PAUL VLAANDEREN EN HET ALEX-MYSTERIE

DEEL 8: KENNISMAKING MET ALEX

Francis Durbridge (1912-1998)

uitzending: AVRO, dinsdag 25/02/1969

vertaling: Alfred Pleiter

regie: Dick van Putten ([1])

rolverdeling:

- Paul Vlaanderen: Johan Schmitz ([2])

- Ina, zijn vrouw: Wieke Mulier ([3])

- Sir Graham Forbes: Joan Remmelts ([4])

- inspecteur Crane: Jan Borkus ([5])

- Wilfred Davis: Hans Karsenbarg ([6])

- Mrs. Trevelyan: Willie Brill ([7])

- Carl Lathom: Hans Veerman ([8])

- Ricky: Harry Bronk ([9])

- Dr. Kohima: Rob Geraerds ([10])

- Leo Brent: Tom van Beek ([11])

technische gegevens: 29'34" - 13,5 MB - mp3

 

 

Brent: Vlaanderen! Wat is dat?

Paul: Het waterrad.

Brent: Het waterrad? Wat heeft dat te betekenen? Wat heeft dat in ‘s hemelsnaam te betekenen? Wat voeren ze in hun schild?

Paul: Ik weet het niet.

Brent: Kijk!! Vlaanderen, ze pompen water in de kelder! Ze willen deze kelder onder water zetten. (Paul bonkt op het luik)

Paul: We moeten er uit. We moeten hier uit!

Brent: Als dat niet lukt, dan zitten we als ratten in de val!

Paul: Ina! Ina!! (bonkt)

Brent: Vlug, Vlaanderen, vlug!

Paul: Dat luik krijgen we nooit open.

Brent: Daar, links is een raam.

Paul: Niet proberen op te staan, Leo! Je verwondt dat been alleen maar erger. Waar is dat raam?

Brent: Daar, links. Er hangt een ouwe zak overheen.

Paul: O, ja. Nee, daar hebben we niets aan, daar komen we nooit doorheen.

Brent: We zitten in een verdraaid netelige situatie. We kunnen niet...

Paul: Ik moet je op die ladder tillen, Leo. Denk je dat je je daaraan vast kunt houden?

Brent: Natuurlijk. Alleen, ik weet niet hoe lang.

Paul: Nou, als dat water zo door blijft stromen, denk ik dat deze kelder ongeveer over...

Sir Graham: Vlaanderen!

Paul: Wat was dat?

Brent: Wat? Ik hoor alleen maar dat water stromen.

Paul: Nee! Nee!

Sir Graham: Vlaanderen!

Paul: Grote hemel nog aan toe, ik geloof dat dat Sir Graham Forbes is! Sir Graham! Sir Graham!

Brent: Ik geloof dat je je ‘t alleen maar verbeeldt. (geroep)

Paul: Nee!

Brent: Je hebt gelijk! Daarboven zijn inderdaad mensen!

stem: Vlaanderen!

Paul: Sir Graham!

Sir Graham: Ik laat het touw zakken.

Paul: Waar is Ina? Ik hoorde haar.

Sir Graham: Alles is in orde. Ina is in veiligheid. Pak dat touw, vlug!

Paul: Ze laten een touw zakken, Leo.

Brent: Okay. Okay, ik... ik red het wel.

Sir Graham: Opschieten, Vlaanderen.

Paul: Pak dat touw, Leo… Niet trekken, nog niet trekken, Sir Graham.

Sir Graham: Klaar?

Paul: Klaar, Leo?

Brent: Ja, maar... kalmpjes aan, hoor.

Paul: Okay. Halen maar.

stemmen: Halen!

Paul: Gaat het?

Brent: Het houdt niet over, maar het gaat…

Paul: Voorzichtig! Voorzichtig, Leo!

Sir Graham: Goed zo. Goed zo! Geef me je hand. Ja! Goed zo! Okay, Vlaanderen, ik heb ‘m!

 

Ina: Nou, ik stond te kijken hoe jij in die kelder afdaalde, hè, toen ik opeens van achteren werd beetgegrepen en iemand z’n hand voor mijn mond hield. Ik probeerde te schreeuwen en ik ging als een bezetene te keer voordat ze me eindelijk loslieten.

Paul: Ja, we hoorden je schreeuwen, kindje.

Brent: Heeft u gezien wie het was, mevrouw Vlaanderen?

Ina: Nee, helaas niet. En toen inspecteur Crane eindelijk kwam opdagen, nou, ik was gewoon een flauwte nabij.

Paul: Is Crane hier ook?

Sir Graham: Ja, maar op dit moment staat ie uit te kijken naar onze vriend Davis.

Paul: Davis?

Sir Graham: Ja. Als Davis er niet geweest was, dan hadden we deze molen nooit ontdekt.

Paul: Ja, nou u het zegt! Hoe heeft u die eigenlijk ontdekt?

Sir Graham: Nadat jij uit London was weggereden, heb ik een besluit genomen, namelijk om jouw waarschuwing in de wind te slaan en toch met Crane hier naartoe te gaan. Zo dat we ‘t Waverley hotel binnenstapten, liepen we op onze vriend Davis tegen het lijf. Hij wilde juist weggaan en scheen geweldige haast te hebben. Enfin, we zijn ‘m gevolgd en hier terecht gekomen.

Paul: Ah...

Ina: O, daar is inspecteur Crane, Paul.

Crane: Het spijt me, Sir Graham, maar Davis is me te slim af geweest. Ik ben ‘m kwijtgeraakt, maar... we hebben wel Chester in de kraag gepikt. En luister jij nou ‘ns even, Vlaanderen, denk jij dat die Wilfred Davis Alex is, of...

Paul: Of wat, inspecteur?

Crane: Nou, ik voor mij heb altijd gedacht dat die... Dr. Kohima het was, maar...

Paul: Dat weet ik, inspecteur.

Crane: Maar nu... Vlaanderen, weet jij wie Alex is? Ja of nee?

Sir Graham: Natuurlijk weet Vlaanderen niet wie...

Paul: Ja, inspecteur, dat weet ik.

Sir Graham: Wat? Wat?

Ina: Paul, weet je wel wat je daar zegt?

Brent: Het is niet het moment om een loopje met ons te nemen.

Paul: Ik neem geen loopje met jullie, Leo.

Sir Graham: Vlaanderen, meen je dat serieus?

Paul: Als ik geen loopje met jullie neem, dan moet ik het wel serieus menen, dunkt u niet, Sir Graham? Ja, ik weet wie Alex is. Ik vermoedde ‘t al een hele tijd. Gisteravond wist ik zeker dat ik het bij het rechte eind had.

Crane: Nou, meneer Vlaanderen, wie is Alex dan?

Paul: Wat zou je ervan zeggen als wij elkaar…

Crane: Wie is Alex?

Paul: Zou u graag kennis met ‘m willen maken, inspecteur?

Crane: Of ik dat graag zou willen? Wat is dat nou voor een vraag?

Paul: Goed, dan zal ik ‘m aan u voorstellen.

Crane: Wanneer?

Sir Graham: Ja, wanneer, Vlaanderen?

Paul: Morgenavond.

Ina: Paul!

Crane: En waar?

Paul: Bij mij thuis, inspecteur. Wat dunkt u, eh... zullen we zeggen om eh… een uur of acht?

Crane: Uitstekend, meneer Vlaanderen.

Paul: Dat is dan afgesproken, inspecteur. Morgenavond om acht uur.

 

Paul: (fluit vrolijk)

Ina: Nou, jij schijnt nogal met jezelf te zijn ingenomen.

Paul: Dat ben ik ook, Ina, heel erg.

Ina: O ja?

Paul: Mm.

Ina: Je haar zit echt keurig hoor, liefje, werkelijk keurig. Je hoeft het heus niet allemaal opnieuw te gaan borstelen. (Paul lacht - er wordt geklopt - deur wordt geopend)

Ricky: Neemt u mij niet kwalijk, meneer…

Paul: Ja, wat is er, Ricky?

Ricky: Heeft u mij vanavond nog nodig, meneer?

Paul: Nog nodig?

Ina: Ach ja, dat had ik helemaal vergeten te zeggen! Vanavond is Ricky’s vrije avond.

Paul: O?

Ricky: Had u liever gehad dat ik vanavond was thuisgebleven, meneer?

Paul: Nou, om je de waarheid te zeggen, Ricky, eerlijk gezegd wel, ja.

Ricky: Nou, dan blijf ik thuis, dat hindert niet.

Paul: O, eh... dank je wel.

Ricky: Niet te danken, meneer Vlaanderen… O, neemt u mij niet kwalijk, dat zou ik bijna vergeten: Meneer Carl Lathom, Sir Graham Forbes en inspecteur Crane zijn er, meneer.

Paul: O ja? Schitterend. Ga je mee, Ina?

Ina: Carl Lathom? Zeg, wil dat zeggen dat...

Paul: Dat wil waarschijnlijk alleen maar zeggen dat hij zich op dit moment een groot glas whisky staat in te schenken. Ga maar gauw mee, kindje, voordat hij de hele fles leegdrinkt. (ze gaan naar de kamer waar de gasten zijn)

Crane: Aha, daar is meneer Vlaanderen! Luistert u ‘ns, meneer Vlaanderen, u hebt gezegd...

Paul: Goedenavond, inspecteur. Wat zie ik? Heeft u nog niets voor uzelf ingeschonken? Hallo, Lathom. Ik zie dat je mijn briefje gekregen hebt.

Lathom: Inderdaad, meneer Vlaanderen. Maar ik begrijp er werkelijk… O, goedenavond, mevrouw Vlaanderen.

Sir Graham: Dag Ina.

Ina: Dag, Sir Graham. Goedenavond, meneer Lathom. Inspecteur.

Crane: Goeienavond, mevrouw Vlaanderen. Ik hoop dat u geen nadelige gevolgen hebt overgehouden van uw avontuur in de Claywoodmolen. (zoemer)

Ina: O nee, nee hoor, ik voel me weer prima. Paul, d’r werd gebeld.

Paul: O, maak jij deze cocktails dan even af, hè, kindje?

Ina: Mm. (lachje) Ik ben bang dat ’k geen held ben in dit soort dingen. Hè toe, inspecteur, zoudt u me alstublieft willen helpen?

Crane: Eh... ja, dat wil zeggen, eh...

Lathom: Eh... mag ik, mevrouw Vlaanderen?

Sir Graham: Nou, u lijkt me een volslagen expert, Meneer Lathom.

Lathom: Ja, het resultaat van een verknoeide jeugd. (lacht)

Sir Graham: (lacht)

 

Paul: (opent de voordeur) Ah, Mrs. Trevelyan. Ah, goedenavond, Dr. Kohima.

Dr. Kohima: Wij zijn tot onze spijt een beetje laat, meneer Vlaanderen, maar helaas...

Paul: Welnee, u bent prachtig op tijd. Komt u binnen. Komt u binnen, Mrs. Trevelyan. O, eh... geeft u mij uw hoed maar, dokter.

Dr. Kohima: Graag.

Mrs. Trevelyan: Waar wilde u mij over spreken, meneer Vlaanderen? Uit uw briefje meen ik te moeten opmaken dat...

Dr. Kohima: Ja, wat is dat? Zijn dat niet de stemmen van Sir Graham Forbes en inspecteur Crane?

Paul: Ja!

Dr. Kohima: Maar ik dacht dat u een vertrouwelijk gesprek met Mrs. Trevelyan en mijzelf wilde voeren. Ik heb geen ogenblik vermoed…

Mrs. Trevelyan: En... en dat is de stem van meneer Lathom!

Dr. Kohima: Lathom?

Paul: Ja, dat is Carl Lathom.

Dr. Kohima: Maar waarom heeft u die in vredesnaam…?

Paul: Gaat u maar mee, dokter. (gaat hen voor)

Lathom: Dr. Kohima!...

Crane: Mrs. Trevelyan! Ja, wat moet dit betekenen, Vlaanderen? Een volksverzameling??

Paul: Dat beslist niet, inspecteur. Laten we liever zeggen: een intiem familiefeestje. (lachje) Wilt u misschien iets drinken, Mrs. Trevelyan?

Mrs. Trevelyan: Nee. Nee, dank u, meneer Vlaanderen.

Paul: Dr. Kohima?

Dr. Kohima: Nee, dank u.

Paul: Nou, ikzelf wel, als u het ten minste goedvindt. Ah, dank je, Lathom. (zoemer) Op uw gezondheid! O, excuseert u mij even. (gaat naar de voordeur)

 

Dr. Kohima: Sir Graham, waarom heeft meneer Vlaanderen ons hier laten komen? Wat is hier precies de bedoeling van?

Lathom: Ja, wat doen wij hier eigenlijk? Ik heb alleen maar een briefje van ‘m gekregen met de mededeling dat hij mij vanavond hier om acht uur verwachtte. (de klok slaat acht uur)

Crane: Ik geloof dat ik weet waarom u hier bent, Dr. Kohima.

Dr. Kohima: O ja?

Sir Graham: Inspecteur Crane vroeg gisteren aan Vlaanderen of hij de ware identiteit van Alex kende. Vlaanderen antwoordde daarop dat hij die identiteit niet alleen kende, maar dat ie Alex vanavond hier aan ons zou voorstellen, om acht uur. (Paul komt binnen met een nieuwe gast)

Ina: Goedenavond, meneer Davis.

Davis: Daar bin ik weer, mevrouw Vlaanderen. Wat komen wij elkaar dikwijls tegen, vindt u niet?

Paul: Ik weet niet of u elkaar al kent... Sir Graham Forbes, Mrs. Trevelyan, Dr. Kohima, Carl Lathom, inspecteur Crane.

Davis: Aangenaam. Aangenaam met u kennis te maken, allemaal.

Sir Graham: Meneer Davis, logeerde u niet in Canterbury in het Waverley hotel?

Paul: Eh... Davis, wil jij wat drinken? Ikzelf verga gewoon van de dorst.

Ina: Je hebt een vol glas in je hand, liefje. Dat heeft meneer Lathom je al eeuwen geleden ingeschonken.

Paul: O, verdorie, ja… (lachje) Nou, enfin, op de misdaad... O, nee nee nee, dat is hier misschien een beetje misplaatst, eh... dat had ik niet moeten zeggen. Eh... nou, proost dan maar.

Sir Graham: Vlaanderen, ik wil niet ongeduldig lijken, maar eh... (deur wordt geopend)

Ina: Ja, Ricky, wat is er?

Ricky: So sorry, maar de salon is klaar, meneer.

Paul: Schitterend. Wilt u allemaal een luisteren? In de salon brandt een heerlijk vuur, daar staan ook voldoende gemakkelijke stoelen. Mag ik u allemaal uitnodigen om mee te gaan en het u daar zo makkelijk mogelijk te maken, want...

Crane: Want wat, meneer Vlaanderen?

Paul:  Want ik ben van plan mijn belofte aan u na te komen, inspecteur. Ik ga direct Alex aan u voorstellen.

 

Paul: Ja, zo is het beter. Gaat u toch daar in de hoek zitten, Dr. Kohima.

Dr. Kohima: Dank u, meneer Vlaanderen.

Paul: Zo. Ik hoop dat u allemaal... Eh... nee nee nee, Ricky, jij kunt ook rustig blijven. Ziezo. Ik vermoed dat u zich allemaal, met uitzondering van Sir Graham, wel zult afvragen waarom ik u vanavond hier heb uitgenodigd.

Lathom: Dat mag u wel zeggen, ja.

Paul: Dat zal ik u zeggen. Een aantal jaren geleden was ik belast met het onderzoek in een bepaalde zaak. Ik heb mijzelf toen de vrijheid veroorloofd om alle verdachten in die zaak bij mij thuis uit te nodigen. Vanavond ben ik van plan om vrijwel een zelfde procedure te volgen.

Dr. Kohima: Meneer Vlaanderen, u beschouwt mij toch zeker niet als één van die mogelijke verdachten?

Paul: Inspecteur Crane wel, nietwaar inspecteur?

Dr. Kohima: Ja, maar dat...

Lathom: Ja, maar nou moet u ‘ns even goed luisteren, meneer Vlaanderen. Ik...

Mrs. Trevelyan: Meneer Vlaanderen, bedoelt u dat... Alex hier is, in... in deze kamer? Dat... dat hij één van ons is??

Paul: Dat is precies wat ik bedoel, Mrs. Trevelyan. (verbaasd geroezemoes)

Lathom: Meneer Vlaanderen, neemt u mij niet kwalijk dat ik het zeg, maar ik vind wel dat u ons een verklaring schuldig bent.

Paul: Natuurlijk ben ik u die schuldig, meneer Lathom.

Lathom: Ja.

Paul: En ik ben ook van plan u die te geven. Maar, laat ik beginnen bij het begin. Of liever, laat ik beginnen met verdachte numero 1.

Davis: Mrs. Trevelyan.

Paul: (lachje) Nee, meneer Davis. Verdachte numero 1 is... Wilfred Davis Esquire, alias meneer Cartwright, alias... Jeff Meyers.

Sir Graham: Jeff Meyers?

Davis: Daar schijnt u van op te kijken, Sir Graham?

Crane: Meneer Vlaanderen, wilt u me wijsmaken dat deze Davis in werkelijkheid...

Davis: Mijn naam is Meyers, Jeff Meyers, oud-medewerker van de FBI. Ik ben een paar maanden geleden naar Engeland gekomen op speciaal verzoek van...

Ina: Meneer Davis! Uw accent!

Davis: M’n accent? Hoho, lieve deugd nog aan toe als u zo aan die manier van praten mij gewend bent, mevrouw Vlaanderen, dan wil ik dat graag een keertje nog ‘ns voor u doen. Maar nou praat ik liever gewoon, als u het goedvindt. Ik ben naar Engeland gekomen op speciaal verzoek van Sir Ernest Cranbury.

Ina: Van... van Sir Ernest Cranbury?

Lathom: Maar, dat... dat was toch die man die toen vermoord is tijdens die opname van het radioprogramma?

Paul: Die avond dat Ina en ik bijna dood werden gereden door de auto van Dr. Kohima.

Sir Graham: Davis, als het waar is wat u zegt, waarom heeft Sir Ernest Cranbury u dan hier laten komen?

Dr. Kohima: Het antwoord op die vraag lijkt me nogal voor de hand liggen, Sir Graham.

Sir Graham: O ja?

Dr. Kohima: Sir Ernest had daarvoor precies dezelfde reden als u voor het ter hulp roepen van Paul Vlaanderen: om Alex onschadelijk te maken. Als ik het bij het verkeerde eind heb, dan moet u het rustig zeggen, meneer Vlaanderen.

Paul: Nee, u heeft het niet bij het verkeerde eind, Dr. Kohima.

Dr. Kohima: Dat dacht ik al.

Paul: Mr. Meyers heeft een grote reputatie in Amerika, een reputatie voor het feilloos behandelen van vertrouwelijke aangelegenheden. En voor zover het Sir Ernest betrof, ging het om een strikt vertrouwelijke aangelegenheid.

Crane: Meneer Davis, vertelt u mij ‘ns: verrichtte u uw onderzoek alleen?

Davis: Nee, ik werkte met iemand samen. Met een meisje.

Paul: Een meisje dat Carol Reagan heette en dat door ons “het meisje in het bruin” genoemd werd.

Ina: Het... het meisje in het bruin?

Lathom: Meneer Vlaanderen, meent u dat? Bedoelt u dat dat meisje wat mij en uw vrouw volgde niemand meer of minder was dan...

Crane: Dan een vrouwelijke amateur-detective.

Paul: Heel wat meer, inspecteur. Carol Reagan was een hoogst intelligent en bijzonder moedig persoontje.

Ina: Ja, maar Paul, waarom volgde ze mij dan die avond? Weet je wel, toen wij naar Marshall House Terrace gegaan waren.

Davis: Wij waren d’r van overtuigd dat u gevaar liep zodra Vlaanderen zich met deze zaak ging bemoeien. En wij wilden voorkomen dat u hetzelfde lot als Norma Rice zou treffen, mevrouw Vlaanderen.

Mrs. Trevelyan: No… Norma Rice? Dat is die actrice in die trein. Die... die… die actrice die... (zucht) U... u vond mijn naam achter in de agenda van Norma Rice, is het niet?

Sir Graham: Niet alleen achter in die agenda, Mr. Trevelyan, maar ook op een visitekaartje, een visitekaartje van Richard  East.

Mrs. Trevelyan: Gelooft... gelooft u dat... ik Norma Rice vermoord heb, meneer Vlaanderen? Gelooft u dat ik... Richard East vermoord heb?

Paul: Ik weet dat u dat niet gedaan hebt, Mrs. Trevelyan.

Crane: Hoe weet u dat, meneer Vlaanderen?

Paul: Omdat beiden door Alex zijn vermoord, inspecteur, en Mrs. Trevelyan is Alex niet.

Mrs. Trevelyan: (zucht van opluchting)

Crane: Maar als Mrs. Trevelyan inderdaad niet Alex is, meneer Vlaanderen, zoudt u ons dan misschien kunnen uitleggen hoe zij in deze zaak betrokken is geraakt?

Paul:  Met alle soorten van genoegen, inspecteur.  Enkele maanden geleden kwam Alex op het idee om Mrs. Trevelyan door chantage te dwingen hem in het bezit te stellen van bepaalde inlichtingen omtrent...

Sir Graham: …omtrent sommige patiënten van Dr. Kohima?

Paul: Precies, Sir Graham. Alex had begrepen dat een psychiater bij het uitoefenen van z’n praktijk willens of wetens op de hoogte raakt van tal van uitermate vertrouwelijke omstandigheden zijner patiënten. Aanvankelijk weigerde Mrs. Trevelyan de instructies van Alex uit te voeren, uit loyaliteit jegens Dr. Kohima. Maar Alex was vastbesloten om zijn plan ten uitvoer te brengen en teneinde Mrs. Trevelyan de doodschrik op het lijf te jagen…

Lathom: …deed hij het voorkomen alsof zij Alex was.

Paul: Precies, meneer Lathom. Alex pleegde namelijk niet alleen chantage om de mensen geld af te persen, denkt u dat alstublieft niet. Hij werkte volgens een nauwkeurig uitgewerkt en... ik moet eerlijk zeggen, buitengewoon ingenieus plan. Alex preste bepaalde mensen om bepaalde dingen voor ‘m te doen, dingen die hij uiteindelijk weer kon gebruiken voor eh... laten we zeggen een belangrijker doel. Zo had hij bijvoorbeeld Frank Chester van het Waverley hotel volledig in zijn macht. Net als Mrs. Trevelyan en Dr. Kohima trouwens ook.

Lathom: Dr. Kohima?

Paul: Ja, meneer Lathom, Dr. Kohima ook. Hoewel het Alex al gelukt was om de benodigde inlichtingen via Mrs. Trevelyan te krijgen, was hij daar niet tevreden mee. O nee hoor, hij begon Dr. Kohima ook te chanteren.

Lathom: Ah, maar luister nou ‘ns, meneer Vlaanderen, u wilt ons toch niet wijsmaken dat Alex erin slaagde om Mrs. Trevelyan zo onder druk te zetten dat ze voor hem naar Hayborn ging en zelfs bijna bekende dat...

Paul: …zelfs bijna bekende dat zij Alex was. Jawel, meneer Lathom.

Ina: Ja, maar Paul, hoe kon dat nou toch? Zo ver zou zij toch zeker nooit gegaan zijn!

Paul: Mrs. Trevelyan hield van, en houdt trouwens nog steeds van Dr. Kohima. Alex dreigde haar om Dr. Kohima volledig te ruïneren, tenzij...

Sir Graham: Grote hemel, ja, ik begin het te begrijpen. Alex was al begonnen met verdenkingen op Kohima te laden door z’n potlood bij het lijk van James Barton neer te leggen. Toen liet hij Mrs. Trevelyan weten…

Paul: …toen liet hij Mrs. Trevelyan weten dat als zij weigerde om te bekennen dat zij Alex was…

Mrs. Trevelyan: Ja! Ja, het is waar, dat is waar, het is allemaal waar, van A tot Z.

Dr. Kohima: Ja ja, ‘t is... ‘t inderdaad waar. Mij heeft hij gedwongen om... om dat bonnetje van mijn auto te geven die avond, die avond dat u en uw vrouw...

Paul: Ik weet het allemaal, Dr. Kohima.

Dr. Kohima: Maar toen hij Barbara dwong om voor hem naar Hayborn te gaan, toen ik probeerde om... om...

Paul: Toen ging hij net iets te ver. U was bereid om hem te betalen. U was zelfs bereid om ‘m bepaalde inlichtingen te verstrekken, maar toen hij probeerde om Mrs. Trevelyan te dwingen tot de bekentenis dat zij Alex was, ja, toen bleek hij u toch te hebben onderschat. Is het niet, dokter?

Dr. Kohima: Ja.

Paul: Want met kwaadwillige honden is het slecht hazen vangen.

Dr. Kohima: Inderdaad.

Crane: Maar eh... Vlaanderen, als Davis Alex niet is, als Mrs. Trevelyan Alex niet is en Dr. Kohima ook niet Alex is, dan…

Sir Graham: Dan blijven er nog maar twee verdachten over.

Crane: Meneer Lathom, en Ricky.

Paul: En uzelf natuurlijk, inspecteur.

Davis: Ah, de inspecteur!

Crane: Maar... u wilt toch niet zeggen dat... dat u mij verdenkt, meneer Vlaanderen?

Paul: Dat heb ik wel gedaan, inspecteur. Maar nu niet meer.

Ricky: Alstublieft, meneer Vlaanderen, kijkt u mij niet zo aan, alstublieft.

Paul: Ik kijk jou niet aan, Ricky, ik kijk... naar meneer Lathom. (verbaasd geroezemoes)

Lathom: (lacht) Meneer Vlaanderen, dat meent u toch zeker niet? U denkt toch niet werkelijk dat ik Alex ben, want dan...

Paul: Want dan, meneer Lathom?

Lathom: …dan moet ik concluderen dat u een volslagen idioot bent, meneer Vlaanderen. Lieve hemel, u weet heel goed dat ikzelf ook een dreigbrief van Alex heb gehad, waarin hij eiste dat ik ‘m…

Paul: …dat je hem tienduizend pond zou betalen. Maar wat bewijst dat eigenlijk, meneer Lathom?

Lathom: Dat bewijst in ieder geval dat ik Alex niet kan zijn.

Paul: O nee, helemaal niet. Het bewijst hoogstens dat u er alles aan gelegen was om de verdenking van uzelf op Mrs. Trevelyan af te wentelen.

Ina: Ja, maar Paul, hoe verklaar je dan die inlichtingen over Cairo en...

Paul: Welke inlichtingen over Cairo? Dat hele Cairo-verhaal van meneer Lathom was pure nonsens, je reinste fantasie, alleen maar bedoeld om ons...

Lathom: Ja, wacht ‘ns even, wacht ‘ns even, wacht ‘ns even. Wou jij beweren dat ik Mrs. Trevelyan gechanteerd heb om...

Paul: Niet alleen Mrs. Trevelyan, maar letterlijk honderd andere mensen.

Lathom: O ja? (lacht) Dat lijkt mij een hele mooie theorie. Maar gaat u verder, meneer Vlaanderen, het interesseert me buitengewoon.

Paul: Dat dacht ik wel. Zal ik u ook vertellen waarom u zich tot Dr. Kohima gewend heeft, meneer Lathom?

Lathom: Graag.

Paul: U hebt zich alleen maar tot Dr. Kohima gewend teneinde de inlichtingen te verkrijgen die u nodig had, niet omdat u bang was aan hallucinaties te lijden.

Dr. Kohima: Dat is waar, meneer Vlaanderen, dat is...

Lathom: Stil jij!

Dr. Kohima: Volkomen waar

Paul: Je werd inderdaad gevolgd, Lathom, en aanvankelijk begreep je daar niets van. Je wist niet wie dat meisje was en waarom zij je volgde.

Davis: Carol heeft u van het begin af aan verdacht.

Paul: Maar zij had geen enkel bewijs.

Lathom: Heeft u dat dan wel, meneer Vlaanderen?

Paul: Meneer Lathom, herinnert u zich die avond, die avond bij Luigi?

Lathom: Natuurlijk. Hoezo?

Paul: Toen hoorde u mij toevallig aan Ina uitleggen wat Leo Brent bedoelde met zijn opmerking over spiegels en dubbele bodem.

Lathom: (lacht)

Paul: Ja, daarom kon u mij ook met dat trucje beetnemen in Canterbury.

Lathom: (lacht) Daar schijn je anders mooi te zijn ingelopen, hè, Vlaanderen?

Paul: Dat moet ik helaas toegeven.

Lathom: Ja.

Paul: Maar ja, wij maken allemaal wel ‘ns een fout, meneer Lathom. En u hebt een enorme fout gemaakt.

Lathom: Wat bedoel je?

Paul: Toen Ricky bij Luigi verscheen en u vroeg om mij een boodschap over te brengen, toen drong de volle betekenis van die boodschap onmiddellijk tot u door. U wist dat Carol Reagan bij mij thuis op mij zat te wachten en u begreep dat u nu eindelijk de kans had om een eind te maken aan haar bemoeienissen met uw aangelegenheden. Voordat u mij Ricky’s boodschap overbracht, bent u eerst naar buiten gegaan om glasscherven voor mijn banden te leggen en pas daarna bent u mij die boodschap komen overbrengen. Toen Ina en ik bij Luigi weggingen, kregen we natuurlijk een lekke band en daardoor lag u een stuk op ons voor. En toen wij thuiskwamen, was het meisje al vermoord.

Sir Graham: Ga door, Vlaanderen.

Paul: Later die avond ben ik bij u op bezoek geweest, meneer Lathom, en bij die gelegenheid heeft u die enorme fout gemaakt.

Lathom: O, je bedoelt zeker dat ik zei dat het meisje was doodgeschoten, terwijl jij me alleen maar had verteld dat ze was vermoord?

Paul: Nee, dat bedoel ik niet, meneer Lathom.

Lathom: Wat... Ja, wat bedoel je dan?

Paul: Weet je dat niet meer? Toen ik bij je in je flat kwam, vroeg je wat ik wilde drinken. Je bood me van alles aan: whisky, sherry, cognac, gin, vermouth… Maar toen ik vroeg: “Heb je geen port?”, toen zei je: “Nee, het spijt me, maar port is het enige wat ik op het ogenblik niet in huis heb.”

Lathom: Nou, wat... wat wil je daarmee zeggen?

Paul: Waarom had je geen port in huis, Lathom? Eerder op die avond had je bij Luigi een fles port gekocht. Voordat ik naar  jouw flat kwam, ben ik eerst bij Luigi gaan informeren en had dat daar gehoord. Als jij inderdaad regelrecht naar huis was gegaan zoals je beweerde, dan had je ook een fles port in huis moeten hebben, tenzij...

Lathom: Tenzij... wat?

Paul: Tenzij je die fles met opzet buiten aan diggelen hebt geslagen om de scherven voor mijn banden te leggen.

Lathom: (springt woest recht) Paul Vlaanderen, jij vuile smeerlap die je bent!

Ina: Paul! Paul, pas op, hij heeft een revolver!

Lathom: Achteruit! Achteruit! Ik waarschuw jullie, hè, als iemand ook maar één vin verroert, dan... Heeft u mij verstaan, Sir Graham?

Paul: Luister, Lathom, als je denkt dat…

Lathom: Vlaanderen, als je ’t goedvindt, dan neem ik nu ‘ns even het woord voor de verandering. (lacht) En ik denk wel dat jij dat heel interessant zult vinden wat ik te vertellen heb.

Mrs. Trevelyan: Hij is gek... Hij is stapelkrankzinnig

Lathom: (lacht)

Ina: Paul, Paul beweeg je niet!

Lathom: Maakt u zich geen zorgen? Dat zal hij heus niet. niet voordat hij gehoord heeft wat ik te vertellen heb.

Paul: En wat wou je dan wel vertellen. Lathom?

Lathom: Meneer Vlaanderen, weet u ook hoe Sir Ernest Cranbury en Norma Rice vermoord zijn?

Paul: Ja, ze zijn vergiftigd.

Lathom: Precies, vergiftigd, door middel van een vergift met vertraagde werking, beste vriend. (lacht)

Sir Graham: En?

Lathom: (lacht)

Crane: Wat wil je daarmee zeggen?

Lathom: Begrijpt u dat nog steeds niet, inspecteur?

Crane: Nee! ‘k begrijp er geen steek van.

Lathom: Dan zal ik het u vertellen. Luister, inspecteur, tien minuten geleden heb ik een cocktail voor Vlaanderen ingeschonken. Dat hebt u zelf gezien, want u stond vlak naast me. Maar wat u niet gezien hebt…

Crane: Grote genade!

Ina: Bedoelt u... bedoelt u dat u iets in die cocktail hebt gedaan? Dat u met opzet...

Sir Graham: Datzelfde vergift met vertraagde werking.

Lathom: Precies, Sir Graham, precies!

Ina: O, Paul!

Lathom: Stommelingen dat jullie zijn. Jullie dachten toch zeker niet dat ik kwam luisteren naar die tweedehands theorieën van jullie zonder dat ik nog een paar troeven achter de hand had gehouden? Dat hadden jullie toch zeker niet Alex verwacht? Verroer je niet. Nog één beweging, Dr. Kohima, en u bent er geweest.

Paul: Lathom, weet je ook nog wat er daarna gebeurd is, nadat je mij die cocktail hebt gegeven?

Lathom: Hè? Wat bedoel je?

Paul: Ik hief mijn glas om op jullie gezondheid te drinken, maar toen bedacht ik mij en ging de kamer uit om meneer Davis open te doen.

Lathom: Maar toen je weer binnenkwam, Vlaanderen...

Paul: Toen had ik die cocktail van jou intussen al in de gootsteen van de keuken gegooid…

Lathom: Wat!

Paul: …en aangevuld met water.

Ina: O...

Lathom: Jij vuile smerige hond!! (kreten en geroep - geluid van brekend kristal)

Sir Graham: Alles in orde, Vlaanderen?

Paul: Ja, mij mankeert niets. Waar heb je ’m mee geraakt, Ricky?

Ricky: Met die vaas, mijnheer. Ik... ik dacht…

Crane: Dat… dat… dat was een meesterlijke worp! Dat was precies op het juiste moment, Ricky.

Ricky: Ja, maar het spijt mij. So sorry, so sorry vanwege die vaas, meneer Vlaanderen.

Paul: M’n allerbeste Ricky, ik ben dolbij, ik ben opgelucht, nee, ik ben opgetogen!

Ricky: O, dank u. Dank u wel, meneer Vlaanderen.

Paul: Nee nee nee, nee, ik dank jou, Ricky! Ik heb die vaas nooit kunnen uitstaan.

 

Paul: Mmm, wat een heerlijk cake, Ina. Ik moet werkelijk zeggen...

Ina: Ja, Paul, je hebt me nog steeds geen antwoord gegeven op m’n vraag.

Paul: Welke vraag? Je doet de hele middag al niet anders dan me vragen stellen. O, wat Meyers betreft, bedoel je? Nou, eh… Meyers heeft een tijdje de naam Cartwright gebruikt toen ie bezig was met een speciale zaak voor de FBI. Ricky werkte toevallig in ‘t hotel waar ie logeerde. Meyers is een vreemde vogel, altijd geweest naar ik heb gehoord, volkomen betrouwbaar, maar hij weigert nou eenmaal categorisch om een ander in vertrouwen te nemen. Bijvoorbeeld die avond dat Mrs. Trevelyan gearresteerd was, toen was Meyers als de dood dat ik m’n onderzoek zou staken in de overtuiging dat Mrs. Trevelyan inderdaad Alex was. Maar eh... in plaats van zich met mij in verbinding te stellen en zijn kaarten gewoon op tafel te leggen...

Ina: …probeerde hij je wijs te maken dat hij Chester die cyaankali in onze flacon had zien doen.

Paul: En kwam hij zelfs met een zogenaamd door Alex geschreven dreigbriefje op de proppen. Hij wist natuurlijk donders goed dat niemand anders dan Chester de cyaankali in die flacon had kunnen doen, maar dat briefje... ja,  dat briefje was alleen maar een list om mij in de zaak geïnteresseerd te laten blijven. En dat vond ik toen hoogst amusant, want ik had al lang begrepen dat dat meisje in het bruin met ‘m samenwerkte.

Ina: Ja, maar liefje, die avond, hè, die avond dat we samen naar Claywoodmolen gingen...

Paul: Toen wij samen naar de Claywoodmolen gingen, werden we gevolgd door Chester. Chester had Leo Brent ‘s middags al daarheen gebracht, natuurlijk in opdracht van Alex, Lathom. Zodra Chester ons achterna ging, volgde Davis, of Meyers, Chester.

Ina: En werd op zijn beurt weer gevolgd door Sir Graham en Crane.

Paul: (lacht) Ja, maar voor ons was dat bij nader inzien een enorm geluk. Eh... zeg, kindje, vertel me ‘ns eerlijk, eet jij dat laatste plakje cake nog op? Hè? Want anders, dan eh...

Ina: O, Paul, hoe kun je toch? Je hebt al drie plakken gehad.

Paul: Mm, nog eentje, Ina.

Ina: Ja, dat heb je ook al drie keer gezegd, en praat asjeblieft niet met volle mond.

Paul: Mm. Hè, weet je, Ina, ik kan het niet helpen, maar ik ben nogal over mezelf tevreden wat deze affaire betreft. Heb je gelezen wat er vanmorgen in de “London Mercure” stond?

Ina: Ja, ja, dat heb ik allemaal gelezen.

Paul: Ze noemden mij “Europa’s speurder numero 1”!

Ina: Ja. Ja, hoor. Maar wat ik nou wel ‘ns zou willen weten is: wanneer gaat Europa’s speurder numero 1 voor de verandering weer ‘ns een keertje... werken?

Paul: Hè? Hoe bedoel je, werken?

Ina: Precies wat ik je zeg, Paul. Jij bent schrijver, je bent een auteur en je nieuwe boek wordt verondersteld voor het eind van de maand af te zijn.

Paul: Ina, je hebt volkomen gelijk. Daarom zal ik je wat vertellen: zodra ik dit plak cake op heb en nog een kop thee van je heb gekregen, dan stap ik naar m’n werkkamer en ga als een bezetene op m’n schrijfmachine zitten hameren. (telefoon)

Ina: Ja, laat maar, ik ga wel even, Paul... (neemt op) Hallo?

Sir Graham: Ina?

Ina: Ja, met... met wie spreek ik?

Sir Graham: Sir Graham.

Ina: O, hallo Sir Graham.

Sir Graham: Kan ik Vlaanderen even spreken?

Ina: Nee, Sir Graham. Nee, die is d’r niet. Kan ik u misschien helpen?

Sir Graham: Nee nee nee nee, ik geloof van niet. Eh... Ina, luister. Wil je ’m vragen of ie mij direct wil opbellen zodra ie thuiskomt?

Ina: Is eh... is dat in verband met een nieuwe zaak, Sir Graham?

Sir Graham: Inderdaad, ja. Een absoluut fascinerende affaire, hè. Echt iets in de lijn van Vlaanderen. Zul je ‘t niet vergeten, Ina? Vraag of ie mij opbelt zodra ie thuiskomt.

Ina: Ja, ja ja ja, ik zal het ’m allemaal vragen, Sir Graham, maar eh... ja, dat zal dan wel na Nieuwjaar worden.

Sir Graham: Na... na Nieuwjaar?

Ina: Ja, ja, ziet u, hij is zojuist vertrokken, voor een reis van zes maanden.

Sir Graham: Waarheen? Waarheen, in vredesnaam?

Ina: Nou, ik zou het echt niet weten, Sir Graham, maar ik hoop in ieder geval ieder ogenblik hier bericht van ‘m te kunnen krijgen. Tot ziens, Sir Graham. (legt neer)

Paul: Ja, kindje, was dat nou niet een beetje voorbarig?

Ina: Hoezo?

Paul: Nou, ik ben toch wel een beetje benieuwd wat dat voor een zaak is die Sir Graham zo fascinerend noemde. Ik denk dat ik ‘m toch maar even terug zal bellen.

Ina: Paul, als jij dat doet, dan...

Paul: Nou, wat dan?

Ina: Dan... dan... dan krijg jij nooit meer één kruimel cake van mij!

Paul: Au! Precies raak, in m’n achilleshiel.

Ina: (lacht)

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (03/2008)

hermanvanc@yahoo.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 

 


 

[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816)

[2] geboren te Batavia (Indonesië) op 27/12/1909; overleden op 31/10/1991

[3] geboren te Amsterdam op 21/03/1935

[4] geboren te Zwolle op 12/08/1905; overleden te Amsterdam op 19/12/1987

[5] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[6] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[7] geboren te Rotterdam op 21/09/1926 (Code TIN: 3915)

[8] geboren te Hilversum op 14/03/1933 (Code TIN: 10225)

[9] geboren te Amsterdam op 01/05/1922; overleden te Amsterdam op 24/05/1996 (Code TIN: 268)

[10] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659)

[11] geboren te Maastricht op 26/12/1931; overleden te Amsterdam op 20/01/2002 (Code TIN: 86)