|
PAUL VLAANDEREN EN HET ALEX-MYSTERIE DEEL 3: CARL LATHOM Francis Durbridge (1912-1998) uitzending: AVRO, dinsdag 21/01/1969 vertaling: Alfred Pleiter regie: Dick van Putten ([1]) rolverdeling: - Paul Vlaanderen: Johan Schmitz ([2]) - Ina, zijn vrouw: Wieke Mulier ([3]) - Sir Graham Forbes: Joan Remmelts ([4]) - inspecteur Crane: Jan Borkus ([5]) - Ricky: Harry Bronk ([6]) - Mrs. Trevelyan: Willie Brill ([7]) - Carl Lathom: Hans Veerman ([8]) - Dr. Kohima: Rob Geraerds ([9]) - Wilfred Davis: Hans Karsenbarg ([10]) - een ober: Willy Ruys ([11]) - een dienstmeisje: Joke Hagelen ([12]) technische gegevens: 27'09" - 12,4 MB - mp3
Ina: Nou, kijk, ik eh… wandelde het laatste stukje naar huis, hè, zoals ik je trouwens ook gezegd had, maar in de buurt van Curzon Street kreeg ik opeens een vreemd gevoel, het gevoel dat ik... Crane: Dat u wat, mevrouw Vlaanderen? Ina: Het gevoel… dat iemand me de hele weg gevolgd was. Ik zag niemand, ik hoorde ook geen voetstappen of zoiets, maar toch was ik er praktisch zeker van. ‘t Was eigenlijk allemaal reuze eng. Ik had zelfs even het gevoel of het een hallucinatie was! Crane: Misschien was het ook een hallucinatie, mevrouw Vlaanderen. Ina: O nee, o nee, dat was het beslist niet, want even later zag ik wel iemand. Crane: Bedoelt u dat u gezien heeft wie u volgde? Ina: Ja... Crane: En?? Wat was dat voor een man? Ina: Het was geen man, inspecteur, het was een meisje. Paul: Een meisje? Weet je dat zeker? Ina: Ja, Paul, ik heb d’r heel duidelijk gezien, net zo duidelijk als ik jullie nu zie. Paul: Wat voor een meisje? Ina: O, erg knap, en... erg sjiek. Bruine schoenen, bruin mantelpakje, bruine tas, leuk bruin hoedje. Ja, echt knap en sjiek, Paul. Paul: Maar dat is hoogst merkwaardig... Ina: Hoe bedoel je? Crane: Ja! Wat bedoelt u, meneer Vlaanderen? Sir Graham Forbes: Ken jij dat meisje soms? Paul: Nee... Sir Graham: Maar waarom ben je dan zo verwonderd? Paul: Luister, Sir Graham. Vanmiddag in de wachtkamer van Dr. Kohima raakte ik toevallig met een man in gesprek die Carl Lathom heette. Lathom vertelde me dat hij een tijdlang hallucinaties had gehad. Hij vertelde me... Crane: Wat voor hallucinaties, meneer Vlaanderen? Paul: Hij verkeerde in de waan overal gevolgd te worden, gevolgd door 't meisje. Hij vertelde me: “Ik zag haar net zo duidelijk als ik u nu voor mij zie zitten, met haar bruine schoenen, bruine mantelpak, bruine tas, haar kleine bruine hoedje...” Ina: Nee! Sir Graham: Daar geloof ik geen woord van! Crane: Grote hemel, maar dat is krankzinnig!! Paul: Nee, niet wanneer u er rustig over nadenkt, inspecteur. Het betekent alleen maar dat Dr. Kohima zich vergist moet hebben. Crane: Vergist? Waarin? Paul: Tja (lachje), wat die hallucinaties betreft. Sir Graham: Hoor ‘ns eventjes, je kunt me vertellen wat je wilt over deze kwestie, maar ik voor mij ben ervan overtuigd dat die Mrs. Trevelyan hier achter zit. Als je ‘t mij vraagt, dan is zij eh... Paul: Is zij... Alex? Sir Graham: Ja. Crane: Mm. Dat zou ik niet durven zeggen. Ina: Nou, ze heeft ons vanavond in ieder geval een charmante verrassing bereid. Sir Graham: Vanavond? Paul: Ja. Ik had een afspraak met Mrs. Trevelyan, in een huis op Marshall House Terrace. Sir Graham: Hoe laat? Paul: Omstreeks half elf. Crane: En wat is er toen gebeurd, meneer Vlaanderen? Ina: In plaats van Mrs. Trevelyan te ontmoeten, maakten wij kennis met een tijdbom. Sir Graham: Grote goedheid! Paul: En niet alleen met een tijdbom, Sir Graham, maar ook nog met een ingenieuze methode om te zorgen dat we er vlakbij in de buurt zouden blijven staan! Sir Graham: Wat bedoel je, Vlaanderen? Paul: Iemand had boven in een van de slaapkamers een automatische platenwisselaar neergezet en ingeschakeld. Sir Graham: Een automatische platenwisselaar? Waarom? Paul: Omdat ie wist dat we de muziek daarvan zouden horen en... Crane: …en waardoor u zou denken dat er iemand boven was en dat u lang genoeg in de gang zou blijven staan tot die bom ontplofte. Paul: Ja. Maar hoe wist u dat die tijdbom in de gang verborgen lag? Crane: In de gang? Zei ik in de gang? Paul: Ja. Crane: Nou ja, dat veronderstelde ik gewoon. (kucht) Lag ie in de gang? Paul: Ja, verborgen in een koffer. Sir Graham: Nou, dat is voor mij voldoende. Het eerste wat ik morgenochtend doe, dat is een arrestatiebevel tegen Mrs. Trevelyan laten uitvaardigen. Paul: Eh… nee nee nee. Nee, dat zou ik niet doen als ik u was, Sir Graham. Nog niet. Crane: Ik geloof dat meneer Vlaanderen gelijk heeft, Sir Graham. ‘t Lijkt me niet verstandig om haar nu al te arresteren nu wij haar alleen nog maar poging tot moord ten laste kunnen leggen. Sir Graham: Mm... ja. Waar was dat huis, Vlaanderen? Zei je Marshall House Terrace? Paul: Ja, 49A. Crane: Ja, ‘k vermoed dat er wel een rapport over die affaire voor ons op de Yard zal liggen. Paul: Zou ik dat dan morgen misschien even mogen inzien, Sir Graham? Sir Graham: Natuurlijk, Vlaanderen. Ik bel je wel even. Paul: Graag. Sir Graham: Ga je mee, Crane? Crane: Ja. Goedenacht, mevrouw Vlaanderen. Ina: Tot ziens, inspecteur. Sir Graham: Wel te rusten, Ina. Nee, Vlaanderen, je hoeft ons niet uit te laten, hoor, we vinden het wel. Paul: O, da’s een kleine moeite, Sir Graham. Misschien kunt u mij morgen ook nog helpen aan alle bijzonderheden over dat pand, eh... wie de eigenaar is, wie er op het ogenblik woont.
(Paul komt terug) Ina: Paul? Paul: Ja, kindje? Ina: Ik geloof niet dat ik die man erg graag mag. Paul: Wie? Inspecteur Crane? Ina: Ja. Paul: Hoho, hij valt wel mee. Ina: Hoe lang werkt hij al op Scotland Yard? Paul: Een jaar of zes, geloof ik. Waarom vraag je dat? Ina: Mm, zomaar. Nee, misschien heeft ie alleen maar een beetje onsympathieke manier van doen. Paul: Ja (lachje), zo zou je ’t misschien kunnen uitdrukken. Wat vind jij van die hele geschiedenis, Ina? Hè? Van die Alex-affaire? Ina: Tja... ik weet gewoon niet wat ’k er van denken moet. Soms heb ik het gevoel dat die Alex een gevaarlijke krankzinnige is. Ik bedoel, waarom zou nou iemand een man Sir Ernest Cranbury willen vermoorden, of… of Norma Rice? Paul: Tja, dat hangt van het motief af. Ina: Ja, maar d’r schijnt juist helemaal geen motief te zijn. Of wel soms? Paul: Nee... Ina: (zucht) Nou ja, ik ga naar bed als je tenminste mij... Paul: Nee nee nee nee, wacht even kindje. Ze zal direct wel komen. Ina: Wie? Paul: O, had ik je dat nog niet gezegd? Mrs. Trevelyan. Ina: Mrs... Mrs. Trevelyan? Paul: Ja! Ina: Komt... komt die hier? Meen je dat? Paul: Ja. Het zou me tenminste hogelijk verbazen wanneer ze niet kwam. Ina: Ja, maar Paul, waarom denk jij dat... Paul: Toen ik thuiskwam met Sir Graham en inspecteur Crane, stond er een auto geparkeerd aan ‘t begin van de straat. Ik ben er bijna zeker van dat Mrs. Trevelyan in die auto zat. Ina: Was dat een blauwe auto, met spaakwielen en... Paul: Ja. Ina: Die stond er ook al toen ik thuiskwam! Ze zat daar natuurlijk op je te wachten, dat kan haast niet anders. (huisbel) Ina: Ricky is al naar bed. Paul: Dat hindert niet, ik zal wel even open doen. (gaat naar de voordeur en opent die) Mrs. Trevelyan: Meneer Vlaanderen... Ik... ik moet u spreken. Kan dat? Paul: Ja, komt u binnen, Mrs. Trevelyan, ik verwachtte u al. (sluit de deur - ze gaan naar de salon) Ina: Goedenavond... Mrs. Trevelyan: Goedenavond, mevrouw Vlaanderen. Paul: Wilt u misschien iets drinken? Mrs. Trevelyan: Nee nee nee, ik… ik heb heel weinig tijd, en... Meneer Vlaanderen, vindt u het heel erg om die gordijnen dicht te doen? Alstublieft. Paul: Och, niemand kan u van buitenaf zien, als u daar soms bang voor bent. Ina: Laat maar, Paul, ik doe ‘t wel even. (sluit de gordijnen) Mrs. Trevelyan: Dank u… O, ik... ik... ik vind het gewoon verschrikkelijk van vanavond, wat er gebeurd is op Marshall House Terrace, bedoel ik. Paul: Och, ‘t had erger kunnen zijn. Niet veel erger, maar toch erger. Ina: Wist u dat er een tijdbom in die koffer zat? Mrs. Trevelyan: Nee! nee, nee, dat zweer ik u... Ik zag u samen naar binnen gaan. Ik zat in m’n wagen aan het eind van de straat. Maar toen ik die explosie hoorde… O, ik... ik wist echt niet wat ik moest doen. (huilt) Paul: Mrs. Trevelyan, u moet ‘ns goed naar mij luisteren. Een paar maanden geleden is er iemand vermoord, een zekere Richard East, vermoord door Alex. In de zak van Richard East is een visitekaartje gevonden. Achter op dat visitekaartje stond met potlood “Mrs. Trevelyan” gekrabbeld. Mrs. Trevelyan: Nee! Nee, dat geloof ik niet! Paul: Herinnert u zich de kwestie Norma Rice? Mrs. Trevelyan: Ja, natuurlijk. Die werd vermoord aangetroffen in een spoorwegcoupé. Paul: Achter in het dagboek van Norma Rice stond ook de naam Mrs. Trevelyan. Mrs. Trevelyan: Dat geloof ik niet! Dat... dat liegt u, dat is een leugen! Paul: Ik ben nog niet klaar, Mrs. Trevelyan. Mrs. Trevelyan: Wat bedoelt u? Paul: Ziet u dit stukje papier? Mrs. Trevelyan: Ja. Paul: Ziet u wat daar staat? Mrs. Trevelyan: Mijn naam. Daar staat mijn naam...! Waar hebt u dat gevonden? Paul: Het viel uit de zak van Sir Ernest Cranbury. Mrs. Trevelyan: O... o mijn he... mijn hemel... Ina: Paul... Paul, ik geloof dat ze niet goed wordt. Mrs. Trevelyan: Nee. Nee nee, ‘t gaat direct wel... wel weer over. Ik... Paul: Ik zal wat voor u inschenken. Mrs. Trevelyan: Ik vond het ontzettend, mevrouw Vlaanderen. Wat er vanavond gebeurd is, bedoel ik. Bent u echt geen van beiden gewond? Ina: Nee, nee... Paul: Hier, drinkt u dit maar ‘ns. Mrs. Trevelyan: Dank u. (drinkt) Paul: Zo beter? Mrs. Trevelyan: Ja... al veel beter, dank u. Paul: Sir Graham Forbes was hier net, met inspecteur Crane. Ik weet niet of u... Mrs. Trevelyan: Ja, ik zag ze weggaan. Paul: Kent u Sir Graham? Mrs. Trevelyan: Niet persoonlijk, alleen van gezicht. Paul: Sir Graham is een bijzonder sluwe vos, veel sluwer dan hij er misschien uitziet. Mrs. Trevelyan: Wat wilt u daarmee zeggen? Paul: Nou, ik dacht dat het u misschien zou interesseren om te horen dat hij er vast van overtuigd is... Mrs. Trevelyan: Dat ik... Alex ben? Paul: Precies! Mrs. Trevelyan: Denkt u... denkt u dat ik Alex ben, meneer Vlaanderen? Paul: Mrs. Trevelyan, wanneer ik een onderzoek in een of andere zaak ter hand neem, dan is het eerste wat ik altijd doe: proberen mij een beeld te vormen van hetgeen de werkelijke achtergrond daarvan is. En dat is soms niet zo eenvoudig als het misschien klinkt. Neem deze zaak bijvoorbeeld nou eens. Waarom heeft Alex Richard East vermoord? Waarom heeft Alex Norma Rice vermoord? Waarom heeft Alex Sir Ernest Cranbury vermoord? Voor geen van die moorden schijnt een motief te bestaan. En toch ben ik ervan overtuigd dat er een motief achter zit! Net zo goed als ik ervan overtuigd ben dat u dat motief kent. Mrs. Trevelyan: Ja, dat ken ik... Ik zal het u vertellen. Een paar maanden geleden kreeg ik een brief, ondertekend met de naam Alex. Nou, eerst dacht ik nog dat het een soort misplaatste grap was, maar al spoedig daarna kreeg ik een tweede brief, die mij van het tegendeel overtuigde. Hij eiste drieduizend pond van me en hij schreef dat, wanneer ik weigerde die te betalen, dat hij dan iets van mij bekend zou maken, iets wat ik ten koste van alles geheim heb willen houden. Ina: En toen? Paul: Heeft u die drieduizend pond betaald? Mrs. Trevelyan: Ja, maar niet onmiddellijk. Pas toen ik in de krant over die moord op Richard East had gelezen, besloot ik daartoe. Paul: Waarom daarna? Na de moord op Richard East, bedoel ik. Mrs. Trevelyan: Alex had me een lijstje namen gestuurd en bovenaan dat lijstje stond de naam van Richard East. Toen begreep ik... Ina: Toen begreep u dat East was vermoord, omdat hij geweigerd had te betalen. Mrs. Trevelyan: Ja. Paul: En toen? Mrs. Trevelyan: Ik hoorde een hele tijd niets meer van Alex, tot ongeveer drie maanden later. Paul: Wat gebeurde er toen? Mrs. Trevelyan: Toen vond ik een heel kort briefje. Het lag op m’n bureau toen ik ‘s morgens bij Dr. Kohima mijn werk wilde beginnen. Er stond alleen maar in dat hij, Alex, bepaalde inlichtingen wilde hebben over een patiënt van Dr. Kohima. Paul: Ik begrijp het. Ina: Ja. En voor het geval u mocht weigeren die inlichtingen te verstrekken, dreigde hij... Paul: Heeft u die inlichtingen verstrekt? Mrs. Trevelyan: Ja. Paul: Daarom heeft u mij ook gevraagd om u vanavond te ontmoeten, is ‘t niet? Dat was u ook opgedragen... Opgedragen door Alex. Mrs. Trevelyan: Ja. Toen ik vanmorgen op ‘t kantoor kwam, lag er weer zo’n briefje, waar dat in stond. Paul: Heeft u dat lijstje nog, Mrs. Trevelyan? Dat lijstje met die namen? Mrs. Trevelyan: Ja, ‘k heb het meegebracht. Evenals dat briefje wat vanmorgen op mijn bureau lag. (geeft het aan Paul) Paul: Dank u. Ina: Paul! Die eerste vier namen, dat zijn de namen van... Paul: …van de mensen die tot nu toe al vermoord zijn. Ja. Mrs. Trevelyan: Er staan verder nog drie namen op. Paul: James Barton, Norman Steel, Mrs. Trevelyan. Mm. Het schijnt erop te wijzen dat de heren Barton en Steel uw voorbeeld hebben gevolgd, Mrs. Trevelyan. Mrs. Trevelyan: Ik had echt geen andere keus, meneer Vlaanderen, dat moet u van me aannemen. Paul: U zei dat u bepaalde inlichtingen over een patiënt van Dr. Kohima moest verstrekken. Hoe speelde u Alex die inlichtingen in handen? Mrs. Trevelyan: Per post. Paul: Per post? Naar welk adres? Mrs. Trevelyan: Naar het Waverly Hotel in Canterbury. Paul: O ja? Zomaar? Naar het Waverly Hotel, Canterbury? Mrs. Trevelyan: Nee... Ik… ik moest erbij zetten: “Miss Judy Smith”. Paul: Heeft u hem die drieduizend pond ook zo gestuurd? Mrs. Trevelyan: Ja. Ik kreeg opdracht om dat geld in een pakje af te leveren in het hotel. Paul: Geadresseerd aan die Miss Smith? Mrs. Trevelyan: Ja. Paul: Heeft u bij die gelegenheid nog iemand ontmoet? Mrs. Trevelyan: Nee... Ik heb ‘t gewoon afgegeven bij de receptie. Paul: Juist... Vertel u me ‘ns, hoelang werkt u al bij Dr. Kohima? Mrs. Trevelyan: O, eh... een jaar of zes… O, denkt u alstublieft niet dat Dr. Kohima hier op de een of andere manier mee te maken heeft. Als hij ooit zou horen dat ik in deze kwestie verwikkeld ben geraakt, dan... Paul: Ik veronderstel dat u bij Dr. Kohima over een schrijfmachine beschikt, Mrs. Trevelyan? Mrs. Trevelyan: Ja, natuurlijk. Paul: Heeft u verstand van schrijfmachines? Mrs. Trevelyan: Nou, (lachje) ‘k heb er heel wat verschillende gebruikt in de loop van mijn... Eén ding kan ik u vertellen, meneer Vlaanderen: al die briefjes die ik van Alex heb gekregen... Paul: Ja? Mrs. Trevelyan: ...die zijn allemaal op dezelfde machine getikt. Paul: Hoe weet u dat? Mrs. Trevelyan: Nou, als u ze goed bekijkt, dan... dan kunt u zien dat... Paul: ...dat de S een beetje vervormd is, en dat de D altijd dicht gelopen is... Ja... Zouden die briefjes getikt kunnen zijn op de schrijfmachine die u op uw werk gebruikt? Mrs. Trevelyan: Lieve hemel, nee! Maar ja, als u het mij vraagt zijn ze allemaal op een... op een portable getikt. Paul: Heeft Dr. Kohima zelf een portable? Mrs. Trevelyan: Inderdaad. Hoewel… hoewel ik me niet kan herinneren dat ik ‘m die ooit heb zien gebruiken. Paul: Dan wil ik dat u die ‘ns gebruikt, Mrs. Trevelyan. Morgenochtend. Ik wou graag dat u er dat befaamde zinnetje op tikte: “The quick brown fox jumps over the lazy dog.” In gewone en in hoofdletters. Begrijpt u wat ik bedoel? Mrs. Trevelyan: Jawel, maar... Paul: Ik kom het tegen een uur of half elf bij u halen. Mocht Dr. Kohima mij zien, dan eh... nou ja, dan zegt u maar tegen ‘m dat ik nog steeds bezig ben om inlichtingen in te winnen over z’n wagen. Mrs. Trevelyan: Over z’n wagen? Paul: Hij begrijpt dat wel. Mrs. Trevelyan: Maar u... u verdenkt Dr. Kohima toch zeker niet, meneer Vlaanderen? O, ik... ik ken ‘m zeker al een jaar of tien en ik kan u verzekeren dat ie een ingoed mens is. Paul: Mrs. Trevelyan, in dit soort zaken maak ik er een gewoonte van om iedereen te verdenken. De ervaring heeft mij geleerd dat iemand niet met alle geweld onschuldig hoeft te zijn omdat iemand ‘m al tien jaar kent. Of omdat zij toevallig onder één dak met zo iemand leven of werken. Sterker nog, in negen van de tien gevallen... (Ricky komt binnen) Wat is er, Ricky? Ricky: So sorry als ik u deed schrikken. Ina: Ja, wat is er, Ricky? Ik dacht dat jij al naar bed was. Ricky: Nee, ik heb zitten lezen. Ik hoorde stemmen en dacht: misschien heeft u nog wel trek in koffie? Paul: Tja, dat is een geweldig goed idee, Ricky! Dank je wel. Ricky: Niet te danken, meneer Vlaanderen. Paul: O, eh... zeg, nou je er toch bent, mevrouw Vlaanderen en ik gaan een paar dagen de stad uit. Ik eh… had graag gehad dat je in die tijd een paar dingen voor me deed. Ricky: Met alle genoegen, meneer. Koffie voor... drie personen, meneer? Paul: Voor drie personen, ja, Ricky.
dienstmeisje: (opent de deur) Goeiemorgen, meneer. Paul: Morgen. Mrs. Trevelyan weet dat ik kom. Mijn naam is Vlaanderen. dienstmeisje: O, juist, meneer. Mag ik u voorgaan? (sluit de deur) Paul: Graag. dienstmeisje: (opent de deur van de wachtkamer) Wil u... hier effies wachten, meneer. Paul: Graag. Carl Lathom: (lachje) Goedemorgen, meneer Vlaanderen! Wat een verrassing. Paul: Goedemorgen, meneer Lathom... Lathom: Dat had ik beslist niet gedacht dat ik u hier zou treffen, althans niet op dit uur van de morgen. Paul: Tja, ik van mijn kant had u beslist niet hier verwacht, om u de waarheid te zeggen. Lathom: (lacht) Dat kan ik me voorstellen. Ik eh... ik heb een afspraak met Dr. Kohima. Paul: O? Lathom: Ik hoop dat u gisteren een beetje onder de indruk bent gekomen, meneer Vlaanderen? Paul: Hoe bedoelt u? Lathom: Nou van uw... bezoek hier. Paul: O! Ja ja, ja! Lathom: Ja, werkelijk een heel bijzonder iemand, Dr. Kohima. En een absoluut eersteklas vakman. Paul: Dat geloof ik ook wel. Lathom: Ja, ik weet niet of ik u dat verteld heb, maar hij heeft mij genezen van de meest vreemde hallucinaties. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik... Paul: Dat u overal werd gevolgd. Lathom: (lachje) Ja! Ach ja, natuurlijk, dat heb ik u gisterenmiddag al verteld, hè? Paul: Ja, inderdaad. Lathom: (lacht) Het was werkelijk iets buitengewoons. Paul: Ja, ik bedoel hier werkelijk niets mee, meneer Lathom, maar eh… mochten die hallucinaties onverhoopt weer terugkomen... Lathom: Terugkomen? Paul: Ja, dan zou ik u willen aanraden om u met mij in verbinding te stellen in plaats van met Dr. Kohima. Dr. Kohima: (komt binnen) Ziezo, meneer Lathom, ik ben tot uw... Hé, goedemorgen, meneer. Heeft u ook een afspraak vanmorgen? Paul: Eh... nee, ik kom voor Mrs. Trevelyan. Dr. Kohima: O ja? O... (kucht) Eh... u kunt alvast binnenkomen, meneer Lathom. Lathom: Eh… graag dokter... Nou, tot ziens, meneer Vlaanderen. Paul: Tot ziens. (Lathom verlaat de kamer) Dr. Kohima: Maar eh... waar wilde u Mrs. Trevelyan over spreken? Paul: Over uw auto, Dr. Kohima. Dr. Kohima: Over m’n auto? Daar heb ik u toch al alles over verteld? Paul: Ja, dat weet ik. Maar ik zou toch nog graag even met Mrs. Trevelyan willen spreken, als u het tenminste goed vindt. Dr. Kohima: O? Nou, ja, zoals u wilt... (deur gaat open) Ah, Mrs, Trevelyan. Hier is meneer Vlaanderen. Hij wou u graag even spreken. Mrs. Trevelyan: O, ja, dokter. Dr. Kohima: Probeert u zijn nieuwsgierigheid maar te bevredigen. Voor zover u dat tenminste kunt. Eh... ja, voor ik het vergeet, ik kan mijn vulpotlood nergens vinden. U weet wel, dat zilveren met mijn initialen erop. Mrs. Trevelyan: Dat lag gisteravond nog op uw bureau, dokter. Dr. Kohima: Ja ja, dat weet ik, maar vanmorgen lag het er niet meer. Mrs. Trevelyan: Ik zal kijken of ik het kan vinden. Dr. Kohima: Graag. (verlaat de kamer) Paul: En? Mrs. Trevelyan: Ik… ik heb die portable geprobeerd. Alstublieft. (geeft hem het blad) Paul: Dank u… Mm, een heel andere letter. Mrs. Trevelyan: Ja, natuurlijk, dat wist ik ook wel. Paul: Mrs. Trevelyan, dat was heel riskant wat u vannacht gedaan hebt, bij mij thuis te komen. Weet u dat? Mrs. Trevelyan: Ja. Paul: Ik zou u willen aanraden om heel voorzichtig te zijn. Kijk uit wat u doet. Mrs. Trevelyan: Waarom zegt u dat? Paul: Zomaar. Ik heb er geen speciale reden voor, ik wil u alleen maar waarschuwen. Kijk uit wat u doet. Mrs. Trevelyan: En wat moet ik dan doen voor het geval dat ik weer contact met u wil opnemen? Paul: Dan kunt u mij bellen, op dit nummer. Mrs. Trevelyan: Dank u. Paul: Ik ben vanavond de stad uit, maar morgenochtend vroeg hoop ik alweer in Londen terug te zijn. Ik ga trouwens alleen maar naar Canterbury. Mrs. Trevelyan: Naar... naar Canterbury? Paul: Ja, naar het Waverley Hotel.
(Waverley Hotel, Canterbury) Paul: Goeienavond. ober: Goeienavond, meneer. Paul: Een tafeltje voor twee personen, graag. ober: Logeert meneer hier? Paul: Ja. ober: O. Juist, meneer. Paul: Kom je, kindje? (ze gaan naar het restaurant) ober: Dit is het enige wat op het ogenblik vrij is. Paul: O, uitstekend. (schuift de stoel van Ina achteruit) Ina: Dank je, lieverd. ober: Ik kom zo weer bij u, meneer, mevrouw… (gaat naar de keuken) Paul: Hij gaat er natuurlijk voor zorgen dat praktisch niets meer voor ons op het menu overblijft. Ina: (lacht) Zeg, wie... wie is de manager van dit hotel? Paul: Een zekere Chester, geloof ik. Bij hem heb ik ons tenminste net ingeschreven bij de receptie. Ina: Heb je meteen geïnformeerd naar die eh... mysterieuze miss eh... Paul: Eh… miss Smith? Nee. Ik was van plan om nog even met meneer Chester te gaan babbelen, nadat we hier het menu ‘ns hebben beproefd… Ah, daar is het. Ina: O, Paul, wat heb ik een honger. ober: Alstublieft, meneer, hier is de spijskaart. Paul: Ah. Canard à l’orange. ober: Die eend is uit, meneer. Paul: Uit wandelen? Of uit de mode? ober: Allebei, meneer. Ina: En eh... hoe is de lamsbout? ober: O, erg lekker, mevrouw. Die wás erg lekker... Paul: ...maar eh... ook zeker uit? ober: Helaas, ja, meneer. Paul: (lachje) Ja ja, dat dacht ik wel. ober: ‘k Zou eventueel nog wel een visschoteltje voor u hebben, meneer, als u tenminste liefhebber bent van vis. Ina: Paul? Paul, of je vis wil? Paul: Hè? Eh... o… o, ja ja. Ja, graag. Lekker, heerlijk. ober: Uitstekend, meneer. We zullen ons best voor u proberen te doen. (gaat naar de keuken) Ina: Paul...? Hé, waar zit je nou toch zo naar te staren? Paul: Hè? O, ik zat dit menu alleen maar even te bekijken. Ina: (lachje) Nou, je kunt toch moeilijk zeggen dat het nu zoiets bijzonders is, mm? Paul: Dat moet je niet zeggen. Kijk maar ‘ns goed. Ina: Nou? Paul: Vind je ’t niet keurig getikt? Ina: Ja, dat wel. Hoewel ik nou niet zou willen beweren... Hé, Paul... Paul, dit menu is getikt op de schrijfmachine… Paul: Op dezelfde schrijfmachine waarop ook die briefjes geschreven zijn, die briefjes die Mrs. Trevelyan van Alex heeft gekregen. Ina: Ja, maar.... dat... dat is ongelooflijk!... Doodgewoon ongelooflijk. Paul: Ja... Ina: O, Paul, dat had ik je gisteravond al willen vragen... Die twee andere namen op dat lijstje, hè, buiten die van Mrs. Trevelyan… Paul: James Barton en Norman Steel? Ina: Ja, die. Zeggen die jou iets? Paul: Van James Barton heb ik wel ‘ns gehoord, ja. Hij is president-directeur van de Overland Airways, en... Hé, kijk ‘ns wie we daar hebben... Wilfred Davis: Een avond, meneer Vlaanderen. Mevrouw. Hoe komt u zo in Canterbury verzeild?... Herkent u mij niet meer? Wij hebben elkaar eergisterenavond ontmoet. Ik versleet u per abuis voor een vriend van mij. Paul: Ach ja, nou weet ik het weer. Eh... meneer eh... Davis: Verdorie nog aan toe, nou schijn ik mij ook nog niet eens behoorlijk te hebben voorgeschteld. Mijn naam is Davis, Wilfred Davis. Ina: (lachje) Leest u nog steeds zo ijverig detectiveverhalen, meneer Davis? Davis: (lachje) Daar ben ik nou eenmaal aan verschlaafd, mevrouw Vlaanderen. Ik ben gewoon verschlaafd aan alles wat met misdaad en misdaadbeschtrijding te maken heeft. Eh… tussen twee haakjes, meneer Vlaanderen, die Alex-affaire is werkelijk iets heel ongewoons, vindt u niet? De kranten staan gewoon vol met de meest gruwelijke details. Het interesseert mij allemaal geweldig. Vertelt u mij eens, meneer Vlaanderen, is het waar dat u bij het onderzoek in deze zaak bent ingeschakeld? Paul: Och, ja en nee, meneer Davis. Davis: Oho, maar dat lijkt mij interessant! U moet namelijk weten dat ik mij persoonlijk in zekere zin betrokken voel bij die Alex-affaire. Paul: O ja? Hoezo? Davis: Nou, omdat ik er een schtuk van heb meegemaakt, zou je kunnen zeggen. Ik zat in dezelfde wagon als Norma Rice en ik was erbij toen haar lijk werd gevonden. Paul: O ja? Meent u dat? Davis: Ja. Hoewel, op dat ogenblik van de moord zat ik te schlapen in de coupé ernaast. Paul: Maar u hebt het lijk wel gezien? Davis: Lieve deugd, nou, die conducteur kwam helemaal opgewonden bij mij binnen en schleurde mij mee naar de aangrenzende coupé... Het was een griezelig gezicht eigentlich. Zij hing als het ware half rechtop in de hoek en op de coupéruit schtond met grote letters: ALEX. Paul: Tja... Logeert u hier dikwijls, meneer Davis? Davis: Eh… eh… nogal. Ik... ik ben dol op Canterbury. Om u de waarheid te zeggen, ik ben dol op al die oude historische stadjes: Bath, Harrowgate, York, Canterbury… ober: Mag ik effe, meneer? Davis: O, neemt u mij niet kwalijk. ober: Hier is uw soep. Paul: O, ja. Dank je. ober: Is uw naam Vlaanderen? Davis: Eh… nee nee nee, dit is hier meneer Vlaanderen. ober: O. D’r is telefoon voor u, meneer. Iemand uit Londen, maar hij heeft z’n naam niet gezegd. Paul: Ah. Wil je me even excuseren, kindje. (staat op) ober: De telefooncel is in de hall, meneer, meteen rechts om de hoek. (Paul gaat naar de telefoon) Paul: Dank je. Davis: Bent u van plan hier lang te blijven, mevrouw Vlaanderen? Ina: O nee, dat denk ik niet. Mijn man moet morgen weer naar Londen.
Paul: Hallo? Crane: Bent u daar, meneer Vlaanderen? Paul: Ja. Crane: U spreekt met inspecteur Crane, meneer Vlaanderen. Paul: O, hallo, inspecteur. Crane: Ik bel u namens Sir Graham. Wij konden u in Londen niet bereiken. Paul: Wat is er? Is er iets gebeurd? Crane: Sir Graham zou het op prijs stellen wanneer u naar Londen zou willen terugkomen, meneer Vlaanderen. Als dat tenminste gaat. Paul: Vanavond nog? Crane: Ja, liefst vanavond nog. Paul: Wat is er aan de hand, Crane? Crane: Er is weer een moord gepleegd. Op een zekere Barton. James Barton. Paul: O, ik begrijp het. Goed, zeg maar tegen Sir Graham dat ik direct naar Londen terugkom. Crane: Dank u wel, meneer Vlaanderen. Paul: Eh... zeg... Crane: Ja? Paul: Hoe is die Barton precies vermoord? Crane: Hij is doodgeschoten. Paul: Ah. Heeft u het vuurwapen al gevonden? Crane: Nee. Maar wel iets anders, iets heel interessants. Paul: O ja? Crane: Ja. Iets wat vlak naast het lijk lag, meneer Vlaanderen. Paul: En wat was dat? Crane: Een vulpotlood, een zilveren vulpotlood. Paul: Met de initialen CK. Crane: Ja, inderdaad! Het schijnt u helemaal niet te verbazen dat ik dat potlood gevonden heb, meneer Vlaanderen? Paul: Het zou mij alleen maar verbaasd hebben als u het niet gevonden had, inspecteur. ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (02/2008) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816) [2] geboren te Batavia (Indonesië) op 27/12/1909; overleden op 31/10/1991 [3] geboren te Amsterdam op 21/03/1935 [4] geboren te Zwolle op 12/08/1905; overleden te Amsterdam op 19/12/1987 [5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [6] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268) [7] geboren te Rotterdam op 21/09/1926 (Code TIN: 3915) [8] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225) [9] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [10] geboren te Utrecht op 12/07/1938 [11] geboren te Amsterdam op 20/08/1909; overleden te Hilversum op 01/04/1983 (Code TIN: 1172) [12] geboren te Amsterdam op 17/07/1937 |