|
PAUL VLAANDEREN EN HET ALEX-MYSTERIE DEEL 7: HET MEISJE IN HET BRUIN Francis Durbridge (1912-1998) uitzending: AVRO, dinsdag 18/02/1969 vertaling: Alfred Pleiter regie: Dick van Putten ([1]) rolverdeling: - Paul Vlaanderen: Johan Schmitz ([2]) - Ina, zijn vrouw: Wieke Mulier ([3]) - Sir Graham Forbes: Joan Remmelts ([4]) - inspecteur Crane: Jan Borkus ([5]) - Wilfred Davis: Hans Karsenbarg ([6]) - Carl Lathom: Hans Veerman ([7]) - Ricky: Harry Bronk ([8]) - Dr. Kohima: Rob Geraerds ([9]) - Leo Brent: Tom van Beek ([10]) - Thomas: Maarten Kapteijn ([11]) technische gegevens: 30'31" - 20,9 MB - mp3
Ina: Paul! Wat is er? Paul: Luister... Ina: D’r is iemand in de badkamer... Paul: Ja. Kindje, pak m’n revolver. In de bovenste la van m’n bureau. Vlug! Ina: (haalt hem uit de la) Hier, asjeblieft. Paul: Dank je. Ina: Waarom stop je die nou in je zak, Paul? Paul: Ssst! Ga daar bij de deur staan, Ina... Mag ik u verzoeken om uit die badkamer te komen? Ik zei: mag ik u verzoeken om uit die badkamer te komen? Crane: (opent de deur) Daar ben ik, meneer Vlaanderen. Ina: Inspecteur Crane! Crane: Ik ben blij dat u er eindelijk bent, meneer Vlaanderen. Paul: O ja? Ik zie dat u uw hand bezeerd heeft, inspecteur. Hoe is dat zo gekomen? Door een glasscherf? Crane: Inderdaad. Ik was het juist aan ‘t uitwassen. Ik hoop niet dat u het mij kwalijk neemt dat ik daar uw badkamer voor gebruikt heb. Paul: Nee, natuurlijk niet. Wat is er precies gebeurd, Crane? Crane: Dat kan ik u beter vragen. Ik ben naar Luigi gegaan, maar daar ben ik u kennelijk net misgelopen. Ik wilde u met alle geweld spreken, meneer Vlaanderen, en daarom ben ik u achterna gegaan, hier naartoe. Maar ik begrijp nog steeds niet waarom ik hier eerder was dan u. Paul: Werkelijk niet, inspecteur? Maar enfin, gaat u verder. Crane: Nou, er is verder eigenlijk weinig te vertellen. Net toen ik de stoep op kwam... Ina: (wordt onwel) Crane: Mevrouw Vlaanderen! Paul: Ina! Ina: (steunt) Paul, wees maar niet bang, hoor, ik... ik voel me alleen zo raar. ‘t Was ook zo’n schok. Het gaat zo wel over, Paul. Ik... ik geloof dat ik maar... maar eventjes ga liggen als je ‘t niet erg vindt. Crane: Heel verstandig, mevrouw Vlaanderen. Paul: Ja, doe dat, kindje. (ze gaat naar de slaapkamer) Crane: Eh..., eh... nou, zoals ik al zei, net toen ik de stoep op kwam, hoorde ik een schot. Ik rende naar binnen, en... enfin, ik vond dat meisje precies zo als ze daar nog ligt. Paul: Was er verder niemand in huis? Crane: Nee, maar één van de ramen in de slaapkamer stond open, één van de ramen die toegang geven tot de brandtrap. Paul: Mm. En hoe heeft u uw hand dan geblesseerd? Crane: Nou... O, o, ja, ja, eh... ik hoop niet dat u het mij kwalijk neemt, meneer Vlaanderen, maar in mijn opwinding stootte ik per ongeluk met m’n hand tegen die glasplaat op de kaptafel van uw vrouw. O, hij is gelukkig niet kapot, hoor, maar ik eh… heb wel m’n hand aan opengehaald. Paul: Juist, ja. Crane: Ja. (kucht) Ik veronderstel dat u dit meisje kent, meneer Vlaanderen? Paul: Ja. Het is dat meisje waar ik u van verteld heb, dat meisje dat mijn vrouw gevolgd is vanaf Marshall House Terrace. Het meisje in het bruin. Crane: Juist, ja… Wist u dat zij hier op u zat te wachten? Paul: Natuurlijk. Daarom ben ik zo haastig bij Luigi weggegaan. Ricky kwam me daar vertellen dat ze hier was en mij dringend wilde spreken. Toen besloot ik meteen om... eh... Ja, luister ‘ns, inspecteur, eh... Dr. Kohima zit beneden op me te wachten, dus u moet me echt toch... Crane: Dr. Kohima? Paul: Ja. Hij heeft me een lift hierheen gegeven, in z’n taxi. Ik had pech met de wagen. Eh... misschien wilt u mij heel even excuseren. Crane: Natuurlijk, meneer Vlaanderen, natuurlijk. (de deur wordt geopend) Paul: O, eh... dag Ricky. Ricky: (sluit de deur) Mevrouw Vlaanderen heeft mij net verteld van die jongedame, mijnheer. Het is werkelijk vreselijk. Crane: Aha, is dat Ricky? Ja natuurlijk, kom jij ‘ns even hier, jongeman. Ik moet ‘ns eventjes met jou praten. Paul: Dit is inspecteur Crane, Ricky. Crane: Ricky, als ik het goed begrepen heb, ben jij de laatste die deze jongedame in levenden lijve hebt gezien, mm? Het is natuurlijk duidelijk dat ik... Ricky: Een kleine correctie, inspecteur. Crane: Mm? Wat bedoel je? Ricky: Ik was niet de laatste. Crane: O nee? Ricky: Nee, ik was niet de laatste persoon die haar in levenden lijve gezien heeft. Crane: O nee? Wie dan wel? Ricky: So sorry, de moordenaar, inspecteur Crane.
(de taxi wacht nog met draaiende motor - Paul komt aangelopen en opent het portier) Paul: Sorry dat ik u even heb laten wachten, Dr. Kohima. Dr. Kohima: O, dat is niet erg, meneer Vlaanderen. Paul: Chauffeur, we gaan nu eerst terug naar Luigi en daarna naar een adres in South Kensington. (stapt in - de taxi start) Onderweg naar Luigi kunnen we rustig praten, dokter. Wanneer u daar tenminste geen bezwaar tegen hebt. Dr. Kohima: Nee nee, helemaal niet. (de taxi trekt op) Ik denk dat u wel zult weten waarom ik u wilde spreken, hè, meneer Vlaanderen?. Paul: Ja. Dr. Kohima: Ik heb besloten om u de waarheid te vertellen. De hele waarheid over... Paul: …over Mrs. Trevelyan. Dr. Kohima: Precies. Ja, ik weet niet goed waar ik moet beginnen, meneer Vlaanderen. Ik doe de hele dag niets anders dan luisteren naar wat andere mensen mij vertellen, en nu, nu heb ik voor de eerste maal het gevoel dat ik... Nou, een aantal jaren geleden maakte ik kennis met Mrs. Trevelyan en ik was op slag weg van haar, meneer Vlaanderen. Ze was een heel ander mens in die tijd, zo vrolijk, zo levenslustig. Zij interesseerde zich sterk voor psychologie, zij het dan op een enigszins dilettantische manier, maar na een poosje lukte het mij om ‘r over te halen om bij mij als praktijkassistente te komen werken. Ze was d’r uitermate geschikt voor, meneer Vlaanderen, en ik had dan ook het volste vertrouwen in haar, tot ik op een goede dag ontdekte dat zij... Paul: …dat zij inlichtingen over uw patiënten aan iemand anders verstrekte, vertrouwelijke inlichtingen. Dr. Kohima: Precies. Dat was een grote schok voor me. Ik vond het afschuwelijk, ik wist gewoon niet wat ik moest doen. Toen ik het haar voor de voeten wierp, ging ze onmiddellijk door de knieën en bekende mij alles. En toen hoorde ik het hele afschuwelijke verhaal. Zij werd op haar beurt gechanteerd, meneer Vlaanderen. Zij werd gedwongen om die inlichtingen te verschaffen, gechanteerd als ze werd door... door Alex. Paul: Mm. Dr. Kohima, vertelt u mij ‘ns, is Mrs. Trevelyan bemiddeld? Dr. Kohima: Helemaal niet. Waarom vraagt u dat? Paul: Omdat ik redenen heb om aan te nemen dat zij... dat zij drieduizend pond aan Alex heeft betaald. Dr. Kohima: Dat geld heb ik haar gegeven, meneer Vlaanderen. Dat moest ik wel. Er zat echt niet anders op. Paul: U had de politie in de arm kunnen nemen. Dr. Kohima: Ja, dat weet ik, maar dat heb ik helaas niet gedaan. Paul: Waarom vertelt u mij dit allemaal, Dr. Kohima? Dr. Kohima: Omdat u mij geloven moet, meneer Vlaanderen. U moet mij geloven als ik u zeg dat Mrs. Trevelyan niet Alex is.
(Paul belt tweemaal aan) Carl Lathom: (opent de deur) Ah... hallo! Ha, meneer Vlaanderen. Paul: Hallo, Lathom. Ik stoor toch niet, hoop ik? Lathom: O, o, welnee, helemaal niet. Eh... komt u binnen. (laat hem erin) Paul: Ik heb je toch niet uit je bed gebeld of zo? Lathom: Nee hoor, nee, om u de waarheid te zeggen: ik zat een beetje te soezen voor de open haard. (lachje) Eh... wacht, ik zal uw jas ophangen. Paul: Heh... dat noem ik nog ‘ns een lekkere open haard. Lathom: Ja, ja... (kucht) Eh… wat wilt u drinken? Eh... whisky? Sherry? Cognac? Gin met iets? Vermouth? Martini? Paul: Eh... heb je geen port? Lathom: Eh… nee, nee, het spijt me, maar port is het enige wat ik op het ogenblik niet heb. Paul: Lathom… Lathom: Ja? Paul: Je had gelijk. Lathom: O ja? In welk opzicht? Paul: Het was inderdaad dat meisje, dat meisje in het bruin. Lathom: Grote hemel... En... en wat heeft ze verteld? Heeft ze u gezegd waarom ze ons volgde? Nou, wat is er? Wat is er gebeurd? Meneer Vlaanderen, wat is er gebeurd? Paul: Ze is dood. Vermoord. Lathom: Vermoo... Bedoelt u... dat ze al dood was toen u thuiskwam? Paul: Ja. Lathom: Maar dat is gewoon niet te geloven! Wie was zij, meneer Vlaanderen? Paul: Dat weet ik niet. Lathom: Weet u dat niet? Maar dat moet u toch zeker weten? Heeft u... heeft u het... het.. het lijk niet gefouilleerd? Paul: Nee. Lathom: Waarom niet? Paul: Omdat ik meende dat dat al gebeurd was, door inspecteur Crane. Lathom: Door inspecteur Crane? Maar dat kan toch haast niet? Tenzij eh... tenzij hij daar al was voor dat u arriveerde. Paul: Dat was hij ook. Hij moet kennelijk vlak na de moord zijn binnengekomen. Lathom: En heeft ie iemand gezien? Paul: Nee. Lathom: Mm. Wat kwam Crane bij u thuis doen? Paul: Het schijnt dat hij mij wilde spreken. Hij was ons juist misgelopen bij Luigi. Lathom: Hoe lang eh… kent u die Crane? Paul: O, nog maar kort. Waarom vraag je dat? Lathom: U denkt toch niet dat Crane... Paul: Dat Crane wat? Lathom: …dat... dat... dat Crane dat meisje heeft doodgeschoten? Paul: Waarom zou hij? Tussen twee haakjes, hoe weet je dat zij is doodgeschoten? Lathom: Heu? Paul: Ik vraag: hoe weet je dat ze is doodgeschoten? Lathom: Huh, dat... dat heeft u mij toch verteld. Paul: Ik heb alleen maar gezegd dat ze vermoord is. Lathom: Nou ja, vermoord, doodgeschoten, dat... dat komt op hetzelfde neer. Paul: Niet helemaal. Ik bedoel, ze had ook gewurgd kunnen zijn, of neergestoken, of zelfs vergiftigd. Lathom: O... o, ja... ja, dat zou natuurlijk kunnen. Dat is niet bij me opgekomen. (lachje) Maar... u denkt toch zeker niet dat ik hier iets mee te maken heb, hoop ik? Paul: Heb je dat dan niet? Lathom: Nou, natuurlijk niet. Paul: Wat heb je gedaan nadat je bij Luigi bent weggegaan? Ben je toen regelrecht hier naartoe gegaan? Lathom: Eh... ja, natuurlijk. Maar vraag me niet om dat te bewijzen. Paul: Waarom niet? Lathom: Nou, omdat niemand mij heeft zien binnenkomen en mijn huishoudster is toevallig voor een paar dagen de stad uit. Ja, maar ik… ik… ik kan er gewoon niets mee te maken hebben gehad. Paul: Wat bedoel je? Lathom: Nee, toen u wegging, was ik nog bij Luigi. Zeg nou ‘ns eerlijk, hoe kan ik nou ooit eerder bij u thuis zijn geweest dan uzelf en uw vrouw? Paul: Wij zijn helaas even opgehouden. Ik had een lekke band. Lathom: O ja? Ho, dat wist ik niet. Een lekke band, wat een pech. Paul: Nou, pech zou ik het niet direct durven noemen. Voor de plaats waar ik mijn wagen had geparkeerd, lag allemaal glas. Als je ‘t mij vraagt was 't daar opzettelijk neergelegd. Lathom: Opzettelijk daar neergelegd? Paul: Ja. Lathom: (kucht) Meneer Vlaanderen, waarom bent u hier? Omdat u dacht dat ik er iets mee te maken had, met deze geschiedenis? Of omdat eh... Paul: Ik ben hier om twee redenen, Lathom. In de eerste plaats om je te vertellen van dat meisje, en in de tweede plaats om je te waarschuwen. Lathom: Om me te waarschuwen? Waarvoor? Paul: Ik heb zo’n idee dat Alex nu niet bepaald enthousiast is over het feit dat jij mijn hulp hebt ingeroepen. Lathom: Alex!... Maar Mrs. Trevelyan is toch Alex? Paul: Geloof jij dat Mrs. Trevelyan Alex is? Lathom: Nee. Nee, dat geloof ik niet. Dat heb ik ook tegen uw vrouw gezegd. Maar... maar toen Mrs. Trevelyan in Hayborn kwam opdagen om die drieduizend pond in ontvangst te nemen, toen dacht ik... Ja... Maar meneer Vlaanderen, als Mrs. Trevelyan Alex niet is, dan moet Alex nu weten dat ik u verteld heb van dat briefje? Paul: Ja. Lathom: O, bedoelde u dat toen u zei dat u me kwam waarschuwen? Ja, dat bedoelde u, hè? Paul: Ja, dat bedoelde ik. Lathom: U gelooft dus dat ik in gevaar verkeer? Gelooft u dat? Ja of nee? Paul: Ach... Lathom: Ja, of nee!? Paul: Als ik jou was, Lathom, zou ik heel voorzichtig zijn!
Ina: (komt binnen) Nou, zo’n vreselijke haast heeft u toch niet, Sir Graham? Ik weet zeker dat u heus nog wel trek hebt in een kopje koffie. Sir Graham: Tja, Ina, ik moet er werkelijk eigenlijk vandoor, maar… Paul: Onzin, ‘t is nog reuze vroeg. Trouwens u moet uw sigaar toch nog oproken. Gaat u zitten, Sir Graham. Vraag Ricky koffie te brengen, kindje. Sir Graham: Ja, dank je wel, Vlaanderen. (Ina verlaat de kamer) Paul: Ja, het is verdraaid jammer van dat meisje, vindt u niet, Sir Graham? Van dat meisje in het bruin. Sir Graham: Tja... Wist jij dat ze een Amerikaanse was? Paul: Ja, dat vermoedde ik. Sir Graham: Maar je hebt haar nooit persoonlijk ontmoet, hè? Paul: Nee. Sir Graham: Carol Reagan. Paul: Ja. Sir Graham: Crane vertelde me dat ze in de States nogal bekend was. Paul: O ja. Ze werkte veel samen met een zekere Meyers, Jeff Meyers. Sir Graham: Lieve deugd, ik... ik herinner me over die Meyers gelezen te hebben. Hij werkte voor de FBI. Paul: Een tijdje, ja. Toen is ie voor zichzelf begonnen, geloof ik. Ja, je zou ‘m een soort eh... privé-detective kunnen noemen. Ja, die Meyers moet een vreemde vogel zijn, maar hij heeft een uitstekende reputatie in Amerika. Sir Graham: Wat denk jij dat er die avond gebeurd is, Vlaanderen, die avond dat ze je hier kwam opzoeken? Paul: Ik weet het niet. Zij kwam kennelijk met de bedoeling om mij iets heel belangrijks te vertellen. Sir Graham: Heb je enig idee wat dat geweest zou kunnen zijn? Paul: Ja, ik geloof het wel, Sir Graham. Sir Graham: Toen je me vanmorgen opbelde om me voor het eten uit te nodigen, toen zei je dat je een brief gekregen had. Paul: Ja, een brief die ik u graag wilde laten zien. Ik heb ‘m bij de ochtendpost gevonden. Hier is ie. Laat u ‘m niet aan Ina zien, wilt u? (Sir Graham opent de brief) ‘k Heb liever niet dat zij ‘m ziet. Sir Graham: Die is van Alex! Paul: Ja. Sir Graham: “Als uw leven u lief is, meneer Vlaanderen, houd dan onmiddellijk op om u met mijn zaken te bemoeien. Dit is mijn eerste en enige waarschuwing. Bemoei u nergens mee. Alex.” Hij is in Hampstead gepost, zie ik. Paul: Ja, maar getikt op diezelfde machine, die schrijfmachine in Canterbury. Sir Graham: Vlaanderen, ik ben blij dat je me in vertrouwen genomen hebt, maar eh... Paul: Maar wat, Sir Graham? Sir Graham: Vind je ’t echt wel zo’n goed idee om die vriend van je naar Canterbury te sturen? Paul: O, over Leo Brent hoeft u zich geen zorgen te maken, Sir Graham, die staat z’n mannetje heus wel. Sir Graham: Mm. Wanneer is ie daar naartoe gegaan? Paul: Eergisteren. Sir Graham: Mm... Ik voel er erg veel voor eh… om ook nog iemand van de Yard te sturen, Bradley of Crane bijvoorbeeld. Want, zie je, Vlaanderen... Paul: Nee, doet u dat alstublieft niet, Sir Graham, althans... nog niet. Sir Graham: Heb je al iets van Brent gehoord? Paul: Ja, natuurlijk. Wij houden voortdurend contact. Sir Graham: En? Wat is het resultaat? Paul: Hij zei dat de situatie bijzonder... (Ina komt binnen) Ah, daar is ze. Ina: Eh... nee nee blijft u alstublieft zitten, Sir Graham, het gaat wel. (zet de kopjes neer) Hoe wilt u uw koffie? Sir Graham: Eh... zwart graag. Ina: Jij ook, hè, Paul? Paul: Graag. Wilt u er misschien een likeurtje bij? Ik heb een heerlijke... (telefoon) Ina: O, dat zal wel voor jou zijn, Paul. Paul: Ja, ik denk dat het een telefoontje uit Canterbury is. (neemt het toestel) Sir Graham, wilt u misschien even meeluisteren? Sir Graham: Ja, graag, Vlaanderen. Paul: Gaat u dan maar even naar mijn werkkamer. U weet de weg... (Sir Graham gaat weg - Paul neemt na een tijdje op) Hallo? Leo Brent: Hello. Paul: Hallo, ben jij dat, Leo? Brent: Ja. Hallo, Paul. Paul: Hoe gaat het? Brent: Rotvervelend. Ik klaag niet gauw, maar ik krijg echt het idee dat er helemaal nooit iets gebeurt. Paul: En vanmorgen zei je dat het juist spannend begon te worden. Brent: Dat was vanmorgen. Sindsdien is alles weer als een pudding in mekaar gezakt. Paul: Mm. Hoe is ‘t met Chester? Brent: Die hou ik de godganselijke dag in de gaten, maar hij doet nooit iets anders dan golf spelen of de administratie van het hotel bijhouden. Allebei even slecht als je het mij vraagt. Echt, Paul, ik wil me niet bemoeien met dingen die me niet aangaan, maar eh... weet je zeker dat je niet op het verkeerde spoor bent? Paul: Heel zeker, Leo. Maar weet je wat jij doet? Kom morgen maar terug naar Londen. Brent: Okay. Graag. Tot morgen dan maar, Paul... Paul: Tot morgen, Leo. (legt neer) Ina: Paul, wat is er? Is er iets gebeurd? (Sir Graham komt weer binnen) Paul: Heeft u het gehoord? Sir Graham: Ja. Maar om je de waarheid te zeggen, Vlaanderen, ik kan echt niet zeggen dat ik verschrikkelijk onder de indruk ben van je vriend, meneer Brent. Paul: Dat was mijn vriend Brent niet. Sir Graham: Wat bedoel je? Paul: Precies wat ik zeg: dat was Leo Brent niet. Ina: Maar Paul, ik kon z’n stem van hier af horen. Ik weet zeker dat het Leo wél was. Paul: Nee, dat was Leo niet. Dat weet ik absoluut zeker. Hij bleef me steeds maar “Paul” noemen. Dat doet Leo nooit, kindje, dat heeft ie nog nooit gedaan. Hij noemt me altijd Vlaanderen, nooit anders dan Vlaanderen. Ina, ga tegen Ricky zeggen dat ie m’n koffer pakt. Ina: Je koffer pakt? Sir Graham: Je bent toch niet van plan om naar Canterbury te gaan? Paul: Jawel. Sir Graham: Nu? Vanavond? Paul: Nu. Vanavond nog, Sir Graham.
receptionist: Goedenavond, meneer. Paul: Goedenavond. Ik heb telefonisch een kamer besteld vanuit Londen. receptionist: Meneer Vlaanderen? Paul: Ja. receptionist: Klopt, meneer Vlaanderen. Zou u hier even willen inschrijven? Goedenavond, mevrouw. Ina: Goedenavond. Paul: Zou ik meneer Chester misschien even kunnen spreken? receptionist: Meneer Chester is er op het ogenblik niet, meneer. Hij is met vakantie. Paul: O ja? receptionist: Ja, hij is vanmiddag vertrokken, meneer, om vier uur ongeveer. Eh... kan ik u misschien van dienst zijn? Paul: O nee, zo dringend is het echt niet, dank u… Ziezo, kindje, hier zijn we dan weer. receptionist: Kamer 32, meneer. Paul: Dank u… O, hallo, Davis. Wilfred Davis: Dag meneer Vlaanderen. Mevrouw Vlaanderen. Bent u net gearriveerd? Paul: Ja! Ik had al zo’n idee dat we jou misschien tegen het lijf zouden kunnen lopen. Ina: Ach ja, u had gezegd dat u hierheen zou gaan. Ach, bent u intussen soms ziek geweest, meneer Davis? Davis: Eh... ja, ik voel mij inderdaad niet zo prima, mevrouw Vlaanderen. Blijft u lang? Paul: Een nachtje maar, denk ik. Davis: O... Paul: Kamer 32, zei u? receptionist: Ja, meneer, kamer 32. Davis: Eh... zullen wij misschien morgenochtend samen ontbijten? Paul: O ja, wat mij betreft graag. Ga je mee, kindje? Ina: Goedenavond, meneer Davis Davis: Goedenacht, mevrouw Vlaanderen… Ik ben de hele middag weggeweest. Is er intussen misschien nog post voor mij gekomen?
Ina: ...dat is 31, dus dan moet dit 32 zijn. Paul: Ja. Ina: Ja! Paul: Luister, Ina. Ik ben direct terug. Wacht jij in de kamer tot ze de bagage komen brengen. En dan ga… Ina: Ja, wat ga je dan doen, lieveling? Paul: Naar Leo’s kamer. Die is op de volgende etage. Ina: Had hij je het nummer dan gezegd? Paul: Ja, 41. Ik ben binnen een paar minuten weer terug, hè. Maak je geen zorg. Ina: Ja, maar Paul, het is toch vrijwel zeker dat Leo niet op z’n kamer is en… Paul: Ja, dat weet ik. Maar weet je niet meer wat ie zei in Luigi? Ina: Over die eh... die… die spiegels en die dubbele bodems? Denk je dat ie een briefje voor je achter één van de spiegels heeft geplakt? Paul: Als ie tenminste geen gebrek aan kauwgummi had. De kans bestaat in ieder geval. Ina: Nou, één ding weet ik in ieder geval zeker, Paul. Jij had volkomen gelijk. Het kan Leo niet geweest zijn die je vanavond heeft opgebeld, want anders had ie je dat toch wel verteld van Chester! Paul: Precies. Kindje, daar komen ze met onze bagage. Ik ben direct terug. Ina: Ja, okay!
(Paul komt binnen) Ina: (schrikt) Paul: Oh, sorry, kindje. Ina: Liefje, je liet me schrikken. Heb je iets gevonden? Paul: Ja. Er... er d’r zat een briefje achter de spiegel. Ina: Wat staat er in? Paul: Dat weet ik niet, ‘k heb nog geen tijd gehad om het te lezen. ‘k Ben helemaal buiten adem. Ina: Heeft iemand je gezien? Paul: Bijna, toen ik weer uit de kamer kwam, maar ik kon nog net op tijd wegduiken. Nou, enfin, laat ik maar ‘ns kijken wat er in staat. (opent het briefje) “Beste Vlaanderen. Ik schrijf dit voor het geval dat ik je vanavond niet kan bellen zoals afgesproken. Chester heeft vanmorgen een bezoek gebracht aan de...” Wat staat hier, kindje? Ina: “…een bezoek gebracht aan de... aan de Claywoodmolen. Ik heb reden om aan te nemen dat hij daar vanmiddag weer naartoe gaat. Ze zeggen dat die molen alleen maar een wrak van een oude watermolen is, maar volgens mij is dit de plaats waar Chester en Alex elkaar ontmoeten. De Claywoodmolen ligt ongeveer 24 kilometer van Haversham en 9 kilometer van Moondale, aan de rand van een bos. Paul: Claywoodmolen? Ina, herinner je je die avond, die avond dat we Spider Williams hebben gevonden? Ina: Ja. Paul: Voordat we weer op de hoofdweg kwamen, kwamen we langs een bos, aan onze rechterhand. Bij dat bos stond een molen, een oude molen met een kapot waterrad. Ina: Ja! Ja, ik weet het weer! En Spider zei dat hij Alex gezien had. Paul: Alex lag daar dus in hinderlaag op ons te wachten! In die molen! Ina: Paul, als Leo vanmiddag al naar Claywoodmolen is gegaan, dan had ie toch al lang... Paul, wat is er? Paul: Ina, heb je een zaklantaren meegebracht? Ina: Ja, ik heb die kleine hier in de koffer en de grote ligt in de wagen. Paul: Mooi. Trek je mantel aan, Ina. Ina: Paul, waar gaan we dan naartoe? Paul: Wat dacht je? Naar de Canarische eilanden?
Paul: M’n schoenen zitten onder de modder. Gelukkig ben je zo verstandig geweest om schoenen met lage hakken aan te trekken, kindje. Ina: Hemeltje, wat is die molen vervallen! Paul: Ja, hij schijnt in geen eeuwen meer gebruikt te zijn. Ina: Waar is de ingang, Paul? Paul: ‘k Weet het niet. Tenzij... Ja, daar, kijk maar. Ina: O ja. Zeg!... Paul: Wat is er? Ina: Om bij die deur te komen, moeten we over dat water heen! Paul: Nou en? D’r ligt toch zeker een bruggetje? Ina: (spotlachje) Ja, als je dat tenminste een bruggetje kunt noemen. Paul: Nou, geef me maar een hand, kindje. Ina: Doe het asjeblieft langzaam, Paul. Zulke dingen maken me doodzenuwachtig. Paul: Dat hoeft niet, kindje, ‘t is reuze stevig... Hoop ik. Ina: Gaat het? Paul: Ja, natuurlijk. Als je ‘t maar rustig aan doet. Ina: Ja. Nou, ik... ik ben ook helemaal niet van plan om het niet rustig te doen. (ze gaan voorzichtig verder) Paul: Zie je wel? We zijn al halverwege. Ina: Nou, juich maar niet te vroeg, Paul... (schrikt) Wat... wat was dat, Paul? Paul: Schrik maar niet. Ik schopte een steentje in ‘t water. Nou, kalm maar. (ze gaan verder en bereiken de overkant) Ina: Ja... Hè hè, gelukkig. Paul: Nou, juich jij nou maar niet te vroeg, kindje. We moeten direct ook weer terug. Ina: Jij gemeenderd dat je bent. Paul: Zeg, van dichtbij ziet het er hier veel griezeliger uit. Vind jij ook niet? Ina: Het eh... het lijkt wel een... veel meer een oud kasteel, hè, in plaats van een watermolen. Wat is er? Waar kijk je naar? Paul: Naar dat rad, Ina, dat waterrad. Ina: Het ziet er uit alsof het in eeuwen meer gebruikt is. Paul: Dat ben ik niet met je eens. Dit rad is beslist niet zo oud als je zou denken. Hou m’n hand ‘ns vast. Ik wil ‘ns proberen of ik er verder onder kan kijken. Ina: Paul! Paul, pas nou op! Wat... wat ga je nou doen? Paul: Ja, hou goed vast… Ja, dank je. Ina: En? Paul: Nou, net wat ik dacht. Dat rad is onlangs nog gebruikt. De as zit vol vet. Ina: Ja, maar Paul, dat kan toch haast niet? Waar zouden ze zo’n oude molen nou in hemelsnaam voor kunnen gebruiken? Paul: Ja, dat weet ik niet. Dat rad schijnt in verbinding te staan met een soort pomp. Laten we binnen maar ‘ns een kijkje gaan nemen, kindje... (opent voorzichtig de deur) Wacht even! Blijf daar even staan. Nog niet binnenkomen. Ina: Ja? Zie je iets? Paul: Nee, ‘t ziet er hier inderdaad volkomen verlaten uit. Ja, kom maar, Ina, vooruit maar, ik hou die deur wel open. (ze gaat binnen) Ina: (snuift de lucht op) Wat ruikt het hier afschuwelijk muf, vind je niet? Paul: Ja, inderdaad. Ina: Het is lang zo ruim niet hier binnen als je van buiten wel zou zeggen. Paul: Nee. Ina: Wat was dat? Paul: Wat? Ina: Hoorde jij niets? Paul: Nee. Ina: Paul, ik weet zeker... Paul: Ina, ga je nou asjeblieft geen dingen verbeelden, hè? Het lijkt me een bergzolder daarboven, maar ik zie niet hoe je daar... stem: Help!... Paul: Ina! Luister! Ina: Wat is er? Wat is er? Paul: Luister! Ina: Ja, Paul, ik zei toch dat... Paul: Ssst! stem: Help!... Help!... Help!... Help!... Is daar iemand? Laat me d’r uit, help! Help! Paul: Hoor je dat? Ina: Dat is Leo Brent! Paul: Ja! Leo? Leo, waar ben je? Ik ben het, Vlaanderen. Waar ben je? Brent: Vlaanderen? Ik lig ik de kelder. Ik kan niet opstaan, ik heb m’n been gebroken. Paul: Waar ben je? Waar ben je, Leo? Brent: Hier, in de kelder. D’r zit een valluik, Vlaanderen, midden in de vloer. Kijk goed uit. Paul: Kom ‘ns hier met die zaklantaarn. Ina: Daar, die... die ijzeren ring, Paul. Paul: Ja. (opent het luik) Brent: Ben jij dat, Vlaanderen? Paul: Ja. Waar ben je, Leo? Brent: Hier, in de hoek. Schijn wat meer naar rechts met die lamp. Nog meer. Ina: Paul! Daar ligt ie. Daar! Paul: (fluit) Lieve deugd nog aan toe! ze schijnen je aardig te pakken te hebben gehad. Brent: Wat heet! Ik lig al zeker zes uur m’n longen uit m’n lichaam te schreeuwen. (pijnkreet) Dat been van me doet verrekte pijn. Paul: Ik kom je halen, Leo. Brent: Voorzichtig, het is maar een wankel houten laddertje. Paul: Blijf jij hier, Ina. (klimt naar beneden) Brent: Kijk uit, Vlaanderen. Ina: Voorzichtig, liefje, voorzichtig! Paul: Dat been ziet er niet mooi uit, Leo. Is ‘t gebroken? Brent: Ja, ik... eh… ik ben bang van wel. Man, wat ben ik blij jou te zien. Over een wonder gesproken! ‘k Lag net op het punt om de hoop maar verder op te geven. Zeg, hoe heb jij het hier kunnen vinden? Paul: Nou, toen ik jouw briefje had gelezen... Brent: Welk briefje? Paul: Dat briefje, dat je op je kamer achter de spiegel had geplakt. Brent: Hou nou toch op! Paul: Wat bedoel je? Brent: Ik heb je helemaal geen briefje geschreven. Paul: O nee? Wil je daarmee zeggen... Ina: (harde kreet en dan gesmoorde kreet) Brent: Vlaanderen! Paul: Ina, wat is er? (het luik wordt dichtgegooid) Brent: Grote hemel, Vlaanderen! Paul: Ze hebben het luik dichtgesmeten. Brent: Vlug! Vlug!... (Paul stampt tegen het luik) Krijg je ‘t niet meer open? Paul: Nee! Nee! D’r is geen beweging meer in te krijgen. Brent: O, als ik nou maar kon staan, als ik... (pijnkreet) Paul: Ina! Ina! Brent: Vlaanderen! Wat is dat? Paul: Het waterrad. Brent: Het waterrad? Wat heeft dat te betekenen? Wat heeft dat in ‘s hemelsnaam te betekenen? Wat voeren ze in hun schild? Paul: Ik weet het niet. Brent: Kijk!! Vlaanderen, ze pompen water in de kelder! Ze willen de kelder onder water zetten. (Paul bonkt op het luik) Paul: We moeten er uit. We moeten hier uit! Brent: Als het niet lukt, dan zitten we als ratten in de val! Paul: Ina! Ina!! (bonkt) Brent: Vlug, Vlaanderen, vlug! ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (03/2008) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816) [2] geboren te Batavia (Indonesië) op 27/12/1909; overleden op 31/10/1991 [3] geboren te Amsterdam op 21/03/1935 [4] geboren te Zwolle op 12/08/1905; overleden te Amsterdam op 19/12/1987 [5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [6] geboren te Utrecht op 12/07/1938 [7] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225) [8] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268) [9] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [10] geboren te Maastricht op 26/12/1931; overleden te Amsterdam op 20/01/2002 (Code TIN: 86) [11] geboren te ’s-Gravenhage op 16/01/1905; overleden op 16/01/1999 (Code TIN: 6684) |