregen ze ineens spijt, en ja, eh… dat gaat zo, hè. Maar eh… dat missiel, dat hebben ze met z’n allen verzonnen. Ja. Zo is nou een eh... team, hè. (applaus) kwizbaas: Prachtig! Dat is fantastisch! Maar ik hoor nu ook dat onze eerste contestante, mevrouwtje Van Doorn, nog een vraag in petto heeft. Laat u ‘ns horen, mevrouwtje. vrouw: Ja, het... het is iets dat iedereen wel zal willen vragen: waarom, Elsje, heb jij je eigen in dat schip verborgen? Je wist toch hoe gevaarlijk het was? Els: O, ik wilde het eerste meisje in de ruimte zijn. (gelach in de zaal) kwizbaas: Aha! Aha! Maar ik heb gehoord dat je juist ontzettend bang was geworden. Je ging zelfs weg naar-naar-naar-naar-naar? Groningen. Els: Iets eh... ja... iets maakte dat ik terugkwam. Joost: (kucht nadrukkelijk) Els: Ik weet niet precies, he... Joost: (kucht nog eens nadrukkelijk) Els: Wat is er, captain? Joost: Nee, zomaar, zomaar. kwizbaas: Ja ja ja ja, je aarzelt! Els: Nou ik eh… goed dan: misschien was er nog een bijzondere reden. kwizbaas: Ha ha. Ik zag de captain zich over je heen buigen. Wel, wat was die reden, of wie? Weet u het misschien, Captain Ros? Joost: Ik weet werkelijk niet waar u op zinspeelt, meneer. kwizbaas: Of weet Dirk het? Dirk: Hè? kwizbaas: (lacht) Kijk ‘ns, Dirk bloost zowaar... Van der Meijde: Als ik nog iets zeggen mag? kwizbaas: Gaat uw gang, meneer Van der Meijde. Van der Meijde: Kennelijk heeft onbewust één van deze kloeke mannen of misschien zelfs de coördinator haar hartje geraakt, en Elsje als zeventienjarige heeft recht op haar geheimpjes. Laten we die niet verder de duimschroeven aanzetten. (applaus) kwizbaas: Ja, de zaal... de zaal is het met u eens, meneer. En bovendien, de tijd is om. Dus hiermede, kijkers in Nederland en over de gehele wereld, beëindigen we deze eerste unieke uitzending en nemen wij afscheid van u, Alpha- forum. Wij schakelen nu over.
Huub: Hè hè hè! Joost: Of het nooit tot een eind kwam! Dirk: Nou, zeg. Wat een streek, wat een streek dat kind zoiets te laten zeggen. Jaap: O, dat hadden we trouwens kunnen weten, nietwaar. Reclame, glamour girls en romantiek lopen door elkaar als Jut en Jul. Joost: Pas op, stil, daar komt... daar komt die kwizbaas apart. kwizbaas: Nou mannen, jullie zijn reuze kerels, hoed af, maar van dit vak moet je nog alles leren. Ja, zelfs Dr. Thomson. Jullie hebt erbij gezeten, nou het was vreselijk: geen reactie, geen interesse, met snuiten als gerookte bokkingen. Ja, ik kan er niets aan doen. Een forum, neemt u het van me aan, is geen depot van spoorbielzen en geen galerij van wassen beelden. Ik weet wel dat u helden bent, maar in een commercial moeten we zoiets opschroeven, moet ik dat verkopen. Twentex dokt er 50.000 credits voor. Joost: Dirk, kap die vent. Dirk: Nou, graag, hoor! (schakelt uit) Zo, nou moeten we ook ‘ns met haar praten. Joost: Dat zeker, ja. Elsje, we begrijpen allemaal dat het niet makkelijk was, met die vragen, hè... Hé, waar is Jaap gebleven? Huub: Hij brengt die stoel weer naar beneden. Joost: Oh. Huub: Hé, kijk nou ‘ns, wat daar naar boven komt. Els: (kreetje van verrassing) Ah, een toeteltje! Dirk: Wat? Da’s een kanarie. Een kanarie! Wat is dat nou? Els: Enig! Joost: Ik dacht dat we nu alle verrassingen wel hadden gehad. Huub: Ik vrees nog lang niet, hoor. Jaap: Kijk ‘ns even, kijk ‘ns even, daar ben ik. Kijk ‘ns, dat is nou mijn verstekeling, hè? Pipo. Kijk ‘ns, kijk ‘ns Pipo, hè, hoe voorzichtig ie het doet... Hij denkt dat ie valt, hè, dus spreidt ie z’n vleugeltjes. Els: O. Jaap, wat een toeteltje! O, kom dan! Jaap: Toeteltje? Hè? Pipo heet ie, geen Toeteltje. Els: Nee, ik noem 'em toeteltje. Joost: Jaap, hoe haal je ‘t nou in je hoofd? Het gewicht is toch niet inbegrepen! Jaap: O, jawel, jawel, in mijn persoonlijke bagage van een pond. Zo hebben we tenminste nog een beetje... een beetje huiselijkheid, hè. Els: En ik zal ‘m verzorgen. Toeteltje! Toeteltje! Jaap: Pipo! Els: Kijk ‘ns hoe die in de lucht hangt te zingen. Joost: Nou ja, goed dan, goed dan, goed. Maar eh... ik was jou wat aan ‘t vragen, Els. Els: Eh… ja, Joost? Joost: Hoor nou ‘ns. Je moest je d’r uit redden, dat weet ik. Alles goed en wel, maar bij een volgend forum, of hoe ze het noemen, moet je dat rechtzetten. Dirk: Ja, natuurlijk! We stonden allemaal voor schut. Els: Voor schut? Waarom? Dirk: Ja, waarom eh… waarom eh… Jaap: Ja ja ja… ja ja, laat Jaap het nou maar ‘ns effe uitleggen aan de baby. Nou, moet je ’ns kijken, hè... Kijk ‘ns: wij maken een tochie naar de ringen van Saturnus. Da’s wel leuk, nietwaar, maar een pietsie gevaarlijk, nietwaar? Eigenlijk te gevaarlijk om er een lollige boel van te maken. En hadden we nou allemaal nog van die soldatenpetjes op, nietwaar, dan leek het nog iets, maar van dat... van dat stoere, dat is er niet bij. Nee, daarvoor in de plaats hebben ze d’r een reclamestunt van gemaakt en voor we het weten wordt het nog een operette, een operette met jou als leading lady, desnoods, zusje. Dus maak van ons toch niet helemaal een paskwil, hè? Els: Nou ja, Joost… Joost: Ja. in ernst, Els, we gingen ondanks het gebrek aan gewicht wel zowat door de grond. Dirk: Ja, wer-wer-werkelijk ... met die idiote verzinsels van je. Ja, je..., als je dat ons nog één keer levert ... Els: Hè, Dirk... Idiote verzinsels, zei je. Hoe weten jullie nou allemaal zo zeker dat het een... een verzinsel is, hè? Dirk: Wat zeg je? Jaap: Jongens, laten we nou eerlijk wezen. Daar hebben we om gevraagd. coördinator: Heren, dit is uw tweede tijdbom. Alleen, deze zult u niet zo gemakkelijk kunnen elimineren. Els: Wat? Wat zegt u nou, coördinator? Een tweede? U… u hebt toch nog geen bom aan boord gehad? Joost: Toch wel, Elsje, even voor we jou ontdekten, moesten we een tijdbom uit het schip werken. Jaap: Ja, ja, ja, het scheelde geen haartje of eh... jij was in je kistje gebleven. Els: Wie heeft dat gedaan? En... hoe-hoe-hoe-hoe noem je zo’n man nou ook weer... Joost: Een saboteur, Els. Eerst dachten we dat ie in ’t schip zat. Daardoor vonden we jou. Els: O... ho... wat een... wat een geschiedenis, zeg! O, lieve help, wie kan er nou zo gek zijn om een bom te leggen? ‘t Is gewoon ouderwets. Joost: Maar zeer efficiënt. Enfin, Ik ben blij dat jij en niet de saboteur in het schip zat. Jaap: Nou, een geheime agent waarschijnlijk, van een niet nader te noemen grote mogendheid. coördinator: Op dit laatste punt, heren, dwaalt u. Jaap: O ja? Hoe bedoelt u, coördinator? coördinator: Dat wat uw captain reeds lang heeft vermoed: dat de grote mogendheden gezamenlijk achter dit project staan. Huub: Dat verklaart de geldmiddelen. Jaap: Maar niet de urgentie of die reclame. Dirk: Of die bom. coördinator: Dit laatste probleem is voor u het meest dringend: de saboteur is nog niet ontdekt. Jaap: Nou, als het dan geen geheime agent is, dan is het natuurlijk een maniak. Maar ze vinden ‘m wel... Oho ja, die knapen van de veiligheidsdienst die hebben een lange arm, dat beloof ik je. coördinator: Helaas niet lang genoeg. Mag ik u een vraag stellen, captain? Joost: Gaat uw gang. coördinator: Wanneer, captain, zijn de luiken gesloten? Joost: Gisterochtend, tien uur precies. Maar wat heeft dat met het onderwerp te maken? coördinator: Heel veel. Wat hebt u, Huub, daarna eerst gedaan? Huub: M’n apparaten nagezien. coördinator: Ook de stuurautomaat? Huub: Uiteraard. Samen met Dirk. coördinator: Wanneer was u daarmee gereed? Dirk: Zeg, wat betekent dat gevraag? Joost: Stil, Dirk. Nou Huub, hoe laat? Huub: Ongeveer half elf. En daarna heb ik... Joost: Hebben jullie ‘m open gehad? Huub, zeg op. Huub: Ja, ja, als ik iets doe, doe ik het goed. Joost: En... en d’r zat niets in? Niets bijzonders? Huub: Dan zouden Dirk en ik het toch direct gemerkt hebben? Joost: Huub, in vredesnaam, je bent er zeker van? Je kunt je niet vergissen? Huub: Ik zeg nooit zomaar iets, dat moest je toch weten, Joost. Om bij half elf zijn we met de stuurautomaat begonnen, volgens de lijst voor de pre-flight check. Ik heb ‘m geopend en d'r zat alleen in wat erin hoorde, niks anders. coördinator: Ergo, Captain Ros, de bom moet later zijn geplaatst, na half elf, dus minstens een half uur na het sluiten van de buitenluiken. Joost: Door... door iemand in het schip... Huub: Maar Els is niet hier geweest. Dirk: Nee, Els kan het niet gedaan hebben. Huub: Nee, natuurlijk niet. Dirk: Nee. Joost: De enigen die zich hier bevonden... waren wijzelf!... coördinator: En dit is nu het punt waarop ik uw aandacht had willen vestigen, Captain Ros. Joost: U wilde zeggen, coördinator: er is geen saboteur aan boord, maar een maniak, en hij bevindt zich… onder... ons! coördinator: Juist. Vindt u niet, heren, dat dit ons team in een nieuw licht stelt? ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (4/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven. [1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762) [2] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [3] geboren te Amsterdam op 29/06/1936 [4] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515) [5] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [7] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167) [8] nog geen gegevens [9] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [10] geboren te Utrecht op 17/12/1925 (Code TIN: 682) [11] geboren te Rotterdam op 13/03/1908; overleden op 19/10/1987 (Code TIN: 1275) [12] geboren te Heiloo op 19/06/1942 (Code TIN: 3161) [13] geboren te Amersfoort op 04/01/1909; overleden in 1985 [14] Verenigde Reclame- en Culturele Omroep-Organisaties
|