TESTBEMANNING

DEEL 8: NOODLOTTIGE MANOEUVRE

Carl Lans (1913)

uitzending: KRO, zondag 19/11/1961 (herhaling: woensdag 07/06/1989)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling: [afkondiging ontbreekt; wel in de Katholieke Radio- en Televisiegids]

- ir. Reitsema: Wam Heskes ([2])

- Gerda: Irene Poorter ([3])

- Joost Ros, captain: Johan Walhain ([4])

- Dirk, elektronicus: Paul Deen ([5])

- Jaap, cyberneticus: Jan Borkus ([6])

- Huub, navigator: Frans Somers ([7])

- Els: Nora Boerman ([8])

- coördinator: Jo Nobel ([9])

- kwizbaas: Rijk de Gooyer ([10])

technische gegevens: 30'22" - 20,8 MB - mp3

 

 

Gerda: Eh... voor u gaat dicteren, meneer Reitsema…

Reitsema: Mm.

Gerda: Hoe is het afgelopen? Ze zaten gevangen in het woondek. De tussenluiken gingen automatisch dicht…

Reitsema: Ja.

Gerda: …en ze hadden niks om dat meteoorgat mee te stoppen?

Reitsema: Ja, hier zie je nu, meisje: het grote risico van wantrouwen in een team. Toen Els gilde dat er op haar was geschoten, hadden ze direct moeten begrijpen dat er een meteoriet was ingeslagen.

Gerda: Tja…

Reitsema: Nu verpraatten ze hun tijd, terwijl de lucht wegstroomde. De tussenschotten sloten zich automatisch, terwijl hun plugs om gaten te stoppen nog in het machinedek waren. Bijna was het te laat geweest...

Gerda: Maar ze zijn toch gered?

Reitsema: Ja, volgens het dagrapport van de Alpha stopte Jaap eerst het gat provisorisch, maar dat kon ie niet lang volhouden. Toen schoof het onderste veiligheidsluik naar het gyrodek open.

Gerda: Ineens?

Reitsema: Nou, de coördinator beneden had eenvoudig de luchtdruk bij hem ook laten zakken. De automaat reageert immers alleen op drukverschillen.

Gerda: O ja.

Reitsema: Zodoende kon de coördinator de opgesloten bemanningsleden op het nippertje de plugs bezorgen om het gat te dichten.

Gerda: Tjonge.

Reitsema: Ja, nogal ironisch, want ieder dacht, toen het mis ging, het eerst aan een streek van de coördinator.

Gerda: Ja... Hij... hij hoort er eigenlijk niet bij... bij hun vieren. Hij… hij is niet wat je noemt “in”.

Reitsema: Nee… En, tenslotte, één van de vier is niet te vertrouwen.  Wel, ‘t is een gevaarlijke puzzel en inmiddels is er een nieuwe bijgekomen...

Gerda: Wat?

Reitsema: Een soort gaswolk die ergens in het veld van hun radar is verschenen.

Gerda: Gaswolk?

Reitsema: Mm.

Gerda: Die kan toch zeker geen kwaad?

Reitsema: Als het een gaswolk is. Bovendien staat de bemanning straks weer één van onze verrassingen te wachten.

Gerda: Goh! Dus weer zo’n forum! Dat geplaag met die gekke commercials...

Reitsema: Ja, maar dit keer heeft de basis het uitgedokterd.

Gerda: De basis?!

Reitsema: Ja! De psychiatrische ploeg van Dr. Heukelom wil de bemanning als geheel bestuderen, neem ik aan, want er is nog meer gebeurd in die tussentijd.

Gerda: Hè?

Reitsema: Vorige nacht is de luchttoevoer naar het woondek ontregeld geweest.

Gerda: Ai!...

Reitsema: Ja ja. Enfin, schakel de scribiteur maar in.

Gerda: Hij draait, meneer.

Reitsema: Mooi. (schakelt in) “Op dit ogenblik, zondag 25 juni, ongeveer 13 uur, terwijl ik het verslag over de Alpha gereedmaak voor uw maandagochtendblad, is het schip dat wij met bange zorgen volgen, ongeveer zestig miljoen kilometer van de aarde verwijderd en reeds een flink eind op weg naar de baan van Mercurius onder een zuidwaartse hoek van de ecliptica van acht graden…”

 

coördinator: Het is geen verwijt, Captain Ros, alleen interesse in uw merkwaardige groep. Tegen alle reden in nam u aan dat ik de boosdoener was die een schot loste en vervolgens de tussenschotten sloot. Met deze gevoelsreacties verspeelde u kostbare tijd en daarmee bijna uw leven.

Joost: Ja, opnieuw, coördinator, ben ik u een excuus schuldig.

coördinator: Alweer bent u mij niets schuldig, captain. Uiteraard staat u hier voor vele problemen, daargelaten nog uw persoonlijk vraagstuk.

Joost: Wat... wat bedoelt u met die laatste opmerking?

coördinator: Eenvoudig dat u lijdt aan een vorm van ruimteziekte. U kunt niet eten en niet rustig slapen. Heeft het koolzuurpercentage in de lucht hiermee wellicht van doen?

Joost: Ja, wacht ‘ns even! Gisterennacht toen die... toen die luchtcirculatie ontregeld was...

coördinator: Of werd... U had één van uw hevigste nachtmerries, heb ik vernomen...

Joost: Als een verhoogd koolzuurpercentage zoiets bevordert, dan moeten we ‘t omgekeerde bereiken met verhoging van het zuurstofpercentage. Nou, dan laten we voortaan het licht in het woondek branden, want dat activeert de zuurstofalgen, ook ‘s nachts. Ha, het zou een heel gewone oplossing zijn.

coördinator: Wellicht even gewoon als uw probleempje daar boven op het proxyscherm?

Joost: O, dat is een onschuldige kosmische gaswolk.

coördinator: De heer Huub verkeert daarover in dubio.

Huub: Inderdaad, coördinator, want de snelheid van de wolk bevalt me niet.

coördinator: Maar u weet niet waarom?

Huub: Als je lang genoeg in mathematica zit, voel je op een afstand een paradox aankomen. Die wolk is een paradox. Maar waardoor?

coördinator: Dus... de snelheid alleen, heer Huub?

Huub: We lopen die wolk schuin achterop en halen haar in door ons snelheidsverschil van 25 kilometer per seconde. Maar de afstand - ziet u maar ‘ns hier - de afstandsmeter levert geen indicatie.

coördinator: De naald schommelt. Heer Dirk, kan de indicator defect zijn?

Dirk: De wijzer hier op mijn bord hier schommelt ook. Elektrisch is alles okay, of heeft er hier iemand zitten... Waar is Jaap eigenlijk?

Joost: Ach, Jaap is bij Els, voor nieuw verband.

Dirk: Dan had ie al lang terug kunnen zijn!

Joost: Ja, het valt anders niet mee! Z’n handen zien d’r uit! Nou, Jaap heeft wel een ridderorde verdiend.

 

Els: Nou, Jaap, ik vind echt dat ze je wel een lintje mogen geven.

Jaap: (lachje)

Els: Is eh... dit de brandzalf?

Jaap: Nah, dat kun je d’r voor gebruiken, ja.

Els: Ah, goed.

Jaap: Lintje? Waarvoor? 't Ging immers ook om m'n eigen hachje. ‘t Is hier alles even functioneel: geen knopendoos, geen rommelkoffertje. ‘k Had niks tegen dat lek bij de hand als ditte.

Els: (lacht) Niks bij de hand! O Jaap, je bent enig. Ja, en vooral knap. Nou, geef nou die hand ’ns hier.

Jaap: Nou nou… (lachje) Zo knap… Nou ja...

Els: O! Jij dacht eh... Nee, ik bedoel: verstandig. (lacht) O, die akelige blaren zijn nog steeds griezelig! Bijna zwart. Zielepoot...

Jaap: Nou, doe die zalf d’r nou maar op. Ik sta te krimpen!

Els: Nou, hou dan je handen stil…. Zo…. Nou de zalf… Zo…  Zeg, ik geloof dat... dat Dirk je een beetje verdenkt. Maar je bent veel te aardig en makkelijk om zo... zo… zo’n maniak te zijn.

Jaap: O, maar dat zegt niks. Nee, ik heb wat zitten grasduinen, vroeger, in medicijnen en psychologie. Mensen, zie je, mensen zijn vaak net als eiken triplex: een mooi laagje d’r bovenop, maar daaronder hebben ze nog meer laagjes... Doe d’r maar een flinke kwak op... Op… op... op m’n handen, natuurlijk.

Els: Goed. Zo, hè? Ho, dus jij bent van binnen misschien juist erg somber?

Jaap: In elk geval dan toch getikt.

Els: Hè? Wat zeg je?

Jaap: Ja. Ja ja. Hè, kijk nou waar je smeert! Dan komt die zalf op m’n polsen.

Els: Oh! O ja. Zeg, maar wat zei je nou?

Jaap: Nou, ik zei: getikt. Ga maar na, hè: mechanic met een luizebaantje bij de Metro bij Rotterdam. Da’s nou Japie. Japie krijgt de pest aan de airconditioning, met die parfum van oliedampen, transformatorluchies... Japie hield zo van z’n gemak dat ie een paar apparaatjes tekende voor een nieuwe klimaatregelaar, omdat ie toch niks beters te doen had toevallig. Heppeta! Zat Japie op het ruimteproject, midden in de spoedopleiding. Nou, ik werkte me een beroerte, Els. Maar ‘k vond ’t leuk, wou met alle geweld mee de ruimte in, net als de anderen. Ja… Nou wouden we (lachje)dat we d’r uit waren.

Els: Ja.

Jaap: Getikt, hoor, wij allemaal ergens… Getikt om iets onmogelijks te willen doen: ruimtevaart. Hier, hier, zeg, neem dat pakje maar.

Els: O, dat daar?

Jaap: Ja ja. Trek het touwtje d’r maar uit.

Els: Ja. Zo…

Jaap: Zo wordt het een zwachtel.

Els: O, ja! Nou, kom dan maar. Zo…

Jaap: Ja. Au! En onder ons, vier getikten die hun leven vergokten om te slagen, zit er één die een omgekeerde klap van de molen beet heeft, die z’n leven vergokt om het project te laten kelderen… en aan wie je net zo min wat merkt. (lachje) Snap je, Els, waarom dat zo moeilijk is onder lui als wij zo’n vent te vinden?

Els: Ik geloof van wel, Jaap.

Jaap: Mooi. Draai dan die zwachtel om m’n hand. Nee, kruislings! Ja...

Els: O... zo?

Jaap: Ja, prachtig!

Els: Ja, maar van... van Joost geloof ik zoiets toch nooit. Hij lijkt me zo...

Jaap: ...van het goeie hout gesneden? En toch is het bij hem niet alleen eiken!

Els: Nee nee, Jaap, nee, dat vind ik niet aardig, nee.

Jaap: Versta me nou effe goed, nietwaar: Joost heeft me altijd een fidele kerel geleken: hij is... hij is humaan, hij kan conflicten gladstrijken, hij kan leiding geven zonder tegen je schenen te trappen. Nee, maar eh… sinds we opgestegen zijn, is ie toch wel anders.

Els: Nee, nee, dat is door z’n nachtmerries en ruimteziekte, denk ik.

Jaap: Weet je, Joost, hè, Joost heeft iets... iets... iets van binnen dat eruit wil. Af en toe dan kijkt ie of ie iets ziet. Ja, een geestverschijning... Voel je wat ik bedoel?

Els: En toch is Joost erg sympathiek!

Jaap: Goed, prachtig... Maar wat is ie nog meer?

Els: In elk geval is Joost aardig voor mij, en jij wordt echt onaardig.

Jaap: Nou, dat komt alleen omdat je... omdat je dat verband… au!... zo stijf aantrekt.

Els: Hè, arme Jaap. Nou, zal ik het wat losser doen?

Jaap: Ja, goed. Zal jij ‘ns zien hoe aardig ik voor jou kan worden, hè?

Els: Ja, maar ook niet al te aardig, hoor.

Jaap: O... Nou ja...

Els: Trouwens, Huub is ook ontzettend geschikt. Huub kunnen we zo wel schrappen. Nou, die kan dit soort van dingen echt niet bedenken.

Jaap: Maar lieve schat, Huub is een wandelend rekenapparaat!

Els: Ah... juist daarom niet?

Jaap: Juist daarom wel! Geen vrienden, geen kennissen, geen eh… verkering… Althans, voor zover ik weet.

Els: O, wat zielig. Hij heeft niemand... Niets gezelligs...

Jaap: Wel wel wel wel...

Els: Wat bedoel je met dat “wel wel wel”?

Jaap: Dat ik je doorheb.

Els: Zeg...

Jaap: Nee nee nee nee, protesteer nou maar niet, neem liever de andere zwachtel. Nee, Huub is niks voor jou, Els. Wat jij nodig hebt, dat is een eh... levendige vent, geen… geen… geen rekenmachine.

Els: Je bedoelt, zo iemand als… jijzelf?

Jaap: (lachje) ‘t Is nog niet eens zo’n gek idee, hè? (lacht)

Els: Zal ik je toch liever nog een beetje beter moeten leren kennen. Mm? Dat triplexlaagje... Weet je ’t niet meer?

Jaap: Aiai. (lachje) O, meisje, als m’n handen niet in ’t verband zaten, nou, o!

Els: O, je bent enig, Jaap, maar zo kun je me toch lekker niks doen. Nou, wat heb je nou eigenlijk tegen Huub?

Jaap: Wat ik nou eigenlijk heb tegen Huub? (Els - Hum)

Niks. Persoonlijk heb ik niks tegen Huub. Alleen..., elke psychiater kan je zo vertellen dat Huub een abnormaal leven heeft geleid. Ja. Huub houdt zich bezig met... met het universum: de aarde, de mensen, wijzelf, wij... Maar ja, wij zijn toevallige stofjes waarmee ie ondertussen innerlijk geen contact kan krijgen. Maar… je kunt je innerlijk niet wegcijferen. Nee, dat kan... vervuld worden met… met een grootheidswaan, met haat, met.. met… met plannen! Plannen die... plannen die niemand merkt.

Els: Zou dat kunnen, Jaap?

Jaap: En hij heeft een stalen gezicht. Hij hoeft er geen toneel voor te spelen.

Els: Dan telt Dirk niet mee. Je leest alles op z’n gezicht. Hij… hij… hij is zo helemaal... Hoe moet ik het zeggen?

Jaap: Gevoelsmens.

Els: O, vreselijk kan ie opstuiven. En om niets.

Jaap: Om niks! Kijk, dat zie je nou ook bij mensen die eh... die bijvoorbeeld een moord op hun geweten hebben, hè, of… of… of d'r eentje op stapel hebben staan.

Els: ‘k Ben er haast zeker van dat ie me... een beetje om me geeft.

Jaap: O. Nou, dan mag je wel voorzichtig zijn, Elsje.

Els: Hè? Waarom?

Jaap: Ja, ‘t klinkt gek, hoor, maar… als ik ‘ns perse onder ons iemand moest aanwijzen als maniak, dan eh... dan zou ik misschien het eerst aan Dirk denken.

Els: Ach! Je bent alleen boos op Dirk dat… dat… dat ie bij jouw reparatie van dat luchtmachientje wilde blijven kijken.

Jaap: Ja... leuk vond ik dat helemaal niet, maar dat staat er helemaal buiten.

Els: Nou…

Jaap: Ja... Nee, luister nou ‘ns eventjes, Els: wat Dirk moert, hè, dat is dat ie niet naar de universiteit kon. Dirk heeft de subcommunicator uitgevonden, hij is een genie in toegepaste elektronica, en toch, ze moesten ‘m niet. Alleen door Joost is ie hierin gekomen. Nou, begrijp jij nou hoe Dirk zich moet voelen? Hoe diep ie van binnen al deze ingenieurs en al die theoretici, die geleerden, zo graag ‘ns in hun hemd zou willen zetten?

Els: Nou...

Jaap: En vooral aan Joost, aan wie ie zo’n onverdraaglijke verplichting heeft.

Els: Vooral aan Joost? Hoe kan je dat nou zeggen? Je weet het niet eens...

Jaap: Niet zeker, Els, maar ergens... ergens van binnen moet Dirk Joost haten.

Els: Ach...

Jaap: Bovendien... bovendien, ik wil je alleen maar effe laten zien, nietwaar, dat we allemaal ergens wel scheef zitten, ...en niet iemand zwart gaan maken, natuurlijk.

Els: Dirk zwart maken, hè, ‘t lijkt er anders erg veel op, Jaap.

Jaap: Nou, nou dat verband, dat zit nou wel. Hè? We moesten dan weer ‘ns naar boven gaan, anders eh... wordt jouw Dirk weer ongedurig.

Els: Nou, wacht nou, die... die strik zit nog niet goed.

Jaap: O, nou doe ‘m dan goed.

Els: Nou... zo… Nou, ik vind je toch wel raar, Jaap.

Jaap: Waarom?

Els: Eerst maak je jezelf een beetje verdacht, ja? Een beetje…

Jaap: Ik?

Els: En dan de anderen nog meer. En waarom eh… Dirk zo speciaal?

Jaap: Wat zeg je me? Speciaal? Helemaal niet speciaal! Zeg, ben je nou helemaal een haartje...? Natuurlijk wist ik best dat ie op jou gesteld was.

Els: En jij... niet?

Jaap: Ja, Elsje, dat... Natuurlijk... Voel je dat dan niet?

Els: Nee.

Jaap: Nou, maar… maar daar gaat het nou toch niet om, nietwaar?

Els: Nou, en waarom dan wel?

Jaap: Ik wil niet dat jij een verkeerde keus maakt. Snap je?

Els: Je bedoelt: niet Dirk, hè?

Jaap: Ik bedoel... ik bedoel... ik bedoel het in het algemeen! Zomaar! Ik… ik… ik veronderstel geen… geen ogenblik dat jij en Dirk...

Els: O nee?

Jaap: Nee.

Els: En waarom, Jaapje, dan al dat geroddel?

Dirk: En als je daarmee nu goed klaar bent, Jaap, dan kunnen jullie boven komen!

Els: Hemeltje, ‘t is Dirk. Wat nou? Hij... hij heeft ons gehoord!

Dirk: Ja, dat moest ik wel en ik ben er spuugmisselijk van.

Jaap: Zo. En sinds wanneer, vriendje, laat jij de viso af staan en gebruik je alleen de foon om ieders particulier gesprek af te luisteren? Hè?

Dirk: Sinds jij met je grote koeiekop…

Jaap: Wat zegt ie? Wat zegt ie?

Jaap: …vlak voor de mike gaat staan. Hou voortaan je roddelpartijen maar ergens anders, weet je? Jij ...

Jaap: Ho ho ho, vloeken mag je nooit voor een microfoon, als ie open staat tenminste. Overigens had je dan ‘t hele gesprek moeten horen.

Dirk: Het laatste was wel erg zat! En kom nou naar boven! Order van Joost.

Jaap: Order van Joost... Nou, daar heb je ‘t gegooi in de glazen. Nou, meid, Els, hoe krijg ik dat ooit weer recht?

Els: Arme Jaap, je meende ’t toch niet zo erg, hè. Nou, laten we nou maar gaan. Ik zal het wel met Dirk in orde maken.

Jaap: Ja, zeker net als met dat vorige forum? Nou, dan kan ik beter meteen maar naar de luchtsluis gaan, en d’r uit.

Els: Ga nu maar mee.

Jaap: Ja ja ja, aan dat kushandje heb ik niks, daar koop ik niks voor. Enfin, op naar de grimmige werkelijkheid, hè. Au, ‘t is wel lastig zo met die… handjes!

 

Joost: Ah, zijn jullie daar. Ah! Ja, Jaap... ‘t gaat niet vlug, hè, met die handen in het verband.

Jaap: Nou, ik kan me vrij lastig ergens aan beetpakken.

Dirk: Goeie smoes, ja.

Jaap: Wat zegt de donderwolk?

Dirk: Wat?

Jaap: Ik bedoel niet jou, Dirk, ik bedoel die op de proxy.

Joost: Ja, laat Dirk nou, hè.

Huub: We naderen de wolk nog steeds, alleen de afstand blijft niet te schatten.

Jaap: Wat zeg je nou, Huub? Is de radarmeter gepiept?

Huub: De wijzers schommelen maar wat. Maar ja, als Dirk zegt dat ze in orde zijn…

Dirk: Ja, Huub, dat zegt Dirk, ja. En Dirk kan zoveel zeggen, hè?

Huub: Waarom zo onaangenaam, Dirk? ‘k Wilde alleen maar iets opmerken.

Joost: Ja, natuurlijk zijn Dirk z’n spullen in orde, niemand twijfelt eraan. We hebben net aardcontrole geraadpleegd.

Jaap: O, en wat vonden ze d’r van?

Joost: Voor de aardcontrole is de afstandskwestie ook een raadsel. Ze adviseren ons de koers niet te wijzigen.

Jaap: Waarom?

Joost: Ja, omdat de ontvangst nu al onbetrouwbaar begint te worden en we zitten nog niet halfweg Mercurius.

Jaap: Ah, de communicator! Vandaar die slechte bui van Dirkie.

Dirk: Jij weet drommels goed, Jaap, dat er een betere reden is, hè?

Joost: Ja ja ja ja... waarom zijn jullie nou toch altijd zo gauw aangebrand? Kom nou, hou daar nou ‘ns mee op. Terzake. De aarde wil dat we nog één forum houden nu de ontvangst nog redelijk is.

Huub: ‘k Had anders een paar stellingen die ik graag ‘ns rustig had willen uitwerken.

Jaap: Nou, zolang het maar bij stellingen blijft, ben ik het ermee eens.

Joost: Nou ja, ‘t is tenslotte logisch dat het publiek ons nog ‘ns wil zien.

Jaap: Zeg, wat doen we nou met dat rare verhaal van Els, Joost?

Joost: Ah, niets. Dat laten we rustig doodbloeden.

Jaap: Oh!

Joost: Wat me meer zorg maakt is dat... ja... dat ze ‘t krankzinnige verhaal hebben vrijgegeven dat we hier met een maniak zitten.

Dirk: Is dat dan niet zo?

Joost: Ja, ieder mag geloven wat ie zelf wil, maar... maar laten wij ten minste doen of ie niet bestond.

Jaap: Zeg, dat laatste zou ik je toch willen afraden, Joost. Daarstraks, beneden, heb ik alle mogelijkheden ‘ns bekeken, zogezegd tegen elk van ons een casus opgebouwd.

Joost: Ik zou zeggen, Jaap: in dit stadium lijkt me dat voorbarig.

Dirk: (schamper lachje) Hij wou er net een lezing over gaan geven.

Jaap: Ik? Ik zal wel heilig oppassen, speciaal met die fijngevoelige teentjes van jou.

Dirk: Ah jij!

Joost: Ja, kom, stil, stil! De video… Hoe heet die kwizbaas alweer? Eh… eh… Kristense.

kwizbaas: Hallo hallo! Ah, daar bent u, heren? Waar is die jongedame?

Jaap: Ze zit wenend kousen te breien.

kwizbaas: Ze... ze is er toch nog?

Jaap: Hoe kan ze nou breien als ze er niet is?

Joost: Ja, we leven allemaal nog, als u dat bedoelt.

kwizbaas: Sorry, captain, we zijn nogal geschrokken, dat moet ik u wel bekennen. Het publiek heeft duizend credits gestort om u te kunnen zien.

Jaap: O ja! En wie meneer X aanwijst, krijgt zeker een vatenwasmachine. Hè?

kwizbaas: U mag hier geen grapjes mee maken, heer Jaap.

Jaap: Nee, we zullen hier een nummertje gaan zitten huilen.

Joost: Nou, kom, meneer Kristense, laten we nu maar terzake komen.

kwizbaas: Eh... vandaag, mijne heren, zullen we in plaats van een forum dus trachten een gedramatiseerde scène met u op te zetten.

Joost: Hè? Wat zegt u?

Jaap: Wat gaat ie doen?

Joost: Wat moeten we opzetten? Een scène? In deze omstandigheden?

kwizbaas: Ze willen ‘t nu eenmaal zo, captain. Uw orders en mijn orders. En wat nu die scène aangaat: wij hebben hier tussentijds bericht ontvangen over die inslag van een meteoriet, maar het publiek weet nog van niets. We kunnen er dus een first class opvoering van geven, een oorspronkelijke.

Joost: Dus eh... alsof het nu pas gebeurde?

Dirk: Ja, da’s toch belachelijk!!

kwizbaas: Belachelijk??

Dirk: Ja, dat zei ik.

kwizbaas: Meneer, het meeste wat wij hier maken is zelfs nog nooit gebeurd, kán niet eens gebeuren. Wat u gaat doen, hebt u al beleefd en blijft dus origineel. Alleen, die inslag moet natuurlijk worden geënsceneerd in uw stuurdek... betere setting, met de apparatuur als achtergrond.

Joost: Ja, maar hoe moeten we dat nu doen?

kwizbaas: Eh... laten we even de punten opsommen. De coördinator gaat naar z’n motordek, om straks reddend te voorschijn te treden.

Joost: Mm.

kwizbaas: Juffrouw Els moet natuurlijk naar het woondek. Dan het schot. Juffrouw Els begint te gillen. Kan ze dat?

Els: Ik? Nou, hoor, als de beste.

kwizbaas: En u vieren, u bent op dit ogenblik geheel in uw koersen en berekeningen verdiept. Hebt u een goed focus?

Joost: Een focus?

kwizbaas: Een gemeenschappelijk punt van interesse op uw eigen terrein - liefst iets vreemds, iets onverklaarbaars - waarover u kunt discussiëren.

Huub: Nou, die kosmische wolk daar op de proxy.

kwizbaas: Een wolk? In de ruimte? Nou ja, goed-goed-goed, u laat dan eerst die wolk die discussie bewolken. En dan de gil, en dan verder ontsteltenis over het schot, discussie over de dader, dan gaat het luik dicht, enzovoort, enzovoort. U doet het precies over zoals het toegegaan is.

Joost: Precies, precies... Ja, maar Huub en Dirk waren daar niet bij.

kwizbaas: Nu willen ze dat iedereen erbij is, en gaarne in zicht van de bolcamera.

Jaap: Dit insekt dat alle kanten uitkijkt, hè. Ja. En ik moet natuurlijk m’n hand weer op dat gat leggen? Nou, het zal moeilijk gaan. Kijk ‘ns.

kwizbaas: Ja, maar dat kan niet, heer Jaap!

Jaap: Gelukkig wel! Anders waren we allemaal het hoekje om gegaan.

kwizbaas: Op zo’n gat? Uw hand?

Jaap: Hand? Handen! Eerst deze en toen die. Nou ja, zo’n gaatje is niet groter dan een paar vierkante centimeter, maar daarbuiten, voel je wel, daar is het 270 graden onder nul. Twee zulke bloedblaren, en vorstbeet. Nou ja… we hadden niks dan mijn hand bij de hand, nietwaar, dus...

kwizbaas: (lachje) Alleen eh… begrijpt u me goed, ik wil niet kritiseren, hoor, maar het publiek trapt daar niet meer in.

Jaap: O nee?

kwizbaas: U weet het toch! We hebben al ‘ns heel vroeger een jongetje gehad dat z’n duim in een dijk stak om het gat te stoppen.

Jaap: Mooi! En mijn bloedblaren passen niet in jullie show, hè? Heb ik mij daarvoor uitgesloofd? Nou, de volgende keer, dan douw je je tante d'r maar in.

kwizbaas: In ons vak, tegenwoordig, zoals overal in publiciteit, is waarheid alleen de… Nou ja, ze moet zijn aangepast, begrijpt u me?

Joost: Ja ja ja… En u kan er weer niks aan doen, want die dubbele Reclame en Cultuur, O en O… Goed, goed, goed, meneer Kristense, dan legt Jaap z’n hand niet op het gat.

Huub: Mag ik opmerken - het is buiten m’n stiel - maar dat verband zou ook anachronistisch lijken.

kwizbaas: Wel, dat is dan opgelost. U hoeft het allemaal ook niet precies eender te spelen, u kunt improviseren. Neem desnoods iets heel nieuws. Tot de coördinator het luik openmaakt. U zit in doodsangst, begrijpt u, afgesloten door het tussenschot, en de lucht uit uw cabine loopt weg. Uw ruimtepakken zijn beneden. Dan komt de coördinator.

Joost: En… en daarnet zou Els beneden gaan gillen? Ja, waar… waar moet het nu eigenlijk leeglopen?

Dirk: ‘t Is hier geen paardenspul. Wat denkt u wel?

kwizbaas: Nou ja, maakt u het zelf maar uit. U hebt nog drie minuten. Ja en, asjeblieft, een beetje je best doen, lui, een beetje van hup-hup-hup.

Jaap: Van je wat?

kwizbaas: Geen tragische gezichten, niet dat lijzige gepraat, en wees nou maar niet bang, ik zal u van terzijde wel aanwijzingen geven. Ik blijf zelf op het toneel. Dus actie, actie! En volgt u mijn aanwijzingen.

Joost: Nou, daar zitten we dan mee. En de kwizbaas souffleert.

Jaap: Maar eh… zeg, niet van het een of ander, maar toch heb ik een vaag idee waarom ze ons allemaal die scène willen zien spelen.

Joost: Mm?

Jaap: Ja. Ze willen ons bestuderen.

Joost: Huh?

Jaap: Jazeker.

Joost: Nou, daar moeten we dan iets tegen doen.

Jaap: (lacht) Laat dat maar aan Japie over.

Joost: Nou ja, nou moeten we ‘t nog arrangeren, hè? Nou ja, die wolk daar dus. Goed, daar kunnen we ‘t eerst over hebben. Els, jij gaat naar beneden en op het geschikte ogenblik krijg je van Dirk een seintje.

Els: En eh… dan moet ik gaan gillen?

Joost: Ja ja. En eh… nou ja, daarna kom je naar boven bij ons.

Els: O ja.

Joost: En terwijl wij het over een saboteur hebben, dan krijgen we hier een inslag en dan gaan de noodluiken dicht. Nou, dat doe jij maar, Jaap, manuaal.

Jaap: Nou, Joost, daar klopt niks van, maar goed, ik zal ‘t wel doen.

Joost: Ja, let op, daar komt de aansluiting met die zaal. Els, weg!

Els: Ja, ja, ik ga al. (applaus)

Jaap: Nog goed bezet ook...

kwizbaas: Goede middag. Goede middag, Captain Ros en bemanning. Hier zijn we dan, klaar voor het tweede forum.

Jaap: Waar heeft die vent het nou over?

Joost: Nee, hij knipoogt.

Jaap: Oh.

kwizbaas: Ik geloof dat wij u wat overvallen, nietwaar?

Huub: Overvallen? Hoe bedoelt ie?

Joost: Dat we gewoon moeten beginnen also het… alsof het echt was.

kwizbaas: Wij eh… wij verrassen u blijkbaar in eh… belangrijke bespreking?

Joost: Onze besprekingen zijn dit uiteraard, meneer Kristense.

kwizbaas: O, dan hebben wij wel even geduld. Vervolgt u alstublieft. Uw belangen gaan voor de onze.

Joost: Ah, juist. Dus, mannen, zoals ik al zei, de oplossing van onze valnachtmerries en onze maagklachten is nu gevonden: wij houden de zuurstof op vijfentwintig procent. Dit kleine verschil blijkt voldoende om ons van de nachtmerries te bevrijden… Nou jij Huub.

Huub: Ik?

Jaap: Ja ja ja.

Huub: Is het merkwaardig, eh… commandant, dat Jaap deze oplossing heeft gevonden vannacht toen zijn klimator ontregeld bleek?

Jaap: Wat zegt gij nu? Ik gevonden? Gij dwaalt, navigator. Wie anders dan onze coördinator?

kwizbaas: Acteren, niet opzeggen! Het hele verband is zoek!

Joost: Het verband? Ach! O, Jaap, waar kom jij vandaan, met je twee handen in verband? Rapport!

Jaap: Rapport? O ja. Het is hier ook zo gevaarlijk leven, captain. Ik kom zojuist van beneden: twee saboteurs gevangen, gloeiende siliciummannen van Mercurius, zeker door de uitlaatpijpen naar binnen geglipt. Nou, ik greep ze elk in hun dunne kippenek. Jazeker, in elke hand één. Ik maakte ze koud, (gelach in de zaal) al waren ze te heet om aan te pakken. De hoofverpleegster verbond me en zo ben ik nu dus hier om u te waarschuwen voor…

kwizbaas: In vredesnaam, stop die idioot! Stop ‘m!

Joost: Zo… zo is ‘t genoeg, Jaap, zo is ‘t genoeg. (kucht) En nu dit scherm: zoals jullie weet, is het op proxy ingeschakeld en verraadt daardoor alle objecten die zich binnen een afstand van 300.000 kilometer bevinden.

kwizbaas: Mijn hemel, nou wordt het weer een ouwemannenclub. Het gevaar!!

Joost: Ja ja, hoe dan?

Jaap: Maar captain, het gevaar! Ziet u dat dan niet? Daar komt een heel eskader van de Mercurische ruimtepiraten. Niet onze tong, maar onze handen hebben we nodig. Nou ja, goed, behalve de mijne natuurlijk. (lacht gemaakt)

Huub: Dat is onzin, Jaap! Het is een wolk die we achteroplopen.

Jaap: Een wolk van piratenschepen. En wij lopen gewoon die lui in de armen. Lieve captain, wij wachten uw bevel om de desintegrators te gaan bemannen, wij zullen ze uiteenslaan! (luid gelach in de zaal)

kwizbaas: O, jullie idioten!!

Jaap: Natuurlijk, captain, idioten zijn we dat we nog talmen. Straks is het te laat. Uw vredelievende houding voert ons ten verderve. Straks worden we gebombardeerd!

Joost: Eh… Dirk, laat… laat Els… ik bedoel eh… ‘t benedendek tot actie overgaan!

Dirk: Okay.

Els: Ja? Kan ik?

Jaap: Breng je geschut in stelling voor het te laat is!

Els: Wat te laat is? O, ja ja.

Huub: Ondanks alles bevalt die wolk me niet, Joost.

Joost: Misschien is het slechts een kosmisch gas?

Huub: Naar mijn mening…

Els: (gilt)

Jaap: Nog een derde saboteur! Blijft dat hier zo!?

Els: Help! Help! Beneden… beneden is een vent. Die heeft op me geschoten. Ooooo!

Jaap: Ziet u, captain? Ziet u wel? Een voorproefje wat ons te wachten staat uit deze wolk van piraten! (gelach in de zaal)

kwizbaas: Ooo! Die vent maakt er een klucht van! Te deksel nog an toe, ‘t is een meteoor!

Jaap: Maar als het dan toch een meteoor was, moeten we dan niet naar beneden om ‘t gat te ontdekken? (gelach)

kwizbaas: Nee!! Eerst de luiken, later dichten jullie dat gat om er… Nou ja, dan weet ik het ook niet meer.

Joost: Eh… ja, wat nu, wat nu… Wat nu?

Huub: Wacht ‘ns: we hebben gepingel.

Joost: Micro-meteorieten, op de romp.

kwizbaas: Maar het gat, beneden!

Jaap: O, gelukkig zijn we nog niet doorboord, captain. Maar we moeten gauw iets doen!

Dirk: Joost, die micro-meteorieten, die bevallen me niks!

Jaap: Hun eh…hun vuur… o ja, is slecht gericht. Het zijn slechts zwakke lichtstraaltreffertjes, maar dat blijft niet zo! Nee nee. (gelach)

Joost: Hou op, Jaap. Hou op! Even stil, allemaal!!

Huub: Joost, dit zijn geen micro-meteorieten meer! Het worden grotere deeltjes.

Joost: Huub, wat zijn dit?

Huub: Er moet verband zijn...! Ja, die wolk halen we in. Dus ze beweegt zich zonnewaarts en dat doet geen kosmische wolk. De lichtdruk van de zon moet ‘m er vandaan stuwen. Maar wat is het dan?

kwizbaas: Eindelijk begint het ergens op te lijken! Het geluid is ook goed. Houden zo!

Dirk: En die afstand, die we niet kunnen meten, Joost.

Joost: Maar wat kan het dan nog meer zijn?

Dirk: Horen jullie dat dan niet? Joost! Huub! Luister dan.

Joost: Huub! Het is helemaal geen wolk. Het is iets… iets als een langgerekte conus van deeltjes.

Dirk: Ja, dan konden we ook geen afstand aflezen op de meters.

Jaap: Alsof je ‘n een transporteur inhaalt waar lange balken uitsteken.

Huub: Joost, dat is de oorzaak. Joost! We lopen in een…

Dirk: We lopen vanachter in een… in een meteorenzwerm!! Hoor dan toch!

Huub: En die inslag van gisteren was een nakomer, die we inhaalden.

kwizbaas: Ja, zo is het beter! Ik zie waar u heen wil. Nu maatregelen!

Joost: Ach man, hou jij je d'r buiten. We moeten hier uit. Attentie! Ieder naar z’n sectie. Klaarmaken voor wenden.

Joost: Jaap.

Jaap: Ja?

Joost: Kom op de monitor… Gyroscoop 2.

Jaap: Hoeveel graden?

Joost: 90, of zoveel als mogelijk. Dirk?

Dirk: Operationeel.

Joost: Geef  ‘m door.

Dirk: Knop 35bis.

Joost: Brandt. Contact. Gyro. (begint te werken) Mooi. Coördinator?

Jaap: Verdraaid, die is immers nog beneden.

Dirk: Via de visiefoon.

Joost: Coördinator. Coördinator? Hij is niet op het machinedek.

Jaap: Ja, ik kan die hoofdmotor toch ook wel klaarzetten?

Joost: Afblijven, Jaap. Dirk, geef me ‘t woondek.

Dirk: Laat maar, daar komt ie.

Els: Ooo! O, door dat luik! Wat komen daar voor dingen opstijgen?

coördinator: De ruimtepakken, jongedame. Ik meende ze te moeten meebrengen, captain.

Joost: Sorry, natuurlijk ja, dank u, ja. Allemaal d’r in, mensen.

Dirk: Ja, direct. Die regen wordt steeds erger. Hoor nou, Joost! Hoe lang moet die gyro nog draaien?

Jaap: Els, hier. Hier, klim erin. Da’s de jouwe.

Els: Hoe… hoe moet dat nou?

Jaap: Ja, wacht, hier zo, die rits.

Joost: Laat de gezichtsplaat van de helm nog even open. Huub, die gyroscoop duurt te lang.

Huub: Het kan niet anders: 10 graden per minuut, Joost, en we moeten d’r 90.

Jaap: Mensen we komen er nooit! ‘t Wordt menens!

kwizbaas: U speelt dat geweldig, heren! Compliment! Bouw dat verder op!

Joost: Coördinator, achter uw bord! Klaarmaken vuren hoofdmotor.

kwizbaas: Uw publiek zit ademloos!

Jaap: Straks wij ook, Kristense. Rotvent! ‘t Is menens! Hoe lang moeten we nog draaien, Joost?

Joost: Allemaal ingespen. Nog even draaien.

Huub: Nee, langer, Joost! Nog zes minuten minstens. 90 graden moeten we.

Joost: Huub, dat hijsen we nooit. Met 5-G druk en met de stroom mee komen we misschien in een boog eruit. We zitten nu al over de rand van die stenenrivier. Coördinator!

coördinator: Hoofdmotor standby.

Huub: Wacht Joost! We hebben te weinig wending. Joost, wacht.

Dirk: Komt ie, Joost.

Huub: Nee, Joost, je vergeet de zon, en straks wordt de versnelling te groot. Luister toch, Joost!

Joost: Start! (ontbranding)

Els: Help! De stoel… Ik zit er niet in!

Jaap: Hou vol, Els, klim erin.

kwizbaas: Wat is er? Hallo Alpha? Hallo hallo, Captain Ros?

Joost: Ze… ze schampen langs. We hebben een kans. Dirk, zet… zet die kerel af.

Dirk: Nee… Nee! Ik kan er niet meer bij. M’n armen… zijn als… als… als lood.

Huub: 7G. We verbruiken… stuwstof… Alpha lichter… Versnelling neemt toe… Schakel terug voor het te laat is.

Joost: We… we trekken al uit… uit de stroom, we… we trekken d’r uit.

Huub: Schakel terug!

Joost: Ja, ik… ik moet… bij… bij…  bij de knop komen.

Huub: Joost, neem ‘m terug. 8G!

Joost: Ik… ik… ik kan m’n arm niet… niet meer omhoog krijgen. Buiten… buiten bereik. Ik… ik kan… ik kan niet…

kwizbaas: Hallo Alpha? Hallo Captain Ros??

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (4/2007)

h.cauwenberghe@chello.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831)

[3] geboren te Amsterdam op 29/06/1936

[4] geboren te Meester Cornelis (Indonesië) op 03/02/1925; overleden te Wassenaar op 22/12/1985 (Code TIN: 10515)

[5] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)

[6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[7] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)

[8] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990

[9] nog geen gegevens

[10] geboren te Utrecht op 17/12/1925 (Code TIN: 682)