SPRONG IN HET HEELAL - SERIE 1: OPERATIE LUNA

DEEL 18: DE WEG TERUG

Charles Chilton (1917)

uitzending: KRO, zaterdag 11/02/1956

vertaling: P.R.O. Peller (Mr. E. Franquinet)

regie: Léon Povel ([1])

rolverdeling:

- Jeff Morgan: John de Freese ([2])

- Jimmy Barnett: Jan Borkus ([3])

- Steven Mitchell: Jan van Ees ([4])

- Dr. Matthews: Louis de Bree ([5])

- de stem: Wam Heskes ([6])

- controle: Frans Somers ([7])

technische gegevens: 22'13" - 10,1 MB - mp3

 

Frans Somers controle

 

De uitvinder Steve Mitchell, Jeff Morgan, Jimmy Barnett en Dr. Matthews zijn na een reis per atoomraket naar de maan door de inwerking van vliegende schotels teruggebracht naar de aarde, maar op een tijdstip dat tienduizenden jaren vóór hun vertrek gelegen is. Het mensdom verkeert nog in de oerstaat, maar bewoners van een verafgelegen planeet hebben zich op de aarde gevestigd nadat hun eigen wereld vergaan is. Ze hebben de krachten der natuur aan zich dienstbaar gemaakt op een wijze waarvan de 20ste-eeuwse mens niet eens kan dromen. Ze worden echter door de oermensen met de ondergang bedreigd en vreedzaam als ze zijn, besluiten ze de ongastvrije aarde vaarwel te zeggen. Aanvankelijk willen ze Mitchell en de zijnen achterlaten, doch ten slotte laten ze zich bewegen hen terug te brengen naar de maan en naar het tijdstip waarop Mitchells raket daar gestart is voor de terugreis naar de aarde.

 

Dr. Matthews: Hoe stel jij je onze terugkeer op de maan op het ogenblik van onze start naar de aarde eigenlijk voor, Jeff? Denk je dat alles wat er tussentijds gebeurd is, gewoonweg uitgewist zal zijn?

Jeff: Ik weet het niet, dokter. Dat zullen we moeten afwachten totdat we de maan weerzien. Dan pas zullen we ‘t weten.

Dr. Matthews: Ja, weten dat we door de tijd hebben gereisd, ja, maar verder toch ook maar heel weinig.

Jeff: Hoe bedoel je dat, dokter?

Dr. Matthews: Nou, ik bedoel: wat weten wij dan nog van die merkwaardige wezens - die tijdreizigers - af, van hun kennis of uitvindingen? Ja, praktisch niks.

Jimmy: Ja, maar toch zou het verbazend interessant zijn dat te weten!

Dr. Matthews: Ja, allicht.

Jimmy: Ik vraag me dan altijd af hoe ze onze raket helemaal in orde hebben kunnen brengen zonder ons ook maar iets te vragen. Ja, en dat terwijl ze toch meer op dieren lijken dan op mensen.

Dr. Matthews: Jawel, maar blijkbaar beschikken zij over geestelijke capaciteiten waar die van ons maar kinderspel bij zijn.

Jeff: Zeg, heeft iemand van jullie d’r enig idee van hoe groot ze zijn?

Jimmy: Nee, absoluut niet.

Dr. Matthews: Nee.

Mitch: Ik kreeg de indruk dat ze veel groter zijn dan wij, zeker langer dan drie en een halve meter.

Jeff: O, o, Mitch, nou overdrijf je! (protest) Hoogstens drie!

Mitch: Nou, dan heb je toch niet goed gekeken, dunkt me. Wat denk jij d’r eigenlijk van, dokter?

Dr. Matthews: Nou, als je ‘t mij vraagt, zou ik zeggen: niet meer dan twee en een halve meter.

Mitch: Nou...

Jimmy: (lachje) Dat is leuk! We zijn niet eens in staat hun afmetingen bij benadering te schatten. (lacht)

Dr. Matthews: Ja, het komt mij voor dat de schok die wij kregen toen wij de stem zagen ons kritisch vermogen sterk beïnvloed heeft, hoor.

Mitch: Maar d’r is toch wel een mogelijkheid om ons een idee te vormen van hun lengte, namelijk de deuren in hun woningen en vliegende schotels. Die waren, als ik me wel herinner, ongeveer drie en een halve meter hoog.

Jeff: Met andere woorden, de tijdreizigers zullen ongeveer drie meter lang zijn.

Mitch: Ja.

Jeff: Nou, da’s toch precies wat ik zei, Mitch?

Mitch: Nou, goed dan. Over de lengte waren we ‘t niet eens, maar over het uiterlijk in alle geval wel.

Jimmy: Ho, dat zit nog... Jij, Mitch en de dokter beweerden dat die stem een apensnuit had, maar ik vond dat z’n gezicht meer leek op dat van een... ja, van een vleermuis.

Dr. Matthews: Hoe kom je daar bij? ‘t Was toch lichtblauw en purperkleurig, als dat van een mandril.

Jimmy: Ik blijf erbij dat het er precies eender uitzag als dat van een vleermuis. Ja, hoe kon ie anders ook... ook op een gordeldier gelijken?

Dr. Matthews: Dat kwam door z’n huid!

Jimmy: Ach!

Dr. Matthews: Allemaal van die grote benige platen.

Mitch: Ja, maar z’n vorm was toch die van een aap, een aap die rechtop staat. Herinneren jullie je dat ie ook zulke lange armen had? En zou die daar ook op steunen bij het lopen?

Jeff: Nou, dat denk ik niet. Hij zei immers, toen ie de bosmensen beschreef, dat ze op twee benen liepen en voegde daaraan toe: “Juist zoals u en ik.”

Mitch: Ja, dat is waar. Dat zou d’r op wijzen dat verstandelijke wezens overal op de achterbenen lopen en de armen gebruiken voor andere dingen.

Jimmy: Ja, d’r is nog iets wat ik niet verklaren kan.

Mitch: Mm?

Jimmy: Als ze zo lang zijn, waarom slapen ze dan op ronde bedden en met een kuiltje in het midden? Daar kunnen ze zich toch nooit op uitstrekken?

Mitch: Nee, ze moeten zich wel oprollen als ze gaan slapen. Ja, dat lijkt haast weer dierlijk. Wat gek toch!

Jeff: Ik geloof dat het helemaal niet gek is. Nee, de fout ligt bij ons. Wij mensen kunnen ons geen ontwikkeling of beschaving voorstellen die niet precies op onze leest geschoeid is.

Jimmy: Daar zit iets in, ja.

Jeff: We willen gewoonweg niet toegeven dat het ook anders kan. De mens heeft zich van de aanvang af steeds in twee richtingen ontwikkeld: de ene richtte zich op de bevrediging van z’n fysieke behoeften - vandaar de vervaardiging van… van wapens en van jacht- en vistuig om zich voedsel te verschaffen - en de andere streefde naar de uitdrukking van z’n gedachten en gevoelens, iets wat ik z’n artistieke neiging zou willen noemen.

Jimmy: (lacht) Artistiek? Die bosapen?

Jeff: Ja, Jimmy!

Jimmy: Ach, kom!

Jeff: Ja! Nou nou, ja, zelfs onder die bosapen, zoals jij onze primitieve voorouders gelieft te noemen, leefden reeds artistieke aspiraties. Ik dacht dat je toch wel iets van die holentekeningen afwist die na tienduizenden jaren nog in staat zijn onze hedendaagse beeldende kunstenaars te inspireren.

Jimmy: Vergezocht...

Dr. Matthews: Ja, maar de wetenschappelijke ontwikkeling van de mens heeft toch ook niet stilgestaan, hoor.

Jeff: Nee, nee, niet helemaal, maar wel heeft het heel lang geduurd voordat de mens de wetenschap meer intensief ging beoefenen.

Mitch: Ja, maar stel je nou ‘ns voor dat onze voorouders in de allereerste plaats een wetenschappelijke ontwikkeling hadden nagestreefd, dan zouden we vandaag - zo we al niet even ver gevorderd waren als de tijdreizigers - toch zeker al bijna net zo ver gekomen zijn.

Dr. Matthews: Denk jij dan dat ze geen kunst, geen literatuur en geen muziek kennen?

Mitch: Nou, heb jij daar dan iets van gemerkt, dokter? Toen we over muziek spraken, wist de stem niet wat we bedoelden.

Jimmy: Ja, klopt.

Dr. Matthews: Ja, dat is waar.

Mitch: Op ons maakte het ritme van hun krachtbronnen de indruk van muziek en zij hebben daar blijkbaar nooit iets van gehoord.

Jeff: Ja, en wij hebben de schoonheid van hun onderaardse stad bewonderd, maar waarin bestond die schoonheid? Nou, eh… kleurige bloemen. De omgeving die zij op hun eigen planeet gewoon waren. Ja, en de vraag is zelfs of ze die kleuren wel zagen.

Dr. Matthews: O, meen jij dan dat ze zelfs de schoonheid niet opmerkten?

Jeff: Nou, ik heb de indruk gekregen dat hun wereld een zuiver logische, wiskundige is.

Dr. Matthews: Mm.

Jeff: Zou jij in zo’n wereld schoonheid kunnen zien?

Dr. Matthews: O, dat weet ik niet. Ik leef nou eenmaal niet in zo’n zuiver logische, wiskundige wereld.

Jeff: Daar heb je het nou weer! Juist wat ik zei: wij kunnen ons geen voorstelling maken van een beschaving die zich langs andere lijnen heeft ontwikkeld dan de onze.

Jimmy: Ja, om over iets anders te praten, zeg.

Jeff: Mm?

Jimmy: Hoe... hoe lang zouden ze eigenlijk wel leven? Ja, die stem sprak over duizend jaar alsof het maar een paar weken was.

Jeff: Ja, ja, dat is ook al zoiets waar we geen voorstelling van hebben. Met die mogelijkheid om zich door de eeuwen heen te verplaatsen kun je d’r zo weinig van zeggen, hè?

Jimmy: (lachje) Misschien is iemand van zeventig jaar bij hen nog maar een baby! (ze lachen)

Dr. Matthews: Zouden zij ook ontspanning kennen, of vermaak?

Jimmy: Ja. Ja, beslist. Al zou dat dan alleen maar daarin bestaan dat ze ons een beetje door de eeuwen hebben gejonast.

Jeff: Nou, Jimmy, Jimmy... Nee, ik heb niet de indruk gekregen dat ze aan vermaak denken of zelfs maar enig gevoel voor humor hebben. Als je ‘t mij vraagt, dan denk ik dat ze zich uitsluitend bezighouden met al die technische vragen die zich voortdurend aan hen voordoen. Daar kan zelfs een mensenleven mee vullen, is het niet, Mitch? Heb jij jarenlang aan iets anders gedaan dan aan de bouw van en de vervolmaking van onze raket?

Mitch: Gelijk heb je, Jeff... In zoiets kun je helemaal opgaan. Maar wat is het toch jammer dat we niet in de gelegenheid geweest zijn de stem meer, veel meer te vragen. Mensenkinderen, wat hadden we allemaal niet van hen kunnen leren!

Jeff: Nou, het allerbelangrijkste hebben we ‘m toch maar gevraagd.

Mitch: Wat bedoel je, Jeff?

Jeff: Nou, om ons terug te brengen naar onze eigen tijd. Zonder dat hadden we aan alle kennis die de tijdreizigers ons konden bijbrengen niks gehad.

Jimmy: Ja, nee, dat ben ik volkomen met je eens, Jeff.

Mitch: Ja. Maar vragen wil nog niet zeggen krijgen. D’r is nog steeds geen zon of aarde te bekennen, gezwegen nog van de maan. En wij herinneren ons nog steeds waar we geweest zijn en wat ons overkomen is.

Jimmy: Ja, ik ben d’r al niet meer zo heel zeker van dat het ons werkelijk is overkomen. Weet je, alles begint me te lijken op een... op een droom, een boze droom.

Dr. Matthews: ‘t Zou mij niks verwonderen als we binnenkort wakker werden en inderdaad merkten dat het niet meer dan een droom geweest is.

Jeff: Daar ben ik ook bang voor. Ik vrees dat al wat er gebeurd is volkomen uit onze herinnering zal worden weggevaagd. Ja, en daarom vroeg ik je ook, dokter, je dagboek bij te werken. Ga daarmee door, schrijf zoveel mogelijk op, hoe eerder hoe liever. Schrijf alles op wat je je nog herinnert…

Jimmy: Ja, da’s heel belangrijk, ja.

Jeff: …voordat je dat kwijt

Dr. Matthews: Ja, ‘k ga er direct mee verder, eh… Jeff.

Jeff: Goed. Intussen zullen Mitch en ik het periscoopscherm in ‘t oog houden. Als de reizigers, die tijdreizigers, ons niet in de steek hebben gelaten, kan het niet lang meer duren voor dat we ons eigen zonnestelsel weer zien, en dan krijgen we het druk genoeg!

 

Jeff: Zou dat onze zon zijn, Mitch!?

Mitch: Ik denk het wel! Dat zullen we bij de snelheid die we hebben gauw genoeg zien.

Jeff: Stel je voor dat onze snelheid niet afneemt en dat we d’r aan voorbij schieten.

Jimmy: Of dat we op een verkeerd tijdsip terugkeren.

Mitch: Nou zeg, ik moet zeggen dat jullie wel de kunst verstaat iemand op te vrolijken.

Jimmy: Zeg, Jeff...

Jeff: Ja.

Jimmy: Zouden ze op aarde onze radioseinen al kunnen ontvangen? Dat zou een mop zijn, zeg, als wij ze vertelden dat wij buiten ons zonnestelsel zitten. Zouden ze daar even van opkijken!

Jeff: ‘k Betwijfel of het lukken zal, Jimmy, maar proberen kun je ‘t altijd. Maar niet te lang, we moeten zuinig zijn.

Jimmy: Okay. Daar gaat ie dan. Hallo, Hallo. Hier Raket Luna, Raket Luna. Wij roepen Wangawalla, Australië. Hallo, hallo...

Jeff: Nee. ‘k Dacht het wel

Jimmy: Ja, nog even geduld Jeff, die radiogolven hebben op deze afstand tijd nodig om... (vreemde muziek)  O jee, dat geeft niks. Daar komt de stem weer.

stem: Hallo Luna!

Jimmy: Hallo, hallo, hier Luna.

stem: Ik hoor u. Waar heeft u al die tijd gezeten? Waarom stond uw radio niet aan? Ik heb u reeds enige malen geroepen. Het zal lukken! U behoeft zich geen zorg meer te maken. Wilt u nu landen op de maan?

Jimmy: Het lukt!

Jeff: Wacht even, Jimmy. Hallo, hallo! Als u het niet nodig vindt dat we landen, willen we liever meteen doorvliegen naar de aarde. Kan dat?

stem: Dat zal wel gaan. Snoert u allen stevig vast in uw kooien. Wij gaan u nu terugbrengen naar uw eigen tijd. U weet hoe dat gaat.

Jeff: Ja. Vlug, allemaal stevig vastsnoeren. (dat doen ze) Ja, we zijn klaar!

stem: Goed! Dit is de laatste keer dat ge mij hoort. Ik ga naar mijn nieuwe verblijfplaats, naar Venus.

Jimmy: We hopen u daar over een jaar of tien te komen opzoeken.

stem: Dat zal ik maar afwachten... Ik hoop dat onze kennismaking u iets geleerd heeft.

Jeff: Dat heeft ze. Zeer veel zelfs.

stem: Zijt ge nu allen goed vastgesnoerd?

Jeff: Ja! Plat blijven liggen. Niet spreken!

 

Jimmy: Nou, deze zijde van de maan verschilt niet zoveel met die van de andere, is ’t wel? Kraters, bergen, kale vlakten, ‘t is allemaal precies hetzelfde.

Jeff: Ja, eerlijk gezegd had ik ook niet veel anders verwacht. ‘t Gaat er alleen maar om zekerheid te hebben, hè.

Mitch: Hé, Jeff.

Jeff: Ja?

Mitch: Kijk ‘ns, daar bijna recht onder ons: de grootste krater die ik ooit gezien heb. Copernicus is er niks bij.

Dr. Matthews: Ja, zeg! En kijk ‘ns, hij is vol met kleine kratertjes, allemaal keurig op rijtjes.

Jeff: Zeg, dat is eigenaardig! Kraters liggen wel vaak in een rij, maar toch niet zo regelmatig. Dat is niet natuurlijk.

Jimmy: Zeg, Jeff, ik...

Jeff: Ja?

Jimmy: Weet je, ik heb nou net zo’n gevoel alsof ik dit alles al eerder heb gezien.

Jeff: (lachje)

Dr. Matthews: Nou je ’t zegt, Jimmy,  ik ook!

Jimmy: Jij ook, Doc?

Dr. Matthews: Heel sterk zelfs.

Mitch: Nou, ik niet. Dat kan ook trouwens niet. Geen mens ter wereld heeft deze zijde van de maan ooit gezien.

Jimmy: En dat is juist het gekke. Wat je daar zegt, dat, ja, dat weet ik ook wel, maar eh… toch heb ik dat gevoel...

Jeff: Dokter!

Dr. Matthews: Ja.

Jeff: De camera. Maak zoveel mogelijk opnamen als je kan.

Dr. Matthews: Ja, in orde, Jeff.

Jeff: Zo. We zijn nu bijna om de maan heen. Mitch, op je post om de motor op volle kracht te zetten, en jullie naar je kooien, en snoer je vast.

Jimmy: Okay.

Dr. Matthews: Okay.

Mitch: Ja.

Jimmy: Zo.

Jeff: Periscoop achter af, Jimmy, en voor aan.

Jimmy: Periscoop voor: aan.

Mitch: Ja! Daar heb je de aarde al. Bijna recht voor ons.

Dr. Matthews: Goeiedag, aarde!

Jeff: (lachje)Jullie doe alsof je ’r in geen tijden meer gezien hebt.

Mitch: Nou, het lijkt mij net zo.

Jeff: Toch zijn we nog geen drie kwartier geleden van de maan gestart.

Mitch: Ja.

Jeff: Ja, de gyro’s, dokter. (gyro’s aan)

Dr. Matthews: Okay.

Jimmy: 6 - 5…

Jeff: Contact, Mitch.

Mitch: Wacht even...

Jeff: Wat is er?

Jimmy: 4…

Mitch: Da’s heel vreemd. Toen straks bij de start hadden we nog volop splitsingsmateriaal voor de motor, en nu wijzen de instrumenten veel minder aan. Dat kan toch niet.

Jimmy: 3…

Jeff: Mm?

Mitch: Met om de maan cirkelen op halve kracht hebben we praktisch immers niets verbruikt. Wat zou d’r aan de hand zijn?

Jimmy: Twee graden.

Jeff: Kunnen we de aarde er nog mee bereiken?

Mitch: Nou, wat dat betreft, atoommateriaal gebruik je zomaar niet op.

Jeff: Nee.

Mitch: Dat wil zeggen, als zoiets geks als nu niet al te vaak gebeurt.

Jimmy: 1 graad.

Jeff: Ja. Contact, Mitch!

Mitch: Contact! (schakelt in)

Dr. Matthews: Snelheid 5000 - 5500 - 6000 - 6500 - 7000…

Jeff: Motor af, Mitch!

Mitch: Motor af.

Dr. Matthews: 7.500 - 8.000.

Jeff: Ziezo. Wat een voordeel dat de aantrekkingskracht van de maan maar het zesde deel is van die van de aarde, hè. Da’s heel wat minder inspannend dan de start van Wangawalla, is het niet?

Jimmy: Ja en of. We hebben nu de aarde precies recht vooruit.

Jeff: Goed zo. Ja. Gyro’s af, dokter. (hij schakelt ze uit)

Jimmy: (lachje) We liggen op de koers. Juiste snelheid, en nou naar huis. Ik hoor het klokje thuis al tikken.

Jeff: Mm, jullie kunnen nou wel weer opstaan. Zeg, Mitch, kun je die verdelers ‘ns nakijken, of daarmee soms iets niet in orde is?

Jeff: Reken maar dat ik dat direct zal doen, Jeff. ‘t Is al te gek.

Jeff: Jimmy...

Jimmy: Ja?

Jeff: Probeer de aarde te pakken te krijgen.

Jimmy: Okay. Hallo Aarde, hallo Aarde, hier raket Luna. Raket Luna roept controle Wangawalla.

controle: Hallo Luna. Hier is Wangawalla. Wij luisteren.

Jimmy: Ik heb ze, Jeff!

Jeff: O, mooi. Geef hier, Jimmy. Hallo Aarde. Hier is Jeff Morgan.

controle: Wij horen u, luid en duidelijk.

Jeff: Wij zijn om de maan heen gevlogen en hebben verschillende foto’s gemaakt, en zijn nu op de thuisreis. Onze snelheid is nu 7000 km. U kunt ons binnen vier en een halve dag terug verwachten.

controle: Dank u, Luna. En hoe ziet de achterkant van de maan er uit?

Jeff: Nou, precies zoals de voorkant, alleen hebben we een reusachtige krater gezien, veel en veel groter dan alle andere.

controle: Is dat alles?

Jeff: Ja, voorlopig wel. We moeten nu al onze instrumenten controleren. Dat zal wel een poos duren. Over twee uren roepen wij u weer op.

controle: Goed. Zorg maar dat u op de terugreis wat rust neemt. Er staan u na aankomst hier vermoeiende dagen te wachten. De minister-president en diverse leden van het kabinet komen per vliegtuig hierheen om u bij uw terugkeer op aarde te begroeten. Goede reis verder en tot straks!

Mitch: Ik begrijp er niets van, Jeff.

Jeff: Wat, Mitch?

Mitch: De verdelers werken precies.

Jeff: Ja?

Mitch: Alle leidingen, pompen en contacten zijn volkomen in orde. Nergens een lek. Wat er gebeurd mag zijn, is mij een volslagen raadsel.

Jeff: Eh… Mitch, het lijkt me gewenst dat we alles aan boord nog ‘ns controleren.

Mitch: Ja.

Jeff: Wie weet wat we nog missen. Ik had nooit gedacht dat een veertiendaags verblijf op de maan zo’n vreemde uitwerking zou hebben.

Jeff: Jimmy, dokter!

Jimmy: Ja?

Dr. Matthews: Ja?

Jeff: Controleren jullie de zuurstof, voedsel- en drankvoorraad.

Jimmy: O, ja.

Dr. Matthews: Okay.

 

Jeff: Maar waar komt dit voedsel - als het tenminste voedsel is - dan vandaan, Jimmy?

Jimmy: Ja, weet ik dat?

Jeff: En hoe bestaat het dat koude thee en vruchtensap in klaar water veranderen?

Jimmy: Je hebt zelf gezegd, Jeff, dat wij in de wereldruimte misschien vreemde ontdekkingen zouden doen. Die hebben we dan nu gedaan. Atoomsplitsingsmateriaal en zuurstof verdwijnen spoorloos, eten en drinken veranderen in iets heel anders.

Mitch: Denk je dat dat goedje eetbaar is?

Dr. Matthews: Nou, ‘k zal ’t proberen.

Jimmy: Nou... En?

Dr. Matthews: Mm, niet slecht. Erg zoet, zoiets als honing, maar met de vastheid van brood.

Mitch: Hé.

Dr. Matthews: Nee, ‘k geloof niet dat het kwaad kan.

Jimmy: Als je ’t mij vraagt, dan komt het door die rare muziek die wij een paar keer hebben gehoord.

Jeff: Ah... nou…

Jimmy: Ja, luister nou ‘ns even, ze zeggen toch wel ‘ns dat onweer melk kan verzuren. Nou ja, misschien kan die muziek dat eten wel helemaal veranderen.

Dr. Matthews: Nou...

Jeff: Eh… zeg, dokter...

Dr. Matthews: Ja.

Jeff: Haal je dagboek ‘ns te voorschijn.

Dr. Matthews: Ja.

Jeff: Misschien kan dat ons op weg helpen.

Dr. Matthews: Ja, goed, Jeff. (gaat het halen)

Mitch: Ja, maar hoe kan dat dagboek ons nou voorthelpen?

Jeff: Ik weet het niet, Mitch.

Mitch: Ach, kom…

Jeff: We kunnen ‘t in elk geval proberen. Lees ‘ns voor dokter. Begin bij het begin.

Dr. Matthews: Ja. “Vandaag is het de 22ste oktober 1965. Het is nu drie aardse dagen en zeven uren geleden dat wij startten. Ons werk verloopt regelmatig. Jimmy schijnt zich weer geheel te hebben hersteld van de shock, en wij praten....”

 

Dr. Matthews:  “En of wij naar de aarde zullen terugkeren in onze eigen tijd is nog de vraag. We kunnen alleen maar hopen dat de tijdreizigers in hun poging zullen slagen, anders zullen deze woorden nooit door iemand worden gelezen en zal het relaas van onze vreemde avonturen met ons sterven. Jimmy ontvangt thans de stem weer door de radio. Zij zegt dat wij naar onze kooien moeten gaan en ons goed vastsnoeren, dan zal alles in orde komen. Ik moet nu dus eindigen. Laten wij hopen dat de schijf die thans op het periscoopscherm zichtbaar is inderdaad onze zon is, en in onze tijd...” Hé, vreemd! Ik heb er geen flauw idee van dat ik dat alles opgeschreven heb, zelfs niet eens dat het gebeurd is!

Jeff: Ja, en toch komt het me voor dat ik je gezegd heb alles op te schrijven om te voorkomen dat we iets zouden vergeten.

Mitch: Ja, maar dat zou al onze schijnbare geheimen oplossen. Maar als wij met dit verhaal op aarde aankomen, zullen ze ons ofwel stapelgek verklaren, of ons voor een stel zwendelaars houden.

Jimmy: Lieve hemel! Wacht ‘ns even...!

Jeff: Wat is er, Jimmy? (gaat vlug iets halen)

Dr. Matthews: Wat is er?

Jimmy: (keert terug) Hier, Jeff! Het is er nog! Ik had het gelukkig goed weggeborgen.

Jeff: Ach, het mes!

Jimmy: Het mes.

Dr. Matthews: Het voorhistorisch stenen mes!

Jeff: Allemachtig, maar... dan is het dus toch waar! Op de maan vind je zoiets niet.

Mitch: Ja, maar we zouden het wel van de aarde hebben kunnen meenemen, bij ons vertrek, en het dagboek van de dokter zou niets anders dan een truc kunnen zijn. De kranten zouden voor zo’n verhaal een aardig honorarium geven, dat verzeker ik je.

Dr. Matthews: Zeg, Mitch, wil jij vertellen dat ik dat alles verzonnen heb?

Mitch: Welnee, dokter.

Dr. Matthews: O, dat dacht ik.

Mitch: Maar kom jij hier nou ‘ns mee op aarde aan en luister dan ‘ns wat ze d’r van zeggen. Wedden dat het comité van ontvangst dan uit louter psychiaters bestaat?

Jeff: Ja, daar zit iets in, Mitch. Mannen, bij de terugkomst geen woord over het dagboek, totdat wij alles nog ‘ns rustig samen hebben overlegd.

 

Mitch: Hoe ver nog, Jeff?

Jeff: Nog 2000 km.

Mitch: Dan naderen we.

Jeff: En... onze reis loopt ten einde. Ja, we moeten ons klaarmaken voor de landing. Allemaal in de kooien en snoer je goed vast. (dat doen ze)

Jeff: In orde? Mooi. Mitch, stabilisator aan. Jimmy, de koers.

Jimmy: Koers: precies loodrecht boven het landingsterrein.

Jeff: Dokter, onze hoogte?

Dr. Matthews: 1500 km.

Jeff: Eh... nog even vallen. Ja, ga zo gemakkelijk mogelijk liggen.

Mitch: Ja.

Jeff: Zodra we de motor aanzetten, gaat de tegenkracht weer werken. Mitch, klaar voor de schokbrekers... ik hoop dat ze ‘t zullen houden.

Mitch: Natuurlijk houden ze ’t. Klaar!

Jeff: Uit dan maar! (Mitch laat ze uit)

Mitch: Schokbrekers uit.

Jeff: En nou de motor. Opgepast! Contact! (Mitch schakelt in)

Dr. Matthews: 800 km - 750 - 700 - 650 - 600...

 

Mitch: Ja, we zijn d’r bijna!

Jeff: Stabilisator, Mitch.

Mitch: Ja.

Jeff: Alles okay?

Dr. Matthews: Ja.

Jimmy: Ja, okay.

Mitch: Ja.

Jeff: We zijn er bijna... Pas op! (landing) Mijne heren: de aarde!

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (04/2008)

hermanvanc@yahoo.com

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven. 

 


 

[1] geboren te Amsterdam op 23/12/1911 (Code TIN: 8762)

[2] geboren te Amsterdam op 03/01/1921; overleden te Amerongen op 16/06/1960 (Code TIN: 625)

[3] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[4] geboren te Leiden op 02/03/1896; overleden te Hilversum op 23/10/1966 (Code TIN: 518)

[5] geboren te Amsterdam op 27/04/1884; overleden te Amersfoort op 04/05/1971 (Code TIN: 3871)

[6] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831)

[7] geboren te ’s-Gravenhage op 15/01/1917; overleden te Hilversum op 03/11/1982 (Code TIN: 1167)