|
Dodenhuis |
|
|
|
TIENDE DEEL |
|
"Het geheim van de oude foto" |
|
|
| - Sta
stil en hou je handen omhoog, gelastte miss Conwell! Is u gewond,
inspecteur? - Nee, antwoordde Cleveland, maar het scheelde geen haar. Hij keek de man voor hem doordringend aan. Toen trok er een brede lach van voldoening over zijn gezicht. Hij kwam een stap dichterbij, nam de man scherp op en zei toen: — Zo, Frank Watson, je hebt dus wel precies gedaan wat wij van je hadden verwacht! - Ik begrijp niet wat u bedoelt. - Nee, dat zal wel niet. Hou je handen omhoog. Zo en vertel nu maar es: waar heb je de foto gelaten? - Ik weet niets van een foto, kwam het norse antwoord. - Nee, je kwam hier zeker alleen maar om te informeren of de koffie al klaar was, hè? informeerde de inspecteur. Hij kwam nog wat dichterbij en voor de man er erg in had, had de politieman een greep gedaan in zijn jaszak. - Kijk es, daar was ie al! Woedend viel Watson uit: - Blijf van me af! Blijf van me af, zeg ik je! Ik.... Het schot klonk hard en hoog in de kamer. - Dat schot was opzettelijk boven je hoofd, Watson, kwam vlak daarop de stem van miss Conwell. Het volgende mist niet! Boeit u hem, inspecteur en.... onderschat hem niet! Hij heeft een grote ervaring. Is het niet, Frank? De laatste vraag klonk lief en bepaald vriendelijk. De man gaf geen antwoord. Cleveland sloot hem in de boeien. - Zo, zei hij. Nu ben je in elk geval minder gevaarlijk. - Ik begrijp niet wat u met mij wilt, begon Watson. - 't Is wel goed, hoor, suste miss Conwell. Je hoeft je werkelijk niet te verontschuldigen, mijn jongen. En wees daarvan overtuigd: het is duidelijk ook. Dat jij het was, wisten de inspecteur en ik al veel eerder. We hadden alleen nog maar het bewijs nodig en daarbij moest jij ons helpen. Wat je dan heel braaf gedaan hebt. Begrijp je wel? - Ik heb niets gedaan. - Waarvoor had jij die documenten nodig, Watson? vroeg Cleveland. - Ik was nieuwsgierig. Ik had er zoveel over gehoord, dat ik.... Verder ging hij niet. - Ga door. Spreek verder, jongen, moedigde miss Conwell hem aan. - Nee, antwo:rdde de man kort. - Frank Watson, kwam de inspecteur plotseling in de officiële toon, Frank Watson, jij hebt Peterson vermoord en toen je ontdekte, dat inspecteur Mac Williams op weg was om voor jou gevaarlijke ontdekkingen te doen, heb je hem neergeschoten. Dat deed je nadat je te weten was gekomen, dat Mac Williams in het bezit was gekomen van.... een document, dat hem de weg zou kunnen wijzen. - Ik weet niet wat u bedoelt. - Je bent de kamer van de vermoorde inspecteur binnengedrongen, vulde miss Conwell aan en je hebt het slot van zijn schrijfbureau geforceerd. - Dat was ik niet! Daar weet ik niets van! - Jouw vingerafdrukken zijn op het deurtje gevonden, deelde Cleveland vriendelijk mee. - Dat kan niet, ontkende Watson. - Omdat je handschoenen droeg, wil je zeggen? vroeg miss Conwell. - Wij zijn volkomen op de hoogte, Watson, zei de detective en hij voegde er met iets van spijt in zijn stem aan toe: - Het zal voor de kolonel een hele slag zijn als hij op de hoogte gebracht wordt. Hij vertrouwde je volkomen! Even trok er iets over het gezicht van Watson. Toen herhaalde hij: - Ik ben onschuldig. Plotseling deed miss Conwell een paar stappen naar voren en voor Watson het zich bewust was, had ze een greep gedaan in zijn linkerzak. - Kijk es hier, jongen, riep ze, kijk es wat je in je linkerzak had? De twee papieren, die bij de foto.. voor jou klaargelegd waren! Onthutst keek Watson haar aan: - Klaargelegd waren? - Natuurlijk, bevestigde de inspecteur. Wij wisten toch, dat je komen zou! Het was je laatste kans, nietwaar? Maar om de zaak even compleet te maken: daarna heb je nog een moordaanslagje op mij gepleegd. De revolver, die je bij je droeg, had je zeker ook alleen maar meegenomenuit nieuwsgierigheid, hè? Als u het goedvindt, miss Conwell zullen we maar gaan. - Waar gaan we heen? vroeg Watson duidelijk ongerust. - Waarom ben je daar zo nieuwsgierig naar? beantwoordde Cleveland de vraag met een tegenvraag en hij voegde erbij: - Als dat je geruststelt, kan ik je wel zeggen, dat je vannacht nog hier blijft. Morgen worden de rapporten opgemaakt en morgenavond waarschijnlijk zullen we je naar de stad overbrengen. We gaan nu naar beneden. De familie wacht. Heb je nog iets te zeggen? - Nee, klonk het nors. - Goed. Dan gaan we. De inspecteurbevestigde een ketting aan de boeien, die Watsons polsen omsloten en leidde hem daarna de kamer uit. Miss Conwell liep achter hen, de revolver in de hand. Hevig geschrokken keek de kolonel zijn oppasser aan toen het drietal het vertrek binnenkwam waar de anderen zaten te wachten. Verbijsterd sprong hij van zijn stoel op: - Wat is dat? Wat betekent dat? En als een kreet klonk het: - Frank! - Het spijt mij, dat we een zeer onaangename boodschap moeten brengen, kolonel, begon miss Conwell, maar u ziet het: we hebben uw oppasser Frank Watson moeten arresteren. - Maar in 's hemelsnaam waarom? vroeg Moore onthutst. - Omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan twee moorden en omdat hij er bijna nog een derde aan had toegevoegd, antwoordde Cleveland. Toen we hem betrapten, was hij namelijk zo vriendelijk een schot op mij te lossen! Hij miste in zijn nervositeit op een haar! Moore was zeer bleek. Hij keek zijn oppasser aan en vroeg streng: - Wat heb jij hierop te antwoorden? - Ik was uit nieuwsgierigheid de kamer van Millner binnengegaan, kolonel. - Nieuwsgierigheid? Naar wat? Zeg op, man! - Naar de documenten, kolonel! - Maar dat is ongelofelijk, barstte Moore uit. Jij hebt....? En jou heb ik vertrouwd als geen ander! Hij kwam vlak voor de man staan: - Als er dan iets van een kerel in je is, spreek dan nu de waarheid? Wat had die oude Peterson jou gedaan, man? - Hij.... had me niets gedaan, stotterde Watson. - Het is onherroepelijk logisch, waarde heer, kwam de inspecteur. Er was maar één, die zoveel belang kon hebben bij de vermiste documenten, dat hij er alles voor zou riskeren en die ene is: de moordenaar! De man, die kwam, was jij! Ik zeg je nog eens: voor ons was dat geen verrassing! Zwaar viel de stilte. In grote spanning keken allen naar de stevig geboeide oppasser, die met gebogen hoofd voor zich op de grond staarde. Nerveus liep Moore heen en weer. Plotseling bleef hij weer voor Watson staan: - Ik verwacht je antwoord, Frank. Ik heb je gekend al die vijf jaren van de oorlog als een kerel waar ik op aan kon! Daar blijf ik bij! Als je dit werkelijk gedaan hebt en het lijkt er verschrikkelijk veel op, moet er een reden zijn geweest. Wat heb je te zeggen? Nog eens: als je een kerel bent, spreek dan de waarheid! Even aarzelde de man. Toen zei hij: - Het was een ongeluk. - Hoezo een ongeluk? kwam Cleveland snel. - Er lag een steen in mijn kamer, vertelde Watson. Ik wilde hem naar beneden brengen, maar hij was erg zwaar. Ik dacht: ik gooi hem over de vensterbank omlaag. Ik heb dat gedaan. Even zweeg hij. Toen zei hij zacht: - Peterson liep net op de binnenplaats. - Maar man, dat is.... barstte de kolonel weer uit. Dat is.... En Peterson kreeg toen.... Lieve God! - Ik had de man niet gezien, kolonel, verontschuldigde Watson zich stammelend. - En de inspecteur dan? vroeg Moore. - Ik dacht, dat die het ontdekt had en ik werd doodsbang, antwoordde de oppasser. Toen heb ik.... Woedend draaide de kolonel zich om. - En die man heb ik vertrouwd! Die man heb ik beschouwd als de beste en trouwste.... Hard en honend klonk de lach van Beatrice. Dadelijk nam Cleveland weer de leiding: - Ga daar zitten, man, gelastte hij Watson. De steen heb je inderdaad over de vensterbank geschoven en toen laten vallen. Zelfs nu nog zijn in de vensterbank de schrammen te zien. Als het opzet was geweest, zou je die hebben weggewerkt. Weer klonk de schampere lach van Beatrice. Miss Conwell vervolgde: - Daarna moest het andere volgen. De angst voor ontdekking dreef hem op, nietwaar? - Ik begrijp het niet, kwam Moore weer. Ik kan het niet begrijpen. De rustige stem van miss Conwell klonk plotseling in de stilte, die op de uitbarsting van Moore was gevolgd: - De inspecteur en ik zullen morgen proces-verbaal moeten opmaken, maar voor we daaraan kunnen beginnen, zullen we nog een paar inlichtingen nodig hebben. Er zijn in het verdere verloop van deze zaak namelijk nog een paar dingen duister, maar dat zijn kleinigheden, die de familie, ik bedoel juffrouw Beatrice, Carl Lawrence en de kolonel ons wel kunnen ophelderen. En Millner niet te vergeten! - Ik vrees, dat ik.... Het is alsof ik voor een muur sta, zei Moore. - Dat begrijp ik volkomen, kolonel, zei Cleveland meewarig, maar we moeten hier toch even door. Mag ik dan beginnen met juffrouw Beatrice de foto terug te geven, die ze zo vriendelijk was ons te lenen! Verrast keek Moore op: - Te lenen, zegt u? - Ja, antwoordde de inspecteur. We hadden die kiek alleen maar voor Watson klaargelegd, kolonel. We wisten immers, dat hij hem zou komen halen. - Alweer die.... U bedoelt toch die foto van mijn overleden vrouw en mij? - Ja zeker, kolonel. - Maar welk belang had die foto dan toch? vroeg Moore verwonderd. Mis Conwell antwoordde: - Ja, dat is vrij lang voor ons ook een mysterie geweest. Dat wil zeggen: voor de inspecteur. Ik was daarvan namelijk iets eerder op de hoogte. - Dat intresseert me zeer. De jonge vrouw lachte: - Ik hoop uw nieuwsgierigheid zo dadelijk te bevredigen, kolonel. Permitteert u, dat ik eerst....? - Maar natuurlijk, ga uw gang. De jonge vrouw wendde zich tot Lawrence: - U heeft een nogal vreemde houding aangenomen in deze zaak, meneer Lawrence. Wat dreef u daar eigenlijk toe? - Toen ik hier kwam, antwoordde Lawrence nerveus, was ik juist bezig met mijn rapporten in de zaak van de gesneuvelde Robert Richner, alias "Soft Bob". - U was bij die zaak betrokken, nietwaar? De jonge man knikte: - Ja. Ik was op het spoor gekomen van een van de handlangers van deze Soft Bob en ik had de Staf daarvan mededeling gedaan. Toen heb ik me bij de man in kwestie aangesloten en zo kwam ik in de bende terecht. - En verder? vroeg miss Conwell, toen Lawrence zweeg. - Ik was bijna geslaagd toen deze Robert Richner sneuvelde. De jonge vrouw knikte: - Juist, ja. Toen kwam u hier. En toen? - Ik kwam tesamen met Millner terug. - Dat was toch niets bijzonders. Millner werkte hier toch al meer dan vijf en twintig jaar? De kolonel keek verwonderd op: - Al meer dan vijf en twintig jaren? Merkwaardig. Ik heb jou nooit gezien toen, Millner! Millner schudde het hoofd: - Nee, dat kan. U heeft toen niet op mij gelet. Ik werkte in de tuin. - Millner heeft zelfs nu nog een zeer scherpe herinnering aan uw bruiloftsdag, kolonel! merkte miss Conwell op. - Is het werkelijk? Dat is aardig. Is dat waar, Millner? - Ja. Heel scherp, antwoordde de man en er was een vreemde klank in de toon waarop hij het zei. Opnieuw klonk de sarcastische lach van tante Beatrice. Cleveland viel in: - We hebben een paar gegevens nodig, die verband hebben met de persoon van de vermoorde Peterson, kolonel. Herinnert u zich hem nog goed uit die tijd? - O, ja, antwoordde Moore. Peterson was al meer dan dertig jaar in dienst van de familie, zoals u weet. Hij was hier koetsier toen mijn overleden vrouw en ik nog verloofde waren. Miss Conwell keek op en vroeg: - Is u in uw verlovingstijd vaak hier naar toegekomen, kolonel? Nee. De verhouding was al dadelijk niet zo erg goed. Beatrice liet zich nooit zien en mijn vrouw en ik vonden het hier alle twee.... Geprikkeld keek Moore in de richting van Beatrice, die weer haar lach uitstootte. - Ik wou, dat je dat liet, Beatrice, verzocht hij. - Waarom? vroeg de oude vrouw. Heb je last van je zenuwen? - Laten we ons nu tot ons onderwerp bepalen, adviseerde Cleveland. Dat onderwerp is toch werkelijk intressant genoeg, nietwaar? Juffrouw Beatrice, was u ook bij de huwelijksplechtigheid niet aanwezig? - Nee. Ik had er geen behoefte aan om die comedie bij te wonen! - Als ik het dus goed begrijp, vervolgde de inspecteur, hebben de kolonel en u elkaar ook toen niet ontmoet. Uw houding van nu, ik bedoel na zoveel jaren wordt er des te merkwaardiger door, juffrouw Beatrice! -Vind je? vroeg de vrouwsmalend. Ik sta iedere keer weer verstomd over jouw scherpzinnigheid! Maar dat is je vak, hè? Cleveland ging de honende opmerking achteloos voorbij. Hij richtte zich tot Millner: - Millner, u is dus de enige, die ons nauwkeurig kan inlichten over die periode! Moore kwam nerveus: - Ik geloof niet, dat Millner dicht genoeg betrokken was bij...., maar miss Conwell viel hem rustig corrigerend in de rede: - O, jawel, kolonel. Dat kan u niet weten natuurlijk, maar Millner was er persoonlijk zelfs zeer dicht bij betrokken en daardoor weet hij zich alles nog zo goed te herinneren! Plotseling bleek Lawrence zijn zenuwen niet meer meester. Het onbegrijpelijke spel van vraag en antwoord, het steeds op iets ongedefinieerds duidende gegoochel met woorden, had hem dermate opgewonden, dat hij alle voorzichtigheid vergat en uitbarstte: - Waarom spelen we deze comedie hier eigenlijk nog? Ik heb er genoeg van nu, zeg ik jullie! Ik.... Verder kwam hij niet. Hoog en scherp kwam de stem van Cleveland: - Lawrence ga zitten! Ga ogenblikkelijk weer zitten! Met een verbeten trek op zijn gezicht nam de jonge man weer op zijn stoel plaats. Nog één keer probeerde hij het, maar nu aanzienlijk rustiger dan de eerste keer: - Ik heb iets te zeggen! Iets zeer belangrijks! - Straks, Lawrence! sneed miss Conwell hem kort de pas af, maar hij liet zich niet remmen en koppig drong hij aan: - Nee nu! Het is er de tijd voor! Millner en ik.... Dreigend klonk nu de stem van den inspecteur: - Voor de laatste keer, Lawrence: hou je mond! De jonge man zweeg en even was er de zware, dreigende stilte. Toen vervolgde Cleveland: - Goed. We gaan verder. Zoals ik al zei: Millner weet zich alles nog scherp te herinneren. - Ik begrijp niet goed, kwam de kolonel, wat dit alles te maken heeft met de eigenlijke zaak. - Dat lijkt veel vreemder dan het in waarheid is, meende miss Conwell. Wij hebben dat namelijk ook eerst gedacht, maar het bleek een vergissing! En juist dat vreemde erin maakte het geval zo intressant, begrijpt u? Tenminste in het begin! - Och, als u het mij vraagt, converseerde Cleveland een tikje achteloos, is het geval ook nu nog bepaald boeiend! Kolonel Moore glimlachte: - U spreekt een beetje in raadselen, althans voor mij. - Dat lijkt maar zo, kolonel, meende miss Conwell. Het zit namelijk alleen maar weer eens in de simpele aftelsom: twee min één is ....één! Op hetzelfde moment rees ze op, de revolver dreigend in de hand, gereed om te schieten: - Handen omhoog, Robert Richner! Verbijsterd keek Moore haar aan. - Wat zegt u? U lijkt wel gek! barstte hij uit. Hij wilde opspringen, maar miss Conwell liet hem geen tijd. - Bij de eerste beweging schiet ik, vergeet dat niet.... kolonel! Bijtend sarcastisch klonk dat laatste woord. Ze vervolgde: - Goed gespeeld en beheerst tot het laatste ogenblik, Richner, maar verloren is het spelletje toch! - Handen vooruit, Richner, gelastte inspecteur Cleveland. Als je even zo vriendelijk wilt zijn, zal ik je dit armbandje omdoen! Plotseling sprong Richner op en nog voor iemand begreep wat er gebeurde, had hij den inspecteur een kaakslag gegeven, die hem tegen de grond deed vallen, maar terstond vloog Lawrence omhoog: - Hier jij, schoft! jij.... De vuist van Lawrence schoot uit maar Richner dook en trof de jonge man midden in de borst. - Achteruit, Lawrence, gelastte miss Conwell en tegelijkertijd viel het schot. - Sta, Richner! Zo! Doe hem de boeien om, Lawrence! Mary keek met grote angstogen naar den man, die zich zolang voor haar vader had uitgegeven. Ray snikte schokkend. Cleveland stond weer op de been. Hij wreef even langs zijn pijnlijke kaak en zei toen prijzend: - 't was een knappe prestatie, Richner! Dat andere en.... dit ook. 't Was werkelijk goed gedaan, maar deze keer was de overmacht aan deze kant, vriend! Overigens: mijn complimenten. Het was bijna een misdaad zonder fouten geweest. Bijna. Het is altijd bijna, hè, jongen? Woedend keek de ex-kolonel hem aan: - Voor deze vergissing zult u duur boeten. Hoe u ertoe komt, weet ik niet, maar.... - Doe geen moeite, raadde miss Conwell hem aan. Het was wel aardig geweest, hè Richner, als je de eerste jaren na de oorlog had kunnen slijten als de rijke kolonel Moore en het plan was werkelijk heel goed opgezet! Toen ik hier kwam, zat ik inderdaad alleen maar achter Carl Lawrence aan, maar de inlichtingen van de staf brachten mij, wat Lawrence betreft, al heel gauw op de hoogte. Toch speelden wij het spelletje verder en jij.... trapte erin! Toch nog argeloos, Richner! Eigenlijk te argeloos voor een groot man in zijn vak, als jij! Vind je niet? - Het geval zal spoedig worden opgelost en dan zullen we wel verder zien! Fel viel Beatrice uit: - Voor jou valt er niets meer op te lossen, man! Voor jou niet! - Wilt u nu uw verklaring afleggen, meneer Lawrence? inviteerde miss Conwell. De jonge man boog licht in haar richting. - Zeker, zei hij toen. Toen ik eenmaal in de bende opgenomen was, liep alles vanzelf. Op de avond van de achtste november 1943 zou ik Richner zelf ontmoeten maar diezelfde dag kwam het bericht van zijn dood. Ik ben bij de begrafenis tegenwoordig geweest. - In waarheid, zo vulde Cleveland aan, werd toen het stoffelijk overschot van kolonel Moore begraven. Woedend viel de beschuldigde weer uit: - Je liegt, schoft! Ik ben kolonel Moore! Even keek miss Conwell hem aan. Toen zei ze: - Je had je gedurende de oorlog ingedrongen in de vriendschap van kolonel Moore, Richner en je was zijn vertrouwde geworden. Je wist, dat de kolonel en zijn vrouw samen niet gelukkig geweest waren. Je hoorde, dat Moore al meer dan twintig jaar gelden zijn vrouw had verlaten. Hij vertelde je van de familie-omstandigheden, zoals een man, die nooit vrijuit heeft kunnen praten dat doet, als hij meent eindelijk een vertrouwd vriend te hebben gevonden en jij luisterde, vertelde zo van tijd tot tijd ook eens wat en.... leerde. Zo heb je je plan gemaakt en het is nu alleen nog maar de vraag of de kolonel werkelijk gesneuveld is dan wel door jou vermoord. Ik vermoed het laatste! - Je liegt! Hij is gesneuveld! Met een vriendelijke glimlach keek miss Conwell de man aan. Ze boog licht en zei toen zeer minzaam: - Dank je, Bob. Dat was je eerste bekentenis! Ze wendde zich tot haar assistente, die stenograveerde: - Ben je zover, Kate? - Ja, ik ben helemaal bij, antwoordde het meisje. - Prachtig, prees miss Conwell. Dan gaan we verder. Van de meisjes had je niets te vrezen. Mary was vijf jaar toen je wegging en Ray zelfs nog niet geboren. Jufrouw Beatrice kon zich jouw uiterlijk onmogelijk meer herinneren, want ze was die paar keer, dat de kolonel hier op het kasteel logeerde, bijna niet te voorschijn gekomen. Alleen Peterson, de koetsier, die de kolonel haalde en bracht en die ook wel eens tochtjes in de omtrek met Moore en zijn vrouw maakte, kon gevaarlijk zijn. Je had je oppasser Watson vooruitgestuurd en hij was op de hoogte. Peterson moest dus opgeruimd worden. Van Millner wisten jij en Watson niets af. Dat was je eerste grote fout. - Ik ga op die dwaasheden niet in, klonk het nors maar miss Conwell ging onverstoorbaar verder: - Je tweede grote fout was, dat je geloofde, dat wij, de inspecteur en ik jou als onze vertrouwde beschouwden. - Dat heb ik geen ogenblik geloofd! - Ik was die geheimzinnige figuur, die in de nacht in jouw koffers kwam snuffelen, Bob! - Dat wist ik! - Uit jouw koffers nam ik de oude foto's mee en de bij de meisjes stal ik.... brieven. Brieven van de vrouw van kolonel Moore. Uit een van die brieven wil ik je iets voorlezen: Ze haalde de brief te voorschijn en las: - Vader schreef mij, dat hij in het hospitaal ligt. Hij is bij de jacht in de jungle gewond geraakt. Hij had een tijger neergeschoten en meende, dat het beest dood was, maar het sloeg zijn klauw uit en wondde hem aan de bovenarm. Het is goed afgeloopen maar vader houdt een litteken!" Intressant, niet? Toen heb ik mij tot de Dienst gewend Bob, met het verzoek een onderzoek voor mij te willen instellen. Men heeft aan mijn verzoek voldaan en hier heb ik het antwoord. Het luidt aldus: "Het lijk van voornoemde Robert Richner vertoont aan de rechterbovenarm een litteken ter lengte van twaalf milimeter en ter breedte van drie ilimeter!" De jonge vrouw keek de ander even aan en zei toen nadrukkelijk: - Het lijk van ....Robert Richner, Bob, hoor je? Cleveland vervolgde de constructie van de misdaad: - Je hebt Frank Watson de dupe gemaakt, Richner. Toen wij eenmaal meenden te weten hoe de zaak zich had toegedragen - dat was helaas pas na de moord op inspecteur Mac Williams - want daarvoor volgde ik nog steeds het spoor van meneer Lawrence hier - toen wij eenmaal zover waren, zei ik, liep alles vrij vlot! Frank Watson is nooit oppasser van kolonel Moore geweest. - Je liegt! Rustig vervolgde de inspecteur: - Watson heeft geen enkele reden om jou nog te beschermen, Richner! Maar ik heb hem als getuige niet nodig. Ik heb namelijk ook bij de Dienst om inlichtingen gevraagd. Het antwoord luidde: Genoemde Frank Watson fungeerde van 2 November 1941 tot het einde van de oorlog als oppasser van luitenant Robert Richner! Cleveland richtte zich tot Watson: - Wat was je voordien, Frank? - Slagersknecht in Chicago. In de hallen. Cleveland knikte: - Juist. Toen ik jou de eerste keer van die oude foto vertelde, Richner, vloog je erin. Je moest een verhaal hebben, waarin het logisch en vooral: ongevaarlijk voor jou klonk, hoe die kiek bij inspecteur Mac Williams kon zijn gekomen en je ging Frank halen, omdat die jou zogenaamd ervan had verteld. In waarheid ging je hem zeggen wat hij mij vertellen moest. - Allemaal veronderstellingen, die niets zeggen en nog minder bewijzen, meende de ex-kolonel. - Wat antwoordt u hierop, meneer Lawrence? vroeg miss Conwell. - Dat ik ervoor gezorgd heb, dat de foto bij de inspecteur kwam! Ik verkeerde toen nog in de veronderstelling, dat de zaak dan voor de politie duidelijk zou worden, maar ik heb me vergist! Millner heeft de kiek bij de papieren van Mac Williams gelegd. - Later heb ik de foto weer weggehaald. Na de moord, vulde Millner aan. Beatrice knikte: - En toen heeft Pat, die maar steeds door de geheime gang zwierf, ze weer uit de kamer van Millner ontvreemd en bij mij gebracht. - En daarna hebben we voor onze zogenaamde kolonel het stuk opgevoerd op de kamer van tante Beatrice, zei miss Conwell met een niet verborgen voldoening. Hij stapte er weer in. Ze keek Richner aan: - Je bent me eigenlijk wel heel erg tegengevallen, Richner! Een Soft Bob had toch meer in zijn mars moeten hebben! - ik weet van al deze dingen niets af, ontkende Richner. En met de moorden heb ik helemaal niets te maken! Woedend sprong Watson op. - Je liegt! Je liegt, vuile boef, schreeuwde hij. Je hebt mij erin gehaald om de vuile was voor jou op te knappen en me dan in de steek te laten, hè? Maar dat zal je niet lukken! Dat zal je niet lukken, hoor je? - Je bent gewk, kerel, blafte Richner naar de oppasser. Je hebt immers zelf bekend hoe alles gegaan is! Woedend keek Watson hem aan: - Ja, dat dacht je, hè? Je meende, dat je mij had en daarna wou je me laten stikken! Je hebt mij als knechtje gebruikt en zelf voor hoge Piet gespeeld, maar ik heb er genoeg van, hoor je! - Stommeling, hou je bek! Watson ziedde van razernij. - Ik ben een stommeling, hè? Geweest, ja! Maar ik steek mijn kop niet in de strop om jou te redden. Je hebt mij van alles beloofd, maar je bent geen enkele van je beloften nagekomen. In grote agitatie trachtte Richner op te springen, maar met een rustig gebaar drukte Cleveland hem weer neer op zijn stoel. Watson lachte schaterend. - Ik protesteer, als de waanzin, die deze man uitkraamt, serieus wordt genomen, schreeuwde de ex-kolonel. - Hoor hem, hoonde Watson. Hij spreekt in de deftigheid! Hij probeert de fijne meneer te spelen en hier staat het schoftje, dat nou weggetrapt kan worden! Maar dat zal je niet lukken, mannetje! Er was geen gevaar bij, zei die! Nee, voor jou zeker niet, hè? Hij bukte zich voorover een schreeuwde de woorden naar Cleveland en miss Conwell: - Ik ben het slachtoffer van hem geworden, hoort u dat? Van hem daar! Hij heeft alles bedacht en mij ervoor gespannen! Cleveland knikte: - Wij weten, dat jij niet de hoofddader bent, Frank! - Nee, schreeuwde de man, maar jullie weten niet alles en ik zal het zeggen! - Stommeling, probeerde Richner te waarschuwen. Begrijp je dan niet, dat ze jou erin laten vliegen? Dat ze jou trachten uit te spelen tegen mij? Hou je stomme bek dicht! - Om jou te redden zeker!Hij heeft me tot alles aangezet, inspecteur en ik ben er alleen maar ingevlogen! ik moest Peterson vermoorden, omdat die hem zou kunnen herkennen en toen de inspecteur die foto gevonden had, moest die eraan! - Je liegt, brulde Richner vertwijfeld. Ik heb nergens van geweten! Watson schaterde. - Miss Conwell! Inspecteur! riep hij. Let op en kijk! Kijk dan! Kolonel Moore had dik grijs haar en hij.... - Hou je bek, kerel! schreeuwde Richner, maarWatson hoorde hem niet eens: - Hij draagt een ruik, inspecteur, schreeuwde hij. Trek eraan! Trek eraan! Cleveland stond op en trok. Watson brulde van het lachten: - Kijk! Kijk! Ha, ha ha! ----------------------------------------------------------------------------------------------------- Watson en Richner waren weggeleid. de meisjes Moore waren naar haar kamer gegaan. De anderen zaten bij elkaar in de kamer van de inspecteur. Een kort ogenblik was het stil geweest. Toen had Lawrence zijn verwondering uitgesproken over de loop, die de gebeurtenissen genomen hadden. - Wonderlijk is alleen, dat niemand begrepen heeft waar het omging, meende miss Conwell. Vooral toen ieder toch moest merken, dat wij zo hardnekkig achter die oude foto aanjoegen. - Het is niet zo vreemd, merkte Beatrice op. Ik heb niet veel moois gezien in mijn leven en dat heeft mij misschien.... Maar dit heb ik herhaaldelijk opgemerkt: als iemand zich op een terrein specialiseert, ziet hij weinig van wat er buiten dat terrein gebeurt. De oude vrouw zweeg. Miss Conwell keek haar even aan en in haar ogen was iets van medelijden. Cleveland scheen dezelfde gedachte te koesteren. - In elk geval, zei hij, zijn we u dankbaar voor de hulp, die u ons in weerwil van alles gegeven heeft. - Het was in mijn eigen belang, zei Beatrice en even klonk haar stem weer nors als vroeger. Je hoeft me daarvoor niet te bedanken. - Voor de meisjes Moore is het heel erg, zei miss Conwell zacht. Ik weet niet of wij wel goed gedaan hebben, toen wij, waar zij bij waren.... Beatrice weerde met een handgebaar af: - Ik ben bij ze geweest. Het gaat nu weer. Ik zal er straks weer heengaan. ze kunnen het tenslotte niet helpen. - Nee, antwoordde miss Conwell, zij zijn alleen maar de dupe. - Ze hebben veel steun aan Pat, merkte Beatrice op. - O, kwam het kamermeisje dadelijk, dat moet u niet zeggen. U is erg aardig geweest voor juffrouw Mary en juffrouw Ray. Die arme zielen. Cleveland keek het meisje even aan: - Aan jou hebben we veel te danken, Pat, prees hij toen. Je hebt knap werk gedaan, zeg ik maar. - Dat komt, inspecteur, omdat ik het zo eng vond, weet u? Zo echt reuzeleuk! Maar ik moet eerlijk zeggen, dat ik toch niet precies geweten heb waar het om ging. Maar nu ben ik natuurlijk volledig op de hoogte en nu weet ik ook, dat ik eens een boekj gelezen heb waar net zo'n man in voorkwam en die moordde de hele familie uit en toen kwam er een kamermeisje.... Miss Conwell lachte: - En dat heette Patricia Smith en die loste het hele geval op en nam de moordenaar gevangen! Maar Pat ging er diep ernstig op in: - O, nee, miss Conwell zo was het niet, maar.... - Maar je brief van de Centrale Recherche in New York krijg je Pat, beloofde de inspecteur. Een dikke brief met een bedankje! Het meisje bloosde hevig. - O, reuzeleuk, inspecteur. Die laat ik inlijsten en die hang ik in mijn kamer boven mijn bed! - Heel goed, prees de politieman haar. Want kijk, als jij die foto niet bij Millner weggenomen had, zouden wij misschien niet op het idee zijn gekomen om het langs deze weg te proberen met "Soft Bob" en dan waren wij misschien nog bezig geweest! Cleveland wendde zich plotseling tot Lawrence, die zwijgend wat ter zijde zat: - En meneer Lawrence, heeft u nu wat meer vertrouwen in de officiële politie gekregen? - In elk geval wel in de Geheime Dienst, inspecteur, antwoordde de jongeman met een glimlach. Cleveland schaterde: - Dat is hatelijk! Hoort u dat, miss Conwell? Nog vóór iemand iets had kunnen antwoorden, merkte Beatrice op: - Dat zou ik gezegd kunnen hebben. - Vindt u zichzelf dan zo hatelijk? informeerde miss Conwell vriendelijk. - Ik ken mezelf, en dat is een van mijn weinige deugden, was het antwoord. - Een deugd is dat zeker en bovendien nog een, die weinig voorkomt, meende de jonge vrouw. - Wie heeft die brief aan Mary geschreven, vroeg Beatrice. - Ik, juffrouw Beatrice, antwoordde miss Conwell rustig. - Dat was stom! - Dacht u? Ik geloof het niet! Vooral niet, omdat ik in het begin dacht, dat Richner in de eerste plaats achter de erfenis aanzat en in dat geval was hij er zeker niet voor teruggedeinsd om de familie ook verder uit te moorden. Maar dat was het niet. "Soft Bob" wilde onderduiken als kolonel Moore en - voorlopig tenminste - een lekker lui leventje leiden. Verder gingen zijn verlangens in eerste instantie niet. Maar een beetje voorzichtigheid kon voor Mary als de oudste dochter geen kwaad en daarom.... Plotseling kwam Millner: - Heeft u mij nog nodig? Ik ben erg moe. - Nee, Millner, antwoordde Cleveland, terwijl hij hem even toeknikte. Je wordt bedankt. Even lachte de inspecteur: - In elk geval kun je je hoest nu afschaffen. - Ik hoestte alleen maar als ik meneer Lawrence moest seinen. De stem van de oude man klonk triest. - Ik weet het kerel, kwam Cleveland weer. Onveilig seinde je dan, hè? - Ja, antwoordde Millner. We dachten toen nog, dat wij het alleen moesten opknappen. Hij stond op en keek even de kring rond: - Goeden nacht. Langzaalm viel de deur achter hem dicht. - Het is de oude liefde van Millner geweest, zei na een ogenblik Carl Lawrence. Zijn verborgen liefde voor de vrouw van kolonel Moore. Cleveland knikte: - Ja, soms speelt de liefde in ons vak toch een grote rol. - Vindt u, inspecteur? vroeg miss Conweel en om haar mond speelde een glimlach. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- Tot laat in de nacht hadden ze doorgewerkt aan de dossiers van de zaak "Richner-Moore". Nu lag alles keurig in mappen gereed. Inspecteur Cleveland keek miss Conwell even aan. De hele avond had hij zich onzeker en gedrukt gevoeld. - Dus morgen vertrekt u? vroeg hij. - Ja, antwoordde de jonge vrouw. Mijn werk is hier afgelopen, nietwaar? Een ogenblik keek ze peinzend voor zich, terwijl haar gelaat verstrakte. Toen zei ze zacht: - In elk geval: de dood van mijn vader is gewroken! "Soft Bob" heb ik dan toch te pakken gekregen! - Hetis jammer, meende Cleveland. Verbaasd keek de jonge vrouw hem aan. - Jammer? Wat bedoelt u? De inspecteur lachte: - Nee, nee, u begrijpt mij niet. Ik bedoel: ik druk me verkeerd uit. Jammer vind ik, dat u.... weggaat. We hebben zo prettig samengewerkt en.... Hij aarzelde even, terwijl hij haar aankeek. Toen ging hij verder: - Weet u, ik heb de laatste dagen zo het gevoel gekregen dat.... Kijk, miss Conwell.... Ze schudde het hoofd. - Nee, inspecteur, zei ze toen, nee! Ik weet, dat het gebruikelijk is een detective-story te eindigen met dat wat u bedoelt. Maar dit is geen detective-verhaaltje en dus.... U is me zeer sympathiek, inspecteur, werkelijk.... Cleveland glimlachte. - Meer als.... een broer, bedoelt u. - Ja, zoiets, lachte nu ook miss Conwell. Maar echt, geloof me. En.... we zullen elkaar nog wel meer ontmoeten, denk ik. Onze werkkring leidt daartoe. - Ik hoop het, miss Conwell. Ik hoop het van ganser harte. Ze reikten elkaar de hand. De volgende dag vertrok zij naar New York. Om nieuwe opdrachten in ontvangst te nemen.
|
|
|