Script: De onweerstaanbare nachtegaal

cover radiogids De onweerstaanbare nachtegaal

(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Een bezoeker benaderde mij via mail en vroeg me of ik belang had bij het script van deel 2 van “De onweerstaanbare nachtegaal”. Het script was afkomstig van de erfenis van zijn vader, Gijs Gussekloo, waarvoor mijn hartelijke dank.

Het hoorspel zelf lijkt verloren gegaan te zijn, maar door nader zoeken ontdekte ik toch nog best veel over deze hoorspelserie. Deze, van oorsprong Britse, hoorspelserie werd in Nederland in 1963 in 8 delen uitgezonden door de KRO. In Groot-Brittannië werd dit hoorspel voor het eerst in 1951 uitgezonden en in 1963 maakten de Britten een remake.

In Groot-Brittannië schijnen meerdere hoorspelen met de hoofdrolspeler uit deze reeks, de charmante vrouwelijke detective miss Irene Dangerfield, te zijn uitgezonden. Helaas is daar in detail weinig van te vinden. In Nederland kende de reeks van schrijver Edward J. Mason twee hoorspelen, beide met Nora Boerman in de hoofdrol:
De onweerstaanbare nachtegaal.
Het genootschap van de gezonde slapers.

Klikt u hier voor informatie over dit Nederlandse hoorspel.

Klikt u hier voor informatie over de Britse versie van 1951.

Klikt u hier informatie over de Britse remake uit 1963.

Het script van deel 2:
“Shakespeare was ’n wonderbaarlijke toneelschrijver”

(Geïllustreerd met afbeeldingen uit de radiogids)

Uit de gids: De onweerstaanbare nachtegaal
Illustratie uit de KRO gids
Stichting Nederlandsche Radio UnieUitzending
Afdeling Hoorspelen.Zender Hilversum:
Steynlaan 10.Hoorspel voor de K.R.O.
Hilversum. Tel. 11551 - toestel 81Tijdsduur:


TITELDE ONWEERSTAANBARE NACHTEGAAL.
'n Hoorspel in acht delen van Edward J. Mason.
Vertaald door Ben Heuer.

Tweede deel: “Shakespeare was ’n wonderbaarlijke toneelschrijver”.

PERSONEN (Noot red.: De rolverdeling komt niet overeen met de KRO-gids van destijds)

Brett NortonJan Borkus(red. Paul van der Lek)
Miss DangerfieldNora Boerman
Jean-PierrePaul van der Lek(red. Jan Borkus)
Sam BuxtonWam Heskes
Laura GrossTine Medema
Banwell SpenderFrans Somers
Miss RichmondBarbara Hofman(red. zou Hoffman moeten zijn)
Miss GimblettNel Snel
John ConwayJos van Turenhout
Stem door telefoonHans Veerman

Vrijdag 4 Januari 1963                    10.00 uur T.V.
11.00 – 12.30 uur leren
12.30 uur micro

Zaterdag 5 Januari 1963                10.30 uur micro
14.30 uur opname

(MUZIEK. HERKENNINGSMELODIE)
(EEN  ZWAK GONZEND GELUID, DAT AANZWELT TOT EEN CRESCENDO ALS DANGER BUITEN WESTEN  RAAKT.)
(SNIKKEN EN GEDEMPT LAWAAI WORDEN GEHOORD TIJDENS DE INLEIDING VAN DANGER)

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 01
Illustratie uit de KRO gids – deel 01

Danger:
Als zich ooit de gelegenheid voordoet en U mag kiezen op welke manier U afscheid van ’t leven moet nemen, kies dan nooit de dood door wurging. Ik verzeker U dat dit verre van plezierig is. In dat kleine donkere kamertje in de 75 Club vocht en worstelde ik met een individu, dat zich Koko de clown noemde. Ik was niet tegen hem opgewassen. Ik rukte aan hem als ’n razende, ik hoorde zijn costuum kapotscheuren……..

(OP ENIGE AFSTAND: SCHEUREND GELUID)

maar hij stond achter me… Ik verspilde vergeefs mijn krachten. Het gonzen in mijn oren werd onverdragelijk. Ik kon niet meer… Toen werd het zwart voor mijn ogen.

(STILTE)

Heel ver weg kon ik iemand horen praten… heel ver weg… Ik spitste mijn oren om te horen wat er gezegd werd.

(STEMMEN ALLENGS LUIDER)

Jean-Pierre:
Maar waarom… Waarom zou iemand zo iets krankzinnigs willen doen?

Laura:
Moet je mij dat vragen?

Jean-Pierre:
’t Is iemand die zich op mij wil wreken.

Laura:
Ze hebben háár gewurgd. En niet jou.

Jean-Pierre:
Zij zou m’n begeleidster worden… De vierde! M’n vierde begeleidster in acht weken.

Laura: (KWAAD)
Hou je hersens bij mekaar, Jean-Pierre…. En je tong in bedwang…. Ze komt bij.

Jean-Pierre:
Miss Dangerfield…. Oh alstublieft! Blijft U daar alstublieft niet zo liggen… Sta op.

Laura:
Ik denk dat ze nou geen zin meer heeft om te komen afloeren wat er in de 75 Club gebeurt. Zo verstandig zal ze wel zijn.

Jean-Pierre:
Wat moet ik nou beginnen?

Laura:
Sta niet te zeuren…. Hoor je me?

Jean-Pierre:
Ssssh. Ik geloof dat ze bijkomt.

Laura:
Je hoeft mij niet te “sussen”. Sjus je zelf. Hier pak aan. Probeer ’t met ’n beetje brandewijn.

Jean-Pierre:
Hier…. drink ‘ns. Toe

Danger: (HAAST 0NVERTAANBAAR)
Oh…. oh lieve hemel…

Jean-Pierre:
Is ’t zo beter, miss Dangerfield….. wat is er gebeurd?

Danger:
Nee…. dank….. Ik wil niet weer drinken.

Laura:
Dat zal je goed doen.

Danger:
’t Is…. geloof ik. (KUCHT) M’n keel…..

Jean-Pierre:
Doe maar kalm aan. Praat nog maar niet.

Danger:
Waarom niet? Hebt U hem weggejaagd?

Laura:
Weggejaagd? Wie?

Danger:
De clown. Koko de clown.

Jean-Pierre: (ZACHT)
Drink nog In beetje…. Dat zal je echt goed doen.

Danger:
Kijk me niet aan alsof ik gek geworden ben. Koko de clown… ’n man die ’n clownscostuum droeg…. hij was hier voor ’n auditie.

Laura:
Wij kennen geen Koko de clown en van audities vanmorgen hebben we niets gehoord.

Danger:
Nee?

Jean-Pierre:
Ik ging naar m’n kleedkamer. ’t Licht deed ’t niet toen ik op ’t knopje drukte. Ik wou ’n andere lamp gaan halen en viel over U. U lag bewusteloos op de grond.

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 02
Illustratie uit de KRO gids – deel 02

Danger:
Ik was er op ’t uur, zoals we afgesproken hadden, om met U te repeteren. In de gang zag ik ’n man, die zich verkleed had als clown. Die bracht me naar Uw kleedkamer en probeerde me te wurgen.

Laura:
Waarom?

Danger:
Hè? Wat bedoelt U met waarom?

Laura:
Waarom zou hij proberen U te wurgen?

Danger:
Weet U dat niet?

Laura: (SCHERP)
Ik? Waarom zou ik dat weten? Moet U mij dat vragen?

Jean-Pierre:
Schreeuw niet tegen Miss Dangerfield.

Laura:
Ik hou niet van dat soort praatjes. Waarom moet ik weten dat iemand haar wil nekken.

Danger:
Och…. Afgaande op ’t gesprek dat ik hoorde, vlak voor ik Koko de Clown ontmoette, geloof ik niet dat ’t U veel had kunnen schelen als hij er in geslaagd was mij naar de andere wereld te helpen.

Laura:
Zo is ’t. Ik hou niet van privé-detectives. Daar heb ik nooit van gehouden. Sally Buxton opscharrelen is ’n karwei voor de politie. Geen werk voor U. En Jean-Pierre heeft er helemaal niks mee te maken.

Jean-Pierre:
Bemoei je met je eigen zaken, Laura.

Laura:
Dit zijn mijn zaken. Ik ben je manager. Je bent ’n zanger en geen bureau voor vermiste personen. Hoe eerder je dat begrijpt, hoe beter ’t is.

(MEN HOORT SPENDER KWAAD ROEPEN)

Banwell:
Laura – Jean-Pierre…. wie heeft me dit geflikt? Laura, waar hang je uit? Laura!

Laura: (LIEF)
We zijn hier Bannie…. In de kleedkamer van Jean-Pierre.

Jean-Pierre:
Ik wil niet dat hij hier binnen komt.

(DEUR VLIEGT OPEN)

Banwell:
Wat heeft dit te betekenen…. Oh, neemt U mij niet kwalijk. Ik wist niet dat je gezelschap had.

Jean-Pierre:
Miss Dangerfield…. Banwell Spender.

Banwell:
Aangenaam. Ik heb al veel over U gehoord.

Danger: (LANGZAAM)
Mr. Spender….. Zou U mij willen vertellen wat U daar in Uw handen heeft?

Banwell: (KWAAD)
Ja, daarom schreeuwde ik zo. Kijk nou ‘ns…. dat is ’n costuum van mij… voor mijn truc van de verdwijnende clown. ’t Lag op de grond van mijn kleedkamer. Iemand moet ’t uit m’n costuumkoffer gehaald hebben  en ’t kapot gescheurd…. Kijk ‘ns. ’t Is aan flarden.

Laura:
Ach! Degene die dit costuum droeg probeerde zojuist miss Dangerfield te vermoorden.

Banwell:
‘ t Kan me niet schelen wie…. WAT? Vermoorden…. miss Danger….? Wat zijn dat nou voor grappen?

Danger:
Ik denk dat U wel aan m’n hals kan zien, dat dit geen grapje is. ’t Costuum scheurde toen ik met hem vocht.

Banwell:
Hebt U z’n gezicht niet gezien?

Danger:
Hij had zich geschminkt als clown, met ’n valse neus. ’n Knappe vermomming voor iemand, die beslist niet herkend wil worden, vindt U niet?

Jean-Pierre: (ZACHT)
Zo! De moordenaar gebruikte dus jouw costuum. Zo Banwell.

Banwell:
Wat haal je in je hoofd Jean-Pierre. Kijk niet zo vals.

Laura:
Let maar niet op hem, Bannie.

Jean-Pierre:
Hoeveel mensen weten dat jij ’n clownscostuum in je kleedkamer hebt? Hè?

Banwell:
Dat weet iedereen die mij heeft zien optreden. Wat wou jij insinueren?

Danger:
Er zit iets in de broekspijp van dat costuum. Wat is dat?

Banwell:
Wat? (GERITSEL VAN PAPIER) Oh dit….. ’n Krant. De Clarion van vanochtend.

Danger:
Dat zal ons niet veel verder helpen. Toen die man dat costuum uittrok is die krant misschien uit zijn jaszak gevallen.

Banwell:
Miss Dangerfield ’t gaat hierom: waarom zou iemand de moeite nemen om ’s morgens om 11 uur naar de 75 Club te gaan, ’t slot van mijn kleedkamer te forceren, dit costuum aan te trekken, om vervolgens te proberen U te vermoorden?

Danger:
Ja? Ik vind ’t erg onvriendelijk. Wie ’t ook geweest is.

Jean-Pierre:
Voelt U zich al iets beter?

Danger:
Dank U. Eén ding Jean-Pierre: wie ’t geweest is moet twee dingen geweten hebben.

Laura:
En dat zijn?

Danger:
Hij moet geweten hebben dat ik hier zou komen om elf uur en hij moet geweten hebben dat hier ’n clownscostuum voor handen was.

Banwell:
Maar ik zie nog steeds niet in waarom iemand U zou willen doden.

Danger:
Ze hebben me niet gedood.

Laura:
Ze hebben ’t geprobeerd. Dat is ’t zelfde.

Danger:
Hm. De voor de hand liggende reden is natuurlijk: omdat Jean-Pierre mij opdroeg uit te zoeken wat er met Sally Buxton gebeurd is. Iemand wil niet dat ik me hier mee bezig houd. En dat is erg vleiend voor mij.

Jean-Pierre:
In deze omstandigheden miss Dangerfield….. zeg ik onze afspraak op. U zult die baan nu niet meer willen hebben.

Danger:
Geloof dat maar niet. Kom! Zullen we meteen maar gaan repeteren? ’n Mislukte moordaanslag geeft iemand altijd nieuwe levenskracht.

Jean-Pierre:
Ach, wat ’n onzin. De club is vandaag gesloten. Een repetitie morgen is voldoende. Je hoeft niet op te treden vóór morgenavond. Rust uit en kom tot je zelf.

Danger:
Ik wil liever repeteren. Ik kan niet als Uw begeleidster optreden als ik niet Uw liedjes ken….

Jean-Pierre:
Maar Uw keel….

Danger:
Ik spéél Uw liedjes, ik zing ze niet.

Laura:
Dus ondanks alles zet U die baan toch door, miss Dangerfield?

Danger:
Heeft U bezwaren?

Laura:
Heel wat zelfs. Maar daar zullen we nou maar niet op in gaan. Niet, Banwell?

Banwell:
Ik bewonder Uw moed, miss Dangerfield. Zal ik de politie nog bellen in verband met deze aanslag?

Laura: (Noot red. Volgens mij had hier “Danger” moeten staan)
Nee, dank U. Een van de nadelen van het beroep van de privé-detective is, dat men geacht wordt op zich zelf te kunnen passen.

Banwell:
En kunt U dat?

Danger:
Dat hoop ik.

Laura:
Nou, als ik nog even wat zeggen mag: tot nu toe heeft U er nog niet veel van terecht gebracht. Ga je mee, Bannie?

Jean-Pierre:
Ik geloof dat U dapper bent, erg dapper…..

(DEUR SLUIT)

Danger:
Eh….. zullen we ’n piano zoeken en aan ’t werk gaan?

Jean-Pierre: (ZUCHT)
Ik kan me prettiger dingen voorstellen om ’n uur door te komen…..

(UITFADEN)

(INFADEN: HALVERWEGE “LA VOIX”)

(NA HET EINDE VAN HET LIED)

Jean-Pierre:
Bravo! Bravo cherie! Dat was uitstekend.

Danger:
Meent U dat werkelijk? Of wilt U alleen maar beleefd zijn?

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 03
Illustratie uit de KRO gids – deel 03

Jean-Pierre:
Miss Dangerfield. Ik overstroom altijd elke aardige vrouw met complimentjes over haar beminnelijkheid en schoonheid. Dat kan ik niet laten. Maar als ’t op mijn werk aankomt, op mijn zingen, op de kwaliteiten van mijn begeleidster, dan zeg ik, en op de eerste plaats in m’n eigen belang, precies wat ik meen. Ik ben ’n groot artiest -Ik ben Jean-Pierre- ik verdien ’t beste van ’t beste…. En naar eer en geweten moet ik U zeggen: U bent goed.

Danger:
Nou. Dat is dan één zorg minder.

Jean-Pierre:
En nu…. ’n wat intiemer liedje…. heel eenvoudig…. maar ik breng ’t zoals alleen Jean-Pierre ’t kan brengen. “Ma’moiselle” heet ’t. Ik zing dit en als ik dit zing kijk ik diep in de ogen van mijn begeleidster….. dus niet naar ’t publiek. Ik zing ’t lied voor U. Daarom moet mijn begeleidster mooi zijn. Met ’n lelijke vrouw aan ’t klavier zou ik dit niet kunnen brengen. U speelt de inleiding en inmiddels kom ik langzaam dichter bij de piano….

(HIJ ZINGT ERG ZACHT “MAMOISELLE”)

(HALVERWEGE STOPT HIJ ABRUPT)

Danger:
Wat is er aan de hand? Sloeg ik er naast?…. Oh!

Jean-Pierre: (STRAK)
Wat moet je? Jij daar…. in ’t donker. Ik zie dat je staat te loeren. Ik kan niet repeteren als jij daar staat te gluren en te spionneren…. Wat moet je?

Richmond: (NADERBIJKOMEND)
’n Sigaret, Jean-Pierre. En ’n vuurtje. Ik kan m’n sigaretten niet uit ’t pakje halen…. M’n handen zijn verbonden, herinner je je nog?

Jean-Pierre:
Ik vraag wat je hier zoekt?

Richmond:
Dat zei ik je. Eh…. Je zou me even voor kunnen stellen.

Danger:
Mijn naam is Dangerfield. U bent zeker miss Richmond. Hoe is ’t met Uw handen?

Richmond:
Dank U.

Danger:
Laat ik U ’n vuurtje geven.

Jean-Pierre:
Nee nee….. Nee laat maar, miss Dangerfield.

(AANSTRIJKEN LUCIFER)

En….. wees nou lief en ga weg. Je weet dat ik ’t haat begluurd te worden tijdens ’n repetitie… (HOEST) en sigarettenrook kan ik helemaal niet verdragen.

Richmond:
Je zong “Ma’moiselle”

Jean-Pierre:
Wat zou dat?

Richmond:
Ik meen me te herinneren dat je eens gezegd hebt….. “Dit is ons lied. Ik zou ‘t nooit voor ’n ander zo kunnen zingen als ik ’t voor jou zing”.

Danger:
Hebt U liever dat ik wegga?

Jean-Pierre:
Om ‘s hemelswil.

Richmond:
Dus je hebt me liever niet in de buurt Jean-Pierre?

Jean-Pierre:
Niet als ik aan ’t repeteren ben cherie. Toe.

Richmond:
Je hebt al ‘n hele week niet naar me omgekeken. Je hebt zelfs nog niet gevraagd hoe ’t met mijn handen gaat. Wees voorzichtig miss Dangerfield.

Danger:
In welk opzicht? Is dat ’n waarschuwing?

Richmond:
Ach, U weet wat er gebeurd is met Uw voorgangers. Iets erg onplezierigs. Iets dergelijks zou U ook kunnen overkomen.

Danger:
Is dat ‘n waarschuwing…. of ‘n bedreiging?

Richmond:
’n Zuiver vriendschappelijke waarschuwing.  Waarom zou ik U bedreigen? (LACHJE) Ik zou U trouwens niet erg kunnen bezeren met deze handen, niet waar? Zelfs Uw mooie hals niet?

Danger:
Nee! Maar U bent misschien rijk genoeg om dat iemand anders voor U te laten doen.

Jean-Pierre:
Maar miss Dangerfield, wat zegt U….?

Richmond:
Waarom zou ik U willen bezeren?

Danger:
Waarom zou iemand Sally Buxton pijn willen doen? In de ogen van iedereen ’n onschuldig meisje. Met uitzondering misschien van iemand die vond dat zij in zijn of eh…. haar váárwater kwam.

Richmond:
U beschuldigt mij toch niet?

Danger:
Wie? Ik? Mensen beschuldigen. Grote goedheid nee.

Jean-Pierre:
Misschien kunnen we nu doorgaan met ons werk, he? En wees jij nou ’n lief meisje cherie….

Richmond:
Pas op voor Jean-Pierre, miss Dangerfield. U speelt met vuur. Hij kan U letsel toebrengen op twee plaatsen tegelijk.

Danger:
Dat klinkt gecompliceerd.

Richmond:
Hij valt Uw hart aan en…. Uw portemonnaie. Goeiendag.

Danger:
Miss Richmond…. ’n Ogenblik. Hier is mijn kaartje.

Richmond:
Ik heb geen kaartje van U nodig.

Danger:
Ik zou graag ‘ns met U willen praten. Dat zou ik erg prettig vinden.

Richmond:
’t Spijt me. Maar de gevoelens zijn niet wederzijds.

Danger:
Zullen we zeggen: vanmiddag om 3 uur? Bij mij thuis?

Richmond:
Nee.

Danger:
U moet er maar ‘ns over nadenken, miss Richmond. Ik zal zorgen dat er ’n pot thee klaar staat.

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 04
Illustratie uit de KRO gids – deel 04

Richmond:
Die zult U dan alleen op moeten drinken, want ik kom niet.

Danger:
Dat zal mij benieuwen.

Richmond:
Goeiendag.

Danger:
Tot ziens.

Jean-Pierre:
Wat ’n geluk dat ze weg is. Cherie luister. Wordt U niet verliefd op me. U ziet nu hoe vermoeiend dit is. Laten we nu beginnen…..

(UITFADEN)
(INFADEN: PIANOSPEL)
(WEGFADEN: PIANOSPEL)
(OPENEN VAN DEUR)
(PIANOSPEL GEHEEL WEG)

Danger:
Heb je er een Brett? Goed zo!

Brett:
Eén exemplaar van de Clarion van vanochtend. Eén stuiver. Vergeet niet die op onze onkostenlijst te zetten.

Danger:
Dank je. Jij wil rijk worden, he?

Brett:
En of! Nou, vertel ‘ns: hoe was die krant gevouwen?

(GERITSEL VAN KRANT)

Danger:
Laat ‘ns kijken…. dit blad was ’t niet…. dat ook niet… Ah: Deze pagina.

Brett:
De pagina met ’t kruiswoordraadsel. Dat heb je gezegd.

Danger:
Maar ’t was niet gevouwen om ’t kruiswoordraadsel te laten zien.

Brett:
Jij zag die krant toen Banwell Spender ‘m uit dat clownscostuum haalde. Hoe was ie dan gevouwen?

Danger:
Nounou, blaf me niet zo af. Ik durfde er niet te lang naar te kijken, maar even, terloops…. de mensen in ‘t kamertje stonden aan de kant van de tegenpartij. Begrijp je wat ik bedoel?

Brett:
’n Man in ’n clownspak draait je bijna je hals om. Tijdens die worsteling valt ’n krant, die heel smal opgevouwen is uit zijn jaszak. Die krant blijft achter als hij uit dat costuum stapt. En wat dan nog? Hij heeft die krant zo smal gevouwen óf….. om ‘m in z’n zak te kunnen steken, óf… om dat kruiswoordraadsel te kunnen oplossen. Dat doe ik zelf ook. Trouwens, dat doet iedereen.

Danger:
Kijk ‘ns aan. Dus kruiswoordraadsels los je ook al op. Pienter ventje, hoor.

Brett:
Dank je, liefje. Waarom is dit zo belangrijk? Hou alsjeblieft op met je te gedragen als ’n detective van ’n jongensboek.

Danger:
Er was met potlood ’n aantekening op die krant gemaakt. Zo ongeveer…. laat me ‘ns zien.

Brett:
Als ’t dan zo belangrijk was…. Waarom ben je dan niet teruggegaan naar die kleedkamer van Jean-Pierre om die krant op te halen?

Danger:
Dat heb ik gedaan. Maar iemand was me al voor geweest. De krant was verdwenen.

Brett:
Een van de werksters waarschijnlijk.

Danger:
Nee. Ik heb ’t de twee werksters gevraagd. Zij hadden de krant niet gezien. En in de vuilnisbakken was ie ook niet.

Brett:
Maar luister nou Danger….. Iedereen kan toch die krant meegenomen hebben…. en alleen om ‘m te lezen, om er iets in te pakken… weet ik waarvoor. Laura Gross en Banwell Spender…. Iedereen!

Danger:
Ja, dat is zo… Hier! Kijk, zo was ie gevouwen Brett.. Ik denk om de aandacht te vestigen op deze kolom advertenties.

Brett:
Wat staat daar? Vermist?

Danger:
Vermist! En dat potloodmerk was….. als ik me goed herinner…. hier!

Brett:
Hee…..! ’n Boodschap? Wat is dat? Geheimschrift?

Danger:
Hm! “Beste George…… Klaarblijkelijk is deze week de oplossing van jouw probleem….. H. 4. D.1. A.1. S.3.R. 199. A.2.s.3. R. 10.”

(STILTE)

Brett: (ZINGT ZACHT)
“…. My Bonnie is over the ocean….”

Danger: (LACHEND)
Je bent wel ’n flinke hulp. Zeg ‘ns op Brett, wat zou dat betekenen? H. 4. D. 1. A. 1. S. 3. R. 199. A. 2. S. 3 10″

Brett:
De stand van ’n schaakspel.

Danger:
’n Schaakspel? Je zal Romeo en Julia bedoelen.

Brett:
Dan is ’t ’n geheime code van de leider van ’n wijdvertakte spionnage bende in Engeland. Waarom gaan we daar niet van uit?

Danger: (AARZELEND)
Dat weet ik nog niet. Maar ’t is de moeite waard om ’t te onderzoeken.

Brett:
Waarschijnlijk steek je nou zonder ’t te weten je neus in het geheime liefdeleven van ’n overjarige tante of zo iets.

Danger:
Misschien.

Brett:
Vertel me ‘ns Danger: waarom hebben ze je vanmorgen niet vermoord?

Danger:
Ik hoor iets van spijt in je stem?

Brett:
Hè, dat is nou niet aardig om zo iets te zeggen. Ik zit hier de godganselijke dag alleen, ik maak me zorgen over je, ik ijsbeer door je kamer, let op je telefoon…..

Danger:
Je rookt mijn cigaretten op, je drinkt mijn whisky op….

(KLIK)

(Stem (TELEFOONSTEM) )
Clarion! Wat is er van uw dienst?

Danger:
Ik zou graag willen spreken met de redacteur Mr. Conway. Mijn naam is Dangerfield. Irene Dangerfield.

Stem:
’n Ogenblik alstublieft. Ik zal even kijken of hij vrij is.

Danger:
Eh….. wat zei je Brett?

Brett:
Ik was net bezig je te vertellen hoe gek ik op je ben. Maar ik wacht wel een tot je klaar ben met telefoneren….

Stem:
U kunt nu spreken.

(KLIK)

Stem: (VAN MAN) Hallo….. Danger?

Danger:
Hallo John!

Man:
Londen is niet meer wat ‘t was , sinds jij weg bent. Hoe gaat ’t Danger. Heerlijk je stem weer ‘ns te horen.

Danger:
Je zegt verrukkelijke dingen tegen me John. Maar luister. Ik heb je hulp nodig.

Man:
Ik sta tot je dienst Danger en tot de laatste druppel van mijn voorraad drukinkt.

Danger:
In de Clarion van vanochtend staat op ’n advertentiepagina onder de kolom “Vermist”, ’n bericht in code, beginnend met: “Beste George…..”

Man:
Ja?

Danger:
Moeten mensen die dit soort bericht opgeven hun naam en adres achter laten?

Man:
Altijd. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat ze altijd hun echte naam en adres opgeven… Waarom wil je weten wie dit geweest is?

Danger:
Informeer ‘ns bij de betreffende bediende of hij zich nog iets kan herinneren van deze persoon. Of ’t man of vrouw was, oud of jong….

Man:
Ik zal ’t onderzoeken en dan bel ik je terug. Wanneer gaan we ’n keer lunchen, of dineren?

Danger:
Dat schikt me alle dagen van de volgende week.

Man:
Donderdag?

Danger:
Donderdag. Houden we ’t op. Heel graag.

Man:
Geweldig! Danger, we worstelen door ’n paar mistige dagen heen en Donderdag gaat de zon weer schijnen.

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 05
Illustratie uit de KRO gids – deel 05

Danger:
Vergeet niet wat ik je gevraagd heb.

Man:
Ik bel je dadelijk terug. Tot straks.

Danger:
Dank je John. Je bent ’n schat. Daág!

(HOORN NEERLEGGEN)

Brett:
Kijk kijk kijk. Van top tot teen het vrolijke, levenslustige meisje, he?

Danger:
’n Nuttige relatie….. John Conway.

Brett:
Ja. Dat dacht ik al. Maar ik zie geen enkele reden waarom dit cijfermysterie iets te maken zou hebben met dat verdwenen meisje Sally Buxton.

Danger:
’t Kan geen kwaad ’t toch even te onderzoeken.

Brett:
Om nog even terug te komen op die moordaanslag: waarom hebben ze jou laten leven als ze mijns inziens ruimschoots de gelegenheid hebben gehad je uit de weg te ruimen?

Danger:
Misschien wilden ze me alleen maar bang maken. ’n Ernstige zaak… moord! Zou ’n leger van vijanden in ’t geweer brengen. Misschien veronderstelden ze, dat ik maar half gekeeld hoefde te worden om voor goed op te krassen.

Brett: (OVERDREVEN)
Maar dan begrepen ze toch weinig van de vrouw waartegen ze vochten. Miss Dangerfield is uit ander hout gesneden. Met ’n hautain lachje ontkende ze het feit, dat haar keel van oor tot oor was doorgesneden

Danger: (LACHT)
Gek!

Brett:
Weet je Danger, wat er vanmorgen gebeurd is, lijkt me toch niet ’t werk van ’n spionnagegroep. Volgens mij is een en ander op touw gezet door ’n jaloerse juffrouw, als ’n waarschuwing om niet buiten je boekje te gaan….

(KLOPPEN OP HUISDEUR)

Danger:
Misschien heb je gelijk Brett… Oh, ’n ogenblik. Even zien wie er aan de deur is… Mary doet boodschappen.

Brett: (OP AFSTAND)
’n Man…. Ken ‘m niet. Ziet er uit als ’n boer, misschien uit de omtrek…..

Danger:
Stop die krant weg…. Ja, stop maar onder de kussens.

Brett:
Waarom?

Danger:
’t Mocht ‘ns de leider van ’n wijdvertakte spionnagebende zijn. Hij zou kunnen denken dat wij zijn geheime boodschap aan ’t bestuderen zijn. Dat moeten we voorkomen.

(NOGMAALS KLOPPEN)

Danger:
Jaja, we komen er aan…… (ZICH VERWIJDEREND)
Wat ’n ongeduldig heerschap….

(STILTE. OPENEN VAN STRAATDEUR)

(STEMMEN KLINKEN IN DE HAL.) (VER WEG)

Buxton:
Ah. Goeienavond. Miss Dangerfield?

Danger:
Ja?

Buxton:
Mijn naam is Buxton. Sam Buxton.

Danger:
Oh. Komt U binnen alstublieft.

Buxton:
Dank U.

(SLUITEN VAN DEUR)

(STEMMEN NU IN DE KAMER)

Danger:
…. Ik ben erg blij kennis met U te maken.

Buxton:
Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen. Dat ben ik zo gewend. Wat hebt U ontdenkt?

Danger:
Zal ik U eerst even voorstellen? …… Brett…. Dit is Mr. Buxton…… Mijn secretaris…. Brett Norton.

Brett:
Prettig kennis met U te maken, Mr. Buxton.

Buxton:
Hoe maakt U het? Ja, miss Dangerfield. Ze hebben me verteld dat U bezig bent met ’t opsporen van mijn onfortuinlijke nichtje.

Danger:
Mr. Jean-Pierre heeft zich van mijn diensten verzekerd, ja. Waarschijnlijk is hij bang dat de politie niet hard genoeg opschiet.

Buxton:
Hij heeft gelijk. Toevallig heeft zelfs die halfbakken Romeo ’t bij ’t rechte eind.

Danger:
’t Komt mij voor dat U eh…. geen erg hoge dunk van Jean-Pierre heeft.

Buxton:
Nee. Integendeel. Was die nachtegaal er niet geweest, met z’n sentimentele gekweel, dan zou Sally op dit ogenblik met mij aan het werk zijn. Ik heb haar nodig. En dringend nodig. Laat U dat gezegd zijn. Hebt U nou al iets ontdekt?

Danger:
Ik heb tot nu toe nog niet veel kans gehad om iets te ontdekken. Overigens….. ik dacht dat U in Manchester woonde, Mr. Buxton.

Buxton:
Ja, daar woon ik ook. Maar ik was de afgelopen dagen in Londen. En ik moet nog even blijven om ’n karwei af te maken… Iets voor ’t Ministerie van Luchtvaart. En daarvoor kan ik de hulp van Sally niet missen.

Danger:
Natuurlijk. U bent geleerde en dat was Sally ook. Ik bedoel: dat is zij ook.

Buxton:
Oh, U hoeft voor mij geen comedie te spelen. Ik begrijp heel goed dat ’t arme wicht al lang dood kan zijn. Wat zou ik graag die Jean-Pierre in zijn kladden grijpen en…

Danger:
Maar die is even verlangend naar Uw nicht als U.

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 06
Illustratie uit de KRO gids – deel 06

Buxton:
Is ’t mogelijk?

Danger:
Hoe bedoelt U dat?

Buxton:
Kijk ‘ns, miss Dangerfield. Ik ben niet op m’n achterhoofd gevallen. Als mensen naar mij kijken en met me praten, zie ik wat ze denken: “Hij ’n geleerde!”, zeggen ze. “Hij praat en gedraagt zich als ’n landloper”. Weet ik. Mogelijk is ’t zo. Maar ik heb nog hersens in m’n kop…. en die heb ik gebruikt. Ik heb ’n belangrijke en verantwoordelijke positie veroverd.

Danger:
Wat wilt U daarmee zeggen?

Buxton:
Dit: dat de beste manier is om in dit geval alle verdenking van je af te schudden: ’n privé-detective in de arm nemen en net te doen of je heel graag mee helpt zoeken naar de persoon, die je gekidnapt hebt. Snapt U?

Danger:
Dat klinkt alsof U Jean-Pierre beschuldigt Uw nicht te hebben ontvoerd.

Buxton:
Op ’t moment dat ze verdween droeg ze ’n zeer kostbaar diamanten halssnoer, dat duizenden waard was.

Brett:
Maar U kunt Jean-Pierre niet zo maar beschuldigen, alleen omdat Uw nicht toevallig ’n diamanten snoer droeg.

Buxton:
Ik begrijp ’t allemaal niet! …. ’n vrouw met zo’n verstand…. die gaat optreden als pianiste met zo’n… zo’n…. onnozele zot!

Danger:
U houdt niet van dat soort zangers he?

Buxton:
Nee. Ze zijn typerend voor ’t hedendaagse leven. Typische smakeloze levensloze neurotici, zoals de helft van alles wat er tegenwoordig op jazzgebied gebeurt. En wat hun tekstleveranciers betreft….. dat is van ’t zelfde laken ’n pak. Wat mij betreft kunnen ze de hele troep naar ’t gesticht sturen.

Brett:
Ik krijg de indruk dat U geen liefhebber bent van ’t toneel.

Buxton:
Daar zegt U heel wat anders. Toneel! Shakespeare! Ha! Die kon er wat van. Dat was ’n wonderbaarlijke toneelschrijver. Shaw trouwens ook. Maar dat moderne halfzachte gedoe…. Nee, niks voor Sam Buxton.

Danger:
Mr. Buxton, U bent beslist niet gekomen om ons te vertellen wat Uw standpunt is inzake ’t moderne toneel.

Buxton:
Nee. Om U te waarschuwen voor Jean-Pierre en zijn troep.

Danger:
Hij heeft juist mij in dienst genomen om op ieder ander te letten.

Buxton:
Jaja, dat zal wel. Dit is ’t wat ik wou zeggen. Als U mijn hulp nodig mocht hebben, U komt maar en U vraagt maar. En mocht U extra kosten moeten maken…. Die zal ik graag betalen. Ik weet dat die bler zo gierig is als ’t graf.

Danger:
En wat moet ik als wederdienst doen?

Buxton:
Houdt U mij op de hoogte van de zaak. En zet vooral in die 75 Club Uw ogen open.

Danger:
U bedoelt: dat U, zowel als Jean-Pierre, van mijn diensten gebruik wilt maken?

Buxton:
Ik wil mijn jonge nicht Sally terugzien.

Danger: (LANGZAAM)
Weet U nog wat U zoëven zei? “De beste manier om alle verdenking van je af te schudden is: ’n privé-detective in de arm nemen en net te doen of je meezoekt naar de persoon, die je gekidnapt hebt.” Dat slaat dan toch niet op U, he?

Brett: (GRINNIKT)
Touché monsieur!

Buxton:
Eh….. Wat bedoelt U? Oh…… U lacht mij uit! Mooi! Dan weet ik ’t wel. Goeiendag samen. Ik probeerde U te helpen.

Danger:
Maar Meneer Buxton. U hebt ’t toch gezegd, is ’t niet?

Buxton: (VERONTWAARDIGD)
U hoeft mij niet te verdenken. Ik ben haar bloedeigen Oom.

Danger:
In principe verdenk ik altijd iedereen… Nee… Ik maakte maar ’n grapje. Werkelijk. Ik zal doen wat ik kan. Nog een vraag, meneer Buxton: Waarom denkt U dat Sally gekidnapt werd?

Buxton:
Omdat ze rondliep met ’n snoer van 10.000 pond. Daarom! Dat is nogal duidelijk.

Danger:
Ja. Ja natuurlijk. Dank U.

Buxton:
Wacht….. Hier hebt U mijn Londens adres…. en dit is mijn adres in Manchester.

Danger:
Wanneer gaat U naar Manchester terug?

Buxton:
Oh, voorlopig nog niet. Ik blijf nog op z’n minst ’n week hier. Ik heb nog bergen werk. U spoort Sally op. Als U haar vindt laat Sam Buxton zich niet onbetuigd.

Danger:
Edelmoedige gebaren stel ik zeer op prijs. Dank U.

Buxton:
Ik wil U wel zeggen -en dat blijft onder ons hè- dat dat meisje meer hersens heeft dan ik. We kunnen ons niet veroorloven ’n kracht als Sally te verliezen.

Danger: (NUCHTER)
Stem ik volkomen mee in, Mr. Buxton. Ik zal mijn uiterste best doen. Dat beloof ik.

Buxton:
Prachtig! Vergeet niet mij op de hoogte te houden. Tenslotte gaat ’t op de eerste plaats mij aan, is ’t niet zo?

Danger:
Dat is waar.

(TELEFOONBEL)

Excuseer me.

Buxton:
Ik ga d’r vandoor. Ik heb ’n afspraak. ’t Beste.

Danger:
Tot ziens, Mr. Buxton. Ach, wil jij ‘m even uitlaten Brett.

Brett:
Ik zal U even voorgaan.

(DEUR OPENEN EN SLUITEN. OPNEMEN VAN TELEFOONHOORN)

Danger:
Hallo?

Man:
Danger? Met Conway.

Danger:
Hallo John. Is ’t gelukt?

Man:
Nou eh….. Ten eerste dit: de bediende kon zich niet herinneren, wie dit bericht heeft opgegeven. Hij weet zelfs niet of ’t ’n man was of ’n verklede aap. Hij heeft blijkbaar niet opgekeken.

Danger:
Wat jammer: En de naam en ’t adres?

Man:
Tja….. Ik waarschuwde je al dat deze lieden vaak valse namen en adressen opgeven.

Danger:
Ja….. En wat is ’t? ’n Smith of ’n Jones?

Man:
Geen van beide. De opgegeven naam is: miss Irene Dangerfield en ’t adres is jouw adres.

Danger:
Wat? Weet je dat zeker?

Man:
Natuurlijk. Van wie is deze grap?

Danger:
Dat hoor je nog wel. In elk geval van iemand die veel gevoel voor humor heeft. Dank je John….. We zien elkaar Donderdag hè…. Daag.

Man:
Maar wat heeft dit allemaal te betekenen?

Danger:
Dat vertel ik je nog wel. Tot ziens.

(HOORN NEERLEGGEN)

Brett:
Wie heeft er zo’n gevoel voor humor? Waar gaat ’t om?

Danger:
Die advertentie in de Clarion. Die is geplaatst door miss Irene Dangerfield, wonend…. op dit adres.

Brett:
Wat? Oh…. Oh wat ’n stommiteit om zo iets te doen. Dat is ’n ezelsveulen geweest. Waarom geeft zo iemand niet John Smith op?

Danger:
Maar we weten nu, dat deze boodschap beslist te maken heeft met de zaak waaraan wij werken. En ik meen ook te weten hoe we dit geheimschrift moeten ontcijferen.

Brett:
Wie vertelde je dat? Die redacteur……

Danger:
Nee…. Mr. Sam Buxton. Kijk eens door ’t raam of hij uit de buurt is?

(VOETSTAPPEN OP KLEED)

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 07
Illustratie uit de KRO gids – deel 07

Brett:
Ja. Maar aan de overzijde loopt ’n jonge vrouw heen en weer. ’n Neurotisch typetje… met verbonden handen.

Danger:
Miss Richmond!

Brett:
Ja. Kijk, Buxton herkent haar ook. En vraagt haar iets. Hij vindt ’t blijkbaar helemaal niet leuk haar te zien.

Danger:
Wat gebeurt er nu?

Brett:
Zij zegt niks.

Danger:
Ook niet hoe ’t met haar handen gaat?

Brett:
Nee….. hij mompelt wat en gaat er met grote passen vandoor.

(BEL VAN DE VOORDEUR)

Daar zal je d’r hebben.

Danger:
Oh! Ik heb haar nog wel ’n lekker kopje thee beloofd….

Brett: (ZICH VERWIJDEREND)
Als Mary weer ‘ns ’n vrije dag heeft, vraag dan niet Jan en alleman op visite. Ik begin me hier ’n soort huisknecht te voelen.

Danger:
Ik ga met je mee….. Brett. Doe ’n beetje aardig tegen haar.

Brett:
Laat ’t me dan maar alleen opknappen.

Danger:
Ik zei alleen: “wees ’n beetje aardig tegen haar”. Meer niet.

(OPENEN VAN DEUR)

Ah: Miss Richmond. Fijn dat U komt.

Richmond:
Ik begrijp niet waarom ik hier naar toe ben gegaan.

(DEUR SLUITEN)

Danger:
Ik ben blij dat U ’t gedaan hebt. Dit is Brett Norton, mijn secretaris.

Brett:
Hoe gaat ’t met U.

Danger:
Ik zal meteen wat thee zetten. Jammer genoeg zit ik vandaag zonder hulp…..

Richmond:
Ik heb geen tijd voor thee. Ik heb maar ’n paar minuutjes. Wat wilt U van mij?

(ZIJ GAAN ‘N KAMER BINNEN – VERANDERING VAN ACOUSTIEK)

Danger:
Wilt U niet gaan zitten?

Richmond:
Nee. Ik kan niet blijven. Wat wenst U?

Danger:
U ’n paar vragen te stellen.

Richmond:
Ik denk niet, dat ik die allemaal zal beantwoorden.

Danger:
Oh. Dan ben ik toch wel erg benieuwd op welke vragen ik wel en op welke vragen ik geen antwoord krijg. Maar laat ik eerst even ’n uiteenzetting geven van mijn eigen positie.

Richmond:
Nou?

Danger:
Jean-Pierre heeft mij in dienst genomen als privé-detective om na te gaan wat er gebeurd is met Sally Buxton.

Richmond:
Mag ik dan weten waarom U optreedt als zijn begeleidster.

Danger:
Omdat….. Omdat Jean-Pierre Jean-Pierre is. U kent hem beter dan ik. Hij vroeg me zijn pianiste te worden, omdat hij op de eerste plaats dacht, dat ‘t voor mij makkelijker zou zijn om iets te ontdekken en ten tweede, omdat hem op deze wijze twee diensten bewezen worden en hij er maar een hoeft te honoreren.

Richmond:
Echt iets voor Jean-Pierre.

Danger:
Ten derde: U hebt gezien wat of er allemaal in de kranten gepubliceerd is, sinds ik op de plaats van Sally Buxton zit. Jean-Pierre weet heel goed, wat hij doet en de zakelijke leider van de 75 Club ook. ’n Dergelijke reclame hebben ze in jaren niet gehad.

Brett:
Dat zult U toch moeten toegeven Miss Richmond.

Danger:
Maar laat ik U voor alles de verzekering geven, dat ik niet verliefd ben op Jean-Pierre en dat ik ook niet van plan ben verliefd te worden.

Richmond:
Waarom vertelt U me dat?

Danger:
Omdat ik dacht dat U daar belangstelling voor zou hebben. En mag ik U nu iets vragen?

Richmond:
Vragen staat vrij.

Danger:
Gelooft U dat ’t ongeluk met Uw handen werkelijk ’n ongeluk was? Of denkt U dat ’t was voorbereid?

Richmond:
Ik weet zeker dat ’t zorgvuldig was voorbereid. Gewone brandstof zou niet zulke wonden veroorzaakt hebben.

Danger:
Dat dacht ik ook.

Richmond:
Sally Buxton wou mij uitschakelen om zelf met Jean-Pierre te kunnen werken. Daarom deed ze ’t.

Danger:
Hm. Daar ben ik niet zo zeker van.

Brett:
Sam Buxton negeerde U toen hij zoëven hier wegging. Was dat vanwege die beschuldiging?

Richmond:
Ja. Ik heb tegen hem gezegd wat ik tegen U gezegd heb. En ik wou die tafelaansteker hebben, om die te laten onderzoeken.

Danger:
Ah!…. Hebt U daar ook aan gedacht.

Richmond:
Maar erg opgeschoten ben ik niet. Buxton werd razend. Hij raakte gewoon over zijn toeren, toen hij hoorde waar ik Sally van beschuldigde.

Danger:
En de aansteker?

Richmond:
Was vernietigd, beweerde hij.

Brett:
Waarom?

Richmond:
Kies maar uit. Of…. zoals hij beweerde om herhaling van zo’n ongeluk te voorkomen… of…. zoals ik beweer: om ’t bewijs te vernietigen.

De onweerstaanbare nachtegaal - deel 08
Illustratie uit de KRO gids – deel 08

Helaas was aan de laatste pagina (17) niet te zien of dit ook werkelijk het einde van deel 2 was.
Het feit dat niet alle rollen zijn gebruikt, doet vermoeden dat er nog meer moet zijn…
Dat maakte dit leuke project voor mij echter niet minder uniek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *