Voorbereiding
Op 28 mei 1914 kwamen drie Bosnische studenten (Gavrilo Princip, Gabrez en Cabrinovic) aan in het kleine havenstadje Sabac nabij Belgrado. Ze namen meteen contact op met een zekere Popovic van "de Zwarte Hand". Via hem werden ze in contact gebracht met majoor Jankovic die de rechterhand was van kolonel Dimitrijevic. Hij leerde hen omgaan met wapens en munitie.
Op 6 juni 1914 vertrokken ze naar Sarajevo om er bij familie te logeren. Princip bracht zijn vriend Ilic op de hoogte van het plan om de aartshertog te vermoorden.
De Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand bracht op 25 juni 1914 een officeel bezoek aan Bosnië-Herzegovina. Het bezoekprogramma van de aartshertog was bekend op 27 juni 1914 en Princip stelde zich langs de route op.
Aanslag
In Sarajevo (de hoofdstad van het geannexeerde Bosnië) bracht de aartshertog, samen met zijn vrouw Sophie, op 28 juni 1914 een inspectiebezoek aan de troepen. Ze passeerden eerst Cabrinovic, die een granaat gooide. De granaat kwam op de kap van de auto terecht en viel op straat waar hij ontplofte. Na deze mislukking probeerde hij zijn flesje cyaankali in te nemen, maar dat was al oud en werkte niet meer optimaal. Hij rende weg, sprong in de rivier, maar werd toch gearresteerd.
Frans Ferdinand zag dat de volgauto gestopt was en dat de inzittenden gewond waren. Zijn chauffeur trok op en verdween van het toneel. De aanslag leek mislukt.
De aartshertog besloot het programma gewoon te laten doorgaan en na een kort bezoek aan het gemeentehuis vertrokken ze naar het hospitaal om de gewonden uit de volgauto te bezoeken. De auto passeerde Princip die zijn pistool trok en op de inzittenden schoot. Sophie stierf onmiddellijk, Frans Ferdinand even later. De samenzweerders werden kort na de aanslag gearresteerd.
Gavrilo Princip
Gavrilo Princip (Obljaj, Bosnië, 25 juli 1894 – Theresienstadt, Oostenrijk-Hongarije, 28 april 1918) werd bekend als de moordenaar van aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk, een daad die de directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog vormde. Hij was de zoon van een postbode, de vierde in een reeks van negen kinderen. In Bosnië zat hij op de middelbare school, maar in 1912 vertrok hij naar Belgrado, waar hij zijn studie afrondde. Na het afstuderen voegde hij zich bij de geheime Bosnisch-Servische socialistische beweging de "Zwarte Hand". De twee daarop volgende jaren heeft hij gewijd aan deze beweging.
In 1912 had Princip geprobeerd dienst te nemen in het Servische leger dat op het punt stond Macedonië binnen te vallen. Hij werd echter door de ijzervreter majoor Tankosic geweigerd met de woorden: Je bent te klein en te zwak! Ga naar huis voor ik je in elkaar sla! Diep vernederd keerde Princip terug, met het voornemen te bewijzen dat ook hij een daad kon stellen, en beslist niet klein en zwak was.
Op 28 juni 1914 bezochten de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie Chotek de Bosnische hoofdstad Sarajevo (Bosnië was geannexeerd door Oostenrijk-Hongarije sinds 1908). De dag was echter slecht gekozen, want op 28 juni gedacht men in het naburige Servië het einde van de Servische onafhankelijkheid in de Middeleeuwen (zie Kosovo).
Princip en een aantal medestudenten broedde het plan uit om Frans Ferdinand te vermoorden, en legden dit aan de leiding van de Zwarte Hand voor. Deze reageerde terughoudend, maar bezorgde de groep toch een aantal wapens en cyanidecapsules. Een aantal leden van de Zwarte Hand stond klaar langs de route om Frans Ferdinand te vermoorden. Toen zij langskwamen gooide een van hen een bom naar hun auto maar die stuiterde uit de auto en kwam onder de auto met officieren achter hen terecht. Drie van hen raakten gewond. Gavrilo Princip en zijn maten raakten ontmoedigd en gaven er de brui aan. Princip zelf droop af en dook een kroeg in.
Ferdinand stond erop de dag af te werken volgens de agenda, maar veranderde later van gedachten; hij wilde naar het ziekenhuis om de gewonde officieren te bezoeken. Zijn chauffeur nam de verkeerde afslag waardoor zij oog in oog met Gavrilo Princip kwamen, die net uit een kroeg kwam. Princip zag zijn kans schoon, en rende op de auto af en loste vanaf de treeplank 3 schoten. Ferdinand werd geraakt in buik en borst en Sophie in de nek. De derde kogel was eigenlijk bedoeld voor Oskar Potorek, militair gouverneur van Bosnië. Ferdinand en Sophie overleden, ze lieten 3 kinderen achter. In feite was dit het begin van de Eerste Wereldoorlog. Princip slikte de cyanide die hij gekregen had maar het bleek gewoon water te zijn. De Zwarte Hand had de jonge heethoofden vanaf het begin al niet eens serieus genomen.
De aanslag was in feite zeer knullig opgezet. Zelfs de Zwarte Hand had hen niet serieus genomen. De grote vraag was vooral hoe het hen in vredesnaam gelukt was. Door het pure toeval dat Frans Ferdinand besliste de officieren in het ziekenhuis te bezoeken, dat de chauffeur de verkeerde afslag nam en stilstond, en dat Princip toevallig door de voordeur van de kroeg naar buiten stapte, kon Princip de kroonprins doodschieten, waarop een keten van gebeurtenissen in gang werd gezet die leidden tot de Eerste Wereldoorlog.
Tijdens de rechtszaak in Sarajevo werd Princip op 28 oktober 1914 veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf, de maximale straf voor iemand jonger dan twintig jaar. Waarschijnlijk had hij al tuberculose opgelopen voordat hij in de gevangenis kwam. Enige tijd later moest een arm worden geamputeerd als gevolg van bot-tuberculose. Hij overleed kort daarna in een ziekenhuis vlakbij de gevangenis.
Frans Ferdinand van Oostenrijk

Frans Ferdinand (Duits: Franz Ferdinand; Graz 18 juli 1863 – Sarajevo 28 juni 1914), aartshertog van Oostenrijk-Este, was kroonprins van Oostenrijk. Hij was de zoon van aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk en Maria Annunciata van Bourbon-Sicilië. Hij was een neef van keizer Frans Jozef I en werd na de zelfmoord van kroonprins Rudolf en de dood van zijn vader troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije. Hij was een koud, hard en despotisch man. Deze karaktertrekken had hij vermoedelijk geërfd van zijn grootvader, Ferdinand II der Beide Siciliën. Hij glimlachte bijna nooit, had een typische koude starende blik en liep overdreven plechtig.
Hij verzamelde antiek en had een rozentuin. Zijn grootste liefhebberij was echter de jacht. Op jacht met de Duitse keizer Wilhelm II schoot hij eens 59 zwijnen en was buiten zichzelf van woede dat het zestigste had weten te ontkomen.
Frans Ferdinand trouwde op 1 juli 1900 beneden zijn stand met gravin Sophie Chotek. De keizerlijke familie stond het huwelijk pas toe nadat men was overeengekomen dat Sophie geen koninklijke status zou krijgen en eventuele kinderen geen aanspraak zouden maken op de troon (een morganatisch huwelijk). Frans Jozef was niet bij het huwelijk aanwezig.
Op 28 juni 1914 werd hij in Sarajevo (Bosnië-Herzegovina) doodgeschoten door Gavrilo Princip 28 juni is de dag van Sint-Vitus en als gedenkdag van de Slag op het Merelveld een speciale dag voor de Zuid-Slaven. Naar aanleiding van deze moord verklaarde Oostenrijk de oorlog aan Servië en dit leidde weer tot de Eerste Wereldoorlog.