PAUL VLAANDEREN EN HET MILBOURNE-MYSTERIE

DEEL 4: VERANDERING VAN MENING

Francis Durbridge (1912-1998)

uitzending: AVRO, zondag 23/01/1966 (herhaling: woensdag 01/09/1986)

vertaling: Johan Bennik (Jan van Ees) - technische verzorging: Dick Blok & Henk van der Steeg

regie: Dick van Putten ([1])

rolverdeling:

- Paul Vlaanderen: Jan van Ees ([2])

- Ina: Eva Janssen ([3])

- verdere medewerkenden: Huib Orizand ([4]) [Maurice Lonsdale], Fé Sciarone ([5]) [Margaret Milbourne], Jan Borkus ([6]) [Danny Clayton], Rob Geraerds ([7]) [Vince Langham], Hans Karsenbarg ([8]) [Gustav], Wiesje Bouwmeester ([9]) [Julia Carrington], Willem Faassen ([10]) [Walter Neider] & Jos van Turenhout ([11]) [een hotelportier]

technische gegevens: 37'35" - 34,4 MB - mp3

 

  

(op de trein)

Paul: Ja, lees zelf maar. Je zult er geen moeilijkheden mee hebben, het is in blokletters geschreven.

Ina: “Wees voorzichtig, meneer Clayton, u bent te jong om te sterven.” Wie denk je dat ‘m dat gestuurd heeft, Paul? Maurice Lonsdale?

Paul: Ja, ‘t kan zijn. Als het inderdaad Lonsdale geweest is die jij op het schip gezien hebt.

Ina: Enfin, wie het ook gestuurd mag hebben, Danny heeft het volkomen ernstig opgenomen.

Paul: Ja, en hij is er helemaal door van streek. (de trein vertrekt)

Ina: Gelukkig! We rijden.

Paul: Ziezo. Nou, even wat ruimte maken. Geef mij die koffer maar ‘ns, Ina.

Ina: Hier...

 

Ina: Ik moet zeggen, ‘t was een uitstekend etentje, maar... mensen kinderen, wat heb ik een slaap! (geeuwt)

Paul: Waarom ga je niet alvast naar bed, Ina?

Ina: Ja.

Paul: D’r is niet teveel ruimte in die coupé hier, en...

Ina: Dat zal ik maar doen, ja.

Danny Clayton: Slaap maar lekker, Ina. Tot morgen.

Ina: Tot morgen. Goeie nacht, Danny.

Clayton: (geeuwt) Ze heeft... hu... ze heeft me ook aan ’t gapen gemaakt, zeg.

Paul: Hoe lang woon je nou al hier, meneer Clayton?

Clayton: Eh... Danny. M’n vader was meneer Clayton. Maar wat bedoel je met hier wonen? In eh... Europa?

Paul: Ja!

Clayton: Nou eh... een jaar of vijf.

Paul: Mm. En waar kom je oorspronkelijk vandaan?

Clayton: Ik ben geboren in New York, maar m’n familie trok zo’n twintig jaar geleden naar Californië.

Paul: En wonen je ouders daar nog altijd?

Clayton: Nee, nee, m’n ouders zijn dood. Ze zijn bij een brand omgekomen. ‘t Flatgebouw brandde af tot aan de grond. (geeuwt) Daar zijn ook twee bekende filmsterren uit die tijd bij omgekomen, die avond.

Paul: Verschrikkelijk, zeg...

Clayton: Ja, dat was ‘t inderdaad, ja. ‘k Was toen bij een vriendje van me beneden in de onderste flat. Nou, wij waren bij de weinigen die er zonder kleerscheuren uit gekomen zijn. (geeuwt) Ja, zeg, ik ben nog suffer dan Ina, hoor! Ik val om van de slaap.

Paul: O, ga jij maar alvast. Ik betaal wel even.

Clayton: Ja, best.

 

Paul: Zo. We zijn d’r. 19 en 20.

Clayton: Slaap lekker.

Paul: Goeienacht. (open de deur van de slaapcoupé) Hé!

Clayton: Wat?

Paul: Waar is Ina? Ze is hier niet.

Clayton: Nou, ze zal... O, nou kijk, daar komt ze net aan!

Ina: Zo. Mensen! Daar ben ik dan. Ik liep daar Lonsdale tegen het lijf.

Paul: Wat?

Ina: We hebben even gepraat.

Clayton: Lonsdale? Is dat eh... Maurice Lonsdale, de broer van mevrouw Milbourne?

Ina: Ja.

Paul: Ken je ’m?

Clayton: Nou, kennen niet, nee, maar eh... ‘k heb wel ‘ns van ‘m gehoord. Hij is naar Genève gekomen toen z’n zwager Carl Milbourne bij dat auto-ongeluk werd gedood.

Ina: Hij gaat nou naar Sint Moritz. Een vriendin van hem heeft een lelijke val gedaan bij het skiën.

Clayton: O. Nou mensen, ik eh... ik kruip onder de wol. Goeienacht samen! Welterusten.

Paul & Ina: Goeienacht. (hij verdwijnt in zijn slaapcoupé)

Paul: Vertel ‘ns van Lonsdale, Ina. Heeft ie ook gezegd wie die vriendin was die dat ski-ongeluk heeft gehad?

Ina: Nee. Hij had het alleen over een vriendin van ‘m in Sint Moritz die bij het skiën een ongeluk had gehad. Ja, hij... hij was nog onderhoudend zo, ik kon moeilijk zo ineens van ‘m weglopen.

Paul: Zie je, heb je toch gelijk gehad! Het was Lonsdale die je aan boord gezien hebt.

Ina: Ach ja, ik was d’r haast zeker van. Zeg, Paul...

Paul: Hè?

Ina: Vond jij ook niet dat Danny een beetje vreemd opkeek toen ik het over Lonsdale had?

Paul: Ja, dat dacht ik ook, ja. Nou, kom Ina, je ziet er moe uit. Ik wacht wel even op de gang. Roep maar als je in bed ligt, hè.

Ina: Ja. En wees voorzichtig als je boven in dat bed klimt.

Paul: (lachje) Wil jij soms liever boven slapen?

Ina: Nee! Dank je wel! (gaat naar binnen)

Gustav: Plaats nemen voor diner tweede serie! Plaats nemen voor diner tweede serie!

Maurice Lonsdale: Hallo, Vlaanderen.

Paul: Hé! Goeienavond, Lonsdale.

Lonsdale: Ik dacht al dat ik tegen je op zou lopen. ‘k Heb al een praatje gemaakt met je vrouw.

Paul: Dat zei ze, ja. Ik hoor dat je op weg bent naar Sint Moritz?

Lonsdale: Ja, een vriendin me, juffrouw Sands, heeft een ski-ongeluk gehad.

Paul: Frieda Sands?

Lonsdale: Ja. Ach, natuurlijk, ik had het over haar daarna door de telefoon van de week. De arme ziel heeft haar been gebroken. ‘t Schijnt lelijk aangekomen te zijn.

Paul: Zeg, maar de trein naar Sint Moritz gaat toch over Zürich? Met overstappen in Kuhr. Deze trein gaat naar Genève.

Lonsdale: Ja, ja, dat weet ik, maar ik heb nog iets te doen in Genève, zakelijk. ‘k Blijf d’r overnachten. Je excuseert me? De restauratiewagen zal wel stampvol lopen.

Paul: Ja, laat ik je niet ophouden.

Lonsdale: ‘k Zie je morgenochtend nog wel. Goeienacht.

Paul: Goeienacht.

 

Ina: Paul...? Ben je wakker?

Paul: Hè?

Ina: Hoe laat moeten we aankomen in Genève?

Paul: Half negen ongeveer. In Lausanne moeten we overstappen.

Ina: Ik hoop dat de trein op tijd is.

Paul: Dat hoop ik ook, ja. Ik heb een afspraak om tien uur.

Ina: Een afspraak? In het hotel?

Paul: Ja. Met ene meneer Walter Neider van de politie in Genève, een vriend van Sir Graham.

Ina: Waarom moet je die meneer Neider spreken?

Paul: Nou, onder andere om dat rapport in te zien over dat ongeluk van Milbourne.

Ina: O, Paul, je kunt toch beter...

Paul: Ja, liefje, ik ben moe. Laten we nou gaan slapen, hè?

Ina: (lachje) Goed hoor. Slaap lekker.

Paul: Ik hoop dat je ’t meent.

 

(gekreun)

Ina: Paul? Paul...?

Paul: Ja?

Ina: Hoorde jij daar ook iemand kreunen?

Paul: Ja.

Ina: Is dat Danny?

Paul: Het lijkt wel zo. ‘t Is net of ie pijn heeft. Ik zal even licht maken. (knipt het licht aan - gekreun)

Ina: Hoor je dat?

Paul: Ja. Nou, pas op je hoofd! Ik kom naar beneden.

Ina: Ja.

Paul: Zo. Waar is m’n kamerjas?

Ina: Aan die haak daar.                         

Paul: Zo. Ja. (trekt hem aan) Nou, ik ga even. Ik ben zo terug, hoor.

Ina: Roep me als er iets is.

Paul: Ja. (gaat naar buiten en klopt aan bij Clayton) Ben je daar, Clayton? (klopt nogmaals aan) Clayton? Is er iets? (klopt nogmaals aan) Clayton!

Clayton: Wie... wie is daar?

Paul: Hier, Vlaanderen.

Clayton: Wat is er, Vlaanderen?

Paul: Is alles in orde met je?

Clayton: Ja ja, helemaal okay, hoor.

Paul: Was jij dat die we daarnet hoorden kreunen?

Clayton: Ja. Ik gleed uit. Ik eh... ik stootte m’n hoofd.

Paul: Kan ik wat voor je doen?

Clayton: Wat? Wat zeg je?

Paul: Maak die deur open, Danny.

Clayton: Nee nee nee, nee, hier is... niks aan de hand, hoor. Maak je maar... nergens bezorgd over. Goeienacht.

Paul: Dus ik kan niets doen?

Clayton: Echt niet. ‘k Zie je morgen wel, aan ‘t ontbijt.

Paul: Ah, zoals je wilt dan. Goeienacht. (keert terug in zijn coupé)

Ina: Wat was er aan de hand, Paul?

Paul: Nou, hij beweert dat ie uitgegleden en z’n hoofd ergens gestoten heeft. ‘t Is mogelijk, natuurlijk. De trein schokte erg op dat moment.

Ina: Heb je ’m gezien?

Paul: Nee, hij wou de deur niet openmaken.

Ina: Maar Paul, daarstraks hoorde ik ook stemmen. Het leek wel ruzie. Goh, ‘k ben er zeker van dat ik de stem van Danny hoorde, maar... wie de andere was kon ’k niet onderscheiden.

Paul: Ik weet echt niet wat ik eraan doen moet. Ik kan ‘m niet dwingen de deur open te doen als ie dat niet wil.

Ina: Natuurlijk niet. Nou ja, afwachten dan maar tot morgenochtend.

Paul: Ja.

 

(Paul klopt aan bij Clayton))

Clayton: Wie is daar?

Paul: Vlaanderen.

Clayton: Een ogenblik… (opent de deur) Hallo, Vlaanderen.

Paul: Goeiemorgen... Tjonge, wat ziet dat oog d’r uit, zeg! Doet het pijn?

Clayton: Welnee, welnee, ‘t is niet zo erg.

Paul: Wat is d’r eigenlijk precies gebeurd?

Clayton: Wel, ik eh... ik wou in bed stappen, toen die trein een schok kreeg. D’r viel een koffer op m’n kop. Die daar, da’s een hele vracht. En... en hoe is ‘t met je vrouw, zeg? Goed geslapen?

Paul: O, best, ja. Zij is vooruitgegaan om te ontbijten. Kom jij ook?

Clayton: Nee, ik sla maar ‘ns over vanochtend. De kelner brengt direct m’n koffie wel.

Paul: Goed, dan zien we je straks wel, hè?

Clayton: O ja, waar eh... logeer jij in Genève?

Paul: In ‘t “Bellevue”.

Clayton: Mooi. Ik maak een afspraak met Julia en dan eh... bel ik je daar. Ze zal je wel vragen bij haar thuis te komen, vermoed ik zo.

Paul: Afgesproken, Dan. En laat naar dat oog kijken, ‘t ziet er niet te best uit, m’n jongen.

Clayton: Ja, ‘t komt wel goed, hoor. Het doet niet meer zo’n pijn als vannacht. (lachje) Nou, we zien mekaar nog wel.

Paul: Ja.

 

(in Genève)

Paul: Ben je klaar met uitpakken, Ina?

Ina: Mm, bijna.

Paul: Mooi… Heerlijk dat we deze kamer gekregen hebben, hè?

Ina: Een genot gewoon. Hoe vind je dat uitzicht op het meer?

Paul: Ja, prachtig. Zodra ik met Neider gesproken heb, gaan we een wandeling maken.

Ina: Ach ja, die Neider zou ik helemaal vergeten. Hoe laat komt ie?

Paul: O, hij kan ieder ogenblik hier zijn.

Ina: Zeg, Paul…

Paul: Ja?

Ina: Vind jij niet dat Danny er een beetje... ja, hoe zal ik dat nou zeggen... eh... ietwat onbehaaglijk uitzag vanmorgen?

Paul: Hoe kan het anders, met zo’n oog, hè?

Ina: Nee, dat bedoel ik niet. Het kwam me voor dat ie je niet recht aan durfde kijken. Hij... hij zag er een beetje verward uit, dacht ik.

Paul: Ik weet wel wat je bedoelt, ja.

Ina: Ik vroeg ‘m wat ie met jou had afgesproken, en toen zei ie wel dat ie jou direct zou opbellen als ie Julia Carrington gesproken had.

Paul: Ja. Waarschijnlijk gaan we bij haar thuis op bezoek vanavond.

Ina: O, ‘k ben reuze benieuwd.

Paul: (lacht)

Ina: Ik heb al zoveel gehoord van Julia Carrington.

Paul: Ik hoop voor jou dat het niet zal tegenvallen. Je weet hoe die filmdiva’s zijn, hè? (er wordt geklopt)

Ina: O, zou dat Neider zijn?

Paul: Ja. (opent de deur) Hallo, meneer Neider. Kom d’r in.

Walter Neider: Ah, meneer Vlaanderen. (komt binnen)

Paul: Prettig u weer ‘ns terug te zien.

Neider: ‘k Hoop dat u een goeie reis hebt gehad?

Paul: Dank u, uitstekend. (sluit de deur) U kent mijn vrouw nog niet, geloof ik?

Neider: Nee, ik had nog niet het genoegen. Hoewel, ik heb Sir Graham meermalen met groot respect over u horen spreken, mevrouw.

Ina: Mm, Sir Graham en ik zijn ouwe vrienden. Een paar dagen geleden heb ik ‘m nog gesproken. Hij ziet er fantastisch uit voor z’n leeftijd.

Neider: Aha. Blij dat te horen. Eh... meneer Vlaanderen, Sir Graham vertelde me door de telefoon dat u geïnteresseerd bent in dat Milbourne-ongeluk. Hij dacht dat ik u misschien met een of ander van dienst zou kunnen zijn?

Paul: Dat is zo, ja.

Neider: Zegt u maar op wat ik voor u doen kan.

Paul: Ik zou graag uw visie hebben op dat ongeval. Wat is er precies gebeurd?

Neider: Ah, het is vrij simpel. Carl Milbourne die is blijkbaar van het trottoir afgestapt zonder uit te kijken en werd door een auto aangereden. Hij raakte met een voet in de fender... Noemt u dat niet zo, fender?

Paul: Bumper, waarschijnlijk.

Neider: Ah juist, eh... bumper. Dus hij kwam met z’n voet in de bumper en werd toen een flink stuk meegesleurd, met z’n gezicht langs het plaveisel.

Ina: Wat vreselijk...

Neider: Ja, het was inderdaad een vreselijk ongeluk, mevrouw Vlaanderen. Het was, daar zijn we van overtuigd, niet de schuld van de chauffeur. Die gaat volkomen vrijuit.

Paul: Mm. ‘t Verloop van dat ongeval lijkt me anders nogal merkwaardig...

Neider: Pardon?

Paul: En over de identiteit van het slachtoffer bestond geen enkele twijfel?

Neider: Geen enkele. Z’n gezicht was praktisch vermorzeld, maar hij droeg de kleren van Carl Milbourne en hij had de brieven en officiële papieren bij zich. Ze hebben z’n identiteit zonder enige moeite kunnen vaststellen. Daar komt bij dat mevrouw Milbourne en haar broer, de heer Lonsdale, die bij de identificatie tegenwoordig waren.

Paul: Dat weet ik, ja. Maar mevrouw Milbourne heeft sindsdien haar mening gewijzigd.

Neider: Hoe bedoelt u dat? Gewijzigd?

Paul: Ja. Ze is er nu van overtuigd dat het niet haar man was die bij het ongeval om het leven kwam.

Neider: O, da’s gewoon belachelijk! Heeft ze ook uitgelegd waarom ze van mening veranderd is?

Paul: Jazeker. Haar man zou een hoed hebben gekocht in een winkel in Sint Moritz. Z’n ouwe hoed werd opgestuurd naar zijn adres in Londen. In de binnenrand van die hoed zat een briefje, geschreven in Milbournes handschrift, twee dagen na het ongeluk.

Neider: En wat stond er in dat briefje?

Paul: Nou ja, eh... kort gezegd: maak je niet bezorgd, alles komt in orde, zoek later contact met je.

Neider: Juist, ja. Ja, nou begrijp ik uw komst naar Zwitserland. U wilt waarschijnlijk naar Sint Moritz gaan om daar de mensen in de hoedenwinkel te ondervragen.

Paul: Eventueel wel, ja. Maar ik heb nog een andere reden om hier te zijn, meneer Neider. Julia Carrington wil me spreken.

Neider: Waar kan dat voor zijn? Toch niet in verband met de Milbourne-affaire?

Paul: Nee nee, het is iets heel anders.

Ina: Kent u Julia Carrington, meneer Neider?

Neider: Ho, iedereen kent ‘r, mevrouw. Ze was niet bepaald een vriendin van me, als u dat zo bedoelt…

Ina: (lacht)

Neider: ...maar, in feite heb ik ‘r maar één keer ontmoet. Eh... ze houdt zich nogal erg afgezonderd van de buitenwereld, weet u.

Ina: Wanneer hebt u haar voor ‘t laatst gezien?

Neider: Dat was de vijfde januari.

Paul: Juist. Hoe weet u ie datum zo precies?

Neider: Ho (lachje), dat was de verjaardag van m’n vrouw.

Paul: En het was ook de dag na het ongeluk.

Neider: Ja, dat was het ook. Merkwaardig eigenlijk... Ja, dat had ik me nog helemaal niet gerealiseerd. Ik heb mijn vrouw toen meegenomen naar een restaurant in de buurt van Vevey. Die Julia Carrington die zat toen aan het tafeltje naast mij. Ze was in gezelschap van haar secretaris, Danny Clayton. Ze waren allebei nogal in een feestelijke stemming, net of er iets prettigs gevierd werd.

Ina: Misschien was zij ook wel jarig?

Neider: Misschien wel, ja.

Paul: Vertel ‘ns, meneer Neider, zegt de naam Richard Randolph u iets?

Neider: Richard Randolph? Nee, ‘k geloof niet.

Paul: Hij is een romanschrijver. Hij heeft pas een boek geschreven onder de titel “Te jong om te sterven”, en ‘t schijnt dat het de volgende maand uitkomt.

Neider: Ik heb van hem noch van het boek ooit gehoord.

Paul: Mm. Nou ja, het doet er ook eigenlijk niet toe. Het is niet zo belangrijk

Neider: (lacht) Werkelijk niet? Neemt u me niet kwalijk, maar dat geloof ik niet! Anders zou u mij die naam niet genoemd hebben. U hebt m’n nieuwsgierigheid wakker gemaakt, waarde heer. Nou ja, hoe dan ook, eh... hier hebt u m’n kaartje, en als u denkt dat ik u ergens mee van dienst zou kunnen zijn, bel me dan direct, of kom bij mij op het bureau, wanneer u maar wilt.

Paul: Bedankt! Misschien krijgt u hier nog wel ‘ns spijt van. U zou nog wel ‘ns kunnen denken: ik wou dat ik die vent nooit gezien had.

Neider: Iedere vriend van Sir Graham is een vriend van mij, meneer Vlaanderen. Mevrouw, ik hoop dat we elkaar nog eens zullen ontmoeten.

Ina: Dat hoop ik ook, meneer Neider.

Paul: Ik loop even met u mee. Ik ben zo terug, kindje. (opent de deur)

Ina: Mm. (ze gaan - telefoon - Ina neemt op) Hello?

Clayton: Ina?

Ina: Ja? Met wie?

Clayton: Met Danny Clayton.

Ina: O, hello.

Clayton: Dag. Eh... kan ik je man even hebben, Ina?

Ina: Hij is op het ogenblik niet hier.

Clayton: O! Ja. Eh... zeg ‘m dan maar dat ik met Julia gesproken heb en dat ze ‘t prettig zou vinden als jullie samen vanavond naar haar huis wilden komen.

Ina: Mm?

Clayton: Om eh... zes uur, ongeveer. Dan pik ik jullie op in ’t hotel om half zes.

Ina: Goed, dan wachten we je hier wel op.

Clayton: Afgesproken. Tot vanavond. Dag, Ina.

Ina: Dag... Danny. (legt neer)

 

Paul: Dit is de zaak waar ik je van verteld heb, Ina.

Ina: O, ik begon er zo langzamerhand aan te wanhopen of ze wel bestond.

Paul: (lacht) Je wou toch wandelen?

Ina: Ah, dit is geen wandelen meer, dit is een hordenloop.

Paul: (lachje) Stil nou maar! Nou, vertel op, wat wil je drinken?

Ina: Ik heb dorst! Iets fris, en veel gin en eh…

Paul: En tonic. Of Lemon? (N.B.:staat ook wel bekend als "Gin Fizz")

Ina: Nee, tonic graag. Zeg, ‘k moet zeggen, het is hier wel gezellig, hè? Wat zei jij nou? Zijn we hier al meer geweest?

Paul: Ja. Herinner je je niet?

Ina: Nee.

Paul: Een jaar of vier geleden. D’r is ook een uitstekend restaurant bij. We kunnen hier lunchen, als je wilt.

Ina: Dat wil ik.

Paul: Mm.

Ina: In ieder geval doe ik geen stap meer!

Paul: Dit is uitstekend voor je lijn!

Ina: Ja...

Paul: (lacht) Mijn hemel, kijk ‘ns wie daar binnenkomt.

Ina: Vince Langham!?

Vince: Wel, wel, wel... Wij leven toch maar in een klein wereldje, hè? Hello Paul, leuk jullie te zien. Hello, Ina.

Ina: Dag Vince! Wat doe jij in Genève? Er worden in Zwitserland toch geen films gemaakt, wel?

Vince: Nee, hier zijn ze verstandiger.

Paul: Wanneer ga je naar Julia Carrington?

Vince: (lachje) Zodra ik je zag zei ik tot mezelf: ja hoor, daar hebben we d’r tenminste eentje die weet waarvoor ik hier ben.

Ina: (lacht)

Vince: ‘k Heb een afspraak met ‘r voor morgenochtend.

Paul: Werkelijk?

Vince: Ja! Ik heb ‘r opgebeld zodra ik aankwam en ik had het geluk de beroemde diva zelf aan de telefoon te krijgen.

Ina: Zo?

Vince: Ik moet zeggen dat ze heel vriendelijk was toen ik haar belde. Heel wat anders dan die kleine gluiper, die Danny Clayton. Nee, ze heeft een half uurtje voor me uitgetrokken morgenochtend...

Paul: En denk je haar in een half uur het idee voor een comeback aan te smeren?

Vince: Als ik ‘r zo ver kan krijgen dat ze het boek leest, jazeker.

Ina: Is dat eh... “Te jong om te sterven”?

Vince: Ja. Heb je ‘t gelezen?

Ina: Nee.

Vince: Ah, een fantastisch boek. En een droom van een rol voor Julia.

Ina: Ah?

Vince: Daar is in ieder geval geen twijfel aan.

Paul: Heb je nog een ander exemplaar gekregen?

Vince: Een ander exemplaar? Hoe bedoel je?

Paul: Ja, je zei me door de telefoon dat jouw exemplaar gestolen was.

Vince: Hè? Ach ja, nee, nee nee, ik heb me toen vergist, ik had het in de la van m’n kastje naast m’n bed. Nee, ik heb het teruggevonden, hoor. Nou, hoe zit het? Eh... drinken jullie niets?

Paul: Ik was juist op weg om wat te halen. Wat moet jij hebben?

Vince: Laat mij dat nou doen.

Paul: Nee, geen sprake van. Nou toe, zeg op.

Vince: Nou, een droge sherry dan.

Paul: Goed, een droge sherry en een gin-tonic. (gaat de drank halen)

Ina: Wanneer eh... ben je hier aangekomen?

Vince: Vanmorgen.

Ina: Mm?

Vince: Ja, met de trein. Ik kon niet vliegen vanwege de mist.

Ina: Als die Miss Carrington besluit om na al die tijd weer te gaan filmen... hoe noemen jullie dat, eh... als ze een comeback krijgt..., wanneer begin je dan te filmen, Vince?

Vince: Nou, dat is moeilijk te zeggen. D’r moet eerst een draaiboek van gemaakt worden. Dat neemt zeker een maand of zes.

Ina: (lachje) Je bent er blijkbaar wel helemaal van vervuld, geloof ik, niet?

Vince: Mm, ‘t is een fantastisch verhaal.

Ina: Waar gaat het eigenlijk om? Wat eh... voor geschiedenis is ’t precies?

Vince: Nou ja, je kent dat wel. Een eenvoudig stadsmeisje dat een Hollywoodster wordt. Ze raakt aan de drank verslaafd en zo, en... nou, op een nacht als ze... O, wacht ‘ns, Paul heeft me nodig, geloof ik.

Paul: Ja, help ‘ns even, Vince.

Vince: Ja, daar ben ik al!

 

Clayton: ...afgesproken dat ik meneer en mevrouw Vlaanderen om half zes zou komen afhalen.

hotelportier: Tja, het spijt me, meneer. Ik heb geprobeerd meneer z’n kamer te bellen, maar ik krijg geen antwoord.

Clayton: Ah, wat vervelend is dat nou toch! Ik heb m’n wagen hier voor het hotel geparkeerd staan. Ik kan dat ding toch...

hotelportier: Tja, ja, ja…

Clayton: Hè?

hotelportier: Ja. Misschien kunt u... Ach, daar is meneer al.

Clayton: Ah!

Paul: ‘t Spijt me dat we je lieten wachten.

Ina: Mijn schuld, Danny, ik zat te schrijven in de lounge en Paul wist niet waar ik was.

Clayton: (lacht) Okay, okay. Eh... nou... zijn we dan zover?

Paul: Ja, wij wel.

Ina: Mm.

Clayton: Kom mensen, laten we dan gaan.

 

(in de auto)

Paul: Dit is toch niet de hoofdweg, wel?

Clayton: Nee, dit weggetje is korter en snijdt een heel stuk af.

Paul: Ah. ‘t Is toch vrij gevaarlijk, zo vlak langs het meer.

Clayton: Ah, maak je niet bezorgd, mensen, ik ken die weg als m’n binnenzak. ‘k Heb ‘m al duizendmaal gereden, denk ik.

Ina: Was Miss Carrington niet geschrokken toen ze je zo zag?

Clayton: Hè? Geschrokken? Hoezo?

Ina: Nou, dat... dat oog, hè, en die buil.

Clayton: O, dat, ja, ja, ja... (lachje) Nou, ze begreep eerst niet hoe dat was gebeurd. Hoewel, ‘t ziet er al veel beter uit dan ‘t gedaan heeft, wat?

Ina: O, zeker.

Paul: Hoe was het met Miss Carrington toen je haar terugzag?

Clayton: O, merkwaardig opgewekt.

Ina: Hoe oud is ze eigenlijk, Danny?

Clayton: Ah! (lachje) Daar hebben we de duizenddollarvraag, hè? (Paul en Ina lachen)

Paul: Ja. In mijn “Wie wat waar” staat dat ze 46 is.

Clayton: Ja? Nou eh... met alle respect voor je “Wie wat waar”, maar ik geloof niet dat ze helemaal juist is. Ik schat dat ze 52 is.

Ina: Oh?

Clayton: Maar ze ziet er in elk geval uit als 38.

Ina: O, ik ben op weg om die vrouw te haten! (Clayton en Paul lachen)

Clayton: Ja, ja, we zijn er. Hier is de ingang.

Ina: Nou, dat is geen huis! Dat is een landgoed!

Clayton: Met dit licht krijg je d’r geen goeie indruk van, Ina.

Paul: Maar het is in ieder geval prachtig gelegen.

Clayton: Ja... ‘t is wel iets, hè? O, ze heeft een mooie verzameling antiek, prachtige schilderijen. Ze heeft er een fortuin aan besteed… Zo. (zet de motor af - ze stappen uit) Gaat het, Ina? Mooi… Nou. Deze kant maar op. Julia zit voor het diner meestal in de serre. (ze gaan naar binnen)

Ina: Prachtige trap! (Clayton klopt aan en opent een deur)

Clayton: Daar zijn we dan, Julia.

Julia Carrington: Ach!

Clayton: Hier hebben we dan mevrouw en meneer Vlaanderen.

Carrington: Wat prettig u te ontmoeten. Ik heb al zoveel van u gehoord, meneer Vlaanderen.

Paul: Goeie berichten, hoop ik, mevrouw?

Carrington: Niets dan goeie berichten.

Paul: Mooi.

Carrington: Het is me heus een werkelijk genoegen om... O, geef mij uw mantel, mevrouw Vlaanderen.

Clayton: Nee nee nee nee nee, ik ben er al. (ze lachen) Mag ik?

Ina: Dank je.

Carrington: U had nogal een rumoerige reis, hoor ik?

Paul: Och, het had erger gekund.

Carrington: (lacht) Danny denkt er niet zo over! Wel, Danny?.

Clayton: Wat?

Carrington: In ‘t vervolg je koffers beter opbergen!

Clayton: Ja, die slaapwagens hier lijken toch nergens op, hè? Bij ons in Amerika moet je komen!

Carrington: Ja ja ja, ja, dat kennen we al. Geen excuses verder, Danny. Eh... wat wilt u drinken, mevrouw Vlaanderen?

Ina: Ja, eh...

Carrington: Of misschien wilt u liever eerst het huis ‘ns zien terwijl uw man en ik even een praatje maken? Danny...

Clayton: Eh... ja... Mm. Kom maar mee, Ina, ik laat je alles wel bekijken.

Ina: Ja, graag. Tot straks dan.

Clayton: (opent de deur) Zo. Ga je gang.

Ina: Dank je. (ze verlaten de kamer)

Carrington: Zo dan, meneer Vlaanderen. Ik moet u zeggen, ik... ik ben u een bekentenis schuldig en... ik weet eigenlijk niet hoe ik zal beginnen.

Paul: Een bekentenis?

Carrington: Ja. Ik heb Danny naar Londen gestuurd om met u te spreken. Zoals de zaken nu staan, was het... was het eigenlijk onnodig.

Paul: Voor zover ik het van de heer Clayton begrepen heb, had u - zacht uitgedrukt - onaangename brieven ontvangen. Nou ja, eh... chantagebrieven, meen ik.

Carrington: Dat is waar, ja. Ho, maar Danny wil nog wel ‘ns overdrijven en de zaken dikwijls zwarter zien dan ze zijn, en... dat heeft me ongerust gemaakt. Maar, meneer Vlaanderen, ik zal u natuurlijk uw honorarium gewoon betalen, en... en uw onkosten vergoe...

Paul: Miss Carrington, de financiële kant van deze zaak interesseert me niet in de eerste plaats en ik maak me daar ook helemaal niet bezorgd over. Wat ik alleen graag wou weten is: waar u zich bezorgd over maakte en waarom u besloot om mij te raadplegen.

Carrington: (kucht) Nu dan... Ik heb verschillende brieven ontvangen, en inderdaad zeer onaangename brieven. Natuurlijk maakt’ ik me daar ongerust over en... ik wist echt niet hoe ik daarmee aan moest. Maar  gisterenmorgen, volkomen toevallig, kwam ik tot de ontdekking dat de brieven geschreven moesten zijn door... door iemand die wel ‘ns voor mij gewerkt heeft. Enfin, ik eh… ik dreigde ‘m met de politie, waarop ie direct naar me toe is gekomen en z’n verontschuldigingen heeft aangeboden.

Paul: Was dat alles?

Carrington: Ja, ik... vrees van wel. Het spijt me ontzettend, meneer Vlaanderen, ik… ik voel me hoogst schuldig u en uw charmante vrouw helemaal hierheen gesleept te hebben...

Paul: U hoeft zich helemaal niet schuldig te voelen, Miss Carrington, we waren toch van plan om naar Zwitserland te gaan.

Carrington: Och, daar... daar ben ik blij om. Dat is een hele opluchting voor me. Ik... ik vond het ellendig dat ik u helemaal uit Londen hierheen had laten komen en... en blijkbaar voor niets.

Paul: Nee nee, ik was eigenlijk op weg naar Sint Moritz om daar informaties in te winnen over een zekere Carl Milbourne. U zult wel van ‘m gehoord hebben, denk ik?

Carrington: Milbourne?

Paul: Ja, hij is omgekomen bij dat auto-ongeluk.

Carrington: Natuurlijk! Dat herinner ik me heel goed. Ik heb daar iets over gelezen. Een... een uitgever, niet? Een... een Engelsman?

Paul: Ja. Heb ik het goed dat hij u een bezoek heeft gebracht voordat het ongeluk gebeurde?

Carrington: Hij is hier wel geweest, ja, maar ik heb hem niet gesproken. (lachje) De stakker dacht dat ik bezig was mijn memoires te schrijven. (lachje) Als u wist wat een tijd en last het me bezorgd heeft om die praatjes de kop in te drukken.

Paul: Het is dus helemaal niet waar?

Carrington: O nee! En toch... Kranten en uitgevers blijven me op de meest hinderlijke manier lastigvallen.

Paul: Ook filmmensen?

Carrington: Ja. Die zijn het ergste. Die zijn werkelijk het allerergste.

Paul: Maar waarom ontvangt u die dan wel?

Carrington: Eh... wat... wat bedoelt u? Ik... ik ontvang ze nooit. Niemand! Danny vangt al die ellende voor me op.

Paul: En gebeurt dat ook met Vince Langham, morgenochtend?

Carrington: Vince Langham?

Paul: Mm.

Carrington: Wie is Vince Langham?

Paul: Filmregisseur en een vriend van me. Ik heb begrepen dat hij morgenochtend persoonlijk met u een afspraak heeft.

Carrington: Heeft Danny u dat verteld?

Paul: Nee, Langham. Hij vertelde me vanmiddag dat hij u had opgebeld en dat u erin had toegestemd hem te ontvangen. Hij wou met u spreken over “Te jong om te sterven.”

Carrington: Maar dat is volslagen nonsens! Ik heb in geen jaren met een filmregisseur gesproken. “Te jong om te sterven”? Wat is dat? Een toneelstuk?

Paul: Het is een boek.

Carrington: Ik heb er nooit van gehoord. En ik heb ook ooit gehoord van een filmregisseur Vince Langham of… of hoe ie dan ook heten mag.

Paul: Vince Langham, ja...

 

(in de auto op de terugweg)

Clayton: Het spijt me dat dit bezoek maar tijdverspilling was, Vlaanderen. ‘k Maak je wel m’n excuses.

Paul: O, het was helemaal geen tijdverspilling. Pieker daar maar niet over, Danny. En kijk voor je op de weg.

Ina: ‘t Is vreselijk donker vanavond.

Clayton: Ja, maar ‘t is alsof het in de buurt van het meer altijd erg donker is.

Ina: Mm.

Clayton: Ik zei jullie al dat ik me nogal verbaasd had over Julia. Ik had het gevoel direct toen ik vanochtend thuiskwam. ’t Kwam me toen voor eh... of ze haar idee over jou, Paul, ineens gewijzigd had.

Ina: Wat zei ze precies, Paul?

Paul: Ze zei dat ze de chanteur in kwestie zelf ontdekt had. Het was blijkbaar een man die voor d’r gewerkt had en dat ie z’n verontschuldigingen had aangeboden.

Ina: 't Klinkt voor mij nogal doorzichtig.

Paul: Ja... Vertel ‘ns, Danny...

Clayton: Ja?

Paul: Heb jij die brieven gezien? Of heeft Julia je d’r alleen over gesproken.

Clayton: Nee nee nee, ze heeft me ze laten zien...

Paul: O!

Clayton: Maar, ik mocht ze niet lezen. Maar nou wat anders, hè... We hadden toch, geloof ik, beter de hoofdweg kunnen nemen. Met die duisternis lijkt ‘t me nogal riskant.

Ina: Hoe lang woont ze al in Zwitserland, Danny?

Clayton: O, een jaar of vier, denk ik.

Ina: Mm.

Clayton: Ja, ze heeft eerst een huis gekocht in Zuid-Frankrijk, maar eh... toen een heel groot, een wat... Wat is dat voor een licht!

Paul: Rem af!

Clayton: Is dat een auto?

Ina: Ja! Een heel grote wagen!

Paul: Rem dan toch!!

Ina: Voorzichtig! Danny

Paul: Rem in hemelsnaam en ga naar de kant van de weg!

Ina: Kijk uit!

Paul: Ga opzij!

Ina: Kijk uit, we komen bij een brug!

Paul: Hij wil je klem rijden, Danny!

Ina: Paul! Hij houdt het niet! O die… die leuning! Paul, die leuning!! (heftig gerem - crash - plons in het water - vluchtende auto - Ina spartelt in het meer)

Paul: Wa... wa… waar ben jij, Ina?

Ina: Hier, hier Paul, achter... achter… achter je. (hoest)

Paul: Gaat het, Ina?

Ina: Ja! Ja, waar... waar is Danny?

Paul: Ik... weet niet. Met jou... met jou gaat alles goed?

Ina: Ja, ik eh... ik kan de glooiing naar de wal zien. ’t Is maar een meter… of zes. (hijgt)

Clayton: Ik kan niet zwemmen!

Ina: Waar is ie?

Paul: Ja, hij houdt zich nog aan... aan de wagen vast. Zwem jij naar... naar de… naar de wal, Ina, ik... ik haal ‘m wel.

Ina: Naar de wal…

Clayton: Ik kan niet zwemmen, Paul.

Paul: Ja… Zo! Ja... Daar ben... daar ben ik al, Danny. Hou je vast.

Clayton: Ah!

Paul: Blijf je vasthouden… Zo.

Clayton: Ik kan... ik kan niet zwemmen.

Paul: Nee

Clayton: Ik... ik wou dat ik...

Paul: Nee, goed...

Clayton: Ik wou naar jullie toe, Paul, maar

Paul: Ja, ja ja ja, rustig Dan, rustig. Dan gebeurt er… d’r gebeurt nou niks meer.  Zo! Ja! Laat je... laat je maar los, en niks doen... niks doen, Dan. Nee, helemaal ontspannen.

Clayton: Ja.

Paul: Ik ben nou... nou achter je. Ja. Ja, los... los maar. Zo.  Ik... ik heb… ik heb je hoofd vast. Zo. Nou zwem ik op m’n rug naar de wal. Het is...’t is vlakbij. Ik... ik trek je zo... zo mee.

Clayton: Ah...

 

(in de hotelkamer)

Paul: En, dokter?

dokter: U hoeft niet ongerust te zijn, meneer Vlaanderen. Uw vrouw mankeert niets.

Ina: Ach nee, Paul, ‘k ben helemaal in orde. Mag ik opstaan, dokter?

dokter: O jazeker, als u wilt, mevrouw. Vertel ‘ns, meneer Neider, hoe is dat ongeluk gebeurd?

Neider: Ja, dat hebben we op het ogenblik in onderzoek, dokter. In ieder geval ben ik blij dat mevrouw Vlaanderen weer helemaal in orde is. Ik breng u even naar beneden.

dokter: O, niet nodig, ‘k heb nog een patiënt hier in ’t hotel op de vierde etage. Ik heb hier wat tabletjes voor u, mevrouw, voor het geval u vannacht niet slapen kunt.

Ina: O ja.

dokter: Neem er eentje in voor u naar bed gaat, hè?

Ina: O, dank u, dokter. (hij opent de deur)

Paul: Goeienavond, dokter, en wel bedankt.

dokter: ‘n Avond, meneer Vlaanderen. (verlaat de kamer)

Neider: Nou, vrienden, dat was een dubbeltje op z’n kant.

Ina: Is Clayton door de ambulance naar het ziekenhuis gebracht?

Neider: Nee, hij kwam vrij vlug weer bij en stond erop om naar huis vervoerd te worden.

Ina: Hoe is het met ‘m? Weet u dat ook?

Neider: Ah, we hebben daar nog geen rapport over binnen. We hadden ‘t te druk om die andere wagen op te sporen. Maar ik zal wat later op de avond z’n huis opbellen en dan telefoneer ik u wel weer.

Paul: Bedankt, meneer Neider. Bedankt vooral voor uw hulp. ‘t Spijt ons dat we u al die last veroorzaakt hebben.

Neider: Ha, nonsens! (lachje) U bent toch vrienden van mij? (telefoon)

Paul: O, eh... excuseert u mij even. (neemt op) Hallo?

vrouw: Met meneer Vlaanderen?

Paul: Ja?

vrouw: Met Julia Carrington.

Paul: O! Ja, Miss Carrington?

Carrington: Ik... ik maakte me ongerust over u en uw vrouw, meneer Vlaanderen. Danny heeft me alles over dat ongeluk verteld en ik vroeg me dus af of... of ik iets voor u zou kunnen doen?

Paul: Nee, bij ons is alles in orde. Maar hoe is het met Danny?

Carrington: Dat gaat gelukkig al veel beter. Hij is u heel erg dankbaar, meneer Vlaanderen. Hij belt u zelf morgenochtend wel op om u nog ‘ns extra te bedanken.

Paul: Nou, ik ben blij dat ie weer zover hersteld is. Doe ‘m m’n groeten.

Carrington: Dat zal ik zeker doen. Meneer Vlaanderen, ik moet u zelf ook nog danken, uit de grond van m’n hart. Ik... ik weet werkelijk niet wat ik zonder Danny zou moeten beginnen.

Paul: Nou ja, zo... Als u werkelijk zo dol op ‘m bent, kunt u mij een groot plezier doen, Miss Carrington.

Carrington: Ja?

Paul: Zeg ‘m dat ie zwemlessen moet gaan nemen.

Carrington: (lacht) Ik... ik zal hem zelf les geven.

Paul: (lacht) Dag, Miss Carrington! (legt neer) Nou, zij schijnt inderdaad heel dankbaar te zijn, en dat wil wat zeggen voor Miss Carrington.

Neider: Ja, dat is het zeker. Eh... mag ik ook vragen waarom u haar vanavond dat bezoek bracht?

Paul: Ze had ‘r secretaris, die Danny Clayton, gezegd dat ze me spreken wou in verband met dreigbrieven die ze had ontvangen. Chantage, meen ik.

Neider: Chantage?

Paul: Ja. Maar toen we daar aankwamen, vertelde ze me dat de man die haar gechanteerd had, was komen opdagen en haar z’n excuses had aangeboden, en zo was die zaak dus opgelost.

Neider: (lachje) Allemaal heel vreemd, als ik het zeggen mag.

Paul: Tja, ik denk er precies zo over.

Neider: Voor mij is die Miss Carrington maar een rare vogel... Nou, eh... mevrouw Vlaanderen, ik wens u een aangename nachtrust. Ik ben blij dat u d’r zo goed bent afgekomen.

Ina: Dank u, meneer Neider.

Neider: Mocht er nog iets zijn waarmee ik u van dienst kan zijn, laat u het me dan even weten, ja?

Paul: Dank u. Ik laat u even uit. We gaan morgen naar Sint Moritz, en we wonen in het Grisham House Hotel. Mocht u contact met me willen opnemen...

 

(telefoon)

Ina: (neemt op) Hallo?

receptionist: Mevrouw Vlaanderen?

Ina: Ja?

receptionist: O, blijft u even aan de lijn, hier komt telefoon voor u.

Paul: (komt terug binnen) Wie is daar, Ina?

Ina: ‘k Weet het niet. ‘k Heb net opgenomen.

Paul: Ja, laat mij maar even.

receptionist: Ja, spreekt u maar.

vrouw: Spreek ik met meneer Vlaanderen?

Paul: Ja, met wie?

vrouw: Met Margaret Milbourne.

Paul: Ah! Waar bent op het moment, mevrouw Milbourne? Vanwaar spreekt u?

Milbourne: Ik ben in Genève. Ik ben vanmiddag aangekomen. Ik moet u dringend spreken, meneer Vlaanderen. ‘t Is belangrijk, heel belangrijk

Paul: Goed! Wat wilt u? Wilt u hierheen komen, naar mijn hotel, of...

Milbourne: Nee nee nee, dat kan ik niet doen. Ik sta hier in een telefooncel, in een restaurant, het heet “Chez Maurice”.

Paul: Ja, dat ken ik wel, ja. Dat is tegenover de Quai des Herbes, niet?

Milbourne: Ja ja. Toe, komt u hierheen, meneer Vlaanderen, nu direct als u kunt.

Paul: Goed, over een kwartier ben ik bij u.

 

(in het restaurant)

Ina: Wat een zaak, Paul!

Paul: Ja. Ja, het is hier altijd erg druk, een nogal gemêleerd publiek.

Ina: Is het eigenlijk een restaurant of een nachtclub?

Paul: Ik geloof dat ze dat hier zelf helemaal niet weten.

Ina: (lacht)

Paul: Al met al zie ik taal noch teken van mevrouw Milbourne.

Ina: Ik vraag me af of ze wel ge... Daar staat ze!

Paul: O ja! Kom mee. (ze gaan naar haar toe)

Milbourne: Ik ben blij dat u kon komen. Heel vriendelijk van u. Gaat u zitten.

Paul: Maakt u het goed, mevrouw Milbourne?

Milbourne: Ja ja, heel goed, maar... ik had het wel moeilijk vandaag.

Ina: Hoe wist u waar wij logeerden?

Milbourne: Ik wist dat u in Genève was, dus ik heb alle grote hotels maar opgebeld. Meneer Vlaanderen, ik heb u toch verteld dat mijn man nog in leven was, niet?

Paul: U zei dat u geloofde dat hij nog in leven was, ja.

Milbourne: Nu dan, ik had gelijk: hij is in leven.

Ina: Hoe weet u dat ie nog in leven is, mevrouw?

Milbourne: Ik heb ‘m gesproken.

٭٭٭

script gemaakt door Marc Van Cauwenberghe, aangevuld en bijgewerkt door Herman Van Cauwenberghe en Ton Witman (03/2008)

hermanvanc@yahoo.nl

Dit script is het werk van een hoorspelliefhebber die geen enkel financieel gewin op het oog heeft. Deze tekst mag alleen gebruikt worden om te lezen bij beluistering van het hoorspel. Wie vindt dat hiermee iemands rechten worden geschonden, neemt contact op met Herman Van Cauwenberghe, die er meteen zal mee ophouden het script aan eventuele belangstellenden door te geven.

 

 


 

[1] geboren op 19/09/1918; overleden te Hilversum op 11/11/2002 (Code TIN: 8816)

[2] geboren te Leiden op 02/03/1896; overleden te Hilversum op 23/10/1966 (Code TIN: 518)

[3] geboren te Haarlem op 28/11/1911; overleden op 22/08/1996 (Code TIN: 929)

[4] geboren te Amsterdam op 24/06/1904; overleden op 27/09/1991 (Code TIN: 8487)

[5] geboren te ‘s-Gravenhage op 12/08/1922 (Code TIN: 9387)

[6] geboren te ’s-Gravenhage op 19/09/1920 (Code TIN: 3749)

[7] geboren te Amsterdam op 24/01/1903; overleden te Overpelt (België) op 04/09/1981 (Code TIN: 659)

[8] geboren te Utrecht op 12/07/1938

[9] geboren te Watergraafsmeer op 28/08/1909; overleden te Amsterdam op 23/03/1979 (Code TIN: 231)

[10] geboren te Amsterdam op 25/08/1896; overleden te Amsterdam op 15/04/1978 (Code TIN: 572)

[11] geboren te Amsterdam op 11/05/1906; overleden te Amsterdam op 31/05/1979

Externe link