PAUL VLAANDEREN EN HET ALEX-MYSTERIE

DEEL 6: LEO BRENT

Francis Durbridge (1912-1998)

uitzending: AVRO, dinsdag 11/02/1969

vertaling: Alfred Pleiter

regie: Dick van Putten ([1])

rolverdeling:

- Paul Vlaanderen: Johan Schmitz ([2])

- Ina, zijn vrouw: Wieke Mulier ([3])

- Sir Graham Forbes: Joan Remmelts ([4])

- inspecteur Crane: Jan Borkus ([5])

- Wilfred Davis: Hans Karsenbarg ([6])

- Carl Lathom: Hans Veerman ([7])

- Mrs. Trevelyan: Willie Brill ([8])

- Ricky: Harry Bronk ([9])

- Dr. Kohima: Rob Geraerds ([10])

- Leo Brent: Tom van Beek ([11])

- Flora: Nora Boerman ([12])

- een chauffeur: Floor Koen ([13])

technische gegevens: 27'05" - 18,6 MB - mp3

 

 

 

Wilfed Davis: Ik zag hoe dat mannetje uw koffertje openmaakte, mevrouw Vlaanderen, en daar een zakflacon met een zilveren dop uit haalde. Hij manipuleerde wat met die fles. Wat ie precies deed, kon ik niet zien omdat ie met zijn rug naar mij toe stond.

Paul: Hoe zag ie er uit, Davis, dat verdacht individu?

Davis: Eh… eh... nou, om u de waarheid te zeggen, ik was er bijna van overtuigd dat het die Chester was, die manager van het hotel. Frank Chester. Weet u wie ik bedoel?

Paul: Ja, ik weet wie u bedoelt. Is dat alles wat u mij te vertellen had?

Davis: Nee, nee nee nee, lieve deugd, nee. Dat is ook niet de hoofdzaak, bij lange na niet. Eh... later op die avond, toen u en uw vrouw al lang weg waren, ben ik nog even naar de bar gegaan om iets te drinken. Toen ik mijn hand in mijn zak schtak om te betalen, vond ik dit briefje, tot mijn grote verbazing. Eh... luister, ik zal ‘t u voorlezen. “Wat er ook gebeurt, Mrs. Trevelyan is niet Alex. Mrs. Trevelyan is niet Alex! Alex is dat meisje in het bruin.”

Ina: Dat... dat meisje in het bruin!?

Davis: Ja! Lieve deugd nog aan toe! Nou vraag ik u: wat zou dat in vredesnaam kunnen betekenen?

Paul: (begint te lachen)

Ina: Paul!

Paul: (lacht uitbundig)

Davis: Ja, eh... heb... heb ik misschien iets... iets geks gezegd, of zo?

Paul: Nee, nee. Nee, neemt u mij alstublieft niet kwalijk, meneer Davis, het spijt me ontzettend.

Ina: Mag ik dat briefje misschien even zien, meneer Davis?

Davis: Natuurlich.

Ina: Het is niet getikt, Paul.

Paul: Dat zie ik.

Davis: Ja, ik vroeg mij ook al af of er geen methode beschtaat om een handschrift te identificeren, zoals met vingerafdrukken, bedoel ik.

Paul: Jawel, meneer Davis, wanneer men tenminste beschikt over vergelijkingsmateriaal. Maar, ja, als u het mij vraagt...

Davis: Geloof u niet dat dit briefje werkelijk door Alex geschreven is?

Paul: Nu u het mij zo op de man af vraagt, nee. Dat geloof ik niet.

Davis: Waarom niet?

Paul: Nou, in de eerste plaats waren alle andere briefjes op de schrijfmachine getikt. En in de tweede plaats…

Davis: Nou?

Paul: …en in de tweede plaats... Nee, nee, ik geloof echt niet dat Alex dat geschreven heeft.

Davis: Nou, ik vind het maar een verwarde geschiedenis allemaal.

Ina: Ja, maar schat, als Alex dat briefje niet heeft geschreven, hoe is het dan…

Davis: Ja, hoe is het dan in mijn zak terechtgekomen? Ja, dat zou ik wel eens willen weten.

Paul: Meneer Davis, het is mij volkomen duidelijk dat de persoon die dat briefje geschreven heeft het ook in uw zak gesmokkeld heeft. Maar volgens mijn bescheiden mening wil dat niet zeggen dat het door Alex geschreven is.

Davis: Ha, ik begrijp het, meneer Vlaanderen. Tenminste, ik… ik geloof dat ik het begrijp. (Paul en Ina lachen) Huh. Nou het eh... het schpijt me dat ik me zo idioot heb aangeschteld.

Paul: Integendeel, u bent mij bijzonder behulpzaam geweest.

Davis: Dank u, dank u, mijnheer Vlaanderen. Wat ik nog zeggen wou: ik ga binnenkort weer terug naar Canterbury, misschien kan ik… (er wordt geklopt - deur open)

Ina: Ricky? Ik dacht dat jij naar de bioscoop was.

Ricky: Er waren alleen maar rotfilms, mevrouw. Eh... so sorry, ik wist niet dat u bezoek had.

Ina: O, dat is niet erg, hoor.

Davis: Nou, dan ga ik maar weer.

Ricky: Ach, goedenavond, meneer.

Davis: Hè? Goedenavond.

Ricky: Herkent u mij niet?

Davis: Mm, nee. Nee.

Ricky: Ricky!

Davis: Eh... Ricky?

Ricky: Ricky, meneer. Hotel Nevada, 23rd Street, New York.

Davis: (lachje) Goh, ik eh... ik ben bang dat jij je vergist. Ik ben nog nooit in New York...

Ricky: Herkent u mij echt niet, meneer Cartwright?

Davis: Eh... mijn naam is Davis, Wilfred Davis.

Ricky: Davis?

Davis: Ja.

Ricky: Sorry. So sorry.

Davis: O, trek het je niet aan, knaap, Wij maken allemaal wel eens vergissingen.

Ina: Meneer Davis wilde juist weggaan, Ricky.

Ricky: Mag ik u voorgaan, meneer eh... Davis?

Davis: Tot ziens, mevrouw Vlaanderen! Ik vond het erg prettig u weer eens geschproken te hebben. Ik hoop alleen dat ik mij niet te belachelijk heb aangeschteld.

Paul: Ach, wel nee, geen sprake van. (ze gaan naar buiten)

Ina: Paul, Paul... geloof jij dat Ricky...

Paul: Ssst... wacht even. (Ricky komt terug)

Ricky: Zal ik eerst het zilver maar poetsen, mevrouw, voordat ik…

Paul: Ricky?

Ricky: Ja, meneer Vlaanderen?

Paul: Waarom noemde jij meneer Davis meneer Cartwright?

Ricky: Waarom noemde u meneer Cartwright meneer Davis?

Ina: Nou, wij kennen ‘m als meneer Davis.

Ricky: Ik ken hem als meneer Cartwright.

Ina: Maar hij heet geen Cartwright, Ricky, hij heet Davis.

Ricky: Dan heb ik mij vergist. So sorry.

Paul: Nee, jij hebt je niet vergist, Ricky, en dat weet jij bliksems goed. Jij hebt Davis in New York ontmoet, in het Nevada Hotel. Daar noemde hij zichzelf Cartwright.

Ricky: Ja, meneer Vlaanderen.

Paul: Wanneer was dat?

Ricky: Vorig jaar, januari, februari, maart. Ik heb namelijk drie maanden in dat hotel gewerkt. Meneer Cartwright, hij had een appartement op de tweede verdieping. Meneer Davis, meneer Cartwright, zelfde gezicht, zelfde man. Ik mij niet gauw vergissen.

Paul: Nee, dat geloof ik ook niet, Ricky. Dank je wel.

Ricky: Jawel, meneer Vlaanderen. (verlaat de kamer)

Ina: Paul, Paul, wanneer die Davis heel iemand anders is dan voor wie hij zich uitgeeft, hoe kan hij dan in hemelsnaam... (telefoon)

Paul: (neemt op) Hallo?

inspecteur Crane: Bent u daar, meneer Vlaanderen?

Paul: O, hallo inspecteur.

Crane: Ik bel u namens Sir Graham.

Paul: Ja?

Crane: Is het mogelijk dat u nog even terugkomt naar de Yard?

Paul: Vanavond nog?

Crane: Ja.

Paul: Tja...

Crane: Het is nogal belangrijk, meneer Vlaanderen.

Paul: Nou ja, goed Inspecteur. Zeg maar tegen Sir Graham dat ik er over een eh... een half uurtje ben. (legt neer)

Crane: Dank u.

Paul: Kindje, luister ‘ns, ik had om kwart over negen afgesproken met een ouwe vriend van me, Leo Brent. Ik zou ‘m ontmoeten bij Luigi. Je weet wel, dat tentje op Haymarket. Ik zou graag willen dat jij in mijn plaats naar die afspraak gaat. Zorg dat hij niet weggaat, Ina. Ik moet ‘m dringend spreken.

Ina: Hoe heet ie zei je? Leo Brent?

Paul: Ja. Je herinnert je hem toch wel, Ina? Je hebt ‘m een paar geleden ontmoet, bij Juan. Hij is een Amerikaan. Groot, blond, nogal knap.

Ina: O... ja...! Ja, nou weet ik het weer!

Paul: Dat dacht ik wel. Nou, okay kindje, wij zien elkaar om ongeveer...

Ina: Nee, Paul, wacht nou even.

Paul: Wat is er?

Ina: Paul, jij zei net tegen Davis dat je niet geloofde dat dat briefje wat ie in z’n zak had gevonden door Alex was geschreven.

Paul: Ik geloof ook niet dat het door Alex geschreven is.

Ina: En wie denk jij dan, Paul, dat het geschreven heeft?

Paul: Als je dat met alle geweld wilt weten: ik geloof dat het geschreven is door... door meneer Davis.

Ina: Door meneer Davis?

Paul: Ja, kindje.

Ina: Maar waarom zou Davis zoiets doen?

Paul: Ja,ik heb nou echt geen tijd om je dat uit te leggen, hoor. Ik moet met...

Ina: Paul!

Paul: Ja?

Ina: Geloof jij dat eh... dat Davis de waarheid vertelde?

Paul: Over die flacon?

Ina: Ja.

Paul: Nou, ik weet in ieder geval zeker dat ie Chester die flacon niet uit onze koffer heeft zien halen.

Ina: Ja, hoe kun je dat nou toch weer zo zeker weten, Paul?

Paul: Hij kan ‘m niet gezien hebben, althans niet door het sleutelgat.

Ina: En waarom dan niet?

Paul: Weet je dat niet meer, kindje? D’r zat geen sleutelgat in die deur! Althans geen sleutelgat waar je door kon kijken. D’r zat een lipslot op.

Ina: Ja, een lipslot. Ach, dat had ’k toch moeten weten.

Paul: Tja, kindje, dat had je moeten weten. Tot straks bij Luigi.

Ina: Eh... kom je niet te laat, Paul?

Paul: Nou, zeg, wees een beetje aardig tegen Brent, hè?

Ina: Ja hoor, ja hoor, Paul.

Paul: Aardig, maar niet te aardig, hè? (ze lachen)

 

Sir Graham: Als ik het goed begrijp, dan weigert u nu om een verklaring af te leggen.

Mrs. Trevelyan: Ik weiger om welke verklaring dan ook af te leggen, Sir Graham. Ik meen dat ik dat nu toch wel duidelijk heb gezegd.

Sir Graham: Mrs. Trevelyan, een paar uur geleden liet u doorschemeren...

Dr. Kohima: Sir Graham, een paar uur geleden verkeerde Mrs. Trevelyan in een buitengewoon opgewonden, ik zou haast zeggen onevenwichtige toestand. Daarvoor heb ik u op dat moment ook gewaarschuwd.

Sir Graham: U heeft ons nog veel meer gezegd, Dr. Kohima, daar ben ik me volkomen van bewust. Volkomen. Maar de kwestie waar het om gaat is deze: Mrs. Trevelyan heeft bekend dat zij Alex was. Ik heb redenen om aan te nemen dat zij inderdaad Alex is en daarom...

Dr. Kohima: U weet heel goed dat Mrs. Trevelyan Alex niet is. Wanneer u dat werkelijk ook maar één ogenblik zou denken, dan…

Sir Graham: Ja? Wat dan?

Dr. Kohima: …dan zou u uw tijd niet op deze manier zitten te verknoeien.

Sir Graham: Waarom bent u gisteravond naar Hayborn gegaan, Mrs. Trevelyan? Hoe was u op de hoogte van Carl Lathom en die tweeduizend pond?

Mrs. Trevelyan:  Geen antwoord geven, Barbara.

Sir Graham: Heeft u niet gehoord wat ik u vroeg? Waarom bent u gisteravond naar Hayborn gegaan?

Dr. Kohima: Er is maar één antwoord op die vraag, Sir Graham: Mrs. Trevelyan is naar Hayborn gegaan, omdat... omdat zij daar opdracht toe had gekregen.

Mrs. Trevelyan: Toe, Charles, asjeblieft!

Sir Graham: Ik ben zo vrij om het niet met u eens te zijn, Dr. Kohima. Er zijn twéé antwoorden mogelijk op mijn vraag: of Mrs. Trevelyan is naar Hayborn gegaan omdat ze daartoe opdracht had gekregen, zoals u dat noemt, of... omdat...

Dr. Kohima: Omdat wat?

Sir Graham: …omdat zij degene was die Lathom had opgedragen daar tweeduizend pond naartoe te brengen.

Dr. Kohima: Sir Graham, ik geef u de verzekering op mijn woord van eer, dat Mrs. Trevelyan niet Alex is. (deur wordt geopend)

Sir Graham: Ja? Wat is er, inspecteur?

Crane: Meneer Vlaanderen is er, Sir. Hij wacht in m’n kamer.

Sir Graham: Eh... dank je, Crane. Ik ben direct terug, eh... Mrs. Trevelyan. (gaat naar de kamer van Crane) Sorry dat ik je op dit uur weer naar de Yard heb laten komen, Vlaanderen.

Paul: O, dat is niet erg, Sir Graham. Wat is er gebeurd?

Sir Graham: Ik denk dat je daar wel een vermoeden van zult hebben, Vlaanderen.

Crane: Ze wil niets meer zeggen.

Paul: Aha! Mrs. Trevelyan heeft zich bedacht.

Sir Graham: Ja.

Paul: Nou ja, dat maakt toch geen enkel verschil? Dat verandert toch niets aan feit dat ze gisteravond in Hayborn kwam opdagen?

Sir Graham: Daar gaat het niet om, Vlaanderen.

Paul: Bent u begonnen te twijfelen?

Sir Graham: Nou, eerlijk gezegd, ja. Je weet dat ik er gisteravond volkomen van overtuigd was dat ze Alex moest zijn, maar juist toen ze in Hayborn kwam opdagen...

Paul: Toen vond u dat net een beetje te duidelijk?

Sir Graham: Ja. Zie je, Vlaanderen, wij weten dat Alex chantage pleegt, hè. Chantage op een ongekende schaal, mogen we wel zeggen. We weten bijvoorbeeld dat ie Norma Rice en Richard East, Carl Lathom en zelfs Sir Ernest Cranbury gechanteerd heeft.

Crane: En we zijn er nu vrijwel van overtuigd dat er naast ieder slachtoffer dat ons bekend is nog minstens één onbekende arme duivel voor hem krom moet liggen.

Sir Graham: Maar het punt waar het om gaat, dat is het volgende, Vlaanderen: heeft hij Mrs. Trevelyan misschien ook gechanteerd om naar Hayborn te gaan en te bekennen dat zij Alex is?

Paul: Ja, daar ben ik van overtuigd.

Sir Graham: Jij gelooft dus niet dat Mrs. Trevelyan Alex is?

Paul: Nee, dat geloof ik niet.

Crane: Nee, ik ook niet. En als u het mij vraagt, is die Dr. Kohima Alex.

Paul: Hoe komt u daarbij, inspecteur?

Crane: Nou, om te beginnen: die geschiedenis met die auto. Het was zijn auto die geprobeerd heeft u en uw vrouw dood te rijden die avond na de moord op Sir Ernest. En in de tweede plaats moet u niet vergeten dat wij zijn potlood hebben gevonden naast het lijk van James Barton.

Paul: Maar hij ontkent dat dat zijn potlood is, inspecteur.

Crane: Ach, kom nou! (lachje) Gelooft u dat het zijn potlood is, ja of nee?

Paul: Ik... eh... ja, dat geloof ik wel, inspecteur.

Sir Graham: En toch geloof je niet dat Dr. Kohima Alex is?

Paul: Dat heb ik niet gezegd, Sir Graham. Nee, werkelijk, dat heb ik niet gezegd.

Sir Graham: Ja, Vlaanderen, d’r is nog iets wat ik je al die tijd al had willen vragen. Die avond dat Barton is vermoord, hè, toen was jij in Canterbury, in het Waverley hotel, nietwaar?

Crane: Waarom was u toen in Canterbury?

Paul: Ik heb u precies verteld wat er in Canterbury gebeurd is, inspecteur. Ik heb u verteld van mijn gesprek met Frank Chester, alias Mulberry, over mijn ontmoeting met Wilfred Davis, en…

Crane: We weten wat er gebeurd is in Canterbury, maar de kwestie waar het om gaat is: waarom bent u toen eigenlijk naar Canterbury gegaan?

Paul: Ik... ik wilde een oude vriend van me opzoeken.

Crane: Mm... juist...

Sir Graham: Ik weet echt niet wat we met die Mrs. Trevelyan moeten doen, Vlaanderen. Als wij haar niet onder arrest stellen...

Paul: Wat u ook besluit, Sir Graham, ik hoop dat u haar goed in de gaten houdt.

Crane: Gelooft u dat zij in gevaar verkeert, meneer Vlaanderen?

Paul: Ja, inspecteur, ik geloof dat zij in gevaar verkeert. Enfin, nou moet ik er echt vandoor, hè. ‘k Heb een afspraak bij Luigi. Daar had ik al moeten zijn.

Crane: Bij Luigi? Op Haymarket?

Paul: Ja.

Crane: Hé, ik heb daar straks toevallig ook een afspraak, meneer Vlaanderen.

Paul: Ah.

Crane: Vindt u het vervelend om samen met mij te gaan?

Paul: O nee, helemaal niet. Ik bied u graag een drankje aan, inspecteur.

Crane: Hoh, dat is bijzonder vriendelijk van u.

Paul: Goeienavond, Sir Graham.

Sir Graham: Tot ziens, eh... Vlaanderen.

 

(bij Luigi)

Leo Brent: Nou, ik kijk die kerel dus nog eens goed aan en ik vraag: eh... “Ober, is dit fruit werkelijk vers?” Waarop hij antwoordt: “Natuurlijk is het vers! Ik heb net zelf het blik opengemaakt.”

Ina: (lacht) Nou, ik geloof geen woord van dat verhaal, meneer Brent.

Brent: Mevrouw Vlaanderen, ik zweer u, zolang ik... Nou ja, goed, hè, ‘t neemt niet weg, het is een mooi verhaal. Jee, is ’t al zo laat? Dan moet ik er werkelijk vandoor.

Ina: Maar ik weet zeker dat Paul nu ieder ogenblik hier kan zijn, meneer Brent.

Brent: Zeg, Flora, hebben jullie hier telefoon?

Flora: De telefoon hier in de bar doet het al een paar weken niet meer. Maar eh... beneden in de vestiaire is een cel.

Brent: Mooi. Dank je. Wilt u mij even excuseren, mevrouw Vlaanderen? Ik had namelijk nog een afspraak, om tien uur. Die moet ik nou even bellen. U weet hoe het is, hè? Vrouwen met rood haar, die zijn reuze ongeduldig.

Ina: (lachje) Ga dan maar gauw.

Brent: Dank u. Ik ben zo weer terug.

Flora: Wil u misschien nog iets drinken, dame?

Ina: Eh... eh... nee, nee, eigenlijk niet.

Lathom: Nou, jawel hoor, Flora, schenk ons maar ‘ns twee dry martini’s in. (lacht)

Ina: Hallo, meneer Lathom!

Carl Lathom: Dag mevrouw Vlaanderen. Hoe komt u hier zo verzeild?

Ina: Ik wacht op m’n man.

Lathom: O, u wacht op uw man. Nou, da’s weer ‘ns wat anders, hè, een vrouw die op haar man wacht. Iets in de geest van “hond door man gebeten”. (ze lachen)

Flora: Asjeblieft.

Lathom: Ja, dank je wel, Flora. Skol.

Ina: O, dank u.

Lathom: U eh... u heeft zeker wel gehoord wat er gisteravond gebeurd is?

Ina: Mrs. eh… Trevelyan, bedoelt u?

Lathom: Ja. (zucht) Ja, krankzinnige geschiedenis. Ik kan het nog steeds niet geloven, werkelijk niet. Ik… ik meen het. Toen ik vanmorgen wakker werd en me weer realiseerde wat er gisteravond allemaal is gebeurd, hè...

Ina: Mm, toen dacht u zeker dat u het allemaal gedroomd had?

Lathom: Ja, precies. Eerlijk, ik... ik bedoel... die Mrs. Trevelyan, ze leek me altijd zo’n aardig mens, hè.

Ina: Ja ja, het zijn maar al te dikwijls de schijnbaar aardige mensen die... O, hello Paul!

Paul: O, hello kindje. Waar is Leo?

Ina: Beneden, Paul, even telefoneren.

Paul: (zucht van opluchting) Gelukkig! Ik was al bang dat ie weg was. En hoe is ‘t met meneer Lathom vanavond?

Lathom: Nou, in ieder geval al een beetje beter dan vanochtend, meneer Vlaanderen. Ik zei net tegen uw vrouw dat ik het eigenlijk nog steeds niet kan geloven.

Paul: Wat kunt u niet geloven, meneer Lathom?

Lathom: Dat... dat… dat Mrs. Trevelyan Alex is. O, ik weet wel dat zij het was die gisteravond in Hayborn kwam opdagen en volgens de kranten heeft ze ook al bekend, maar toch... toch kan ik het niet geloven. Ik bedoel... juist die Mrs. Trevelyan,

Brent: Zo, ben je daar eindelijk?

Paul: Aha, hallo Leo. Sorry dat ik zo laat ben, ouwe jongen.

Brent: Beter laat dan nooit zullen we maar zeggen.

Ina: Ah, mag ik je even voorstellen, meneer Lathom? Dat is Leo Brent, een vriend van mijn man. Carl Lathom.

Lathom: Hoe maakt u het?

Brent: Fijn.

Ina: Ja, eh...

Brent: Wilt u wat drinken, meneer Lathom?

Lathom: Nou, ik hoop niet dat u het erg vindt, maar ik moet er echt vandoor. Goedenavond, mevrouw Vlaanderen, meneer Vlaanderen. Meneer Brent...

Ina: Tot ziens, meneer Lathom.

Brent: Tot kijk.

Paul: Zo, Leo, je hebt mijn telegram dus gekregen?

Brent: Wat dacht jij dan? “Kom naar Luigi, om kwart over negen.” Om kwart over negen!

Paul: Ja. (lacht) ‘k Weet het. sorry, hoor, maar ik werd nou eenmaal opgehouden, hè.

Brent: Ja, dat heb ik gemerkt.

Paul: Laten we ergens gaan zitten waar we rustig kunnen praten, hè? Flora, nog twee martini’s en eh... wat drink jij, Leo?

Brent: Eh... een whisky, on the rocks graag.

Paul: Twee martini’s en een whisky on the rocks.

Flora: Jawel, meneer.

 

Paul: Ja, enfin, om kort te gaan, Leo, dat wou ik je voorstellen.

Brent: En hoe lang wil je dat ik in Canterbury blijf?

Paul: Eh... dat hangt ervan af. In ieder geval toch zeker een dag of eh... drie-vier.

Brent: Mm. Nou, ik neem aan dat je niet gelooft dat die Chester of eh… Mulberry feitelijk die Alex is?

Paul: Nee, ik ben ervan overtuigd dat ie dat niet is. Maar ik ben er wel van overtuigd dat ie geregeld contact met Alex onderhoudt.

Brent: Mm.

Paul: Daarom wou ik graag dat jij naar Canterbury ging, Leo. Ze kennen je daar niet en je uiterlijk is nou ook niet zo eh... zo... zo...

Brent: Intelligent?

Paul: Ja (lacht), zo zou je ‘t kunnen uitdrukken. Je zeg het tenminste zelf.

Brent: Tja.. Ja, het lijkt me wel een goeie set-up. Ik begrijp precies wat je bedoelt. Een Amerikaans toerist, compleet met camera’s, ijswater, kauwgummi en de hele rest.

Ina: (lacht) U moet het natuurlijk niet gaan overdrijven.

Brent: Oho, laat dat maar aan mij over, mevrouw Vlaanderen. Zeg, maar één ding, Vlaanderen…

Paul: En dat is?

Brent: Stel nou ‘ns dat Chester me in de gaten krijgt en handtastelijk wil gaan worden

Paul: Nou, die situatie kan ik rustig aan jou overlaten, Leo.

Brent: O, sure, maak je daar maar geen zorgen over, maar eh... maar stel nou ‘ns dat ik... nou ja, dat ik op de een of andere hot information voor je stuit.

Paul: Eh... dan moet je mij bellen.

Brent: Mm.

Paul: Eh... weet je wat? Bel me iedere morgen tussen zeven en tien, en iedere avond tussen negen uur en middernacht.

Brent: Mm.

Paul: Wanneer ik nog geen telefoontje van je heb gekregen, ben ik binnen twee uur bij je.

Brent: Okay, okay. Laat de rest maar aan mij over.

Paul: Dank je, Leo.

Brent: Ho, niks te danken, hoor. Zeg, nog één ding. Mocht je onverhoopt niets van me horen en je komt naar Canterbury en kunt me nergens vinden, vergeet dan vooral niet eh... “het is allemaal een kwestie van spiegels en dubbele bodems”.

Paul: Hè? O ja!!

Brent: (lacht)

Paul: Ja, ik zal er aan denken.

Brent: Okay. Goeienavond, mevrouw Vlaanderen. De volgende keer dat we elkaar ontmoeten, zeg ik Ina.

Ina: Tot ziens, Leo... Wat is dat een aardige man!

Paul: Ja, dat is ie inderdaad. We hebben samen op één kamer gewoond, jaren geleden in New York. (lachje) We hadden een vreselijk nieuwsgierige hospita. Dat bedoelde ie toen ie het over die spiegels had en die dubbele bodem. Als één van ons een boodschap voor de ander had waar die hospita niets van hoefde te weten, dan schreven we ’t op een stukje papier en plakten dat achter de spiegel op de schoorsteenmantel, meestal met kauwgum.

Ina: O!... (lachje) Hoe oud is hij nu?

Paul: Leo? Die zal ongeveer eh... nou, ja, die zal nou ongeveer in de veertig zijn. Hé, daar hebben we onze vriend Lathom weer.

Lathom: (kucht) Neemt u mij niet kwalijk, eh... meneer Vlaanderen, dat ik u alweer kom storen, maar die huisknecht van u staat beneden. Hij schijnt nogal in de war te zijn om de een of andere reden.

Ina: U bedoelt Ricky?

Lathom: Ja.

Paul: Is die beneden?

Lathom: Ja, bij de vestiaire. Hij schijnt geprobeerd te hebben u te bellen, maar de telefoon is hier kapot.

Ina: Is er iets gebeurd?

Lathom: Ja, om u de waarheid te zeggen, ik kon niet goed wijs uit ‘m worden. Vlak nadat u weg was, schijnt er iemand bij u thuis te zijn gekomen die u absoluut moest spreken, een of ander meisje. Ricky dacht dat het vreselijk belangrijk was.

Ina: Een meisje?

Lathom: Ja.

Ina: Wat voor meisje?

Lathom: Nou ja, dat weet ik natuurlijk niet. Ik geloof niet eens dat hij dat zelf goed wist. Misschien is... Zeg, meneer Vlaanderen, zou het dat meisje niet kunnen zijn... ik bedoel... dat zowel mij als uw vrouw gevolgd heeft? Dat meisje in het bruin.

Paul: Waar is Ricky? In de vestiaire, zei je?

Lathom: Ja. Hier beneden.

Paul: Okay. Dank je wel. Ga mee, Ina.

 

Paul: Hallo, Ricky. Vertel maar ‘ns, wat is er aan de hand?

Ricky: So sorry dat ik u kom storen, mijnheer, maar nadat mevrouw was weggegaan, kwam er een jongedame. Ze... ze zei dat ze u absoluut moest spreken. Toen heb ik geprobeerd om u op te bellen, mijnheer, maar ik kon geen verbinding krijgen.

Paul: Ik begrijp het, Ricky.

Ina: Is zij nog steeds thuis?

Ricky: Ja, mevrouw.

Paul: Hoe ziet dat meisje, eh... die jongedame er uit?

Ricky: O, erg knap. Erg knap. Maar ook eh... erg opgewonden.

Paul: Ja ja, dat weet ik. Maar beschrijf haar uiterlijk eens.

Ricky: Zij is eh… helemaal in het bruin, meneer. Bruine schoenen, bruine tas, bruine mantelpak,

Paul: Dank je wel, Ricky.

Ina: Waar staat je auto?

Paul: Op dat stukje grasland op de hoek. Pak jij je jas, dan zal ik vast starten.

Ina: Okay, Paul.

Paul: Ga mee, Ricky.

 

(motor loopt reeds)

Ricky: Daar is mevrouw, meneer Vlaanderen.

Paul: Ah, mooi.

Ina: (opent het portier en stapt in) Sorry dat ‘k je moest laten wachten, Paul, maar ik kon het bonnetje van de vestiaire eerst niet vinden.

Paul: Okay. Laten we maar gauw gaan. (start de auto - plots een geluid)

Ina: Wat is dat?

Paul: Moet je dat nog vragen? (stopt en stapt uit) Verdorie nog aan toe! (gaat kijken)

Ina: Welke band is het?

Paul: De linker voorband.

Ricky: Er ligt hier allemaal glas, meneer.

Paul: Ja, inderdaad, Ricky. Het lijkt wel een stukgeslagen fles. Nou, als je ’t mij vraagt...

Ina: Wat vreemd, hè, Paul, dat er juist hier overal glas ligt.

Paul: Ja.

Ina: Je zou bijna denken dat het met opzet daar neergelegd is.

Paul: Om ons te dwingen tijd te verliezen door het wiel te verwisselen. Maar dat is nou precies wat we niet gaan doen. Ga mee, Ina. Ricky, hol jij naar de andere! (loopt er ook heen) Hé, wie hebben we daar?

Dr. Kohima: Meneer Vlaanderen, heeft u moeilijkheden?

Paul: Goedenavond, Dr. Kohima!

Dr. Kohima: Ik wilde u vanavond nog even spreken, meneer Vlaanderen, en ik hoorde van Sir Graham dat u naar Luigi was gegaan en daarom dacht ik...

Paul: Is deze taxi van u?

Dr. Kohima: Ja, eh...

Paul: Stap in, Ina. (dat doet ze) Veeg die scherven daar weg, Ricky, vlug!

chauffeur: Hé, meester, wat heb dat te be...

Dr. Kohima: Ja, dat is in orde, chauffeur. (stapt ook in) Waar wilt u heen, meneer Vlaanderen?

Paul: Eaton Square. En gas op de plank!

Chauffeur: Komt voor mekaar, meneer.

Paul: Mag ik even? We zien je direct thuis wel, Ricky.

Dr. Kohima: Eh… wij... wij kennen elkaar nog niet, geloof ik?

Paul: O, eh... neemt u me niet kwalijk. Dr. Kohima, mijn vrouw.

Dr. Kohima: Eh... komt u hier maar zitten, mevrouw Vlaanderen.

Paul: Vlug, chauffeur, vlug!

Chauffeur: Ja. (rijdt weg)

 

(taxi stopt - Paul stapt uit)

Paul: Zou u het heel erg vinden om even in de taxi te wachten, Dr. Kohima? ‘t Duurt echt niet lang.

Dr. Kohima: Eh... nee nee, eh... gaat u maar.

Paul: Hier is tien shilling, chauffeur. En bedankt.

chauffeur: O, eh... dan u beleefd, meneer.

Paul: (sluit het portier - ze gaan naar hun huis) Heb jij de sleutel, kindje?

Ina: Ja, ja, dat geloof ik wel. Tenminste, ik zal ‘m toch niet thuis hebben gelaten? O nee, nee, gelukkig, hier is ie.

Paul: De deur staat open.

Ina: Ja... dat zie ik.

Paul: Stil, kindje.

Ina: Waarom?

Paul: Sssst... (ze gaan naar binnen) Ik denk dat ze in de voorkamer is. (opent de deur)

Ina: Nee. Nee, Paul, hier is nie... (schrikt) Paul, Paul, daar... daar ligt ze... daar op de grond. Paul, kijk ‘ns, al dat bloed...

Paul: Kalm kindje, kalm.

Ina: O, Paul! Wat afschuwelijk!

Paul: Rustig nou, kindje, rustig.

Ina: Het... het gaat wel weer. Is... is ze..

Paul: Ja... Ze is dood... Doodgeschoten. Dat moet een paar minuten geleden...

Ina: Wat is er? Paul! Wat is er?

Paul: Luister...

Ina: D’r is iemand in de badkamer...

Paul: Ja. Kindje, pak m’n revolver. In de bovenste la van m’n bureau. Vlug!

Ina: (haalt hem uit de la) Hier, asjeblieft.

Paul: Dank je.

Ina: Waarom stop je die nou in je zak, Paul?

Paul: Ssst! Ga daar bij de deur staan, Ina... Mag ik u verzoeken om uit die badkamer te komen? Ik zei: mag ik u verzoeken om uit die badkamer te komen?

Crane: (opent de deur) Daar ben ik, meneer Vlaanderen.

Ina: Inspecteur Crane!

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (03/2008)

hermanvanc@yahoo.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 

 


 

[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816)

[2] geboren te Batavia (Indonesië) op 27/12/1909; overleden op 31/10/1991

[3] geboren te Amsterdam op 21/03/1935

[4] geboren te Zwolle op 12/08/1905; overleden te Amsterdam op 19/12/1987

[5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[6] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[7] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225)

[8] geboren te Rotterdam op 21/09/1926 (Code TIN: 3915)

[9] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268)

[10] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659)

[11] geboren te Maastricht op 26/12/1931; overleden te Amsterdam op 20/01/2002 (Code TIN: 86)

[12] geboren te ‘s-Gravenhage op 20/03/1927; overleden op 30/04/1990

[13] geboren te Amsterdam op 25/05/1907; overleden te Amsterdam op 24/06/1995 (Code TIN: 6949)