|
PAUL VLAANDEREN EN HET ALEX-MYSTERIE DEEL 1: MRS. TREVELYAN Francis Durbridge (1912-1998) ([1]) uitzending: AVRO, dinsdag 07/01/1969 vertaling: Alfred Pleiter regie: Dick van Putten ([2]) rolverdeling: - Paul Vlaanderen: Johan Schmitz ([3]) - Ina, zijn vrouw: Wieke Mulier ([4]) - Sir Graham Forbes: Joan Remmelts ([5]) - inspecteur Crane: Jan Borkus ([6]) - Wilfred Davies: Hans Karsenbarg ([7]) - conducteur Webb: Tonny Foletta ([8]) - Walter Day: Tom van Beek ([9]) - Shaw: Rudolf Damsté ([10]) - Donald: Frans Vasen ([11]) - Sir Ernest Cranbury: Wam Heskes ([12]) - Mulroy: Maarten Kapteijn ([13]) - Lady Wyman: Nel Snel ([14]) - Dr. Lang: Willy Ruys ([15]) - “Spider” Williams: Paul Deen ([16]) - Dot: Nora Boerman ([17]) - een dienstmeisje: Joke Hagelen ([18]) - Carl Lathom: Hans Veerman ([19]) - Mrs. Trevelyan: Willie Brill ([20]) technische gegevens: 28'44" - 13,1 MB - mp3
(in de trein - de conducteur komt de kaartjes knippen) conducteur: Plaatsbewijzen, alstublieft… (knipt) Dank u wel, meneer… Alstublieft… (knipt) U kunt blijven zitten, mevrouw, u hoeft niet over te stappen… Dank u, meneer… (knipt) Plaatsbewijzen, alstublieft… (gaat naar de volgende coupé) Plaatsbewijs, meneer? Meneer, uw plaatsbewijs, alstublieft. passagier: Eh? O… o… conducteur: O, sorry dat ik u wakker moest maken, meneer. passagier: O, da’s niet zo schlimm, hoor. Man, man, wat was ik moe. (geeuwt) Hoe laat is het nou? conducteur: Half elf, meneer. passagier: O, dan duurt het dus nog anderhalf uur voordat we in London zijn, mm? conducteur: Inderdaad. passagier: Niet veel passagiers, hè, vanavond? conducteur: Ja, zo stil is het in geen maanden meer geweest, meneer. De trein is praktisch half leeg. (knipt) Alstublieft. ‘n Avond, meneer. passagier: ’n Avond. (de conducteur gaat naar de volgende coupé) conducteur: Mag ik uw plaatsbewijs even zien, dame? Dame, uw plaatsbewijs? Potverdorie... Vooruit, juffrouw, word nou ‘ns wakker! Plaatsbewijs alsjeblieft, juffrouw. (klopt op haar schouder) Wakker worden, dame, wakker worden! Ik wou uw… Grote genade... (loopt terug naar de vorige coupé) passagier: Wat is er? Wat is er, conducteur? Hebt u soms een schpook gezien of zoiets? conducteur: Zou u… zou u even willen meegaan naar de volgende coupé, meneer? Ja, daar zit een jongedame en ik geloof dat ze… dat ze niet goed geworden is. passagier: Maar natuurlijk, ja, natuurlijk. (ze gaan er naartoe) conducteur: Wat is er met ‘r? Wat denk u dat haar mankeert? passagier: Wat haar mankeert? Kerel, ze is dood! conducteur: Dood!? Waar staat u naar te staren? passagier: Kijk daar ‘ns! Kijk wat er op dat coupéraam schtaat geschreven. conducteur: Wat… wat staat daar?? passagier: A.. L.. E.. X... Alex. Ik vraag me af wat dat zou kunnen betekenen...
(op de redactie van een krant) redacteur Walter Day: Hallo. Hallo! Waar zijn ze allemaal, verdorie? O, hallo, ben jij daar, George? Ja, luister ‘ns, ik heb net dat stukje van jou over die Alex-moordzaak gelezen. Man, daar deugt niks van!... Nou, om te beginnen moet er een heel andere kop boven: “Scotland Yard roept hulp in van Paul Vlaanderen.”... Natuurlijk is dat zo! Verdorie, man, dat is toch zeker zo klaar als een klontje. Sir Graham Forbes is een uur geleden van de Yard weggegaan. Die zit al die tijd al bij Vlaanderen... Hè?... Natuurlijk wil ie Vlaanderens hulp inroepen. Wat dacht jij dan dat ie daar zat te doen? Op z’n gezondheid te drinken?
Sir Graham Forbes: Op je gezondheid, Vlaanderen. Paul Vlaanderen: Insgelijks, Sir Graham. inspecteur Crane: Proost, meneer Vlaanderen. Paul: Skol, inspecteur. Sir Graham: Zeg, waar heb jij de aflopen twee-drie maanden toch gezeten, Vlaanderen? Ik heb verscheidene keren geprobeerd u op te bellen, maar... Paul: Ina en ik hebben in een klein hotelletje in de provincie gelogeerd. Sir Graham: O. Paul: Ik ben bezig om een nieuw boek te schrijven. Tenminste, dat probeer ik. Ik moet het klaar hebben voor de eerste van de volgende maand. Crane: Ik heb pas uw laatste boek gelezen, meneer Vlaanderen. Paul: O ja, inspecteur? Crane: Mm. Sir Graham: Ik vond die detective daarin nog een grotere stommeling dan welke andere ook. Paul: Dat moest ie wel wezen, Sir Graham. Hij stond op het punt om hoofdcommissaris van Scotland Yard te worden! Sir Graham & Crane: (lachen) Sir Graham: Eh… wat ik zeggen wou, Vlaanderen. Wij hoeven je zeker niet te vertellen waarom we hier zijn, veronderstel ik? Paul: Alex? Sir Graham: Precies. Paul: Het spijt me, Sir Graham. Ik zou u graag helpen, maar ik moet dat boek af hebben voor de eerste. Ik heb ook nog beloofd om een serie artikelen te schrijven voor de... Sir Graham: Je... je schijnt niet te beseffen hoe ernstig deze zaak is, Vlaanderen. Ik ben vanmorgen bij de Minister van Justitie ontboden, en die heeft me gevraagd om jou het volgende over te brengen: zeg tegen Paul Vlaanderen dat... Paul: …zeg tegen Paul Vlaanderen dat ik z’n boek voor ‘m zal af maken wanneer hij Alex voor mij onschadelijk maakt. Maar ik… Laat ik serieus zijn, Sir Graham. Wanneer heeft u voor de eerste maal over eh... die Alex gehoord? Crane: O, eh... ruim een half jaar geleden. Sir Graham: Ja. Bij de moord op een zekere Richard East. Crane: Ja, ja. Sir Graham: Die werd dood aangetroffen in z’n wagen, op de Great North Road. Op z’n voorruit stond met zeep geschreven: Alex. Paul: En dat was de eerste keer? Sir Graham: Ja. Paul: En op welke manier was die East vermoord? Sir Graham: Een pistoolschot, van korte afstand. Door de rechterslaap, nietwaar, Crane? Crane: Inderdaad, Sir Graham. Paul: En wat was het motief? Sir Graham: Ja, dat is juist de moeilijkheid, Vlaanderen. D’r leek geen enkel motief achter te zitten. Daarom tasten we juist zo volkomen in het duister. Crane: Het was in ieder geval geen roofmoord. East had ruim 150 pond in z’n zak toen wij ‘m vonden. Paul: Mm. En na die moord op East? Crane: Nou, toen zijn wij natuurlijk aan het gebruikelijke onderzoek begonnen. Zonder enig resultaat, helaas. Maar wij hadden er toch geen enkele reden aan te nemen dat Alex nogmaals zou toeslaan. Althans niet voordat het lijk van Norma Rice in die treincoupé werd gevonden, met weer de naam Alex op het coupéraam. Sir Graham: Precies. En ook in dit geval schijnt er weer totaal geen motief te zijn, Vlaanderen. Paul: Zou het geen zelfmoord geweest kunnen zijn? Crane: Zelfmoord? (lachje) Norma Rice had net de première van een toneelstuk achter de rug, wat een groot succes beloofde te worden. En daarbij had ze zich juist verloofd met een knappe jonge, schatrijke zakenman. Nee nee nee nee nee, meneer Vlaanderen, hoe u het ook bekijkt, zelfmoord is volkomen uitgesloten. Paul: Was Miss Rice ook door het hoofd geschoten? Sir Graham: Grote goedheid, nee. Nee. Om u de waarheid te zeggen, de conducteur die haar vond dacht eerst dat ze in slaap was gevallen. Crane: Ja, maar ze bleek vergiftigd, met behulp van een vergif met vertraagde werking, meneer Vlaanderen. Het heeft enige tijd geduurd voordat het zijn fatale werking had. Paul: En in beide gevallen heeft de moordenaar de naam Alex op een ruit geschreven? Sir Graham: Ja. Op de voorruit van die auto en op het glas van het coupéraam. Paul: Juist. Eh… wat ik graag wou weten is of dat woordje Alex het enige is wat deze beide moorden gemeen schijnen te hebben. De enige reden om te veronderstellen dat ze door één en dezelfde persoon zijn gepleegd. Sir Graham: Ja. Ja, dat... dat wil zeggen... Paul: Dat wil zeggen? Crane: In de portefeuille van Richard East hebben wij een visitekaartje gevonden. Achter op dat kaartje stond geschreven: Mrs. Trevelyan. Paul: En? Sir Graham: Vertel het maar, Crane. Crane: Diezelfde naam vonden wij ook achter in een agenda, meneer Vlaanderen, achter in de agenda van... Norma Rice. Paul: Mrs. Trevelyan? Crane: Ja. Paul: Juist... ‘k Begrijp het. Sir Graham: Vlaanderen, wanneer ik dit niet een hoogst ernstige zaak vond, een verdraaid ernstige zaak, dan zou ik je d’r echt niet mee lastig komen vallen. Paul: Ja, Sir Graham, ik... ik zou u dolgraag willen helpen. Werkelijk, ik zou echt niets liever willen, maar ik heb het Ina nou eenmaal beloofd. Ik heb haar plechtig beloofd dat ik onder geen enkele voorwaarde... (stappen op de gang) Ssst, daar is ze! Wilt u hier alstublieft niets over zeggen? Sir Graham: Mm. (Ina komt binnen) Paul: Hallo, kindje. Kijk ‘ns wie er is! Ina: Sir Graham! Wat is dat een tijd geleden. Hoe is ‘t met u? Sir Graham: Uitstekend, uitstekend. Op m’n woord van eer, Ina, iedere keer dat ik je zie, zie je d’r weer jonger uit. Paul: Verdraaid nog aan toe, wat is er met jou gebeurd? Ina: Ik heb een nieuwe hoed. Vind je ’m niet enig? Paul: Je hebt ‘m achterstevoren op! Ina: Achterstevoren! Hoe kom je d’r bij? Paul & Sir Graham: (lachen) Sir Graham: Oh, eh... Ina, dit is één van mijn mensen. Jullie kennen elkaar nog niet, geloof ik. Crane: Eh… nee, maar ik geloof dat we wel een heleboel van elkaar gehoord hebben. Paul: Inspecteur Crane. Crane: Hoe maakt u het, mevrouw Vlaanderen? Ina: Inspecteur... Sir Graham: Nou! Ik eh... ik geloof, wij moeten er maar weer ‘ns vandoor. Nou, bedankt voor de voortreffelijke sherry, Vlaanderen. Tot ziens, Ina. En tot heel gauw, hoop ik. Ina: Waarom komt u niet ‘ns gauw een keertje eten, Sir Graham? Dat zouden we enig vinden, hè, Paul? Paul: Natuurlijk! Sir Graham: Ja, maar graag, Ina, ik… ik bel jullie op. Hè? Zullen we zeggen in de loop van de volgende week? Paul: Prima! Crane: Tot ziens, meneer Vlaanderen. Paul: Tot kijk, inspecteur. Crane: Dag mevrouw Vlaanderen. ‘k Vond het prettig met u kennis te hebben mogen maken. Ina: Tot ziens, inspecteur. (ze verlaten de kamer) Paul: Nou nou, jij schijnt aardig met jezelf ingenomen, hè? Komt dat door die nieuwe hoed? Ina: Ja. Vind je ‘m echt leuk? Paul: Geweldig. Schitterend. Ongelooflijk. Hoeveel kost ie? Ina: (lachje) Wat ben jij toch een naarling! Wat eh... wat kwam Sir Graham doen? Paul: Mm? Nou, hij was toevallig in de buurt en hij kwam even langs, heel gewoon. Ina: Paul, heb jij de avondkrant al gezien? Paul: Nee, hoezo? Ina: (toont ze hem) Mm, hier is ie, Paul. Zie jij wat daar staat? Paul: “Scotland Yard roept Paul Vlaanderen te hulp”! (lachje) Nou ja, zulke dingen moet je nooit au sérieux nemen, Ina. Lieve deugd nog aan toe! Ina: Paul, kwam Sir Graham over die Alex-geschiedenis praten? Paul: Nou ja, hij heeft het er wel even over gehad natuurlijk, maar... Lieve hemeltje, is ‘t al zo laat? Dan moet ik er vandoor. Ik heb beloofd om zeven uur in de studio te zijn. Ina: Ik breng je wel even. Paul: Graag. Als je me dan straks ook weer komt ophalen, kunnen we samen een hapje gaan eten in de stad. Ina: Ja, ja, goed, ja. Paul: Je hoeft je echt geen zorgen te maken, hoor, Ina. Ik zal me nergens mee bemoeien, dat beloof ik je. Ina: Nou, fijn. En probeer je er een beetje goed doorheen te slaan, vanavond, mm? Paul: Lieve hemel, waarom zou ik niet? Alleen omdat het toevallig een opname van een discussieprogramma is? Ina: Nou, stel nou ‘ns dat iemand jou een krankzinnige vraag stelt. Paul: Dan geef ik gewoon een krankzinnig antwoord. (ze lachen)
(in de studio) Donald: Zijn we zover, beste kerel? Shaw: Nee, ik ben bang van niet. Vlaanderen is er nog niet Sir Ernest Cranbury: Nou, ik moet zeggen, hij is wel erg aan de late kant. Donald: Inderdaad, Sir Ernest… Zeg, zijn de opnametechnici al zo ver? Shaw: Ja, wat hen betreft kunnen we beginnen. (de deur wordt geopend) Ah, daar is Vlaanderen! Donald: Mooi. Paul: Het spijt me verschrikkelijk dat ik zo laat ben. Sir Ernest: Laat, maar niet té laat. Nog net niet. Mulroy: Nog een halve minuut te vroeg zelfs. Donald: Okay, we gaan beginnen. Shaw: Ja, wilt u d’r wel aan denken: al wordt dit programma opgenomen, u dient het toch als een directe uitzending te beschouwen. Lady Wyman: Ho, ik ben nooit zo zenuwachtig geweest! Donald: Stilte, graag. Shaw: Eh… ja, jongens we zijn zo ver… Opname over vijf seconden na nu… Goedenavond, luisteraars. Wij brengen u “Spreekuur”, een spontaan discussieprogramma waarin ons forum vragen beantwoordt die door onze luisteraars werden ingezonden. In onze studio zijn vanavond de heer A.P. Mulroy, hoofdredacteur van de “London Tribune”, Sir Ernest Cranbury, hoogleraar in de economie aan de universiteit van Preston, Paul Vlaanderen, auteur en criminoloog, Lady Wyman en Dr. Howard Lang, rector magnificus van de Rexton Universiteit. Forumvoorzitter is Donald Black. Donald: (kucht) Dames en heren, onze eerst vraag vanavond is ingezonden door mevrouw Palfrey uit Abbingdale bij Brentwood. Mevrouw Palfrey zou graag van ons forum willen horen hoe het denkt over de term “parapsychologische wetenschap”, die men tegenwoordig nogal ‘ns dikwijls hoort gebruiken. Lady Wyman: (lacht) Donald: Dokter Lang... Lang: (kucht) Ja. Zo op het eerste gehoor lijkt hier sprake te zijn van een contradictio in terminis, een feitelijke tegenspraak in de gebruikte term. Wanneer men het woord wetenschap letterlijk opvat, mag men het natuurlijk niet gebruiken voor iets waarbij juist het feitelijke weten, het vergaren van exacte kennis op geen enkele wijze een... Sir Ernest: (kreunt hevig) Mulroy: Sir Ernest! Lady Wyman: Wat is er? Sir Ernest: Huh...’t is...’t is... ‘t is m’n hart. Lady Wyman: Ho... oh... Sir Ernest: Ik... ik voe… ik voel het. Het gaat als een razende tekeer. Donald: Hallo, stoppen met de opname! Er is hier iets aan de hand! Lady Wyman: Sir Ernest, wat... wat... wat is er opeens? Sir Ernest: Niets... niets... Het gaat direct wel over. Laat me maar even. Donald: D’r is geen water meer! Eh… kan iemand even een glas water halen? Paul: Nee nee nee, niet opstaan, Sir Ernest. Sir Ernest: Ja... Jawel! Ik... ik kan zo niet blijven liggen. Paul: Voorzichtig. Voorzichtig! U mag zich vooral niet inspannen. Sir Ernest: V... Vlaanderen, luister..., ik moet je iets vertellen voor... voor het geval... voor het geval me iets overkomt. Paul: Dat gebeurt niet. Direct voelt u zich weer beter. Mulroy: Natuurlijk. U bent alleen maar even niet goed geworden. Dat overkomt ons allemaal wel ‘ns. Sir Ernest: Nee, nee! Dat is het niet, want... Luister, Vlaanderen, luister... Ik moet je iets vertellen over... over Alex. Paul: Over Alex...!? Mulroy: Alex? Sir Ernest: Ja... ja, luister. Toen ik... toen ik die brief gekregen had, toen... (bezwijkt) Mulroy: Vlaanderen ! Lady Wyman: O...! O... Wat… wat… wat is er? Paul: Hij is dood.
(in de auto) Ina: Was eh… Sir Ernest getrouwd? Paul: Nee, hij was vrijgezel. Hij woonde in een luxueuze verzorgingsflat in de buurt van Park Lane. Ina: Wat zullen ze vreselijk geschrokken zijn daar in de studio. Paul: Ontstellend natuurlijk. Ja, we wisten werkelijk niet wat we moesten doen. Ina: En toen die dokter eindelijk kwam, wat zei ie toen? Paul: Ach, hij kon niet veel zeggen. Hartverlamming. Sir Ernest had zich waarschijnlijk te veel opgewonden. Ina: Geloof jij dat het een hartverlamming was? Een gevolg van opwinding? Paul: Nee. Ina: En wat bedoelde Sir Ernest met die woorden? Paul: Eh… met die woorden “Ik moet je iets vertellen over Alex”, bedoel je? Ina: Ja. Paul: ‘k Weet het niet. ‘k Heb er wel over nagedacht. ‘k Heb er praktisch voortdurend aan moeten denken, aan die laatste woorden van Sir Ernest. En aan nog iets, iets wat me nogal dwars zit. Ina: Wat dan? Paul: Nou ja, na z’n dood hebben we z’n zakken doorzocht. Eigenlijk alleen maar omdat we z’n adres niet wisten. In z’n portefeuille lag een los blaadje dat op de grond dwarrelde. Niemand anders had het opgemerkt, dus ik dacht natuurlijk bij mezelf... Ina: Natuurlijk... Paul: Enfin, hier heb je ’t. Ina: Ja, maar d’r staat niets op, Paul! Paul: Jawel. Onder in een hoekje, een potloodkrabbel. Kijk maar goed. Ina: O ja. “Mrs. Trevelyan.” Zeg, dat is die naam waar jij het ook over had! Die naam die op dat visitekaartje stond en in dat dagboek, weet je wel, dat dagboek van... Paul: Van Norma Rice. Ina: Mm! Ja, maar dat begrijp ik niet, Paul. Waarom zou hij in vredesnaam... Lieveling, ga een beetje naar links, die wagen wil passeren. Paul: Nou, nou, meneer schijnt wel haast te hebben. Ina: Toe nou, Paul! Naar links! Ga nou naar links! Paul: Maar ik kan niet verder. Grote hemel! Ina: Zeg, wat is ie van plan! Paul: Dat vraag ik me ook af. ‘t Lijkt wel... Ina: Pas op! Hij wil ons snijden! Paul: Verdraaid nog aan toe! Dat doet ie met opzet! Pas op, zet je schrap, Ina. Hou je vast, hou je vast! (remt hard - de andere auto gaat er vandoor) Ina: Hij probeerde ons zo die etalage in te snijden. Paul: Ha, ja. Ja, dat deed ie met opzet, da’s maar al te duidelijk, Ina. Ina: Ja... ja, dat kan haast niet anders. Paul: Heb jij gezien wie d’r achter het stuur zat? Ina: Nee. Paul: Ik ook niet, helaas, maar ‘k heb wel het nummer opgenomen: DVC... Ina: DVC 629. Paul: Ja. Ina: Maar dan kun je toch nagaan wie de eigenaar is? Paul: Natuurlijk, wanneer het tenminste geen vervalst nummer is. Zeg, maar... Ina: Wat nou? Paul: Stel nou 'ns dat dit iets te maken heeft met die Alex-affaire. Ina: Met die... met die Alex-affaire? Maar Paul, dat kan toch haast niet, want dat zou toch... Paul: Ja, stel nou ‘ns dat het wel het geval is. Ina: Nou, wat dan? Paul: Zou je dan nog willen dat ik dat autonummer natrok? Ina: Ja. Ja, Paul, absoluut. Vergeet maar wat je me beloofd hebt. Ik zal je d’r niet meer aan houden. Paul: Afgesproken, mevrouw Vlaanderen. Als u er inderdaad zo over denkt, nou, hou die dure hoed van je maar goed vast. Daar gaan we! (rijdt verder)
(in een kroeg) Ina: (zucht) Zeg, Paul, we zitten hier nou al bijna een uur op die kennis van je te wachten. Paul: Ja, maak je maar geen zorg, Spider komt heus wel opdagen. Neem nog maar een drankje. Ina: Nee, dank je, liever niet. Paul: Ik heb zo’n idee dat je niet erg onder de indruk bent van dit etablissement. Ina: Hoezo? Zou ik dat dat dan eigenlijk wel moeten zijn? Paul: Natuurlijk, dit is een van de beroemdste kroegjes van Londen. Ina: Mm... Paul, wat... wat is die Spider Williams eigenlijk voor iemand? Paul: Dat zal je gauw genoeg zien. Ina: (lachje) Van jou kan ik ook echt nooit hoogte krijgen. Werkelijk niet. Waarom heb je Sir Graham nou niet opgebeld over dat nummer? Die had je toch zeker binnen de tien minuten... Paul: Daar heb ik mijn reden voor. Wanneer ik mij met deze zaak ga bemoeien, dan doe ik dat op m’n eigen manier. O, daar is ie. Daar is onze vriend. Denk erom: niet lachen! Hij neemt zichzelf volkomen au sérieux. Spider Williams: (lachje) Goeienavond, meneer Vlaanderen. Eh… sorry dat ik zo laat ben, meneer Vlaanderen, maar ik... ik had de grootste moeite om hierheen te komen, de allergrootste moeite. Paul: Ga zitten, Spider. O, dit is... Spider: O, nee nee nee nee, u hoeft me helemaal niet te zeggen wie dat is. Had ik direct wel in de smiezen. Dag, mevrouw Vlaanderen. (lachje) Aangenaam kennis met u te maken. Sorry dat ik zo laat ben, mevrouw Vlaanderen, maar ik had de grootste moeite om hierheen te komen, ziet u, de allergrootste moeite. Paul: Weet je al iets, Spider? Spider: Geen pest. Absoluut niks. Ik heb er Harris ook voor ingeschakeld, maar... maar Harris is ook nog geen steek verder gekomen. Eh… meneer Vlaanderen, vertelt u me nou eens: wat voor wagen was het nou eigenlijk? Paul: Heb ik je toch gezegd! Voor zover ik kon zien, leek het me een Milford. Spider: En u zei dat het gisteravond gebeurd is? Eh… hoe laat precies? Paul: Even na negenen. Spider: O. Paul: Ik kwam uit de studio en waren op weg naar Piccadilly. Spider: Ja, dat soort wagens is natuurlijk niet makkelijk op te sporen. In de eerste plaats, omdat het... Dot: Ben u Williams? Spider: Ja, hoezo? Dot: D’r is telefoon voor u. Een zekere Mr. Harris. Spider: O! O, dank je wel. Eh… excuseert u mij effies, misschien heeft Harris wat ontdekt... (gaat naar de telefoon) Paul: (lacht) Nou, wat vind je van ‘m? Ina: O, je hebt van die enige vrienden! Zulke originele types. Dot: Had u nog iets gehad willen hebben? Paul: Ja, nog maar ‘ns hetzelfde, graag. Wilfrid Davies: Simon! Hoe is het met jou, kerel? Wie had dat kunnen… Verdorie, u bent Simon helemaal niet. Paul: Nee, helaas niet. Davies: O, en ik geef u zomaar een dreun op uw schouder. Verdorie nog aan toe, wat ben ik toch een boerenhengst! Ik weet echt niet wat ik zeggen moet. Paul: (lachje) Het hindert echt niet, hoor. Davies: Ik zag alleen uw rug, maar... maar ik had er een eed op durven doen dat u Simon Phibbs was. Paul: Dat ben ik toch echt niet, mijn naam is Vlaanderen. Davies: Ja, natuurlijk! Nou herken ik u! U bent Paul Vlaanderen. Wat schtom van me. Ik... Ina: Ah, wij kunnen ons allemaal wel ‘ns vergissen. Paul: Ja, dat komt in de beste families voor. Davies: Nou, ik moet zeggen, u vat het allemaal nogal schportief op, geweldig schportief zelfs, maar dat neemt niet weg dat ik me verschrikkelijk geneer. Ja, en weet u wat het gekste is? Ik heb gisteren nog een boek van u gelezen. Paul: O ja? Davies: Ja, “Moord op de Mayflower”. Paul: Ik hoop dat u het niet al te slecht vond. Davies: O nee, helemaal niet! Het zat machtig goed in elkaar, machtig goed. Ja, dat wil zeggen, ik begon wel meteen al lont te ruiken toen de man opeens zo van boord ging en... Maar ja, ik... ik mag die dingen nou eenmaal. Ik ben er gek op. Paul: Waarop? Op mannen die opeens van boord gaan? Davies: Ach, nee nee nee, detectiveromans bedoel ik. Paul: Schrijft u ze soms ook? Davies: Lieve deugd nee, ik lees ze alleen maar. Ik lees praktisch niets anders. De afgelopen twee jaar heb ik 463 detectiveromans gelezen. Wat zegt u daarvan? Paul: Nou nou, dat is een geweldige prestatie, van welke kant je ‘t ook bekijkt. Davies: Alles wat met moord te maken heeft of zelfs met misdaad in het algemeen, daar ben ik schtapel op, terwijl ik in m’n privé-leven zo’n toch zo’n keurige fatsoenlijke schtaatsburger ben. Ik zou nog geen vlieg kwaad kunnen doen. Afijn, nogmaals mijn excuses, mijnheer Vlaanderen. Paul: Nou, ik vond het echt niet erg, hoor. Tot ziens, Davies: O, ik weet niet of u het belangrijk vindt, maar mijn vriend Simon Phibbs is een bijzonder knappe kerel. Tot ziens, mevrouw Vlaanderen. (gaat) Ina: Zeg, hoe kon hij weten dat ik mevrouw Vlaanderen ben? Je had me helemaal niet voorgesteld, Paul. Paul: Ach, je ziet er nou eenmaal uit als mevrouw Vlaanderen. Maar wat me meer interesseert: hoe kwam hij op het idee dat ik Simon Phibbs was? Wanneer hij tenminste inderdaad dacht dat ik Simon Phibbs was. Ina: Daar... daar komt Spider weer. Paul: Hij ziet er heel opgewonden uit. Spider: Ja ja ja ja, ik... ik geloof... ik geloof dat... ik geloof dat we d’r zijn, meester. Ergens... ergens heb ik in de roos geschoten, als je ’t mij vraagt. Paul: Hoezo? Spider: Die... die wagen… wagen, hè? Was dat een zwarte 6-cilinder Milford, DVC 629 met een GB-bord? Paul: Ja ja, dat geloof ik wel. Eh… van wie was die? Ina: Ja? Wie is de eigenaar? Spider: (lacht) Hoor je dat, meester, ze begint het vak ook al aardig te leren, is het niet? (lacht) Eh… ja, het is het eigendom van een dokter, mevrouw Vlaanderen, een zekere Dr. Kohima. Paul: Dr. Kohima? Spider: Ja. Dr. Kohima. Hij woont in de Great Wickman Street, numero 497. Ina: Die naam... Ja, die komt me bekend voor. Als ik mij niet vergis is het een Griek. Een eh... een zenuwspecialist. Ja, een soort psychiater. Paul: Juist. Weet je dat zeker, Spider? Spider: In ons vak kunnen we ons niet permitteren fouten te maken, dat weet u wel, meneer Vlaanderen. Paul: Dr. Kohima, zei je? Spider: Ja! Paul: Great Wickman Street 497. Dr. Kohima...
(in de auto) Paul: Dr. Charles Kohima. Nou, hier is het dan, Ina. Ina: Heb je een afspraak met ‘m gemaakt? Paul: Ja, ik heb ‘m vanmiddag gebeld. Eh… zeg, wil jij eh... Blijf je op me wachten in de wagen? Ina: Nee, ik zag toevallig dat er een arbeidsbemiddelingsbureau hier om de hoek is. ‘k Geloof dat ’k er maar even naartoe wandel om te vragen of zij zolang een plaatsvervanger voor Charlie voor ons hebben. Paul: Nou, dat lijkt me anders niet eenvoudig, want ik moet eerlijk toegeven: ik mis Charlie, ondanks al z’n fouten. Ina: Nou, ik heb vanochtend het ziekenhuis gebeld en het duurt zeker nog een maand voordat ie d’r weer uit mag. Paul: Nou enfin, doe je best, kindje. En denk eraan: ik hou het meest van brunettes. Ina: (lachje) Goed hoor! Zeg, Paul, wacht maar niet op me. Ik ga van daar regelrecht naar huis. Mm? Dag! Tot straks. Paul: Tot straks. (gaat naar het huis en belt tweemaal aan) dienstmeisje: (opent de deur) Goeiemiddag. Paul: Goedemiddag. Mijn naam is Vlaanderen. ‘k Heb een afspraak met Dr. Kohima. dienstmeisje: Kom u binnen, meneer. Paul: Dank je. (doet dat) dienstmeisje: Als u effies in de wachtkamer wil plaatsnemen, meneer. (opent de deur) Paul: Dank je wel. (gaat naar binnen) man: Goeiemiddag. Paul: Goedemiddag. man: (kucht) ‘t Begint alweer aardig op te klaren, vindt u niet? Paul: Ja. Ja, ik hoop tenminste dat het zo blijft. man: (lachje) Nou, onze vriend schijnt het even druk te hebben. Als altijd. Paul: Onze vriend? man: Ja, Dr. Kohima. Paul: O? man: O, neemt u me niet kwalijk, u komt vandaag misschien pas voor de eerste keer? Paul: Eh… ja, zo zou je ’t wel mogen zeggen, geloof ik. man: U zult er geen spijt van hebben. Paul: Ik hoop in ieder geval van niet. man: Ah, briljante kerel, absoluut briljant, neemt u dat van mij aan. Paul: Eh… neemt u mij niet kwalijk, maar hebben wij elkaar al niet een keer ontmoet? man: Nou, ik geloof het niet. Eh… mijn naam is Lathom, Carl Lathom. Paul: Ja! Ziet u wel? Dat dacht ik al. We hebben elkaar inderdaad al ‘ns ontmoet, een jaar of zes-zeven geleden bij Lady Forrester. Lathom: O ja? Meent u dat? Ik zou echt niet meer weten... Paul: Mijn naam is Vlaanderen. Lathom: Ach ja, natuurlijk, u schrijft detectiveromans en zo. Paul: Hoofdzakelijk detectiveromans. Lathom: O, neemt u mij niet kwalijk, alstublieft. Dat was echt niet denigrerend bedoeld, ik... Paul: (lachje) Dat hindert niets, hoor. Als ik mij goed herinner, heeft u ‘ns een toneelstuk geschreven. Lathom: Eh… ja. Dat heeft een hele tijd gelopen. Heb ik behoorlijk wat centjes aan verdiend. Paul: O, dat lijkt mij heerlijk. Lathom: O, maar dat is intussen alweer zo’n tijd geleden. Paul: Eh… wat ik zeggen wou: één van de hoofdrollen, werd die niet gespeeld door een zekere Norma Rice? Lathom: Inderdaad, die had eigenlijk de belangrijkste rol. Speelde ze ook geweldig, absoluut. Heeft u het ook pas in de krant gelezen dat zij eh… dood is aangetroffen in een eh... Paul: Ja ja. Tragische geschiedenis. Lathom: Bijzonder tragisch. ‘t Was zo’n enige meid vroeger. Paul: Heeft u intussen nog meer stukken geschreven? Lathom: Nee nee nee, geen letter, ik heb sindsdien geen pen meer op papier gezet. Om u de waarheid te zeggen, ik ben nogal eh... ernstig ziek geweest de afgelopen drie-vier jaar. Paul: Ach, wat ellendig. Lathom: Maar nu ben ’k weer helemaal opgeknapt. Paul: Dankzij Dr. Kohima? Lathom: Ja, inderdaad. Hij is werkelijk iets geweldigs, hè. Hij heeft iets eh... ja, hoe zal ik het zeggen eh... zonder dat het idioot overdreven klinkt, hij... hij... hij heeft een geweldige persoonlijkheid, en daarbij geeft ie je automatisch het gevoel dat geen moeite hem te veel is om je te helpen. (lachje) En dat is een belangrijk iets voor een psychiater, weet u? Paul: Ja ja. Lathom: Ja. (kucht) Een… een sigaret? Paul: O, graag, dank u. Lathom: Ja… (geeft hem vuur) Paul: Dank u. Lathom: Alstu... Ja, ik was er nogal beroerd aan toe, heb een ellendige tijd gehad, een paar keer achter mekaar zelfs. (kucht) Tussen ons gezegd en gezwegen, ik weet niet of het u interesseert natuurlijk, maar ik eh... ik had vreselijke last van hallucinaties. Paul: Hallucinaties? Lathom: Ja, dat is nu natuurlijk voorbij, volkomen voorbij, maar ik kan u verzekeren dat het echt iets ellendigs was. Paul: Ja, dat kan ik me voorstellen. Lathom: Ja, het was een soort eh... vervolgingswaan. Ik had het gevoel dat ik overal gevolgd werd, en vreemd genoeg steeds door hetzelfde wezen. Paul: Wat voor soort wezen? Lathom: (lachje) Een... een meisje. Een bijzonder knap meisje nog wel. Ik zie haar nu nog voor me zoals ik u nu zie zitten. Eh… bruine schoenen, bruin mantelpak, bruine tas, leuk bruin hoedje... Nou, wat dat betreft was het eigenlijk een (lachje) bijzonder charmante hallucinatie. Paul: En Dr. Kohima heeft u weten te overtuigen dat het... Lathom: Ja, hij heeft mij weten te overtuigen dat zij niet bestond. Paul: Mm. Lathom: Dat zij een product was van mijn eigen fantasie. O ja, hij is werkelijk geweldig. secretaresse: (opent de deur) Dokter vraagt of u hem nog even wilt excuseren, meneer Vlaanderen. Hij kan u over een minuut of tien te woord staan. Paul: Dank u. secretaresse: Uw afspraak is pas om vier uur, meneer Lathom. Was u dat vergeten? Lathom: Eh… nee, nee, maar ik was hier toevallig in de buurt en ik had vanmiddag toch niets omhanden en daarom dacht ik: laat ik het maar proberen, hè? secretaresse: (lachje) Ik begrijp het. Ik hoop alleen dat u het niet erg vindt om nog even te moeten wachten. Lathom: Natuurlijk niet. secretaresse: Ik zal dokter zeggen dat u er bent. Lathom: Dank u! (ze sluit de deur) Paul: Was dat de secretaresse van Dr. Kohima? Lathom: Eh… ja, z’n praktijkassistente eigenlijk. Bijzonder aardige vrouw. Eh... ja, hoe heet ze ook alweer? O ja, Mrs. Trevelyan. ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (02/2008) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] Paul Temple and the Alex Affair werd van 22/02/1968 tot 21/03/1968 uitgezonden door de BBC. Paul Vlaanderen is druk bezig aan zijn nieuwe boek als de kranten uitbazuinen: "Scotland Yard roept Paul Vlaanderen ter hulp". Hij krijgt bezoek van Sir Graham Forbes en inspecteur Crane, die hun zorgen over de "Alex"-moorden uitdrukken. Tot dusver waren Richard East en Norma Rice de slachtoffers, en telkens stond het woord "Alex" ergens op de plaats van de misdaad gekrabbeld. Vlaanderen zegt hun dat hij het te druk heeft met zijn nieuwe boek, maar hij raak geïnteresseerd als hij deelneemt aan een radioprogramma en één van de andere gasten, Sir Ernest, ineenzakt en met zijn laatste adem Vlaanderen toefluistert: "Er is iets dat je moet weten, ik wil je iets vertellen over Alex..." Op weg naar huis probeert iemand zijn auto van de weg te rijden. Is dat een waarschuwing dat hij zich niet moet bemoeien met het "Alex-mysterie"? [2] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816) [3] geboren te Batavia (Indonesië) op 27/12/1909; overleden op 31/10/1991 [4] geboren te Amsterdam op 21/03/1935 [5] geboren te Zwolle op 12/08/1905; overleden te Amsterdam op 19/12/1987 [6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [7] geboren te Utrecht op 12/07/1938 [8] geboren te Haarlem op 26/09/1904; overleden te Amsterdam op 02/07/1980 (Code TIN: 599) [9] geboren te Maastricht op 26/12/1931; overleden te Amsterdam op 20/01/2002 (Code TIN: 86) [10] geboren te Soekaboemi (Indonesië) op 02/11/1939 [11] geboren te Heemstede op 15/11/1930; overleden te ’s-Gravenhage op 26/11/1995 (Code TIN: 2216) [12] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [13] geboren te ’s-Gravenhage op 16/01/1905; overleden op 16/01/1999 (Code TIN: 6684) [14] geboren te Rotterdam op 13/03/1908; overleden op 19/10/1987 (Code TIN: 1275) [15] geboren te Amsterdam op 20/08/1909; overleden te Hilversum op 01/04/1983 (Code TIN: 1172) [16] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339) [17] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990 [18] geboren te Amsterdam op 17/07/1937 [19] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225) [20] geboren te Rotterdam op 21/09/1926 (Code TIN: 3915)
|