|
PAUL VLAANDEREN EN HET MARGO-MYSTERIE DEEL 8: DE BEZOEKER Francis Durbridge (1912-1998) uitzending: AVRO, zondag 18/11/1962 vertaling: Johan Bennik (Jan van Ees) - muziek: Koos van de Griend regie: Dick van Putten ([1]) rolverdeling: - Paul Vlaanderen: Jan van Ees ([2]) - Ina, zijn vrouw: Eva Janssen ([3]) - inspecteur Raine: Huib Orizand ([4]) - Sir Graham Forbes: Louis de Bree ([5]) - Mike Langdon: Rob Geraerds ([6]) - George Kelburn: Wam Heskes ([7]) - Linda Kelburn: Dogi Rugani ([8]) - Mrs. Fletcher: Miep van den Berg ([9]) - Dr. Benkaray: Peronne Hosang ([10]) - Charlie: Donald de Marcas ([11]) - Larry Cross: Jan Borkus ([12]) - een verpleegster: Irene Poorter ([13]) - een omroepster: Corry van der Linden ([14]) - Wally Stone: Paul Deen ([15]) technische gegevens: 37'43" - 17,2 MB - mp3
Dick van Putten
Paul: Meneer Stone, u vindt het wel goed als ik maar direct tot de zaak in kwestie kom en er niet omheen draai, wel? Ik werk op het ogenblik samen met de politie in een zeer belangrijke zaak. Die zaak eist een zo snel mogelijke oplossing, maar we missen nog één belangrijk bewijsstuk. Stone: O ja? Paul: Ja. We hebben allerlei middelen om dat in handen te krijgen overwogen, maar het komt me nu voor dat de enige manier om dat stuk van overtuiging in handen te krijgen is: inbreken in een bepaald huis en het daaruit weghalen. Stone: O, juist, ja. En ik veronderstel dat u mij dat vragen wil, meneer Vlaanderen? Paul: Precies! Stone: Aardig dat u nog aan mij gedacht heeft! Eh... maar eh… wat is stuk van overtuiging precies? Paul: Een platina armband, met diamanten en robijnen bezet. Het is het eigendom van mijn vrouw… Stone: Van uw vrouw? Dus… dus er is bij u ingebroken? (lachje) Wat enig! Paul: Ga vooral niet te diep op de fijnere details van de opdracht in, Wally. Ik heb hier het adres. Stone: Ja... Paul: Als je de armband niet te pakken kunt krijgen, bel me dan op. In het andere geval kom je direct hierheen. Stone: Ja, da’s afgesproken, meneer Vlaanderen. Paul: Je hebt me nog helemaal niet gevraagd wat er voor jou aan zit? Stone: Ach, dat hangt van de waarde af. Eh… het gewone tarief, niet? Eh… zullen we ‘t dan maar houden op… op eh… 10% van de waarde? Paul: (lachje) Nou, daar praten we later dan nog wel over, hè? Stone: Ach, wat zal ik u zeggen, meneer Vlaanderen? Het gaat me in dit geval echt niet zoveel om het geld, begrijpt u wel? Nee, ‘t is meer, als ik er zo over nadenk, ja, ik krijg een soort… soort heimwee, een heimwee naar het vak. Paul: (lachje) Wally, voorzichtig, laat ik er geen spijt van krijgen dat ik je dit gevraagd heb. Stone: O, nee nee nee nee, maakt u zich niet bezorgd. Eh… maar ja, ‘t is toch net of… of de ouwe tijd weer voor me gaat leven. Paul: Ja, dat begrijp ik wel. Maar, Wally, vergeet vooral niet: het is me alleen te doen om die armband, hoor, en verder niets. Stone: Nee nee, nee nee nee, natuurlijk niet, natuurlijk niet, ‘k zal ‘t echt niet vergeten. Paul: Mooi. Stone: O, wat een heerlijke sherry, meneer Vlaanderen. Paul: Sla ‘m om, Wally, dan schenk ik je d’r nog een in. Stone: O, maar meneer Vlaanderen, niet zo schielijk!
(Paul zit te tikken) Ina: (komt binnen) O, ben je hier, Paul? Paul: Ja. Ina: (sluit de deur) Is je visite weg? Paul: Ja. Ina: Wat ben je aan ‘t doen? (deurbel) Paul: Ik ben met het derde hoofdstuk bezig van eh... Ina: Nee, je weet wel wat ik bedoel! Ik bedoel die meneer Wally Stone. Waar moest je die nou weer voor hebben? Paul: Ik heb ‘m gevraagd iets voor me te doen. Ina: Wat dan? Paul: Dat vertel ik je later wel, Ina. Dat kan ik je nu nog niet zeggen. Ina: Nee, zeg jij het nou maar. Ik vind dat je d’r zo bezorgd uitziet. Paul: Ik maak me inderdaad een beetje bezorgd, Ina. Ik heb een ellendig voorgevoel dat deze zaak wel ‘ns op een volslagen mislukking zou kunnen uitlopen. Ina: Kom nou, waarom denk je dat? Paul: Tja, ik heb er zo’n idee van dat de heler net op tijd tot de conclusie is gekomen dat het spelletje uit is, en toch nog de kans gaat krijgen om ons door de vingers te glippen. (er wordt geklopt - deur open) Ina: Ja, maar eh... Ja, wat is er, Charlie? Charlie: Sir Graham Forbes voor u, meneer. Paul: Ah! Kom binnen, Sir Graham. Sir Graham: (komt binnen) Dag Ina. Ina: Sir Graham. Paul: Ik ben de hele dag al bezig geweest te proberen u aan de telefoon te krijgen, maar... ze hebben me gezegd… Sir Graham: Ja, ik weet het, ja, ik weet het. ‘k Heb het erg druk gehad. We hebben namelijk een bericht doorgekregen uit Westerton. Je weet, die vrouw die voor Dr. Benkaray werkte? Paul: Mevrouw Fletcher. Ja? Sir Graham: Die heeft toch een zoon? Ina: Mm. Paul: Ja, Bill, ja, die jongen die de zaak drijft. Sir Graham: Nou, die is vanmorgen tegen de vlakte gereden. Paul: Wat! Sir Graham: Ja. Hij ligt in ‘t ziekenhuis in Westerton. Ina: Ernstig gewond? Sir Graham: Het schijnt van wel. Paul: Wat is er precies gebeurd? Sir Graham: Ja, dat weten we niet. De wagen is doorgereden. Maar het beroerde is, Vlaanderen: die jongen vraagt om z’n moeder en wij weten niet waar die ergens uithangt. Ze schijnt niet in Westerton te zijn. Ina: Nee, dat denk ik ook wel niet, Sir Graham. Sir Graham: Hoe bedoel je? Ina: Nou, ik heb ‘r vanmorgen gesproken en toen vertelde ze me dat ze op het punt stond naar Australië te vertrekken. Sir Graham: Australië! Paul: Ja! Dat wilde ik u juist vertellen. Mevrouw Fletcher heeft aan Ina verteld dat ze inderdaad gewerkt heeft voor Dr. Benkaray, maar ook dat ze... (telefoon) Ogenblik, graag? Sir Graham: Ja. Paul: (Paul neemt op) Hallo? Raine: Meneer Vlaanderen? Paul: Ja. Raine: Met Raine. Is Sir Graham bij je? Paul: Jazeker. Ik zal ‘m je geven, inspecteur… Voor u, Sir Graham. ‘t Is Raine. Sir Graham: Hallo? Wat is er, Raine? Raine: Nou, we hebben mevrouw Fletcher zelf nog niet kunnen vinden, maar we zijn er wel achter gekomen dat ze een vliegreis geboekt heeft voor vanavond. Sir Graham: Oh? Raine: Vlucht BO-107 naar Melbourne. Sir Graham: Hoe laat vertrek? Raine: De start is gepland voor 9 u. 15. Sir Graham: Mooi. Dank je, Raine. (legt de hoorn neer) Heb je ‘t gehoord, Vlaanderen? Paul: Ja, ik heb zoiets gehoord, en ik heb u een voorstel te doen. Sir Graham: En dat is? Paul: Laat Ina proberen haar op te vangen op het vliegveld.
omroepster: Willen passagiers voor vlucht BO-109 naar New York zich naar uitgang 2 begeven? Passagiers voor New York naar uitgang 2… Er is vertraging van een half uur voor passagiers naar Malta, vlucht 188 Majestic. Passagiers zullen worden gewaarschuwd als het vliegtuig gereed is. Ina: Goeienavond, mevrouw Fletcher Fletcher: Wat... omroepster: Passagiers voor vlucht 107 naar Melbourne…. Fletcher: Mevrouw Vlaanderen? Ina: Ja Fletcher: Wat wilt u? omroepster: Passagiers voor vlucht 107 naar Melbourne wordt verzocht zich naar uitgang 9 te begeven... Fletcher: Dat is mijn vliegtuig, ik moet weg. Ina: Een ogenblik nog, mevrouw Fletcher. omroepster: Passagiers voor vlucht 107 naar Melbourne wordt verzocht zich naar uitgang 9 te begeven... Ina: Het spijt me, maar ik heb slecht nieuws voor u. Fletcher: Dat is een truc natuurlijk! Ik weet wat uw bedoeling is: een truc om me te beletten naar... Ina: Bill heeft een ernstig ongeluk gehad. Hij ligt in het ziekenhuis in Westerton. Fletcher: Ik geloof u niet! Ina: Het is waar, ik verzeker het u. Fletcher: Wat... wat is er gebeurd? Ina: Hij is aangereden vanmorgen door een auto. De chauffeur is doorgereden. Ja, of het inderdaad zomaar een ongeluk was, weten we niet. Fletcher: Maar... maar hoe... Wat is er met ‘m? Ina: Hij is er slecht aan toe, mevrouw Fletcher, en hij vraagt naar u. Fletcher: O, als het toch ‘ns niet waar is, als dat alleen maar een middel is om me af te houden om naar… Ina: Luister, mevrouw. Als u toch weg wilt gaan, ga dan. Ik zal u niet tegenhouden. Ik heb m’n man beloofd dat ik naar u toe zou gaan om u te vertellen wat er gebeurd is, en nou ligt het maar aan u of u me geloven wilt of niet. Fletcher: In... in het ziekenhuis in Westerton, zegt u? Ina: Ja. In de afdeling ongevallen. Ja, u kunt het ziekenhuis opbellen als u me niet gelooft. Hier, hier is het nummer: Westerton 8-2-4. Fletcher: Nee, nee, ik… ik geloof u wel. Een ongeluk, mevrouw Vlaanderen? En de chauffeur is doorgereden? Ina: Ja. Fletcher: De schoften! Ik had het kunnen weten dat er zoiets wel zou gebeuren. Ina: Ik heb de wagen bij me, ik breng u wel even naar Westerton. Fletcher: Dank u. Dank u, mevrouw. Maar... hoe moet dat nou? Ik heb m’n ticket voor... Ina: Geeft u dat maar hier, dat maak ik wel in orde. Kom nou maar direct mee, mevrouw Fletcher.
(Paul zit te tikken - Charlie klopt aan en komt binnen) Charlie: Eh... eh…, neem me niet kwalijk, meneer... Paul: Moeilijkheden, Charlie? Charlie: Nee nee, meneer, maar eh... ik… ik hoorde iets. Ja, ik wist niet dat u nog op was. Paul: ‘t Spijt me als ik je uit je bed gehaald heb, Charlie. Charlie: O, dat… dat hindert niks, meneer, maar het... het is al twee uur, ziet u. Paul: Ja, dat weet ik, dat weet ik. Charlie: Is... is mevrouw nog niet thuis? Paul: Nee, nog niet, maar dat is wel in orde, hoor. Ze is niet op stap, als je dat soms denkt. Ik weet waar ze is. Ze had wat te doen in Westerton. Charlie: O, (lachje) gelukkig maar. Eh... (kucht) zal ik koffie voor u maken, meneer? Paul: Hè? Nee, nee nee, laat maar Charlie, je kunt wel naar bed gaan, ik blijf nog toch wat werken. (geluid van een deur die geopend wordt) Hé... is dat hier? Charlie: Ja! Ja, dat moet mevrouw zijn! Ina: (komt binnen) Paul? Paul: Ja, eh... ik ben hier, Ina. Ina: Ach maar Paul, je had toch niet op hoeven blijven. En jij ook nog op, Charlie? Charlie: Ja! Goeienav... oh! goeiemorgen, mevrouw. Paul: Ja, goed, Charlie, maak toch maar wat koffie voor ons, hè? Charlie: Okiedokie. Ina: Dat is een uitstekend idee, zeg. Paul: Nou, vertel maar ‘ns, Ina. Ina: Nou liefje, alles verliep volgens plan. Mevrouw Fletcher was natuurlijk in ‘t begin wel wat wantrouwend, maar langzamerhand begon ze toch wel te snappen dat ik de waarheid vertelde. Paul: En hoe is het met die jongen? Ina: Hij is geopereerd. Nog erg beroerd natuurlijk. Paul: Ja? Ina: Maar ze geloven wel dat ze ’m erdoor zullen halen. Paul: Gelukkig. Ina: Mevrouw Fletcher was zo opgelucht toen ze hoorde dat hij de operatie goed had doorstaan dat ze beloofde alles te doen wat jij wilde. Ze is in het ziekenhuis blijven slapen. Paul: Oh. Ina: Ik heb haar beloofd dat we haar morgenochtend zouden opzoeken. Paul: Ja, goed. Ina: Ze is erg gebeten op die Dr. Benkaray. O, Paul, ik ben er wel haast zeker van dat ze eigenlijk helemaal geen misdadigster is. Paul: Daar heb ik zelf ook nooit aan getwijfeld, Ina. Maar dat is juist het gevaarlijke voor haar. Ina: Mm? Paul: De anderen hebben zich dat ook heel goed gerealiseerd. Ze weten dat zij de zwakste schakel is in de ketting. Ina: Mm. Paul: Maar vertel eens, eh... wat zei ze nog meer? Ina: Nou, ze heeft me uitgelegd wat die naam Margo betekent in die regenjas die we in mijn wagen gevonden hebben. Paul: Ja? Ina: Het schijnt dat mevrouw Fletcher er omstreeks die tijd juist achter gekomen was dat de bende haar activiteiten had uitgebreid tot het smokkelen van verdovende middelen! Paul: Juist, en zij voelde d’r natuurlijk niets voor om daaraan mee te doen. Ina: Precies, vooral toen ze tot de ontdekking kwam dat ze zonder het te weten al heel wat verdovende middelen had doorgegeven. Ze hadden haar namelijk al enige malen gevraagd om bepaalde mantels naar Brighton te brengen. Die mantels werden dan gebracht naar Margo, de waarzegster… Paul: Ja? Ina: ...die het gevaarlijke goedje verder distribueerde. Paul: Ja, maar zaten die middelen dan in die mantels verborgen? Ina: Mm! Paul: Maar hoe dan? Ina: Nou, in de knopen. Paul: Wat! Ina: Dat waren hermetisch gesloten doosjes. Paul: Tja... Ina: De slachtoffers stonden in geregeld contact met die Margo en op hun vraag naar een “Margo-mantel”, dus een jas met het merk Margo in de kraag, kregen ze, na inlevering van een ouwe mantel, een nieuwe. Paul: Geraffineerd...! Ina: Mm. Maar goed, toen mevrouw Fletcher dat in de gaten kreeg en ze haar weer met zo’n mantel wilden wegsturen, weigerde ze op een gegeven moment. Paul: Ja. Ina: Ze zat toen juist bij Larry Cross in de auto, die op weg was naar het vliegveld, weet je wel? Paul: Ja ja. Ina: Cross werd woedend en zette haar daar uit de wagen, waarop mevrouw Fletcher die mantel, waar ze eigenlijk helemaal geen raad mee wist, door het raam van het portier in mijn wagen smeet. Paul: Maar hoe dan? Ina: Nou ja, Cross had namelijk zijn auto naast de mijne gezet om mij op te kunnen vangen, begrijp je? Paul: Ah, juist, ja... Ina: Mevrouw Fletcher ging toen met de eerstvolgende bus naar huis, overtuigd dat Cross de mantel wel in mijn wagen zou vinden. Paul: Fantastisch, Ina. En heeft ze nog meer losgelaten? Ina: Ja, ze bekende me dat zij het was geweest die de waarzegster had gechanteerd om ons in te lichten over “De golfbreker”, wat die dan ook prompt gedaan heeft. Paul: Ja. Ina: Paul, ik kan het niet helpen, maar ik geloof dat we een heleboel te danken hebben aan mevrouw Fletcher. (huisbel) Hé, d’r... d’r wordt gebeld! Paul: Ja. Ina: Verwacht je nou nog iemand? Paul: Ja! Wally Stone. (er wordt geklopt - deur open) Charlie: Daar is een meneer voor u, meneer. Hij… hij zegt dat u ‘m verwacht? Paul: Ja ja, laat maar binnen. Charlie: Ja… Komt u binnen, meneer. Stone: Dank u wel… (komt binnen) Goeie morgen, meneer Vlaanderen. Paul: Hallo, Wally. Je kent mijn vrouw? Ina: Ja, ja, ja we kennen mekaar al. Goeie morgen, meneer Stone. Stone: Dag mevrouw. Paul: Charlie, als de koffie klaar is, breng je ‘t meteen binnen, hè. We versmachten. Jij ook koffie, Wally? Charlie: Oho, heerlijk, meneer Vlaanderen, ‘k kan me niets zaligers indenken op ‘t ogenblik. Ja, of het moest zijn een eh... een kroesje whisky. Paul: Whisky? Kan ook. Charlie, breng de whisky meteen, en wat sodawater, hè? Charlie: Okiedokie. (gaat het halen) Paul: En? Vertel maar ‘ns, Wally. Ik ben benieuwd. Stone: Nou, ik... ik... moest de safe wel even openbreken, meneer Vlaanderen. Paul: O... Stone: Ja, maar... zonder vuile boel te maken, hoor. Paul: (lachje) Stone: ‘k Heb het netjes achtergelaten. Ja, ’t was achter de schoorsteen, een klein soort tussenkamertje. ‘k Heb het wel even moeten zoeken, dat wel. Paul: Zo? Heb je daar veel moeite mee gehad? Stone: (lachje) Een tikkie vermoeiend was het wel, ja. Paul: Wat zat er al zo in? Stone: O, van alles. ‘k Moet u wel zeggen, ik had moeite om m’n handen thuis te houden. Ik heb echt nog even moeten zoeken voor ik die bewuste band gevonden had. Gelukkig dat u me precies gezegd had hoe die eruit zag… Kijk ‘ns, hier is ie dan. Paul: Ach... Stone: Ja, eh... dit is ‘m toch, niet, meneer Vlaanderen? Paul: Ja, ja, hoor, dat is ‘m. Ina: Maar dat is mijn armband, Paul! Paul: Ja, dat weet ik, Ina. Ina: Maar hoe, in ‘s hemelsnaam... Paul: Ik liet ‘m achter bij een zekere Oscar, die dacht dat het gestolen goed was. Ina: Hè? Paul: Hij is een soort tussenpersoon van de heler. Ina: Maar hoe kwam meneer Stone er dan aan? Paul: Maar dat heeft ie je toch net verteld, Ina! Gestolen. Teruggehaald uit een huis ergens in Londen. Een soort bijkantoortje van de heler.
zuster: Kan ik u misschien helpen? Paul: Ja, graag, zuster. Mijn naam is Vlaanderen. Dit is mijn vrouw. Ina: Zuster. Paul: We hebben een afspraak met mevrouw Fletcher. zuster: O ja, daar weet ik van. Mevrouw verwacht u. Deze kant maar uit, alstublieft. Ina: Mm. (ze gaan mee) Hoe is het met meneer Fletcher vanmorgen? Ina: O, die heeft een vrij goeie nacht gehad. Ik geloof dat de dokter best tevreden over hem is. Ina: Gelukkig maar. zuster: (opent een deur) Gaat u hier maar binnen... Bezoek voor u, mevrouw Fletcher. Paul: Goeiemorgen, mevrouw Fletcher. Ina: Goeiemorgen. Hoe is ‘t met u? Fletcher: Dat gaat wel, dank u. Bill heeft gelukkig een vrij goeie nacht gehad. De doktoren zijn heel tevreden over hem. Ina: Ja, dat de verpleegster ook al. Fletcher: Ik moet u nog wel m’n excuses maken, mevrouw, dat ik gisteren een beetje onbehouwen tegen u geweest ben. Ik ben u nu erg dankbaar. Als u niet gekomen was, zou ik nu aan ‘t andere eindje van de aardbol gezeten hebben. Ina: Da’s al goed, hoor! Pieker daar nou maar niet meer over. Fletcher: Meneer Vlaanderen, wat denkt u nou dat ze met me zullen gaan doen? Paul: U bedoelt: de politie? Fletcher: Ziet u, ik werkte natuurlijk wel voor die Dr. Benkaray, maar ik heb eigenlijk nooit precies geweten wat er aan de hand was. Paul: Ik kan u nog niets zeggen, mevrouw, maar ik zal wel ‘ns onder vier ogen praten met Sir Graham en ‘m vertellen wat u allemaal voor ons gedaan hebt. Maar nou allereerst dit: hebt u Dr. Benkaray gezien of gesproken sinds gisterenavond? Fletcher: Jazeker! Paul: Ah… Fletcher: Ik heb precies gedaan wat uw vrouw me gevraagd heeft. Paul: Mooi. En wat gebeurde d’r toen? Vertelt u me dat nou eens precies. Fletcher: Nou, direct na het ontbijt vanmorgen vroeg ik aan de directrice of ik in haar kantoortje even mocht opbellen.
(Fletcher telefoneert) Larry Cross: Met het huis van Dr. Benkaray. Fletcher: Met meneer Cross? Cross: Spreekt u mee. Met wie? Fletcher: Met mevrouw Fletcher. Cross: Met Fletcher!? Ik dacht dat je weg was! Fletcher: ‘k Ben van idee veranderd. Cross: Zo? Nou, als ik jou dan een goeie raad mag geven: verander dan meteen maar weer van idee en maak dat je hier uit de buurt komt. Fletcher: Ik moet Dr. Benkaray spreken. Cross: Waarom? Fletcher: Dat zal ik wel aan de dokter vertellen. Cross: Ze... heeft het erg druk vanochtend en ze kan niemand te woord staan. Fletcher: Ik moet ‘r spreken, zeg ik je. Het is heel belangrijk. Cross: Belangrijk voor jou of voor de dokter? Fletcher: Voor de dokter. Cross: Wat moet dat allemaal betekenen, Fletcher? Fletcher: Het gaat namelijk over brieven die ik in m’n bezit heb en een paar geluidsbandjes. Dr. Benkaray weet er alles van. Ze zitten in een safe op de bank. Zeg maar aan de dokter: als ze me wil spreken, ben ik bereid om nog met ‘r te onderhandelen. Cross: All right. Kom vanmorgen maar hierheen, om een uur of elf, dan zal ik de dokter vragen of ze je... ontvangen wil. Fletcher: Nee... Dat zal ik zeker niet. Cross: Waarom niet, mens? Het is toch klaarlichte dag? Fletcher: Jawel, zeker, ‘t was ook klaarlichte dag toen jullie Ted Angus z’n portie gaven. ‘k Ben hier in het ziekenhuis. Ik denk dat je wel heel goed zult weten waarom. Binnen een uur ben ik bereid met jullie te praten, hier, buiten het ziekenhuis, voor de deur. We kunnen dan in jullie wagen wel even praten. Cross: Goed. Ja, da’s afgesproken.
Dr. Benkaray: Kom, Fletcher, probeer je nou te beheersen. Fletcher: Als ik had geweten waar het om ging, dan had ik me nooit door u laten bepraten, dokter! Al weken en weken heb ik klaar gestaan om er vandoor te gaan Cross: Maar je zit nou eenmaal in het schuitje, Fletcher, en je hebt dezelfde kansen te riskeren als wij. Je had er ook geen bezwaar tegen om de centen aan te pakken, wel? Fletcher: Dat zou ik zeker wel gehad hebben als ik had geweten waar het allemaal om ging! Cross: Ha, doe niet zo huichelachtig! Dat wist je bliksems goed! Benkaray: Larry, alsjeblieft, hè! Cross: Ja... Fletcher: En ik blijf erbij dat m’n jongen nergens van afwist. En nou hebben jullie ‘m tegen de vlakte gereden, in koelen bloede. Benkaray: Ik bezweer je dat we hoegenaamd niets afweten van dat ongeval. Fletcher: Ik geloof jullie niet meer en dat is ook de reden waarom ik weg wou. Benkaray: Ik kan je alleen verzekeren dat dat ongeluk niets met mij te maken had... Nou, kom nou maar, wat is dat nou met die brieven en die geluidsbandjes? Je hebt het er al ‘ns meer over gehad. Nou? Waar gaat het nou precies om? Fletcher: Dat weet u heel goed! Het zijn fotokopieën van brieven die u ontving en geluidsbandjes van telefoongesprekken. Die heb ik opgenomen toen ik nog bij u werkte. Cross: Wat! Jij gluiperig stuk...! Benkaray: Ja, nou is ‘t genoeg, Larry! Fletcher: Ik heb het zo geregeld dat ze in handen van de politie komen als Bill of mij ooit iets mocht overkomen. Benkaray: Ik verzeker je dat niemand ooit van plan is om jou op welke manier ook te na te komen, Fletcher. Fletcher: Hoe kan ik daar zeker van zijn? Kijk maar ‘ns wat er met m’n jongen gebeurd is! Benkaray: Ah, Fletcher, wil je nou asjeblieft ‘ns even rustig naar me luisteren? Je begrijpt wel dat in zekere kring bekend is dat jij die safe daar in die bank gehuurd hebt. ‘t Zal dus niet zonder gevaar zijn die boel daar weg te halen. En als het ‘m al zou gelukken, wat dan nog? Weet dan wel dat het een heleboel mensen een hoop narigheid zou berokkenen, jou zelf op de eerste plaats. Fletcher: ‘t Is voor mij alleen maar een veiligheidsmaatregel. Benkaray: Dat is het niet! Dat moet je toch begrijpen! Als je zoon die doos naar de politie zou brengen, en het zou bekend worden wie Ted Angus en Julia Kelburn vermoordden... Fletcher: Ik heb met die moorden niets uitstaande! Benkaray: Dat weet ik, maar er is iemand die er wel mee te maken heeft en voor die persoon is het heel belangrijk dat je zoon met die bewijzen geen grapjes uithaalt. Dus, als je prijsstelt op het leven van je jongen, doe je verstandiger die doos zo gauw mogelijk aan ons ter hand te stellen. Fletcher: Ik zal ‘m afgeven, ja, maar niet aan jullie. Benkaray: Zo? Aan wie wil je ’m dan wel afgeven? Fletcher: De heler. Benkaray: (lachje) Maar je kent de heler helemaal niet! Je hebt ‘m nog nooit ontmoet, dus hoe zou jij nou... Fletcher: Dat weet ik wel, maar toch geef ik ‘m aan niemand anders af, en dan doe ik het nog alleen op één conditie: hij moet mij de verzekering geven, eens en voorgoed, dat ie Bill en mij in ‘t vervolg met rust laat! Benkaray: Ik denk wel dat ie daar akkoord mee zal gaan, Fletcher. Dus ga naar de bank en breng de boel over naar de garage. Vanavond om elf uur zal daar een bezoeker komen. Fletcher: Goed, dokter.
Fletcher: Nou, hierna ging ik het ziekenhuis weer binnen en ging naar m’n jongen die naar me gevraagd had. Ik hoop dat ik goed gehandeld heb, meneer Vlaanderen? Met Dr. Benkaray, bedoel ik. Paul: Uitstekend, mevrouw Fletcher, en ik ben u heel dankbaar. Fletcher: Ja, ik dacht dat het wel het enige was wat ik doen kon. Paul: U hebt u in de hele zaak prachtig gedragen, werkelijk, maar nou zou ik u nog één ding willen vragen. Fletcher: Ik zal alles doen wat u wilt, meneer Vlaanderen. Paul: Ik zou graag willen dat u nu gewoon doorgaat met die geschiedenis. U haalt dus die doos uit de safe op de bank en brengt die naar de garage. En zorg dan dat u daar vanavond bent, als de heler komt. Fletcher: Nou, het is wel een groot risico, meneer. Die man is de wanhoop nabij en tot alles in staat. Paul: Dat weet ik, mevrouw. Fletcher: Maar goed..., u vraagt me dat nou en ik zal het doen. Paul: Ik dank u. Ik verzoek u nu, veiligheidshalve, om het volgende te doen. Luister goed…
Sir Graham: Hoeveel wagens zijn er in actie, Raine? Raine: Vier, de onze niet meegerekend, Sir Graham: twee aan de bosrand, twee aan de hoek bij dat hek daar en één op de hoofdweg. Paul: Ik zou zeggen: als onze bezoeker komt, dan lijkt het me beter dat één wagen de ingang naar de garage blokkeert, inspecteur. Raine: Ja, daar had ik al aan gedacht. Wie verwacht je daar eigenlijk vanavond, Vlaanderen? Dr. Benkaray? Paul: Nee. Benkaray is volgens mij de hoofdfiguur voor zover het de smokkelarij van de verdovende middelen betreft. Ik geloof niet dat zij de zogenoemde heler is. Sir Graham: Nee, dat denk ik ook niet. Volgens mij heeft zij de heler overgehaald om in verdovende middelen te gaan doen en ook, geloof ik, dat hij daar van het begin af spijt van gehad heeft. Paul: Dat ben ik met u eens, Sir Graham, maar ik ga zelfs een stap verder: ik heb de indruk dat Benkaray en Larry Cross van plan zijn geweest om nu verder de zaak zonder de heler te gaan ondernemen, en... Sir Graham: Wat is er, Vlaanderen? Paul: Ik hoor een wagen aankomen. Sir Graham: ‘t Kan iemand uit het dorp zijn, die van dat café naar huis rijdt. Raine: Als dat zo is, moeten we die kroeg toch ook in de gaten houden? ‘t Is nu al half twaalf. Sir Graham: Nee, nee, dat is niet iemand uit het dorp! Hij heeft z’n lichten gedoofd. Paul: Ja, hij rijdt naar de garage. (de auto stopt en iemand stapt uit) Raine: Daar is ie! Sir Graham: Ik kan niet zien wie het is. Hij heeft de kraag van zijn jas opgeslagen. Raine: Hij gaat nu naar de zijdeur van de garage. Dat moet onze man zijn! Sir Graham: Is mevrouw Fletcher gewapend? Paul: Ja, ik heb haar een revolver gegeven, maar ik heb ‘r gezegd die alleen in uiterste nood te gebruiken. Raine: Hoe lang geven we ’m, Sir Graham? Sir Graham: Vier minuten. Neem je horloge d’r bij, Raine. Raine: Daar hebben we de brigadier! Die sluit nu de oprit af, Vlaanderen. Paul: Goed… Sir Graham: We geven ‘m nog ‘ns vier minuten en dan gaan we naar binnen. Raine: Okay… Paul: Ik hoop maar dat er niets met ‘r gebeurt. ‘k Voel me zo een beetje verantwoordelijk voor d’r. Als er iets met ‘r zou mislopen, zou ik het mezelf m’n leven lang verwijten. (voetstappen) Raine: Daar komt ie! Hij komt de garage uit. Paul: Waar? Raine: Daar! Achter de benzinepomp. Paul: Ja, je hebt gelijk, ja. Sir Graham: Hij heeft de doos onder z’n arm. (X begint weg te rennen) Paul: Hij heeft ons in de gaten, mensen. Sir Graham: Het signaal, Raine. Raine: Alle lichten op!! Sir Graham: Daar gaat ie! Raine: Hij komt hierheen! Sir Graham: Kijk uit, Vlaanderen, hij heeft een revolver bij zich. (X, rennend, schiet herhaaldelijk) Raine: Bukken!! Hij heeft de revolver laten vallen! Sir Graham: Voorzichtig, Vlaanderen! Raine: Vlaanderen heeft ‘m te pakken! (X verweert zich) Vlug, Sir Graham!! Paul: Wees niet stom, Langdon!! Je... je spel is uit! Mike Langdon: Vlaanderen, ik waarschuw je, als je me niet doorlaat...! Paul: Langdon, het geeft je niks! De politie is... Wat? Niet? Daar dan!! Langdon: (gilt het uit) Paul: Zo. Je hebt erom gevraagd, m’n jongen. Sir Graham: Alles in orde met je, Vlaanderen? Paul: Alles best, hoor. Ja… Maar toch, ik geloof wel dat ik een tikkie te oud begin te worden voor die sport.
(stoomfluit) George Kelburn: Nou... over tien minuten zouden we afvaren. Linda Kelburn: Ja. Heb je geen zin aan dek te gaan? George: Niet bepaald, nee. Linda: (lachje) Een hele verandering voor je, hè, George? Geen instructies aan niemand op het laatste ogenblik nog. Geen pogingen meer om... Zeg, waar kijk je zo naar? George: Ja, nee..., ik kijk alleen maar even naar buiten door de patrijspoort, dat is alles. Linda: Mm. George: Linda, dit is bedoeld als een plezierreis, kindje. Laten we mekaar niet zenuwachtig gaan maken op het laatste ogenblik. Linda: (zucht) Vervelend.! Wat moet ik nou met die paar hangers voor al m’n kleren? George: Bel dan even om de steward, of ga d’r liever zelf heen en praat met ’m, dan weet die arme kerel meteen waar ie aan toe is. Linda: Goed, ja. En als ik ‘m zie, zal ik me meteen beklagen over de verdere accommodatie. Moet je ’ns zien, zo’n badkamer… George: Ja... goed, doe maar, Misschien kan je ‘t nog veranderd krijgen. Linda: Mm, ja. En... blijf jij in je hut, hè? George: Daar kan je van op aan, Linda. Eh... geef mij die karaf water ‘ns aan. Linda: Ja... George: Dank je. (Linda verlaat de kajuit - George schenkt water in een glas en drinkt - deur wordt geopend) Paul: Goede middag, Kelburn. (komt binnen en sluit de deur) Ik dacht dat je aan het eind van de maand pas weg zou gaan? George: Ik ben van idee veranderd. Paul: Zo plotseling? George: Zo plotseling, ja. Waar is de politie? Ik zag ze daarnet op de kade. Paul: Ze maken even een praatje met je vrouw. George: Zo? Ja... Langdon hebben jullie zeker al te pakken? Paul: Ja, en Dr. Benkaray, en Larry Cross. George: Mm... Heeft Langdon gepraat? Paul: Dat moest ie wel, anders zou de politie hem voor de heler gehouden hebben in plaats jou. Hij zat er erg over in dat ze hem ervoor zouden houden, Kelburn. George: (hijgt) Paul: Maar we hebben genoeg bewijzen tegen je, ook zonder Langdon. George: Je bedoelt die juffrouw Fletcher? Met de brieven en geluidsbandjes? Paul: Juist, ja. En het feit dat de armband van m’n vrouw gevonden werd in dat agentschapje van je, in Eaton Square. George: (hijgt) Ja, van je... van je vrouw? Zo..., zat dat zo? Dus jij was die inbreker? Paul: Bij procuratie alleen maar. Je hebt me heel wat moeite en zorgen gebaard, Kelburn. Ik had eerder aan jou moeten denken, toen Tony Wyman z’n laatste woorden mompelde. George: Ja... Paul: “Kelburn gevaarlijk”, dat was niet als een waarschuwing bedoeld voor jou tegen dat prikkeldraad onder stroom, hij waarschuwde mij voor jou, Kelburn. George: Ja, die jonge gek overschatte zichzelf te veel. Paul: Kom, ik denk niet dat jij ‘m daar een verwijt van mag maken, Kelburn. George: Hij... hij dacht dat ie van alles… op de hoogte was, Vlaanderen, (lachje) net als jij. Eh... maar... jij... jij weet niet... hè... Paul: Wat heb je, Kelburn? George: Ik... ik... ik heb iets ingenomen, voor... Paul: Wat! George:...voor... voor... voor je hier binnen kwam. Paul: Maar... George: Ik... ik wou de politie niet... afwachten... Paul: Kelburn! Je bent...! George: (valt op de grond) Paul: Kelburn! Raine: (komt binnen) Nou, Vlaanderen, we hebben mevrouw Kelburn zo-even... Wat is er hier aan de hand? Wat is er met Kelburn? Paul: Hij is dood.
Sir Graham: Nou, Vlaanderen, je hebt nou onder dat hele diner zo’n beetje over koetjes en kalfjes zitten praten, maar je weet nou toch wel dat Raine en ik zitten te popelen om de eigenlijke achtergronden van dat Margo-mysterie te weten te komen. Raine: Ja, d’r zijn nog verschillende aspecten in de zaak die opgehelderd dienen te worden. Sir Graham: Ja, ja, ja. Paul: Ja, nou, goed dan. We weten nu dus allemaal wel dat de heler, de man achter dit alles, onze George Kelburn was. Sir Graham: Ja. Raine: Ja, maar… wie zaten er nog meer in de organisatie? Wie waren er direct bij betrokken? Paul: Nou, dat waren dan Mike Langdon, Dr. Benkaray en Larry Cross. Die waren om zo te zeggen de eigenlijke onderchefs. Dan hebben we de kleinere meerlopers: Ted Angus, Oscar uit de hondenwinkel, mevrouw Fletcher, en - niet te vergeten - Julia Kelburn. Ina: Z’n eigen dochter? Paul: Ja. Daarom verzette hij zich uit alle macht tegen haar vriendschap met Tony Wyman. Ina: Mm. Paul: Hij was bang dat die d’r achter zou komen dat zij werkte voor de heler, wat inderdaad een feit was. Wyman voelde er al van het begin af aan veel voor om op een makkelijke manier aan een heleboel geld te komen, maar begon al heel gauw vaste grond onder z’n voeten te verliezen. Ina: Ja, maar als ik wat zeggen mag: de grote moeilijkheden voor Kelburn begonnen toch pas toen ie op de voorstellen van dokter Benkaray in ging om in verdovende middelen te gaan doen? Paul: Ja, dat is inderdaad zo. Z’n eigen dochter werd daarna zelf verslaafd aan narcotica. Ina: (lachje) Paul: Langdon is er van het begin af aan tegen geweest om dokter Benkaray in de zaak te betrekken en Kelburn gaf hem de vrijwel onmogelijke opdracht z’n dochter van die afschuwelijke gewoonte af te brengen. In die tijd kwam Dr. Benkaray d’r ook achter dat 't Julia Kelburns zwakke punt was. Raine: Jij gelooft toch ook wel dat Benkaray al gauw met plannen rondliep om baas te worden over de hele organisatie, niet? Paul: Ja, alles wees daarop. Kelburn verzette zich daartegen met alle macht. Hij had de zaak opgebouwd en duldde geen mededingers. In het begin was het ook geen openlijk verzet. Hij gaf al z’n mensen steeds meer geld en extra beloningen om ze maar zoet te houden Sir Graham: Zeg, die Larry Cross, was natuurlijk voor 100% op de hand van Benkaray? Paul: Ja, natuurlijk. Eén van de eerste condities voor het toekennen aan Benkaray van een groot bedrag was mijns inziens dat de dokter zou stoppen met het verstrekken van narcotica aan Julia. Dat maakte dat kind wanhopig, zoals gewoonlijk met dergelijke patiënten het geval is. Dus ging ze onverwacht naar Westerton, om daar verhaal te halen. In opdracht van haar vader ging Langdon toen naar dat dorp om Julia terug te halen. Ja, hij had daar de grootste moeite mee, vooral omdat Julia ging dreigen alles te gaan rondstrooien wat ze wist van de activiteiten van d’r vader. Nou, dat verontrustte die Langdon in hoge mate, vooral waar ie wist dat ze al veel te veel had losgelaten aan Tony Wyman. Ja, nou, dat werd in die wagen van Langdon een soort vechtpartij die eindigde met het wurgen van het meisje. Raine: En de verdenking werd toen natuurlijk op Wyman geschoven? Paul: Ja, daar zorgde Kelburn voor. Jullie herinnert je nog de laatste woorden van Wyman: “Kelburn... gevaarlijk”, waarvan ik dacht dat dit sloeg op dat prikkeldraad onder stroom. Sir Graham: Ja ja, ja ja. Maar wat voerde hij eigenlijk uit in die villa in Brighton, die... die “Golfbreker”? Paul: Dat was een val waar ie prompt in tippelde, zo goed als Ina en mijn persoontje. Sir Graham: Ach, ja. Paul: Wij liepen daar in door dat telefoontje van Fiona Scott. Tussen haakjes, die Fiona Scott was een patiënte met verlof uit het Instituut voor behandeling van verslaafden aan narcotica. Zij werd daar behandeld door Dr. Benkaray, dus die telefoontjes zullen u nu ook wel duidelijk zijn, nietwaar? Sir Graham & Raine: Ja, ja ja. Paul: Wyman had bericht gekregen dat ie Kelburn zou ontmoeten in “De golfbreker” op hetzelfde uur dat Ina en ik daar besteld waren. Hij werd daar overvallen door leden van de bende en op de gebruikelijk manier mishandeld. Maar toch was hij nog wel zo ver bij dat ie kon afluisteren waar die staaldraad en het prikkeldraad voor moesten dienen. Ina en ik hadden die draad gelukkig bijtijds opgemerkt. De brand diende ervoor om Wyman voorgoed uit de weg te ruimen. Raine: Nou! Een mooi stelletje misdadigers. Paul: Ja! Sir Graham: Ja ja... Raine: Hoe zat het met die moord op Ted Angus? Paul: Nou, Angus had de opdracht om Tony Wyman uit de weg te ruimen. Hij slaagde daar niet in en moest daar dus rapport van uitbrengen aan Dr. Benkaray, met het voor hem minder prettig resultaat, hè. Ina: Verschrikkelijk allemaal! Sir Graham: Ja, het is inderdaad onvoorstelbaar. Denk jij eigenlijk, Vlaanderen, dat Langdon erop uit was aan de top te komen, in te plaats van z’n baas? Paul: Nee, nee nee, dat denk ik niet. Benkaray was dat wel. En Langdon was typisch een uitvoerder, geen leider. Kelburn had ‘m nodig voor de minder prettige zaakjes. Ina: En… en die onzin om jou te vragen Linda te schaduwen was alleen maar bedoeld als een middel om jou van het eigenlijke spoor af te brengen? Paul: Nee, niet helemaal, Ina. Ina: Hè? Paul: Langdon wist dat Linda in zeker contact stond met die Larry Cross en Kelburn was bang dat zij aan Cross feiten zou vertellen over de verschillende contacten en methodes van werken. Ina: Ah? Paul: Kelburn stond alleen maar zo sterk, omdat ie nog alles in één hand had. Sir Graham: Mm. Paul: Dat was ook één van de dingen, natuurlijk, waar Benkaray razend over was. Raine: Ja, ja, ja. Sir Graham: Nou, ik zie wel dat we ’n een paar jaar nodig zullen hebben om de zaakjes van Kelburn uit te pluizen. Paul: (lacht) Sir Graham: Ja, de wettige zo goed als de onwettige. Paul: Ja, dat denk ik ook wel, ja. En nu, wat mij betreft, mij moet nog even iets van het hart betreffende één van de kleinere... slachtoffers, durf ik gerust te zeggen, van de heer Kelburn. Ik bedoel dan mevrouw Fletcher. Ina: Mm. Sir Graham: Mm? Paul: U weet, Sir Graham, dat die ons meer dan eens het leven heeft gered, van Ina en mij. Sir Graham: Mm. Paul: En de laatste twee weken heeft ze zelfs volledig met ons samengewerkt. Sir Graham: Dat weet ik, ja. Paul: Nou... kom, ik reken op u allebei om haar fouten zo mild mogelijk aan te rekenen. Sir Graham: O ja, all right, Vlaanderen. Ja, ik begrijp wel dat je mevrouw Fletcher het laatst behandelt. Ik praat wel even met de openbare aanklager voor de zaak in behandeling komt. Raine: Die zoon van haar is buiten gevaar, naar ik hoor. Ina: O, gelukkig maar. Paul: Ja, die komt er weer bovenop. Sir Graham: Mm. Paul: Larry Cross intussen ontkent ten stelligste dat hij het was die die jongen tegen de vlakte reed. Raine: Hij zal nog wel een heleboel ontkennen in de komende weken. Paul: Ja. Sir Graham: Maar daar hebben we wel middelen voor. Paul: Mm. Sir Graham: Nou nou, ‘t is me het zaakje wel geweest, Vlaanderen. Ina: Ja... Sir Graham: Ik vermoed zo dat jij en je vrouw zullen vinden dat jullie een kleine vakantie toekomt, hè? Ina: (lacht) Paul: Ja, en dat zijn we ook zeker van plan, Sir Graham. Sir Graham: Ahaha... Paul: Donderdag pakken we het vliegtuig naar Jamaica. Ina: Paul! Paul: Ja! Ina: Daar weet ik helemaal niks van. Paul: Nee, dat weet ik wel, liefje. Ina: O, maar dat is zalig! Hoelang blijven we dan weg? Paul: O, een week of vijf, zes, misschien wel tien. Raine: Blijf niet te lang weg, Vlaanderen. Ik ken jullie nog maar kort, maar... ik weet nu wel dat Londen Londen niet meer is als de Vlaanderens d’r niet zijn. Ina: (lacht) Sir Graham: Goed gezegd, Raine. Ina: Maak u niet bezorgd, we komen terug. We komen terug, Sir Graham. Paul: (lacht) Sir Graham: Sapristi! Laten we dat hopen, hè? Ina: (lacht) ٭٭٭ script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (3/2007) Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.
[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816) [2] geboren te Leiden op 02/03/1896; overleden te Hilversum op 23/10/1966 (Code TIN: 518) [3] geboren te Haarlem op 28/11/1911; overleden op 22/08/1996 (Code TIN: 929) [4] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487) [5] geboren te Amsterdam op 27/04/1884; overleden te Amersfoort op 04/05/1971 (Code TIN: 3871) [6] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt op 04/09/1981 (Code TIN: 659) [7] geboren te Delft op 29/07/1891; overleden te Zeist op 20/08/1973 (Code TIN: 831) [8] geboren te Amsterdam op 21/11/1898; overleden te Amsterdam op 19/01/1983 (Code TIN: 1169) [9] geboren te Amsterdam op 03/08/1906 [10] geboren te Middelburg op 17/07/1909; overleden te Westkapelle op 12/01/1972 (Code TIN: 893) [11] geboren te Leiden op 29/06/1933 [12] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749) [13] geboren te Amsterdam op 29/06/1936 [14] geboren te Utrecht op 30/05/1937 [15] geboren te ‘s-Gravenhage op 18/08/1915; overleden te Amsterdam op 31/08/1990 (Code TIN: 1339)
|